Catalaanse toestanden

La Vanguardia

| Barcelona | Enric Juliana | 27 augustus 2015

In de Spaanse autonome regio Catalonië heerst – niet voor het eerst – chaos. De verkiezingen van 27 september worden een soort referendum over onafhankelijkheid.

‘Leg me eens uit wat er aan de hand is in Catalonië,’ vraagt een vriend van mij uit Madrid. Ik wil hem niet vermoeien met de allerlaatste strategische zetten en geef hem een ruwe samenvatting. Onder invloed van de crisis die heel Zuid-Europa in zijn macht heeft, is er in de autonome regio Catalonië een verwoede interne machtsstrijd losgebarsten. Partijen vallen uiteen, de brokstukken liggen verspreid over de regio en er heerst grote verwarring. De ‘nieuwe orde’ zal nog lang op zich laten wachten.

Het is in zekere zin een terugkeer naar de jaren tachtig, leg ik hem uit. De overgang naar democratie na de dood van Franco begon in Catalonië met een zeer sterk links front in de regio Barcelona. De vakbonden waren sterk. De socialisten en communisten concurreerden met elkaar en vormden een op het oog onverslaanbare tweekoppige draak, totdat er in 1980 vanuit de midden-klasse in het binnenland tegenstand kwam, waarmee de weg werd opengelegd voor een lange periode van gezonde frictie en evenwicht.

Vooral de georganiseerde arbeiders en de jonge stedelingen die werkzaam waren in de sectoren die belangrijk waren voor de zich ontplooiende verzorgingsstaat, genoten bescherming van de linkse vleugel. Hun grote moment was het succes van de Olympische Spelen in Barcelona [de hoofdstad van Catalonië]. Tegenover dit front – dat uiteindelijk werd aangevoerd door de socialisten – bevonden zich de kleine en middelgrote ondernemers, de middenstanders, de professionals en de ambtenaren die niets ophadden met links; zij vestigden hun hoop op de na de dood van Franco opnieuw geïnstalleerde Generalitat de Catalunya, de Catalaanse deelregering. Jordi Pujol, de machtigste Catalaanse politicus uit de periode van de overgang naar democratie, vlocht die losse eindjes in elkaar en verbond ze met het politieke midden en de verlichte centrum-rechtse krachten uit Barcelona. Als president van de Generalitat (van 1980 tot 2003) gaf Pujol Catalonië de nodige structuur.

Een man gehuld in ‘estaladavlag’ tijdens een onafhankelijksbetoging op het Plaza Catalunya in Barcelona (oktober 2014). – © Joan Valls / Hollandse Hoogte
Een man gehuld in ‘estaladavlag’ tijdens een onafhankelijksbetoging op het Plaza Catalunya in Barcelona (oktober 2014). – © Joan Valls / Hollandse Hoogte

Links creëerde ondertussen een sterke sociaal-democratische achterban in de belangrijkste steden. En in de zomer van 1998 stortte Pasqual Maragall zich als kandidaat van de socialistische partij in een lange, hevige verkiezingsstrijd om het presidentschap; deze werd nog op het nippertje gewonnen door Pujol, maar in 2003 kwam Maragall alsnog aan de macht.

Ontwrichting

Vijfendertig jaar na het linkse front van 1980 zorgen de economische crisis, een financiële impasse in de Generalitat, slijtage van de raderen van de macht plus de generatiekloof voor ontwrichting. In 2012, zes jaar na de socialistische regeringsperiode van Maragall en zijn driepartijencoalitie, heerst er bij de CiU (Convergència i Unió), de in 1978 gevormde federatie van de CDC (Convergència Democràtica de Catalunya) en de UDC (Unió Democràtica de Catalunya), opnieuw angst. Oorzaak daarvan is de crisis. De partij besluit zich niet te laten kisten door het neocentralisme van de PP (Partido Popular), en ook niet door de onverzettelijkheid van premier Mariano Rajoy, de puinhoop in de Generalitat, de sociale protesten, de generatiekloof, de corruptie en de onrust in de wereld.

De huidige president van de Generalitat, Artur Mas, de beschermeling van Pujol, omarmt definitief het onafhankelijkheidsstreven, voordat datzelfde streven – populair onder de gewone man én de hipster, in de provincie en in Barcelona – hem boven het hoofd groeit en verplettert.

We gaan verder. Artur Mas stelt voor om voor de verkiezingen van september 2015 een zogenaamde lista cívica of civiele lijst op te stellen (een lijst die niet gelieerd is aan enige politieke partij en die slechts de onafhankelijkheid van Catalonië beoogt), en koestert daarmee de ambitie om twee miljoen kiezers op de been te krijgen en zodoende een klinkende overwinning te behalen waarmee een onderhandeling met de Spaanse staat kan worden afgedwongen. Verder zijn zijn plannen erop gericht te voorkomen dat zich net als in 1980 een links front vormt, dat in dit geval gevoed zou worden door de nieuwe grootstedelijke stroming die de motor is achter de jonge partij Podemos. Dat de linkse politica Ada Colau in mei 2015 burgemeester van Barcelona is geworden, is in die context veelzeggend.

De ‘nieuwe orde’ zal nog lang op zich laten wachten

Nu het huwelijk met de UDC is stuk-gelopen, blijkt de CDC bereid zichzelf volledig uit elkaar te halen, om aan de andere kant van de spiegel weer te verrijzen als een grote, leidende partij. Dat is wat ze gaat proberen, maar daarbij neemt de partij twee ernstige risico’s: het gevaar bestaat dat de top van de CiU uit elkaar valt en dat de verkiezingsdag van 27 september uitmondt in een surrealistisch avontuur, waarin zal blijken dat een groot deel van de Catalanen geen risico’s meer wil nemen. Griekenland verhit niet alleen de gemoederen. Griekenland wakkert ook de angst aan. ‘Ik geloof dat ik het begrijp,’ zegt mijn vriend. ‘Het is een strijd tussen Genovezen.’


‘Hoe bedoel je?’ vraag ik.

‘Nou, je weet wel, een typisch mediterraan conflict.’

Enric Juliana schrijft voor verschillende 
Spaanse kranten en is gespecialiseerd 
in binnenlandse politiek, waarover hij 
ook enkele boeken publiceerde.

Recent verschenen