• Cityscapes
  • Cultuur
  • 2. Kinshasa, het Afrikaanse zusje van Singapore

2. Kinshasa, het Afrikaanse zusje van Singapore

Cityscapes | Robert Neuwirth | 22 augustus 2016

Net als het Nigeriaanse Lagos probeert de Congolese hoofdstad Kinshasa het stedelijke ontwikkelingsmodel van Azië te kopiëren. Critici vragen zich af of dat wel zo’n goed idee is.

Vorig jaar was het zover. Sinds 2015 ligt de grootste Franssprekende stad van de wereld in Afrika. De stedelijke agglomeratie Kinshasa is Parijs voorbijgestreefd. De hoofdstad van de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft 11,5 miljoen inwoners binnen zijn grenzen, terwijl de lichtstad er 10,8 miljoen telt. Kinshasa is bovendien veel dichter bevolkt: de inwoners van de stad zitten opeengepakt op 583 vierkante kilometer, terwijl stadsregio Parijs meer dan vier keer zoveel land beslaat.

Dus het is wel te begrijpen dat politici in de stad nu groot denken. De regering van DRC laat voor 15 miljoen dollar een nieuw masterplan maken voor het vroegere koloniale Léopoldville. Het bedrijf dat dit brave new Kinshasa mag gaan tekenen: Surbana, een ontwikkelingsbureau dat banden heeft met de overheid van Singapore.

Ongemakkelijke vragen

Afrika is geen onbekend terrein voor Surbana. Op het hele continent hebben steden de afgelopen tien jaar een beroep op dit bureau gedaan. Met de al gerealiseerde of nog te bouwen ontwikkelingsprojecten die het voor negen Afrikaanse hoofdsteden heeft ontworpen – waaronder wolkenkrabbers voor Kigali, grote appartementengebouwen voor Luanda en winkelcentra voor Bujumbura – zal Surbana de komende decennia hoogstwaarschijnlijk een bepalende rol spelen in de Afrikaanse stedelijke ontwikkeling.

En dat levert een scala aan ongemakkelijke vragen op voor stedenbouwkundigen over het hele continent. Is een masterplan zelfs maar relevant, zolang zo veel mensen in Afrikaanse steden geen toegang hebben tot de meest basale infrastructuur, zoals drinkwater (zelfs een rivierstad als Kinshasa kan zijn inwoners niet voldoende schoon water leveren), fatsoenlijke wegen (volgens onderzoek is slechts 10 procent van alle straten in Kinshasa verhard) of elektriciteit (inwoners van Kinshasa krijgen slechts de helft van de hoeveelheid stroom die ze minimaal nodig hebben)? Moet Afrika dan wel ambitieuze modellen uit andere delen van de wereld importeren? Of kunnen Afrikaanse steden zich beter richten op hun infrastructuur en zo, terwijl ze zich wijk voor wijk verbeteren, hun eigen vorm van urbanisatie vinden?

De topmensen van Surbana zeggen dat zij hun expertise uit Singapore aanwenden bij hun ontwikkelingsplannen voor Afrika. En dat is ook precies wat sommige Afrikaanse politici, zoals Babatunde Fashola, de voormalige gouverneur van Lagos, willen. Singapore heeft in minder dan één generatie de enorme sprong gemaakt van een uit zijn krachten gegroeid dorp naar een volledig verbonden, hyperurbane metropool. Veel steden in Afrika zouden heel graag dat kunstje willen afkijken.

Singapore is echter een mondiaal financieel centrum, een stadstaat die wordt bestuurd door een soort goedwillende constitutionele dictatuur. Regels zijn belangrijk in deze Aziatische autarkie, en iets als kauwgum verkopen of zomaar de straat oversteken is niet alleen een schending van de openbare orde, maar wordt beschouwd als een misdaad. Tegelijkertijd heeft de overheid sterk geïnvesteerd in infrastructuur en woningbouw, en stimuleert ze via regelgeving de etnische en religieuze integratie.

Surbana is ontstaan als de afdeling Stadsontwikkeling van het Singaporese ministerie voor Woningbouw. In 2003 werd die geprivatiseerd, maar het bureau bleef nog tot 2011 volledig eigendom van de overheid. En nog steeds heeft de regering 60 procent van Surbana in handen, via de oppermachtige investeringsmaatschappij Temasek Holdings.

De ceo van Temasek, Ho Ching, is de vrouw van Lee Hsien Loong, de huidige premier van Singapore, die weer de zoon is van Lee Kuan Yew, de allereerste premier van het land. (Ik heb een interview aangevraagd met Louis Tay, de managing director voor Afrika van Surbana. Die weigerde echter om het werk van de firma met mij te bespreken en stond erop dat ik een officiële brief aan het bedrijf stuurde om toestemming te vragen voor het interview. Verdere pogingen om met hem in contact te komen leverden geen succes op.)

Natuurlijk is dit niet de eerste keer dat Kinshasa – of welke grote Afrikaanse stad ook – expertise op het gebied van stedenbouwkundige ontwikkeling uit het buitenland haalt. Bijna al deze steden fungeerden ooit als koloniale hoofdstad, en zijn daardoor zelf hybride. En die hybriditeit heeft hun ontwikkeling bepaald. La Cité du Fleuve (Stad aan de rivier) is een vastgoedproject dat op dit moment in Kinshasa wordt gerealiseerd. Het heeft beslag gelegd op een moeras aan de rand van de stad en omvat wolkenkrabbers en op westerse leest geschoeide flatgebouwen met gemengde bestemming, rond een spiegelend zwembad. Het heeft ook vele mensen verdreven die in het verleden naar de stad waren getrokken en al generaties lang in krotten woonden langs de zandwegen van de nabijgelegen Cité du Pêcheur (Vissersstad), die als vuilnisbelt van de stad dient.

Sinds vorig jaar is Kinshasa de grootste Franssprekende stad ter wereld

In de Nigeriaanse hoofdstad Lagos – een stad met 13 miljoen inwoners die zich volgens overheidsfunctionarissen voor zijn masterplan heeft laten inspireren door Shanghai – wordt het Eko Atlantic-project gebouwd op land dat zogenaamd ‘teruggewonnen’ is uit de Atlantische Oceaan. Dit multimiljardenproject heeft duidelijk zowel uit het Oosten als uit het Westen inspiratie geput. Met zijn gloednieuwe waterfront lijkt het sterk op de glanzende hoogbouwwijk Pudong in Shanghai, maar de marketingcampagne – onder de slogan ‘The best real estate in West Africa’ – zou zo in New York kunnen passen. Bewoners in de omgeving hebben een ander verhaal: volgens hen is voor dit project, dat nog in aanbouw is, een historisch strand geprivatiseerd en zijn er duizenden liters zeewater in de richting van hun huizen gestuwd.

In een artikel dat onlangs op de website van CNN verscheen, betoogde Gbenga Oduntan, wetenschappelijk docent Internationaal Handelsrecht aan de Universiteit van Kent, dat het Eko Atlantic-plan niet ver genoeg gaat. Hij vind dat het een heel nieuwe stad zou moeten worden – een particulier geleide en zichzelf besturende metropool binnen de metropool, die op die manier kan ontsnappen aan de greep van de corruptie en de betaalpolitiek. Zo, beweerde hij, zou het project kunnen fungeren als ‘proeftuin voor het opbouwen van een heel nieuw soort Afrikaanse stad’. Lagos, schreef hij, ‘verdient zijn eigen El Dorado’.

Dat mag zo zijn, maar dat gouden droombeeld negeert de realiteit dat plekken als Eko Atlantic en La Cité du Fleuve niet bedoeld zijn voor de grote massa van de inwoners in hun steden. En als het dan ook nog autonome districten worden, zullen ze weinig voordeel opleveren voor de steden waarvan ze zo veel hebben afgenomen.

Identiteitsvraagstuk

Een paar jaar geleden sprak ik enkele Nigeriaanse architecten die in het Westen werkten en nu hun expertise wilden toepassen in Afrika. Zij stonden sceptisch tegenover het verlangen om westerse of oosterse steden na te bootsen, maar erkenden ook dat spontane patronen die zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld, moeilijk te verenigen zijn met het vaste vocabulaire van de gebiedsontwikkeling.

Papa Omotayo, een van de directeuren van 0+0 Architecture and Design dat vestigingen heeft in Lagos en Londen, en lid van het Britse architectencollectief Bukka, vond het onjuist om Afrikaanse steden te modelleren naar voorbeelden uit het Westen en Oosten. ‘Mensen kijken naar dingen in andere delen van de wereld en willen die dan hierheen overbrengen, zonder enige aandacht voor het stedelijk weefsel en de manier waarop de stad zich ontwikkelt,’ zei Omotayo tegen mij. Toch kon hij zich ook niet voorstellen dat je de uitbreiding van een stad zou overlaten aan zijn eigen traditionele vormen en ontwikkeling: ‘Het is al te gemakkelijk om de chaos te beschouwen als een willekeurige ordening van schoonheid.’ Hij was wel bereid om in de stad van de toekomst ruimte te bieden aan straatondernemers, maar alleen in ‘niches, kleine hoeken en gaten’, waar ‘mensen de keuze krijgen of ze het informele willen of niet’.

Plannenmakers en architecten spannen samen met ontwikkelaars en politici om te zorgen dat alle steden er hetzelfde uit gaan zien

Plannenmakers en architecten hebben een onaangename gewoonte: ze spannen samen met ontwikkelaars en politici om te zorgen dat alle steden er hetzelfde uit gaan zien. De neiging om de irrationele manier waarop veel Afrikaanse steden zich hebben ontwikkeld te rationaliseren, zit in hun DNA. ‘Voor ontwikkelaars is het zo logisch om de markten in Lagos naar de randen van de stad te verplaatsen,’ zei Tuoyo Jemerigbe, directeur architectuur bij Brown InQ Creative Design Solutions en vroeger architect bij James Cubitt Architects, eens tegen mij. Hij zweeg even, alsof hij probeerde zich zijn stad voor te stellen zonder al die openluchtactiviteiten die er het straatbeeld bepalen en de stad zijn unieke en soms gekmakende energie geven. En toen gaf hij toe dat hij dat niet kon: ‘Ik weet niet wat Lagos zou zijn zonder die markten.’

Jemerigbe zei dit nog voordat grote projecten als Eko Atlantic of La Cité du Fleuve en het masterplan voor Kinshasa aan de orde waren. Maar inmiddels is zijn opmerking nog sterker van toepassing. Iedereen die iets om de stedelijke toekomst van Afrika geeft – of het nu buitenstaanders zijn als Surbana of lokale activisten en stedenbouwkundigen – zal zich met dit identiteitsvraagstuk moeten bezighouden.

Auteur: Robert Neuwirth

Cityscapes
Zuid-Afrika | oplage onbekend

Cityscapes publiceert sinds 2009 twee keer per jaar over urbanisatie. Het motto is: denk na over de stad. Een wetenschappelijk noch lite- rair tijdschrift; Cityscapes is hybride in vorm en inhoud.

Dit artikel van Robert Neuwirth verscheen eerder in Cityscapes.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.