• The New York Times
  • Azië
  • Achter de schermen bij het Myanmarese leger. ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld’

Achter de schermen bij het Myanmarese leger. ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld’

Parade van de Tatmadaw ter gelegenheid van de 76ste Dag van de Strijdkrachten afgelopen maart in Naypyidaw, Myanmar. – © Xinhua / Zhang / AFP
The New York Times | New York | Hannah Beech | 12 mei 2021

In Myanmar leven de militairen apart van de rest van de samenleving. Ze mogen hun bases nauwelijks onbegeleid verlaten en hebben geen toegang tot internet. In combinatie met een gestaag propagandadieet, leidt dit tot tot de overtuiging dat burgers – de zogenaamde vijand – zonder pardon mogen worden gedood.

Kapitein Tun Myat Aung boog zich over het hete wegdek in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en raapte kogelhulzen op. Hij voelde zich misselijk worden. De hulzen, wist hij, betekenden dat er geweren waren gebruikt, dat er met echte kogels op echte mensen was geschoten.

Diezelfde avond, begin maart, ontdekte hij op Facebook dat er in Yangon meerdere burgers waren gedood door soldaten van de Tatmadaw, zoals het Myanmarese leger wordt genoemd. Door mannen in uniform, net als hij.

Enkele dagen later glipte de kapitein van de 77ste Lichte Infanteriedivisie, berucht om het massaal afslachten van burgers in heel Myanmar, de basis uit en deserteerde. Hij zit nu ondergedoken.

‘Ik hou zoveel van het leger,’ zegt hij. ‘Maar de boodschap die ik aan mijn medemilitairen wil meegeven is: Als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan alsjeblieft voor het land.’

Robotleger

De Tatmadaw, die over een half miljoen parate manschappen zegt te beschikken, wordt vaak afgeschilderd als een robotleger dat getraind is om te doden. Na het afzetten van de burgerregering van Myanmar twee maanden geleden, dat overal in het land tot protesten heeft geleid, hebben de militairen hun meedogenloze reputatie alleen maar versterkt door het doden van meer dan 420 mensen en het aanvallen, gevangenzetten of martelen van duizenden anderen.

Op zaterdag 27 maart, de dodelijkste dag sinds de coup op 1 februari, hebben de veiligheidstroepen volgens de Verenigde Naties meer dan honderd mensen gedood. Zeven van hen waren kinderen, onder wie twee jongens van dertien en een jongen van vijf.

‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen’

Uit diepgaande interviews met vier officieren, van wie er twee na de coup zijn gedeserteerd, komt een complex beeld naar voren van een institutie die Myanmar al zes decennia lang domineert. Vanaf het moment dat ze aan hun opleiding beginnen leren manschappen van de Tatmadaw dat ze hoeders zijn van een land en een religie die zonder hen ten onder zullen gaan.

Ze vormen een geprivilegieerde staat binnen een staat, waarin militairen apart van de rest van de samenleving leven en werken en een ideologie ingeprent krijgen die hen ver boven de burgerbevolking verheft. De beschreven officieren worden continu in de gaten gehouden door hun meerderen, zowel in de kazerne als op Facebook. Een gestaag propagandadieet voedt hun idee dat er op iedere straathoek vijanden staan.

Lees ook:

Dit leidt alles bij elkaar tot een wereldbeeld dat het rechtvaardigt om ongewapende burgers zonder pardon dood te schieten. Hoewel er volgens de militairen enige onvrede over de staatsgreep bestaat, achten ze het onwaarschijnlijk dat het leger op grote schaal in opstand zal komen. Dat maakt meer bloedvergieten tijdens de komende dagen en maanden des te waarschijnlijker.

‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld,’ zegt een kapitein die is afgestudeerd aan de prestigieuze militaire academie van Myanmar. Net als de twee anderen met wie The New York Times heeft gesproken, wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien vanwege mogelijke represailles; hij is nog in actieve dienst.

Parade van de Tatmadaw ter gelegenheid van de 76ste Dag van de Strijdkrachten afgelopen maart in Naypyidaw, Myanmar. – © Xinhua / Zhang / AFP

‘Ik ben bij de Tatmadaw gegaan om het land te beschermen, niet om tegen ons eigen volk te vechten,’ zegt hij. ‘Ik vind het zo verschrikkelijk om soldaten onze eigen mensen te zien doden.’

De Tatmadaw verkeert al sinds het land onafhankelijk werd in 1948 op voet van oorlog met militaire guerrilla’s, etnische opstandelingen en pleitbezorgers van de democratie. Binnen de cultachtige grenzen van de Tatmadaw wordt het boeddhistische Bamar-volk, dat de etnische meerderheid vormt, verheerlijkt ten koste van de vele etnische minderheden die Myanmar rijk is en die al decennia lang met militaire onderdrukking worden geconfronteerd.

De vijand kan zich ook in de eigen gelederen bevinden. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Daw Aung San Suu Kyi, de burgerleider die na de staatsgreep van twee maanden geleden is afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, heeft de Tatmadaw opgericht. 

Tegenwoordig komen de vijanden van de Tatmadaw niet langer uit het buitenland maar uit eigen land: de miljoenen mensen die de straat op zijn gegaan om tegen de staatsgreep te protesteren of die aan stakingen hebben deelgenomen.

Beschermen

Op zaterdag 27 maart, de Dag van de Strijdkrachten, hield generaal Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber die de staatsgreep in gang heeft gezet, een toespraak waarin hij zwoer ‘het volk tegen alle gevaar te beschermen’. Terwijl tanks en soldaten over de brede avenues van Naypyidaw paradeerden, de hoofdstad vol bunkers die door een eerdere junta is gebouwd, schoten in meer dan veertig steden veiligheidstroepen op zowel demonstranten als omstanders.

‘Ze beschouwen demonstranten als criminelen omdat iedereen die niet aan het leger gehoorzaamt of ertegen protesteert een crimineel is,’ zegt kapitein Tun Myat Aung. ‘De meeste soldaten hebben hun hele leven nog geen democratie meegemaakt. Ze weten nog niet wat dat inhoudt.’

Hoewel de Tatmadaw in de vijf jaar die aan de staatsgreep voorafging enige macht met een gekozen regering heeft gedeeld, behielden de militairen hun greep op het land. Ze hebben hun eigen conglomeraten, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, aandelenopties, mobiele netwerk en groentekwekerijen.

‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen’

Het leger runt televisiestations, uitgeverijen en een filmindustrie met opwindende titels als Happy Land of Heroes en One Love, One Hundred Wars. De Tatmadaw heeft dansgroepen, traditionele muziekensembles en vragenrubrieken waarin vrouwen worden gemaand zich zedig te kleden.

Verreweg de meeste officieren en hun gezinnen wonen op een militair complex, waar al hun bewegingen worden gevolgd. Sinds de staatsgreep hebben de meesten van hen die complexen niet langer dan een kwartier zonder toestemming mogen verlaten.

‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen,’ zegt een officieren die na de staatsgreep is gedeserteerd. ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen. We mogen de juistheid of onjuistheid ervan niet aan de orde stellen.’

Officierskinderen

Kinderen van officieren trouwen vaak met andere officierskinderen, of met het nageslacht van rijke zakenlieden die van hun militaire connecties hebben geprofiteerd. Infanteristen brengen dikwijls de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de Raad voor het Staatsbestuur, zoals de junta die vorige maand de macht heeft gegrepen zichzelf noemt, is een kluwen van onderling verstrengelde stambomen.

Zelfs tijdens de vijf jaar van politieke openheid was een kwart van de parlementszetels voor mannen in het groen gereserveerd. Ze mengden zich niet met andere parlementsleden en stemden alleen maar en bloc. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen.

‘Ik wil heel graag het volk dienen, maar militair zijn betekent dat je de leiders van de Tatmadaw dient,’ zegt een legerarts in Yangon. ‘Ik wil ontslag nemen, maar dat kan niet. Als ik dat doe, sturen ze me naar de gevangenis. Als ik vlucht, martelen ze mijn familie.’

De geïsoleerde positie van de Tatmadaw verklaart misschien mede waarom de leiding de felheid van het verzet tegen de putsch heeft onderschat. Officieren die in psychologische oorlogvoering zijn getraind, planten dikwijls complottheorieën over democratie in Facebookgroepen die worden bezocht door militairen, aldus socialmedia-experts en een van de officieren die met onze krant sprak.

Een moslimsamenzwering wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof de kop in te drukken

In deze paranoïde wereld viel de dreun die Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie tijdens de verkiezingen van afgelopen november toebracht aan de partij die de steun van het leger genoot, gemakkelijk af te schilderen als verkiezingsfraude.

Een moslimsamenzwering, gefinancierd door rijke oliesjeiks, wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof van de Myanmarese meerderheid de kop in te drukken. Invloedrijke monniken, aan wier voeten ook generaals bidden, prediken dat de Tatmadaw en de boeddhistische monniken zich moeten verenigen om de islam te bestrijden.

Demonstranten maken de drievingergroet voor democratie. – © AFP

De Tatmadaw wil doen geloven dat het roofzuchtige Westen Myanmar elk moment kan veroveren. Angst voor een invasie geldt als een van de redenen waarom de militaire machthebbers de hoofdstad begin deze eeuw van Yangon, dat aan de kust ligt, naar de landinwaarts gelegen stad Naypyidaw hebben verplaatst.

‘Nu doden soldaten mensen met het idee dat ze hun land voor buitenlandse interventie behoeden,’ zegt de kapitein die nog in actieve dienst is. Zijn brigade is in een niet nader genoemde stad ingezet om een woedende volksmenigte in toom te houden.

De gevreesde invasie hoeft niet per se door de lucht of over zee te komen, maar kan ook door de ‘zwarte hand’ van buitenlandse invloed worden bewerkstelligd. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger voor de democratie, wordt in kringen van de Tatmadaw beschuldigd van pogingen het land te ondermijnen met grote sommen geld voor activisten en politici. Een legerwoordvoerder impliceerde tijdens een persconferentie dat ook mensen die tegen de staatsgreep protesteren door het buitenland worden gefinancierd.

Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij tijdens zijn eerste jaar op de militaire academie een film te zien kreeg waarin democratische activisten uit 1988 werden afgeschilderd als dolgedraaide beesten die soldaten het hoofd afsneden. In werkelijkheid werden dat jaar duizenden betogers en anderen door de Tatmadaw gedood.

Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung werd kortgeleden in het oog getroffen door een projectiel uit de katapult van een betoger, zegt hij. Maar de kapitein erkent dat de andere kant beduidend veel meer slachtoffers heeft gemaakt.

‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld’

Op Facebookberichten van de Tatmadaw zie je soms soldaten die worden belegerd door gewelddadige betogers met zelfgemaakte brandbommen. Maar in werkelijkheid zijn het de veiligheidstroepen die artsen hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders hebben gedwongen nederig door het stof te kruipen.

Volgens de militairen die met onze krant hebben gesproken was het opschorten van de toegang tot mobiele data de afgelopen twee weken evenzeer bedoeld om manschappen te isoleren die twijfels begonnen te krijgen over de bevelen die ze kregen, als om de bevolking onwetend te houden.

Kort na de staatsgreep verklaarden enkele militairen zich op Facebook solidair met de betogers. ‘Het leger is aan het verliezen. Geef niet op, mensen’, schreef een inmiddels ondergedoken kapitein in een Facebookbericht. ‘Uiteindelijk zal de waarheid zegevieren.’

Loyaliteit

De geïsoleerde positie van de Tatmadaw dient ook een ander doel. Decennia lang heeft het leger op talrijke fronten tegen talrijke vijanden gevochten, voornamelijk gewapende etnische groeperingen die op zelfbestuur aandrongen. Een sterk gevoel van saamhorigheid is nodig om desertie te beperken en loyaliteit te bevorderen.

Dodentallen worden niet gepubliceerd in Myanmar omdat ze als een staatsgeheim worden beschouwd. Maar uit uitgelekte documenten die The New York Times heeft kunnen inzien, zoals over een aantal gesneuvelde soldaten in de westelijke staat Rakhine een paar jaar geleden, blijkt dat er elk jaar minimaal honderden militairen omkomen.

Volgens de kapitein die nog in actieve dienst is, is het gebruikelijk dat ongetrouwde militairen lootjes trekken om met de weduwe van een in de strijd gesneuvelde collega te kunnen trouwen. De vrouw, zegt hij, heeft weinig te zeggen over wie haar nieuwe man wordt. ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld.’

Etnische minderheden, die ruwweg een derde van de Myanmarese bevolking uitmaken, leven in voortdurende angst voor de Tatmadaw, die door onderzoekers van de Verenigde Naties van genocidale acties is beschuldigd, waaronder massaverkrachtingen en executies. De bekendste slachtoffers van zulke campagnes zijn de Rohingya-moslims, maar ze hebben zich ook op andere etnische groeperingen gericht, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine.

Kapitein Tun Myat Aung zegt dat toen zijn 77ste Lichte Infanteriedivisie in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar vocht, hij de weerzin van mensen uit diverse etnische groeperingen kon voelen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid maar al te goed.

‘Etnische minderheden haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan’

Hoewel hij zegt alleen te hebben geschoten om te verwonden, niet om te doden, heeft kapitein Tun Myat Aung acht jaar in de frontlinies doorgebracht. Volgens hem heeft hij in al die tijd maar met één dorpeling contact gehad. ‘Mensen haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan,’ zegt hij.

Maar de Tatmadaw heeft hem ook gered. Zijn moeder overleed toen hij tien was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een kostschool voor leerlingen uit etnische minderheden gestuurd, waar hij uitblonk. Op de militaire academie leerde hij natuurkunde en Engels. ‘Het leger werd mijn familie,’ zegt hij. ‘Ik was automatisch blij als ik mijn uniform zag.’

In de vroege uurtjes van 1 februari klom een nog half slapende kapitein Tun Myat Aung in Yangon in een legertruck en gordde zijn helm vast. Hij wist pas wat er aan de hand was toen een collega iets over een staatsgreep fluisterde. ‘Op dat moment was het alsof ik alle hoop voor Myanmar verloor,’ zegt hij. 

Enkele dagen later zag hij zijn majoor met een doos kogels, echte, niet van rubber. Die nacht huilde hij. ‘Ik realiseerde me,’ zegt hij, ‘dat de meeste militairen het volk als de vijand beschouwen.’ 

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.