• Der Tagesspiegel
  • Politiek
  • 3. ‘Spion van de eeuw’ liet zich bedotten

3. ‘Spion van de eeuw’ liet zich bedotten

Der Tagesspiegel | Berlijn | Winfried Meyer | 12 juli 2016

Reinhard Gehlen (1902-1979) was de beroemdste spion van Duitsland tijdens de Koude Oorlog. Maar van zijn onfeilbare reputatie blijft na recent onderzoek weinig over.

Al tijdens zijn leven was hij een door geheimen omhulde legende, ‘de man zonder gezicht’. Kort voor zijn dood in 1979 noemde een Britse auteur hem zelfs ‘Duitslands meesterspion’, en ook nog ‘spion van de eeuw’: generaal Reinhard Gehlen, het eerste hoofd van de Bundesnachrichtendienst (BND), de buitenlandse geheime dienst van de Bondsrepubliek. De BND was in 1956 voortgekomen uit een al geformeerde groep, die Gehlen niet alleen had geleid, maar die zelfs zijn naam droeg, de Organisation Gehlen.

Voor zijn dominante rol in de West-Duitse geheime dienst van na de oorlog had Gehlen zich uitgerekend laten voorstaan op zijn werk als leider van de Abteilung fremde Heere Ost in Hitlers oorlog tegen de Sovjet-Unie. In die positie was hij in het opperbevel van het leger verantwoordelijk geweest voor de analyse en prognose van de operationele bedoelingen van de Sovjetstrijdkrachten. Toen al was hij bezig de mythe van zijn eigen onfeilbaarheid op te bouwen. In Der Dienst, zijn memoires die in 1971 verschenen, beweerde hij zelfs dat hij het in zijn analyses van de vijand in het Oosten tussen 1942 en 1968 altijd bij het rechte eind had gehad, of die analyses nu voor Adolf Hitler, voor de Amerikanen of voor de Bondsregering bestemd waren.

Max-Meldungen

Het is verbazingwekkend dat niemand die bewering ooit grondig heeft onderzocht. Pas vijf jaar geleden riep de BND zelf een onafhankelijke commissie van historici in het leven om de ontstaansgeschiedenis en de vroege jaren van de BND wetenschappelijk te onderzoeken – en daarmee ook de persoon Gehlen van zijn geheimzinnigheid te ontdoen. Of het eindrapport van de commissie nog dit jaar zal verschijnen, zoals was aangekondigd, is onzeker: de BND verzet zich heftig tegen het voornemen van de historici om ook de echte namen van de agenten van de dienst te vermelden. Maar nu al is het beeld van de onfeilbare meesterspion onhoudbaar.

Al in september 1943 moest Gehlen als hoogste inlichtingenofficier van het Duitse leger een soort bekentenis afleggen: in juli 1943 was het laatste grote Duitse offensief in het Oosten mislukt tijdens de grootste tankslag die ooit werd geleverd – bij Koersk, op 100 kilometer van de huidige Oekraïense grens –, mede omdat de Sovjets al lang van de plannen wisten. De Duitsers raakten in de verdediging, en daarom werden er van Gehlens afdeling realistische aanwijzingen geëist over plaats, tijd en sterkte van de aanvalsplannen van de Sovjets.

Maar uitgerekend in die situatie moest Gehlen bekennen: ‘Door het uitvallen van de belangrijkste bronnen ontbreken op dit moment meldingen over de bedoelingen van de vijand.’ Men was nu ‘voor een aanzienlijk deel’ aangewezen op ‘gevolgtrekkingen van zuiver theoretische aard’.

Sinds zijn aantreden in april 1942 had Gehlen zich steeds sterker georiënteerd op de zogeheten ‘Max-Meldungen’, die door de inlichtingendienst van de Wehrmacht werden aangeleverd. Die meldingen behelsden informatie over de verplaatsing van Sovjettroepen, de positie en bezetting van vliegvelden, maar berichtten ook over actuele strategische besluiten van de generale staf van de Sovjets onder leiding van Stalin. Na aanvankelijke scepsis beschouwde Gehlen de meldingen als zodanig betrouwbaar dat hij ze ook geloof schonk als ze uitsluitend door volgende ‘Max-meldingen’ leken te worden bevestigd.

Gehlen kreeg zijn berichten van de joodse agent ‘Klatt’ en de Russische balling Longin Ira, die ze in werkelijkheid zelf verzon

De meldingen waren afkomstig van een informant met de schuilnaam ‘Klatt’. Die leidde in de Bulgaarse hoofdstad Sofia de ‘Luftmeldekopf Südost’ en was in kringen van ingewijden in de inlichtingendienst van de Wehrmacht bekend als ‘de jood Klatt’. Achter die naam ging de voormalige vastgoedmakelaar Richard Kauder schuil, de zoon van een tot het katholicisme bekeerde jood, arts uit het voormalige Oostenrijkse leger.

Sinds de zogenaamde Anschluss van Oostenrijk gold Kauder volgens de naziwetten als ‘Volljude’. Hij onderkende het gevaar, vluchtte naar Hongarije, maar werd uitgewezen. Begin 1940 werd hij door de Weense Gestapo gearresteerd. Maar de leider van de Abwehrstelle in Wenen, een conservatief-katholieke tegenstander van Hitler en een vriend van Kauders overleden vader, zorgde ervoor dat hij vrijkwam. Om zichzelf en zijn moeder te verzekeren van verdere bescherming van de Abwehrstelle tegen racistische vervolging, trad Richard Kauder als informant in dienst van de Abwehr.

Vanuit Sofia zond hij vanaf de herfst van 1941 steeds meer berichten naar Wenen, zowel uit het achterland van het Russische front als uit de door de Britten beheerste gebieden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, die ter onderscheiding van het geografische gebied waarop ze betrekking hadden ‘Max-’ dan wel ‘Moritz-Meldungen’ werden genoemd. Zijn informatie kreeg Kauder weer van de Russische balling Longin Ira, die hij tijdens zijn vlucht als medegevangene had leren kennen in de stadsgevangenis van Boedapest.

Longin Ira had deel uitgemaakt van het tsaristische en het ‘Witte’ leger in de Russische burgeroorlog en had zich als emigrant aangesloten bij een organisatie van Russische ballingen. Ira’s berichten zouden afkomstig zijn van een netwerk van agenten dat deze organisatie in de Sovjet-Unie had opgebouwd.

Gehlen op een ontspannen moment, begin jaren zestig. – © Getty
Gehlen op een ontspannen moment, begin jaren zestig. – © Getty

In werkelijkheid werden de berichten door Ira verzonnen, zij het wel op grond van een uitstekende kennis van het Sovjetleger en van het gebied van de operaties, en ook door een zorgvuldig gebruik van de neutrale en de Sovjetmedia. Die waren in Bulgarije vrij verkrijgbaar, omdat het land – hoewel het met Duitsland geallieerd was – niet met de Sovjet-Unie in oorlog verkeerde. Richard Kauder maakte zich weinig zorgen over de authenticiteit van zijn berichten, zolang de ontvangers er maar tevreden mee waren en hem daarmee vrijwaarden van deportatie en dood.

Vooral zijn ‘Max-meldingen’ konden vanwege hun actualiteit en vermeende precisie rekenen op een steeds hogere waardering in de Duitse legerstaven. Dagelijks werden er tot wel tien ‘Max-meldingen’ vanuit Wenen direct verzonden naar de post ‘Walli I’ van majoor Hermann Baun, die de hele inlichtingendienst aan het Oostfront coördineerde. Baun gaf de berichten, die het grootste deel vormden van de inlichtingen waarover hij kon beschikken, door aan de betreffende legeronderdelen en aan de afdeling van Gehlen.

Intrige

Maar vanaf 23 augustus 1943 bleven de vanuit Wenen aangeleverde berichten uit het achterland van het Sovjetfront plotseling uit. Wat was er gebeurd? In een intrige tegen de inlichtingendienst van de Wehrmacht was Hitler er opmerkzaam op gemaakt dat een informant die in Stockholm geheime contacten onderhield met de Russische ambassade een jood was. Woedend ontbood de Führer de chef van de Abwehr, admiraal Canaris, en eiste het ontslag van alle als ‘Volljuden’ geldende informanten.

Nu durfde ook de Abwehrstelle in Wenen het niet meer aan berichten door te geven van hun joodse informant in Sofia. Het ‘wegvallen van de belangrijkste bron van de Abwehr’ bracht zowel majoor Baun als overste Gehlen in een precaire positie. Ook op het verzoek van de legerleiding om Hitler te bewegen tot een uitzonderingsregeling voor Kauder toonde de dictator zich ‘onverbiddelijk’. In november 1943 beklaagde Gehlen zich nog dat Hitler hem het gebruik had verboden van zijn ‘betrouwbaarste vertrouwensman, die ons de beste berichten over Rusland bracht’. Maar hij zou ‘al middelen en wegen gevonden’ hebben ‘om hem verder in te zetten’.

Richard Kauder, de legendarische agent ‘Klatt’, stierf als een gebroken man

Gehlen had inderdaad ingestemd met een regeling waarbij Richard Kauder als informant werd overgedragen aan de bevriende geheime dienst van het Hongaarse leger. Hij kreeg een nieuwe schuilnaam en verplaatste zijn standplaats naar Boedapest, vanwaar hij vanaf midden september 1943 zijn berichten met de gebruikelijke frequentie naar Wenen stuurde. En zo maakten de door een dubieuze Russische balling verzonnen en door een joodse vastgoedmakelaar geleverde berichten weer het leeuwendeel uit van het door Gehlen benutte inlichtingenmateriaal over de vijand in het Oosten.

Omdat zijn berichten nog steeds golden als belangrijk voor de oorlogsvoering, kon Kauder zijn positie bijna tot het einde van de oorlog behouden. Pas in februari 1945 werd hij in Wenen door de Gestapo gearresteerd wegens een deviezenvergrijp en op verdenking dat hij ervandoor wilde gaan. Met veel geluk overleefde Kauder de oorlog. Al in de zomer van 1945 trad hij in Salzburg in dienst van een daar gestationeerde kleine eenheid van de Amerikaanse geheime dienst OSS, deze keer onder de schuilnaam ‘Saber’ (Sabel).

Maar het contact met zijn – eveneens in Salzburg gestrande – voormalige leverancier van berichten, Longin Ira, werd hem door de Amerikanen ten strengste verboden. De Amerikanen hadden Ira en zijn belangrijkste Russische verklikkers uitverkoren als agenten voor een operatie met als doel te infiltreren in de geheime dienst van de Sovjet-Unie. Dat moest volgens de initiatiefnemers ‘een van de belangrijkste contraspionageoperaties aller tijden’ worden, en derhalve net zo geheim te behandelen als het ‘Manhattan Project’, de ontwikkeling van de Amerikaanse atoombom.

Daarmee werd de operatie van de Amerikaanse geheime dienst in Oostenrijk een gevaarlijke concurrent voor een project van de chef van de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger in Duitsland, generaal Edwin Luther Sibert, waarin Reinhard Gehlen centraal stond. Gehlen was pas op 9 april 1945 wegens foute prognoses door Hitler ontslagen en had met zijn opvolger en Hermann Baun een afspraak gemaakt: ze wilden hun diensten, en al hun inlichtingenmateriaal, aan de Amerikanen aanbieden, om na de onvermijdelijke nederlaag van Hitler-Duitsland de strijd tegen het bolsjewisme in Amerikaanse dienst en vooral met Amerikaans geld te kunnen voortzetten.

Voor zijn anticommunistische plannen vond Gehlen een enthousiaste medestander in generaal Sibert, in wiens sector hij in juli 1945 krijgsgevangene was gemaakt. Sibert installeerde hem en een paar van zijn uit Amerikaanse krijgsgevangenenkampen gehaalde voormalige medewerkers als ‘Fachstab Gehlen’. Hun analyses over de tactiek en de leiding van het Sovjetleger bevatten vooral opmerkingen van Gehlen over het vermeende karakter van de ‘oostelijke Slaven’, dat gekenmerkt zou worden door ‘zwart-witdenken’, een ‘neiging tot schematisch denken’ en een ‘grenzeloos wantrouwen tegen anderen, de wereld en zichzelf’.

Reinhard Gehlen in gesprek met een Russische officier, in 1943/1944. – © Getty
Reinhard Gehlen in gesprek met een Russische officier, in 1943/1944. – © Getty

Eind augustus 1945 moesten Gehlen en zijn medewerkers op instructie van het Amerikaanse ministerie van Defensie naar de VS vliegen. Daar werden ze echter niet ontvangen voor directe onderhandelingen over de opbouw van een Duitse geheime dienst, zoals Gehlen later in zijn memoires beweerde, maar om in een geheim verhoorcentrum ondervraagd te worden over de Duitse oorlogvoering aan het Oostfront.

Pas in de herfst van 1945 kon generaal Sibert Gehlens partner Baun opsporen en naar ‘Camp King’ in Oberursel laten brengen. Daar ontwikkelde Baun plannen voor een Duitse inlichtingendienst die onder zijn leiding voor de Amerikanen zou werken – een onderneming die Washington in een Europese variant 4 miljoen en in een wereldwijd opererende variant 8 miljoen dollar zou gaan kosten.

Deze plannen zag Baun wel in gevaar komen toen hij vernam dat de geheime dienst van de Amerikanen in Oostenrijk een soortgelijk project wilde opzetten met Longin Ira en zijn medestrijders, de voormalige leveranciers van inlichtingen die het werk van Gehlen en hem zo succesvol hadden doen lijken. Baun ging ertoe over om de beide Russen en hun partner Kauder bij de Amerikanen aan te geven als dubbelagenten, ‘van wie bekend was dat ze jarenlang voor de Sovjets hadden gewerkt’. Deze bevinding staat op deze manier nog altijd in de akten van de Westelijke Geallieerden.

Afgebrand, oncontroleerbaar en overschat

Maar zelfs met Bauns desinformatie kon generaal Sibert de operatie van de Amerikaanse geheime dienst in Salzburg aanvankelijk niet stoppen. De concurrentiestrijd tussen de in Salzburg en in Oberursel voorbereide projecten werd ten slotte beslecht doordat de geheime dienst OSS in de herfst van 1945 werd opgeheven en de restanten daarvan bij het Amerikaanse ministerie van Defensie werden ondergebracht.

De militairen in het ministerie besloten uiteindelijk ten nadele van de in Oostenrijk voorziene operatie en kozen voor het project om met de Duitse beroepsmilitairen Gehlen en Baun een voor de Amerikanen werkende Duitse geheime dienst op te bouwen. Gehlen, die een hogere rang had dan Baun, kreeg daarover de leiding – reden waarom de oude-nieuwe geheime dienst de firmanaam ‘Organisation Gehlen’ kreeg.

Kort voordat deze organisatie in 1956 opging in de Bundesnachrichtendienst (BND), konden Richard Kauders oude contacten daar de verleiding niet meer weerstaan om hem als informant aan te trekken, omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘een van de bekwaamste agenten van de Duitse geheime dienst’ was geweest. Maar nu maakten de Amerikanen duidelijk dat Kauder ‘volledig afgebrand, oncontroleerbaar en overschat’ was, en dat men van de Organisation Gehlen in geen geval berichten van zijn hand geleverd wilde krijgen.

Vier jaar later stierf Richard Kauder, de legendarische agent ‘Klatt’, als een gebroken man, verarmd en vereenzaamd, in een ziekenhuis in Salzburg. Hij werd op kosten van de gemeente begraven in een armengraf.

Auteur: Winfried Meyer
Vertaler: Piet Meeuse

Reinhard Gehlen bleef tot zijn pensionering in 1968 hoofd van de BND.

Winfried Meyer is onderzoeker aan het Zentrum für Antisemitismusforschung van de Technische Universität Berlin en auteur van Klatt. Hitlers jüdische Meisteragent gegen Stalin: Überlebenskunst in Holocaust und Geheimdienstkrieg (Metropol Verlag, Berlijn 2014).

Tagesspiegel
Duitsland | dagblad | oplage 132.000

Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt. Degelijke kwaliteitskrant, in 2005 onderscheiden voor zijn restyling.

Dit artikel van Winfried Meyer verscheen eerder in Der Tagesspiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.