• De Balie
  • Reader
  • 75 jaar zonder oorlog, wat hebben Europeanen geleerd?

75 jaar zonder oorlog, wat hebben Europeanen geleerd?

De Balie | Amsterdam | Géraldine Schwarz | 16 september 2020

Onze zwakke en sterke kanten ontdekken en ook anderen beter leren kennen, daartoe dient de geschiedenis, zegt Géraldine Schwarz. Als we naar een betere toekomst willen, helpt het volgens haar niet om standbeelden en straatnamen weg te halen. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid van miljoenen medeplichtige burgers ontkend.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog diende de geschiedschrijving louter ter glorificatie van de natie, om revanchisme aan te wakkeren of nationale helden te vereren. Het trauma van de oorlog leidde na 1945 in Europa tot een nieuwe missie: leren van het verleden.

Als we door het verleden te onderzoeken een beter heden willen creëren, volstaat het niet om een paar schuldigen uit de geschiedenis aan te wijzen en hun standbeeld omver te trekken. Natuurlijk wekken standbeelden van controversiële figuren zonder begeleidende tekst woede – zoals van koning Leopold II van België, de Britse slavenhandelaar Edward Colston in Bristol of de Nederlander Jan Pieterszoon Coen, die in 1621 met geweld de Banda-eilanden veroverde. Maar iconoclasme biedt vaak slechts een illusie van gerechtigheid. Daarna komt het vergeten en wat overblijft is de gemiste kans dat we ons verleden hadden kunnen benutten om onszelf beter te leren kennen.

‘Onze geschiedenis toont ons waar de mens toe in staat is. We moeten niet denken dat wij anders of beter zijn,’ zei de toenmalige West-Duitse president Richard von Weizsäcker in 1985 in een historische rede voor de Bondsdag.

Onze zwakke en sterke kanten ontdekken en ook anderen beter leren kennen – dat zouden we van de geschiedenis moeten willen leren.

Verlichting

Als we standbeelden en straatnamen weghalen, begraven we ook de verantwoordelijkheid van miljoenen medeplichtige burgers die een misdadig systeem aan de macht hielpen en in stand hielden. Koloniale leiders konden hun gang gaan omdat complete samenlevingen in Europa, in de Amerika’s, maar ook in de Arabische wereld en het Ottomaanse rijk dachten zoals zij. Die burgers hadden misschien geen bloed aan hun handen, maar velen profiteerden wél van de wrede overheersing van de ene mens door de andere – want dat is de kern van slavernij en kolonialisme. Deze medeplichtigheid van de massa is volgens mij een veel fundamenteler vraagstuk dan de schuld van een individuele slavenhandelaar of sadistische koloniaal.

Deze medeverantwoordelijkheid lijkt minder relevant in het obscurantistische tijdperk van Christoffel Columbus, toen analfabetisme, bijgeloof en het dictaat van de kerk weinig ruimte lieten voor zelfstandig denken, dan tijdens de Verlichting in Frankrijk, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland. Daar is het argument dat je het verleden ‘niet langs de meetlat van het heden kunt leggen’ moeilijker te verdedigen. Die landen waren volgens onze huidige normen weliswaar geen democratieën, maar ze gingen toch prat op hun burgerlijke vrijheden en tolerantie – terwijl ze die beginselen in hun koloniën aan hun laars lapten.

De Nederlanden maakten als eerste kennis met de Verlichting. In de zestiende eeuw verwierpen ze het goddelijk recht op koningschap, waarbij een vorst geen verantwoording schuldig is aan aards gezag. De Tachtigjarige Oorlog tegen het Spanje van Filips II, die uiteindelijk leidde tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, vormde de inspiratie voor de grote revoluties in Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten.

Dubbele moraal

De Republiek was haar tijd ook echt vooruit, met haar drang tot autonomie, saamhorigheid en een verlichte burgermaatschappij die autoritair bestuur en obscurantisme afwees. Maar ver weg voerde de Republiek meedogenloze, gewelddadige koloniale oorlogen en bedreef ze slavenhandel.

Later zouden de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk zich ook bezondigen aan een dubbele moraal. Ondanks de revoluties van de Verlichting bleven ze volkeren op grote schaal onderdrukken en uitbuiten door slavernij, rassensegregatie en kolonialisme. Dat ging door na de Tweede Wereldoorlog, nadat de overwinnaars hun morele superioriteit over het fascisme hadden geproclameerd. De vraag is in hoeverre deze dubbele moraal de denkbeelden van de Verlichting ongeloofwaardig maakt. Immers, miljoenen Franse, Britse, Nederlandse, andere Europese en Amerikaanse staatsburgers deden mee aan dit immorele, ondraaglijk hypocriete gedrag.

Dit fundamentele inzicht doet ons onze huidige verantwoordelijkheden beseffen, de tegenstrijdigheden en de consequenties van ons handelen en onze consumptiepatronen. Zo kunnen we onze eigen feilbaarheid en meegaandheid onder ogen zien, in plaats van de verantwoordelijkheid altijd af te schuiven op onze leiders, op anderen, en beseffen dat je een perfide systeem niet actief hoeft te dienen om toch medeplichtig te zijn.

Meelopen met de menigte uit onverschilligheid, opportunisme of conformisme is ook een vorm van medeplichtigheid. Alleen vanuit dit perspectief kunnen we van het verleden leren – en beseffen dat we meestal wél een keuze hebben.

Het vermogen om excuses aan te bieden is geen wijdverbreid talent

Om van de geschiedenis te kunnen leren moeten we ook ons vermogen ontwikkelen om empathie te voelen, ons in te leven in het perspectief van het slachtoffer, de onderdrukte, de vernederde.

Maar de duistere kanten van het verleden erkennen moet niet resulteren in een schuld- of slachtoffercultuur, noch moet het worden gebruikt om haat of sektarische sentimenten op te stoken, of een anachronistische of manicheïsche visie op het verleden te propageren. Geen verzoening is echter blijvend, geen vrede is stabiel, geen verleden kan worden afgesloten zonder die ene essentiële stap: de bereidheid om excuses aan te bieden. Hoeveel mensen deinzen hier echter niet voor terug! Groot-Brittannië, dat ooit een vijfde deel van de wereld overheerste, weigert nog steeds excuses aan te bieden voor de economische uitbuiting en rassensegregatie in zijn kolonies. En ook voor de goed gedocumenteerde slachtpartijen zoals die in India of in de jaren vijftig in Kenia tijdens de opstand van de Mau Mau-beweging plaatsvonden.

Daarbij sloten de Britten bijna de hele Kikuyuaanse gemeenschap [de grootste etnische groep van Kenia] op in detentiekampen en reservaten, waarbij tienduizenden doden vielen. Toen de nabestaanden de Britten in 2000 aanklaagden, betuigde de regering ‘spijt’, maar bood geen excuses aan. Als Londen wordt geconfronteerd met deze wandaden, wordt aansprakelijkheid voor de wandaden van het koloniale bewind stelselmatig afgewezen. Alsof de plaatselijke gouverneurs destijds volkomen op eigen gezag handelden – terwijl ze in werkelijkheid nauwgezet de instructies van de regering in Londen volgden.

In Britse scholen, musea en de meeste media lijkt weinig aandacht te bestaan voor stilstaan bij de fouten uit het verleden. En hoeveel straten en standbeelden zijn er niet die nog steeds de leiders van het oude Empire eren! Een deel van de elite die zo ijverde voor de brexit, komt uit families die hun fortuin maakten in de kolonies. Ze gingen naar elitescholen waar de tradities van het Empire nog levend worden gehouden. Zo bleef de illusie in stand dat Groot-Brittannië wereldwijd genoeg invloed heeft om op eigen houtje te kunnen handelen – terwijl die invloed in werkelijkheid gestaag is afgekalfd.

Excuses

De Britten zijn niet de enigen. Het vermogen om excuses aan te bieden is geen wijdverbreid talent. Toen Mexico in 2019 excuses vroeg aan Spanje vanwege de wrede onderdrukking van de inheemse bevolking tijdens de Spaanse veroveringen in de zestiende eeuw, reageerde Madrid verontwaardigd; het verleden mocht niet beoordeeld worden naar hedendaagse maatstaven.

Nu kan men het obscurantisme dat destijds in Spanje en Portugal heerste inderdaad aanvoeren als verzachtende omstandigheid. Met dergelijke argumenten moet je echter voorzichtig zijn, want er kunnen allerlei misdaden mee worden goedgepraat die onder invloed van een fanatieke ideologie zijn gepleegd. Het Spaanse argument wordt minder geloofwaardig, omdat Madrid ook de ogen sloot voor de misdaden van het Franco bewind. Na Franco’s dood in 1975 werd er een amnestiewet uitgevaardigd waardoor iedereen die aan die misdaden had deelgenomen, ongestraft bleef. De slachtoffers bleven achter met hun pijn, moesten zelf op zoek naar de stoffelijke resten van de 140.000 mensen die tijdens de dictatuur waren ‘verdwenen’.

In 2007 werd in Spanje de ‘Wet op de Historische Herinnering’ aangenomen, die onder andere beoogde de slachtoffers van het Franco-regime te steunen en de symbolen van de dictatuur uit de openbare ruimte te verwijderen. Echter pas in oktober 2019 werd Franco’s stoffelijk overschot opgegraven uit het mausoleum in de Valle de los Caídos [Vallei van de gevallenen] en kwam er een eind aan dit onverdraaglijke eerbetoon van staatswege. Het onvermogen om het verleden onder ogen te zien heeft in sommige delen van de Spaanse samenleving geleid tot een gevaarlijke relativering van Franco’s wandaden, met als uitvloeisel de opkomst van een antidemocratische, extremistische partij.

Italië heeft de talloze slachtoffers van zijn gewelddadige kolonialistische buitenlands beleid onder het fascisme nooit herdacht: wreedheden en bloedbaden in Libië, Ethiopië, Griekenland en Joegoslavië en de internering van tienduizenden mensen in fascistische concentratiekampen. Er is amper een zuil, gedenkteken of museum te vinden waarmee deze historische verantwoordelijkheid recht wordt gedaan.

De ontkenning van deze misdaden heeft geleid tot een opkomst van racisme en populisme

Weinig Italianen kennen deze misdaden – toen Italië de Aksum-obelisk teruggaf die Mussolini tijdens zijn bloedige veroveringsoorlog uit Ethiopië had geroofd, reageerden veel Italianen verontwaardigd. En bijna niemand stoort zich aan de grote obelisk – met het opschrift ‘Mussolini Dux’ (leider) – die nog steeds in Rome staat, zonder enige begeleidende tekst. Net als in Spanje heeft de ontkenning van deze misdaden in delen van de samenleving geleid tot een rehabilitatie van het fascisme en bijgedragen tot de opkomst van racisme en populisme.

In Frankrijk zijn niet alle aspecten van het koloniale tijdperk belicht. Dat geldt vooral voor de wreedheden die zijn begaan tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog, waarna 800.000 Fransen van Algerijnse afkomst het land werden uitgezet. De herinnering aan die oorlog voedt nog steeds wrok, vooral onder de nazaten van de Algerijnse immigranten – van wie er velen in de troosteloze banlieues wonen.

Maar in Frankrijk is ontkenning niet langer het overheersende sentiment in het onderwijs, musea of in de media. Ook de meeste politici veroordelen het kolonialisme als een onrechtvaardig en wreed systeem. President Macron noemde het in 2017 zelfs een ‘misdaad tegen de mensheid’. Desondanks weet Frankrijk dit inzicht niet goed om te zetten in een vorm van democratische verantwoordelijkheid, noch bij het bestuur noch bij de burgers.

Spijt

In 2013 betuigde de Nederlandse ambassadeur in Indonesië ‘spijt’ voor de excessen van de Nederlandse troepen tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog van 1945 tot 1949. Dit gebaar volgde op de juridische procedure die de weduwen van de slachtoffers hadden aangespannen tegen de Nederlandse staat. In maart 2020 herhaalde koning Willem-Alexander onverwacht deze excuses tijdens een staatsbezoek aan Indonesië. Toch worstelt Nederland nog steeds met zijn koloniale verleden. In excuses maken zijn de Nederlanders niet goed. In januari 2020 waren ze een van de laatste landen in Europa die excuses maakten voor het feit dat de overheid de joodse gemeenschap tijdens de bezetting door de nazi’s niet heeft beschermd. Van de Nederlandse joden werd bijna 80 procent weggevoerd en vermoord.

Het lijkt of Nederland nu beter begrijpt hoe je de last van het verleden ten goede kunt keren – kijk de demonen uit het verleden in de ogen, in plaats van ze te negeren. En het laat zien dat in het reine komen met het verleden belangrijk is voor de democratische volwassenwording van een land.

Onderdrukte geschiedenis is als een boemerang. Ze komt terug in de vorm van spanningen en verdeeldheid in de samenleving, populisme, antisemitisme en racisme. Internationale betrekkingen lopen schade op en de vrede staat onder druk.

Als Europa in de wereld een normatieve invloed wil uitoefenen, als het op een geloofwaardige manier zijn model van een open, democratische samenleving tegenover de opkomst van autoritaire, onderdrukkende regimes wil plaatsen, dan moeten de voormalige koloniale mogendheden hun historische verantwoordelijkheden nemen.

Collectief geheugen

Koloniale geschiedenis is de belangrijkste verbinding tussen ‘autochtone’ Europeanen en Europeanen met een migratieachtergrond. Als we vreedzame betrekkingen willen en een inclusieve Europese identiteit, moeten we die geschiedenis integreren in het collectieve Europese geheugen.

Misschien is het koloniale verleden wel zo verdrongen omdat een ander verleden een zwaarder stempel drukte: de Tweede Wereldoorlog, het totalitarisme en de Holocaust. Europa is gebouwd op de belofte ‘nooit meer’ en heeft een ongelooflijke hoeveelheid energie besteed aan de concrete invulling van die twee woorden.

Het is nu 75 jaar na de oorlog, wat hebben wij Europeanen geleerd?

Aan de coronapandemie kunnen we afmeten hoeveel we zijn opgeschoten. Enerzijds wordt duidelijk dat we niet zo goed zijn in leren van de geschiedenis. Het gemak waarmee zogenaamde ‘vrije’ samenlevingen elementaire vrijheden opgaven, zoals de vrijheid van reizen of vergadering, heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoe effectief de ‘angstfactor’ is. Niet dat de lockdown niet gerechtvaardigd was, maar hoeveel Europeanen accepteerden zonder publiek debat, zonder discussie alle maatregelen, ook de disproportionele of onlogische? Dit blind voorrang geven aan veiligheid ten koste van vrijheid is een gevaarlijke reactie. Het heeft al de deur opengezet voor een zorgwekkende ontwikkeling: onze toenemende bereidheid om in naam van een betere aanpak van de pandemie allerlei surveillancemiddelen te accepteren.

Solidariteit

Maar de pandemie heeft ook laten zien dat we van de catastrofes van de twintigste eeuw een essentiële les hebben geleerd: als de mens ophoudt mens te zijn, richt hij zichzelf te gronde. In een tijd waarin een technologische, economische visie mensen reduceert tot algoritmes, consumenten, vervangbare modellen zijn de meesten van ons er juist van doordrongen geraakt dat ieder mens uniek en onvervangbaar is en een fundamenteel recht op leven heeft.

Toen utilitaire opvattingen over de logica van natuurlijke selectie en het opofferen van de minderheid ten bate van het zogenaamde algemeen welzijn de kop opstaken, triomfeerde de weigering om de mens het recht te geven om te beslissen over leven en dood, om de waarde van het ene leven af te wegen tegen het andere – oud tegen jong, gezond tegen ziek, maar ook ingezetene tegen vreemdeling, Frans tegen Italiaans, Duits tegen Frans. Het duurde even, maar Europese solidariteit bleek te bestaan.

Deze lessen van de geschiedenis zijn er niet voor de bühne van het moreel besef. Solidariteit tussen generaties en tussen Europese landen is geen kwestie van humanistische idealen, maar is onmisbaar voor de mensheid zelf, dus voor ons allemaal. Want morgen, wanneer vele uitdagingen ons wachten, zal het overleven van de enkeling afhangen van het vermogen van anderen om mens te zijn.

Auteur: Géraldine Schwarz

Géraldine Schwarz (1974) is een Duits-Franse journalist en documentairemaker. In de geschiedenis van de Europese democratie onderzoekt zij de opkomst van het populisme en de verwerking van het verleden die als fundament heeft gediend voor de Duitse democratie. Schwarz verbindt steeds haar familiegeschiedenis met de grote geschiedenis, legt verbanden, en ziet parallellen in de huidige politieke ontwikkelingen.

Dit artikel van Géraldine Schwarz verscheen eerder in De Balie.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.