• Le Monde Diplomatique
  • Cultuur
  • De gemaskerde wrekers van de Mexicaanse straat

De gemaskerde wrekers van de Mexicaanse straat

Lucha libre, vrij worstelen, is al honderd jaar populair volksvermaak in Mexico. Maar de sport gaat met zijn tijd mee. Er zijn tegenwoordig ook vrouwelijke en transgendervechters, en je kunt erop afstuderen aan de universiteit. Zelfs de gringos vinden het leuk.

Klein en gedrongen, zijn gezicht verborgen achter een verguld masker, troont El Padrino (De Peetvader) voor de kapel die is gewijd aan la Santa Muerte, de godin die waakt over de verschoppelingen en die door de kartels is geadopteerd. Hij kijkt naar de mannen die op het plein het geraamte van een grote ijzeren vierhoek in elkaar zetten. Onder de donkere hemel versmelt het bouwwerk, dat een ring afbakent, volmaakt met het betonnen landschap van Apatlaco, een volkswijk in het hart van het arrondissement Iztapalapa, de armste van Mexico-Stad, met de meeste werklozen. Ter gelegenheid van de Dag van de Doden trakteert de oude strijder zijn wijk op een potje l_ucha libre_, vrij worstelen.

Na een korte toespraak van de Peetvader betreden de gemaskerde strijders met spectaculaire vederlichte dansfiguren de piste. De kinderen zijn door het dolle heen en verdringen zich rond de ring, met in hun kielzog de verkopers van ijsjes en maskers. Achter hen nippen de volwassenen aan grote glazen bier.

El Sublime, met zijn masker, hemelsblauwe broek en atletische silhouet, geeft een demonstratie van zijn technieken: houdgrepen, armklemmen, karatetrappen. Met zijn partners Enigma en Skyder vormt hij het team van de técnicos, die hun best doen om het op een correcte manier, volgens de regels van de kunst, op te nemen tegen de rudos, die voor bruutheid en valsspelen staan. Al bijna een eeuw lang strijden rudos en técnicos in alle arena’s van Mexico om de gunsten van de toeschouwers.

In Apatlaco zijn de rudos het populairst; zij zullen de overwinning behalen. Na een bitter gevecht van drie rondes geven de técnicos zich gewonnen terwijl de onverlaat Aztlán (vernoemd naar de Azteekse god van de onderwereld) zich, ondanks de protesten van de ontredderde scheidsrechter, vanaf het derde touw van de ring op zijn tegenstander werpt om hem onder algemene toejuichingen tegen het asfalt van het plein te drukken.

Na het gevecht verzamelen alle strijders zich voor een broederlijk banket, na eerst eer te hebben bewezen aan El Padrino en la Santa Muerte. Oscar heeft het masker van El Sublime afgezet om een innemende glimlach en een vierkant brilletje te onthullen. De strijder – die anoniem wil blijven, wat essentieel is voor zijn prestige – koestert geen enkele wrok over zijn nederlaag: ‘Het is de universele strijd van goed tegen kwaad. De rudos lappen de wet aan hun laars, net als de politici. De mensen proberen uit alle macht eerlijk te blijven. Dat maken we dagelijks mee in Mexico. De onmacht, maar ook de humor. Mexico heeft de lucha libre uitgevonden om om zijn eigen tragedie te kunnen lachen.’

De trots van de barrio

Over enkele maanden zal El Sublime zijn masker op het spel zetten in een _mascara contra mascara_-gevecht buiten de hoofdstad, in Veracruz. De winnaar zal zijn tegenstander het masker van het hoofd rukken, de ultieme vernedering die voor de laatste vaak het einde van zijn carrière betekent. Volgens een stilzwijgende regel wordt de uitslag van de strijd over het algemeen van tevoren bepaald, in ruil voor een forse betaling door de organisatoren. Maar bij de lucha libre gaat in laatste instantie het publiek over het lot van de strijders. ‘Ik móét winnen,’ zegt Oscar, en zijn ogen fonkelen.

Oscar is docent beeldende kunst op een school in Tepito, een volkswijk in de hoofdstad die even arm en crimineel is als Apatlaco. Net als veel andere beoefenaren stamt hij uit een geslacht van lucha libre-vechters. Zijn vader, die vroeger bij de nationale elektriciteitsmaatschappij werkte, is ook amateurvechter geweest. ‘Ik ben opgegroeid met deze fantasie. De kinderen in de arme wijken moeten hun problemen kunnen vergeten. De clowns en de vechters helpen hen daarbij.’

De lucha libre in Mexico stamt uit de jaren twintig van de vorige eeuw, toen het land zich als gevolg van de industrialisering ontwikkelde en verstedelijkte. De sport vond zijn oorsprong in de volkswijken, bij de generaties chilangos, de kinderen of kleinkinderen van de migranten die naar de hoofdstad waren getrokken op zoek naar betere leefomstandigheden.

Zoals de beroemdste worstelaar ooit: El Santo (De Heilige), ook bekend als ‘De man met het zilveren masker’. Hij werd in 1915 als Rodolfo Guzmán Huerta geboren in Tulancingo, in de staat Hidalgo, voordat zijn familie naar de hoofdstad verhuisde en zich vestigde in de wijk El Carmen. Rodolfo richtte net als anderen zijn hoop op sportief succes, de enige manier voor arme kinderen om het beter te krijgen. Hij deed aan boksen, maar werd een echte volksheld in het lucha libre, die populair was geworden door het bezoek van Europese vechters en door de oprichting in 1933 van de eerste beroepsorganisatie, de Consejo mundial de la lucha libre (CMLL).

Dit was ook de tijd van de grote bloei van het lucha libre in Mexico, met name door de komst van de film. El Santo verliet de ring en deed zijn intrede in de geïllustreerde tijdschriften en op de toverlantaarn. Tussen 1952 en 1973 speelde hij in meer dan vijftig films, waarin hij de weduwe en de wees, zo niet de hele mensheid, beschermde tegen Marsbewoners, zombies, de mummies van Guanajuato, vrouwelijke vampiers en zelfs tegen bepaalde mediamagnaten. Maar na veertig jaar hield de grote legende van de lucha libre het voor gezien: hij rukte zijn masker af tijdens een rechtstreekse televisie-uitzending, wat nog nooit was vertoond. Hij overleed enkele maanden later, in 1984.

Café Cuadrilatero. – © Mauro D’Agati / Agentur Focus / HH
Café Cuadrilatero. – © Mauro D’Agati / Agentur Focus / HH

Niemand heeft deze bloeitijd, de verstrengeling van het alledaagse met de mythe, beter weten vast te leggen dan de fotografe Lourdes Grobet; ze deed dit door middel van een fotografisch drieluik dat niet alleen gewijd was aan de dagelijkse strijd om het bestaan van de Sin Calzones, de paupers, maar ook aan de glorieuze arena’s. Ze deed er vijfentwintig jaar over om haar oeuvre te publiceren, dat een getuigenis is van een ‘theologie van de lucha libre’, zoals de schrijver en dichter Carlos Monsiváis, onvermoeibaar chroniqueur van het dagelijks leven in Mexico, in zijn voorwoord in haar boek Lucha libre schreef.

Voor Monsiváis was het hoogtepunt van de lucha libre dat van de Latijns-Amerikaanse volkscultuur: ‘De bloeitijd ervan correspondeert met andere bloeitijden, zoals die van de film, de bolero, de tango, de Peruviaanse wals en de canción ranchera, de volksmuziek (…): een stedelijke stroming die begint bij de trots van de wijk en eindigt bij de grootspraak die een manier van overleven wordt.’ De populariteit, schrijft hij, ‘is niet tegen de aristocratie of de bourgeoisie gericht, maar een antwoord op de geïnstitutionaliseerde anonimiteit’ van de onzichtbare massa.

De lucha libre verwerft momenteel nieuw aanzien bij de middenklasse en de intellectuelen. In september 2014 heeft een Mexicaanse universiteit er voor het eerst een reeks colleges aan gewijd en tientallen studies bezien het fenomeen in het licht van het marxisme, het situationisme en zelfs van de queertheorie. Naast de técnicos en de rudos is er een derde categorie vechters opgestaan, de transgenders, geschminkt en verkleed als vrouwen: de exóticos. Cassandro, een exótico uit Ciudad Juárez die in 1992 wereldkampioen lucha libre werd, is in de hele wereld uitgegroeid tot een homo-icoon.


‘Vroeger werd de lucha libre als een ordinair spektakel beschouwd, waaraan werd deelgenomen door bruten en beesten,’ legt Orlando Jiménez uit. ‘Nu is het een symbool van moderniteit.’ Volgens deze historicus, lucha libre-specialist en in zijn jonge jaren scheidsrechter bij de gevechten, strookt deze ontwikkeling met de veranderingen in de Mexicaanse samenleving, en in de eerste plaats met de opkomst van de massamedia.

‘Toen er in 1952 televisie kwam, was de lucha daarop verboden omdat het een slecht voorbeeld voor kinderen was. Daarna, in de jaren negentig, heeft de televisie een aantal voorwaarden aan de vechters gesteld en opheffing geëist van de corrupte vakbonden.’ Vroeger verdedigden deze bonden de vechters tegen de promotors, verleenden hun een rechtspositie, eisten medische regels. Maar ze beperkten zich tot de twee grote arena’s van Mexico. De eerste vakbond werd opgericht door… El Santo.

Sinds haar oprichting in 1992 organiseert de Asistencia Asesoría y Administración (AAA), die tot doel heeft de lucha libre te promoten, niet alleen gevechten in Mexico, maar ook in de Verenigde Staten en Japan. Door te profiteren van de privatisering van televisiekanalen heeft AAA er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de lucha op Amerikaanse leest werd geschoeid, met vechters met het postuur van bodybuilders, cheerleaders en dwerggevechten. Dit heeft ertoe geleid dat de lucha libre zich aan de televisieregels moest conformeren en meer op de camera’s moest zijn afgestemd dan op het publiek.

‘De gringos dachten ons te verslaan, maar het is de lucha libre die bezig is het continent te veroveren’

De rechtstreeks uitgezonden dood van de beroemde rudo El Hijo del Perro Aguayo (de Zoon van de Hond Aguayo), die op 21 maart 2015 in Tijuana ernstig hersenletsel opliep door een karatetrap van zijn tegenstander, heeft de sport veel kwaad gedaan. Zijn eindeloze lijden werd close-up gefilmd terwijl het spektakel doorging. Het ongeluk toonde de kwetsbaarheid van de vechters, onaantastbare symbolen van het Mexicaanse machismo, die voor het overgrote deel geen sociale bescherming genieten en niet onder medisch toezicht werken.

Maar volgens Orlando Jiménez heeft de mondialisering van de lucha ook andere gevolgen dan een verlies van authenticiteit. ‘Het is een reactie die zelfs de gringos verbaast. Ze dachten ons te verslaan, maar het is de lucha libre die bezig is het continent te veroveren – Zuid-Amerika, waar de lucha zich langzaam maar zeker ontwikkelt, maar ook Noord-Amerika, dankzij de Mexicaans-Amerikaanse bevolking. De lucha beleeft een culturele integratie.’


Is dit het bewijs dat het gevecht een universeel fenomeen is? Jiménez is ervan overtuigd. ‘Je kunt de nadruk leggen op de stijlverschillen. Maar in de Verenigde Staten, in Japan en in Mexico, industrielanden met een grote gevechtstraditie, tref je dezelfde situatie aan: bevolkingsgroepen die lijden onder een maatschappelijk desastreuze kapitalistische economie, die gewend zijn om schoppen te krijgen.’

Sterke politieke symboliek

Bovendien, stelt de historicus, krijgen de mannelijke en vrouwelijke vechters door de professionalisering de kans om voor hun rechten op te komen: ‘Het probleem van dit land is het gebrek aan organisatie. In de eenentwintigste eeuw verandert dat: de vechters organiseren zich tegen de uitbuiting door de promotors. De Fundación Equidad y Dignidad Lucha Libre, opgericht door drie vrouwelijke vechters, heeft een discussie over sociale bescherming op gang gebracht.’

Volgens Jiménez heeft de lucha libre altijd een sterke politieke symboliek gehad, ‘namelijk het eisen van sociale gerechtigheid’. Het masker is een populair attribuut, van Zorro tot ondercommandant Marcos [leider van het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger]. Diverse beoefenaars spelen een belangrijke rol in de sociale strijd, zoals Fray Tormenta, een priester die de ring heeft betreden om zijn weeshuis te financieren, waarvan hij een kweekvijver voor vechters maakt.

In 1985 stond in het door een grote aardbeving verwoeste Mexico-Stad een gemaskerde, in een rood met gouden cape geklede figuur op, Superbarrio Gómez, gangmaker in de wijk en vurig verdediger van de dakloze slachtoffers die door de regering aan hun lot waren overgelaten. Samen met het bestuur van de wijken wist hij gehoor te krijgen voor de eisen van de verschoppelingen in de grote stad. Superbarrio Gómez bleef een belangrijke rol spelen in de protestbeweging, met name tegen de enorme verkiezingsfraude waardoor Carlos Salinas de Gortari in 1988 de presidentsverkiezingen won. Dankzij die fraude wist de kandidaat van de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI), die de touwtjes in het land al meer dan een halve eeuw in handen had, te winnen van Cuauhtémoc Cárdenas, de kandidaat van de Partij van de Democratische Revolutie (PRD), die op dat moment de hoop op verandering belichaamde voordat hij in dezelfde val van cliëntelisme en corruptie liep.

‘Superbarrio, de strijder voor sociale gerechtigheid, heeft de symboliek van de lucha libre weten te benutten,’ geeft Jiménez toe. Maar daarna is hij een super-PRD’er geworden, met al het corporatistische en partijpolitieke gekonkel van dien. Hij is een rudo geworden. Hij laat zien dat een held kan helpen, maar ook verraden. Dat is de politieke les van de lucha libre.’

Auteur: Benjamin Fernandez
Vertaler: Peter Bergsma

Beeld bovenaan: © Mauro D’Agati / Agentur Focus / HH

Le Monde Diplomatique
Frankrijk | maandblad | oplage 300.000

‘Le Diplo’ heeft een linkse blik op de internationale politiek en cultuur. Kritisch op de wereldwijde effecten van het neoliberalisme. Met tien buitenlandse edities komt het lezersaantal op 1 miljoen.

Dit artikel van Benjamin Fernandez verscheen eerder in Le Monde Diplomatique.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.