• The Spectator
  • Reader
  • Blijft globalisering de norm?

Blijft globalisering de norm?

The Spectator | Londen | 31 maart 2020

De coronacrisis legt de zwakke plekken van onze geglobaliseerde economieën bloot. Maar zijn we klaar om het model op te geven dat ons zo rijk heeft gemaakt?

Tien jaar geleden kwam de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) met een nieuwe definitie van een pandemie: een ziekte die een groot aantal mensen besmet en zich snel over de wereld verspreidt. Dezer dagen volgt dat tweede criteria vaak al snel zodra aan het eerste is voldaan. Alles verspreidt zich tegenwoordig sneller: goederen, diensten, ziekten en – niet onbelangrijk – angst.

Terwijl het aantal gevallen van covid-19 toeneemt, neemt ook de schade als gevolg van onze reactie daarop toe: begin maart waren al voor een bedrag van 1,5 biljoen dollar vluchten gecanceld, orders opgeschort en bedrijven gesloten. In onze gegloba-liseerde, onderling verbonden wereld is dat een onvermijdelijk gevolg.

Een virus dat ontstond in Wuhan heeft geleid tot de afgelasting van grote sportevenementen als de Olympische Spelen, het EK voetbal en diverse marathons. Tot het ‘strijdplan’ van Boris Johnson om de verspreiding van het virus te vertragen en te mitigeren behoren no-gozones en een verbod op grootschalige bijeenkomsten. Overal ter wereld gaat er een streep door zakenreizen en worden opdrachten uitgesteld. Maar dit is niet alleen een kritiek moment voor sommige bedrijven, of zelfs voor sommige landen, het zou weleens een omslagpunt kunnen betekenen voor de globalisering zelf.

Sinds het begin van deze eeuw is globalisering de norm, die door geen van de grootste landen ter wereld ter discussie wordt gesteld, laat staan bestreden. Globalisering wordt simpelweg als de toekomst beschouwd. Van grotere verbondenheid en groeiende markten wordt iedereen rijker. Als je de kosten kunt drukken door je iPhones in China te laten maken of je Schotse langoustines te laten pellen in Thailand, waarom zou je dat dan nalaten?

En het werkte, voor miljoenen mensen. De armoede daalde, de gemiddelde levensverwachting nam met sprongen toe. Door goedkoop te kopen deelden we onze welvaart. Wie kon daar nou tegen zijn?

Disruptie

Maar globalisering leidt ook tot disruptie. Automatisering, stagnatie van lonen en de ondergang van traditionele industriesectoren hebben het feestje bedorven, want velen die het meevierden werden steeds minder tevreden over hun aandeel in het systeem. Terecht of niet, velen leggen de schuld voor hun problemen bij de globalisering. Het coronavirus bederft het feestje alleen maar voor nóg meer mensen en drukt ons met onze neus op de risico’s die bijvoorbeeld de Britten lopen wanneer ze de helft van hun gereedschap in China laten maken. Wanneer buitenlandse fabrieken de deuren sluiten, komt de machinerie in eigen land tot stilstand. Ongeacht het verdere verloop van de crisis verwacht de OESO dat de wereldeconomie zal krimpen. Het gaat niet om getallen in een spreadsheet: honderden miljarden dollars zijn al in rook opgegaan.

De directe buitenlandse investeringen nemen al drie jaar op rij af

Wat Donald Trump betreft bewijst dat alleen maar zijn gelijk. Twee jaar geleden zei hij voor de algemene vergadering van de Verenigde Naties dat hij het ‘globalisme’ afwees. Sindsdien heeft hij de handelsoorlog met China opgevoerd om dat te bewijzen. Hij werd er destijds belachelijk om gemaakt, maar zelfs Emmanuel Macron, de Franse president en de zogenaamde kampioen van het wereldwijde liberalisme, erkent nu dat de globalisering een ‘grote crisis’ doormaakt. Het idee van de Europese Unie dat er in de toekomst geen grenzen meer zullen zijn, kwam onder vuur te liggen van haar eigen kiezers, en doordat de veranderende bevolkingssamenstelling daartoe noopte. De grenzen zijn weer helemaal terug, eerst om immigranten tegen te houden, nu om de ziekte een halt toe te roepen. Toen Oostenrijk vorige maand besloot een grensmuur met Italië in te stellen, paste dat in een trend: in 1989, na de val van de Berlijnse Muur, waren er vijftien van die muren die landen van elkaar scheidden, nu zijn het er 77. En het worden er meer.

Normaal gesproken is dit een van de drukste kruispunten van de stad. Als maatregel tegen de verspreiding heeft minister-president Narendra Modi op 24 maart een nationale lockdown verordend. © Debajyoti Chakraborty/NurPhoto via Getty Images
Normaal gesproken is dit een van de drukste kruispunten van de stad. Als maatregel tegen de verspreiding heeft minister-president Narendra Modi op 24 maart een nationale lockdown verordend. © Debajyoti Chakraborty/NurPhoto via Getty Images

Deglobalisering

Het coronavirus zelf draagt in hoge mate bij aan deglobalisering. Reizen is niet langer mogelijk, niet voor eigen ingezetenen en niet voor toeristen. Werknemers kunnen daardoor niet meer naar hun werk, winkels en restaurants zijn gesloten en de aanvoerlijnen tussen landen zijn afgesneden. Toen in 2002 het sars-virus uitbrak, was China goed voor nog maar 4 procent van de wereldeconomie. Tegenwoordig is dat 16 procent. China kon
zo hard groeien doordat veel bedrijven afhankelijk werden van goedkope Chinese export en zich er niet druk om maakten dat een autoritair land de spil van de wereldwijde productie werd. Maar de prioriteiten en de opvattingen veranderen nu razendsnel.

Het idee van globalisering berust op het vrije (of bijna vrije) verkeer van goederen. Covid-19 herinnert ons eraan dat dat idee telkens opnieuw onder druk staat: van populisten, van terroristen, en nu dus van een nieuw virus. Het zogeheten ‘just-in-time’-assemblageproces – waarbij onderdelen worden aangeleverd vlak voordat er een product van wordt gemaakt – is goedkoop en efficiënt, maar erg risicovol gebleken nu de wereld op slot gaat. Van techbedrijven tot de farmaceutische industrie: de zwakke plekken in de aanvoerlijnen komen aan het licht. Europese autofabrikanten merken nu al dat zich problemen in de productielijnen voordoen. Wanneer de Duitse auto-industrie afgesneden raakt van buitenlandse leveranciers (of Chinese consumenten), zou dat het land in een recessie kunnen storten.

Veel bedrijven weten dat ze zich veel te afhankelijk hebben gemaakt van productieprocessen waar ze geen controle over hebben. Ze maakten zich al zorgen over tarieven, handelsoorlogen en de losse omgang van China met intellectuele eigendom lang voordat het vermogen van Beijing om een epidemie te smoren in twijfel werd getrokken. Het afgelopen najaar rekende Apple uit wat het zou kosten om eenderde van zijn productie uit China weg te halen om de risico’s in Zuidoost-Azië te spreiden. Maar hoewel onder bedrijven sprake is van een trend om hun investeringen in China af te bouwen, stop te zetten of terug te trekken, is dat een lang en moeilijk proces.

Onvrede

Degenen die optimistisch zijn over de wereldhandel wachten al sinds de crisis van 2008 tot ‘alles’ weer ‘normaal’ wordt. Dat wordt het niet, en dat wordt het waarschijnlijk nooit. De crisis schokte niet alleen het vertrouwen in de aandelen- en de huizenmarkt, het tastte het geloof aan dat de globalisering in haar huidige vorm nieuwe economische problemen aankon. De groei van de wereldhandel is sinds 2012 substantieel afgenomen, met de langste periode van relatieve stagnatie van de handel sinds de Tweede Wereldoorlog tot gevolg. Mondiaal nemen de directe buitenlandse investeringen al drie jaar op rij af.

De grote voordelen die het gevolg zijn van wereldwijde verbondenheid worden inmiddels als normaal beschouwd en de schijnwerpers staan gericht op de nadelen van globalisering. Door de opkomst van het inter-nationale bedrijfsleven hebben werknemers het idee dat ze geen band meer hebben met hun baas. Ook voedt het de onvrede over ongelijkheid en de vijandigheid jegens degenen die het voor het zeggen hebben. De bezorgdheid over het milieu staat op gespannen voet met de koolstofuitstoot die nodig is om onszelf en onze spullen de wereld over te slepen.

We weten nog niet hoeveel doden het coronavirus zal eisen vergeleken met een gewone griep (elk jaar goed voor 17.000 doden in het Verenigd Koninkrijk [en vorig jaar in Nederland voor 2900 doden]), maar het ziet ernaar uit dat de gevolgen van het virus nog lang zullen aanhouden, waarmee het een keerpunt in de geschiedenis van de hyperglobalisering zal blijken te zijn. De status quo heeft zijn politieke krediet verspeeld.

Steeds meer politieke leiders en CEO’s van grote bedrijven beschouwen verbondenheid met de rest van de wereld als een blok aan het been, in plaats van als een verworvenheid. Er is vraag naar technologie die de afhankelijkheid van productie in het buitenland kan terugdringen: vooruitgang op terreinen als 3D-printen kan aanvoerketens die sinds het begin van de wereldhandel noodzakelijk waren achterhaald en overbodig maken. Goedkope hernieuwbare energie zou de belangstelling voor fabricage in eigen land weer kunnen aanwakkeren.

Een virus zal de globalisering niet meteen kunnen terugdraaien. Maar covid-19 zou de verschuiving van economische structuren die de afgelopen twintig jaar hebben gekenmerkt weleens kunnen versnellen. Wat er daarna zal komen, zal worden bepaald door een wereld die verslaafd is aan onderlinge verbondenheid, maar genoeg heeft van de minkanten. Of het een welvarende wereld zal zijn, hangt af van het antwoord op de vraag of we zullen blijven vasthouden aan datgene wat ons ooit die welvaart heeft gebracht.

Kate Andrews

The Spectator
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 85.500

Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

Dit artikel van verscheen eerder in The Spectator.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.