• El País
  • Amerika’s
  • De hongerkunstenaars. Verhaal van een Cubaans protest

De hongerkunstenaars. Verhaal van een Cubaans protest

© STR / AFP
El País | Madrid | Carlos Manuel Álvarez | 29 december 2020

Schrijver en journalist Carlos Manuel Álvarez volgde de strijd voor de vrijheid van meningsuiting van de San Isidro-beweging op de voet. Toen de politie de hongerstaking hardhandig beëindigde, werd ook Álvarez opgepakt. Een verhaal over wat hongerstaking met je lichaam en geest doet en waarom dit protest de Cubaanse regering zoveel angst inboezemt. ‘Je voelt hoe het lichaam steeds verder verschrompelt.’

De voordeur kraakte als een bot dat breekt, het geluid van onheil. Het hout versplinterde en de openslaande deuren van de ingang, aan elkaar vastgemaakt door een ketting met hangslot, werden ingebeukt. Als een amateuristisch SWAT-team – minder gespierd, minder georganiseerd, alsof ze een scène uit een slechte Hollywoodfilms probeerden na te spelen – viel een tiental vrouwen en mannen van de Staatsveiligheidsdienst verkleed als zorgmedewerkers [op 26 november] het adres Damas 955 in de wijk Oud-Havana binnen. 

Hardhandig arresteerden ze veertien personen, van wie de meerderheid al acht dagen lang op geweldloze wijze demonstreerde tegen de willekeurige inhechtenisneming van rapper Denis Solís, die acht maanden gevangenisstraf kreeg omdat hij een ambtenaar in functie zou hebben beledigd. Vijf van hen waren in hongerstaking. Ik was de enige die er korter was dan de anderen, namelijk gedurende twee vermoeiende maar bijzondere nachten van protest. 

HET SAN ISIDRO-PROTEST

De San Isidro-beweging (vernoemd naar een wijk in Havana) is een klein collectief van kunstenaars dat zich sinds 2018 verzet tegen een wet die de vrijheid inperkt van artiesten die niet binnen de lijntjes van de overheid kleuren. Op 18 november gingen acht van hen in hongerstaking tegen de arrestatie van rapper Denis Solís. Hij was veroordeeld tot acht maanden cel nadat hij op 6 november live op Facebook streamde hoe een agent zijn huis binnendrong.

Het regime maakte acht dagen later een einde aan het San Isidro-protest. De leden zouden covid-regels overtreden door samen dagenlang door te brengen in één huis. Veertien mensen werden opgepakt, onder hen vijf die nog in hongerstaking waren. Tot aan hun arrestatie had het protest zich beperkt tot hun beweging. Nadat de kunstenaars waren opgepakt, keerden ook vele andere artiesten zich tegen de repressie van de Cubaanse overheid. De activisten slaagden erin concessies af te dwingen over de behandeling van onafhankelijke artiesten in Cuba.

Mijn verrassingsbezoek aan het hoofdkwartier van de Movimiento San Isidro, een activistisch kunstproject dat door [kunstenaar en dissident] Luis Manuel Otero vanuit zijn woning wordt geleid, was een excuus voor de ordetroepen om geweld toe te passen. ‘We willen het ook liever niet op deze manier doen,’ zeiden ze voordat ze de deur intrapten. ‘Maar jullie doen het toch,’ antwoordden wij. Omdat ik uit het buitenland kwam, wilden ze mij aanwrijven de coronaregels te hebben overtreden – ook al had ik me rechtstreeks van het vliegveld naar de plek van de demonstratie begeven en heb ik me daar ongetwijfeld meer geïsoleerd dan elke andere reiziger op mijn vlucht en welke andere reiziger dan ook die Cuba was binnengekomen in de negen dagen dat er weer internationale vluchten naar het eiland waren toegestaan .

Soms werkt het surveillanceapparaat zo klunzig dat het bijna effectief is, en soms werkt het zo effectief dat het bijna klunzig is

Sommigen denken dat ik Damas 955 ben binnengekomen doordat ik eruitzag als een verdwaalde toerist, een list waarmee ik het politiekordon om de tuin zou hebben geleid. Anderen denken dat de geheime dienst op de hoogte was van mijn plannen – mijn reis van New York via Miami – en ervoor zorgde dat mijn komst zonder obstakels verliep, om er hun voordeel mee te doen.

Zelf heb ik nog steeds geen idee, en ik denk niet dat ik er ooit achter zal komen hoe het precies is gegaan. Soms werkt het surveillanceapparaat zo klunzig dat het bijna effectief is, en soms werkt het zo effectief dat het bijna klunzig is. Hoe dan ook, de demonstranten in Damas 955 waren op de hoogte van mijn komst, zagen het bezoek als noodzakelijk en elke beslissing die erop volgde werd gezamenlijk genomen met een gemeenschappelijk doel voor ogen.

In de nacht van 25 november lieten vertegenwoordigers van Volksgezondheid me via via weten dat er iets mis was gegaan met mijn coronatest op het vliegveld en dat ik vóór middernacht een nieuwe test moest doen in een polikliniek in de wijk Miramar. Als ik dat niet deed, zouden ze me komen halen. De autoriteiten konden me dat niet rechtstreeks vertellen, omdat het telecombedrijf mijn mobiele telefoon toen al had afgesloten, net als bij de andere demonstranten. Alleen door halsbrekende toeren uit te halen konden we nog verbinding krijgen met het internet. 

Vooruitgeschoven pion

Ik stond voor een ogenschijnlijk dilemma. Als ik Dama 955 verliet, zouden ze me zogenaamd positief kunnen testen op covid-19. Onder het mom van een potentiële besmettingshaard zouden ze de demonstratie kunnen afbreken – in welk geval het zou lijken alsof ik met toestemming van het regime langs het politiekordon was geglipt, als een vooruitgeschoven pion. 

De verdenking een handlanger van het regime te zijn schaadt voor altijd de morele integriteit van welke Cubaan dan ook, en is daarom een van de meest beproefde methodes van de Staatsveiligheidsdienst. De dienst probeert zich in het collectieve bewustzijn te nestelen en de mensen het idee te geven dat ze overal aanwezig is en zich in elke groep heeft geïnfiltreerd, zodat iedereen elkaar bij het minste of geringste verdenkt, en zodat we elkaar onophoudelijk zonder enkel bewijs als verrader aanwijzen. 

Wie is Denís Solis, de man waar de staking mee begon?

Dit controlemechanisme is vooral effectief vanwege de slechte reputatie van de Staatsveiligheidsdienst en het gezichtsverlies dat je lijdt wanneer je met haar wordt geassocieerd. De machthebbers zijn zich bewust van dit stigma, ze weten dat ze het maatschappelijk aanzien van iemand onderuithalen als ze de rest ervan overtuigen dat die iemand een handlanger van het regime is.

De andere optie die ik had – mijn voorkeur – was om in San Isidro te blijven, maar dan zouden ze me net zo goed kunnen oppakken en meteen ook de rest meenemen. Even begon ik te twijfelen of ik er wel goed aan had gedaan om naar Damas 955 te gaan. Ik voelde me een last. Maar eerder diezelfde dag had Luis Manuel Otero me verteld dat de zin van zijn leven de mensen om hem heen waren, en dat hij had besloten zijn dorststaking – veel gruwelijker en destructiever dan een hongerstaking – af te breken vanwege alle steun die hij van buiten kreeg. 

Niet alleen was ik speciaal hiervoor naar New York gekomen, ook hadden andere demonstranten hem met hun constant bezorgde blikken gevraagd te stoppen, ook al respecteerden ze zijn keuze. Dat Otero overstapte van een dorst- naar een hongerstaking – hij was samen met rapper Maykel Osorbo de enige die zichzelf de straf van het niet drinken had opgelegd – was dus niet alleen het gevolg van een laatste wanhoopskreet van zich lichaam. Het was ook een kwestie van bezinning.

Huid te veel

‘Is er een verschil tussen een honger- of een dorsstaking?’ vroeg ik hem terwijl ik over hem heen gebukt stond. Otero lag op een dun luchtbed. Hij droeg een soort lap om zijn middel, verder niets. Het deed me denken aan een schilderij: San Pablo el Ermitaño [Heilige Paulus de Kluizenaar] van José de Ribero. Maar dan een latere, zwarte kluizenaar. 

‘Een heel groot verschil,’ zegt hij. ‘Je voelt hoe het lichaam steeds verder verschrompelt, je voelt het vanbinnen, ineens heb je huid te veel. Ik stopte mijn voeten in een emmer water…’

‘Waarom deed je dat?’

Ik had hem inderdaad terneergeslagen in een hoek van het huis zien zitten, in een stoel, zijn voeten in een teiltje, zijn schouders steunend op zijn bovenbenen.

‘Omdat ik er zin in had. Als verfrissing, weet ik veel, het voelde fijn om te doen. Mijn lichaam loste op, de behoefte aan water, wat dat ook betekent, die voel je, want 70 procent van je lichaam is water. Je voelt je letterlijk uitdrogen. Daarom stopte ik mijn voeten in het water. Je lichaam wordt nat en daarmee houd je jezelf een beetje voor de gek. Maar er komt een punt waarop het genoeg is, want je bent geen plant die via zijn voeten water opneemt.’ 

De ogen van Otero – sprekend en zwart – hadden hun levendigheid teruggekregen nadat hij wat had gedronken. Hij oogde minder als een geest, alsof hij een tweede adem had gevonden. De haakse lijnen van zijn jukbeenderen waren uitgebeiteld door de honger, die er van minuut op minuut meer vanaf schaafde, als iemand die een beeld van botten probeert uit te houwen. 

‘Ik had nog wel twee dagen langer door gekund, of een’

‘Hoe voelde je je net voordat je de dorststaking afbrak?’ 

‘Misselijk, veel buikpijn. Omdat het ene deel van je lichaam het andere begint op te eten. En veel spierpijn, maar vooral mijn buik. De laatste nacht sliep ik heel goed. Alsof mijn lichaam tegen me zij: “Slaap maar, ouwe, rust maar uit. We vechten niet meer tegen onszelf. Genoeg geweest.” Die nacht droomde ik veel. Ik kan het me niet meer herinneren, maar ik was in het gebouw en er was iemand die ik kende. Ik had nog wel twee dagen langer door gekund, of een.’

Soms als hij het koud kreeg, een kou die alleen iemand in honger- en dorststaking eind november in Havana zou kunnen voelen, rolde hij zich stevig op in een witte deken. Misschien is wat je voelt tijdens een dorsstaking wel te omschrijven als winterkoorts.

We bleven even stil. Toen ging Otero verder: ‘Ik had kunnen doen alsof ik een slok water nam, maar dit is echt, geen performance [Otero is performancekunstenaar]. Ik had een slok water kunnen nemen, het filmen en klaar. Maar het ding is dat terwijl jij wegzakt, ook alle energie uit je omgeving wordt gezogen.’

‘Toen kwam je tot inkeer.’ 

‘Mijn organen begonnen voor zichzelf te spreken: “Kijk, ik kan niet meer zo goed functioneren als de andere organen.” Mijn voeten kon ik nog optillen en bewegen, maar slechts mechanisch. Mijn hart zei: “Vanaf nu verklaar ik me onafhankelijk, ik moet voor mezelf kiezen.” Dat zijn de beelden die ik in mijn hoofd heb. Mijn organen begonnen zich af te scheiden en elk zei op zijn beurt: “Wacht even, ik moet eerst mezelf zien te redden.” Mijn nier tegen de lever, enzovoort. Zodra ik terugkeerde naar het echte leven werkte alles weer samen en zat alles weer op z’n plek.’

Ik stel me voor hoe de verzwakte organen van Otero met elkaar vechten, uitgeput in zijn uitgedroogde lichaam, verschrompeld door de warmte van het vuur van zijn politieke vastberadenheid. 

‘En verder?’ vroeg ik.

‘Mijn band met de dood speelde ook mee. Ik ben er niet bang voor. Het is slechts het volgende stadium. Voor mij is het leven veel gecompliceerder dan de dood. De dood geeft betekenis aan het leven, ze geeft je nieuwe energie en zorgt dat je blijft doorgaan en doorgaan. Ik herinner me dat Yasser daar verderop zat en naar me keek. Yasser is een supernuchtere gast, rustig, maar hij keek me aan met open ogen alsof hij me wilde zeggen: “Godverdomme man, je bent aan het doodgaan.”’

Waaier aan standpunten

Yasser Castellanos, die dertig uur lang in hongerstaking was tot hij begon te kotsten en moest stoppen, is een extreem vredelievende man; veganist en dierenrechtenactivist. Hij zat vaak in gedachten verzonken, sprak bedaard, haast fluisterend en werkte aan zijn hiphopteksten. Zijn houding leek precies op die van de keramieken boeddhistische monnik die op het altaar naast de voordeur stond, samen met een imposante Sint-Barbara, een barmhartige Sint-Lazarus, een Mexicaanse skelettenpop en nog een paar voor mij onherkenbare iconen. Yasser was zo onverstoorbaar dat hij zich in plaats van midden in een politieke revolte in een Tibetaans klooster leek te bevinden. 

Het protest had een haast Babylonische samenstelling. Desondanks vond deze groep elkaar in het verzet. De onderlinge verschillende zorgden voor een vrolijke chaos, het gezamenlijke rechtvaardigheidsgevoel voor harmonie. Ondanks de dreiging van de dood en de spanning van het politiekordon, werd in Damas 955 een waaier aan stemmen en standpunten verenigd die samensmolten vanuit een gezamenlijke politiek ongenoegen. Ik had het gevoel alsof ik weer in mijn oude studentenhuis was, waar gebrek was aan alles maar iedereen ook alles met elkaar deelde.

Yasser Castellanos in een zelfgemaakt filmpje.

Je wassen en de tobbe vullen, deed je met een emmer. Water moest je uit de put halen. De was hing aan lijnen op de binnenplaats te drogen. Wie niet in hongerstaking was, moest uit de buurt van de stakers eten, om ze niet in verleiding te brengen of onnodig te pijnigen. De hoeken en gaten onder de trap waren volgepropt met spullen en rotzooi. Op de bovenverdieping scharrelde een kip rond tussen de rommel. We sliepen op lakens op de cementen vloer. De vloertegels van de badkamer waren kapot, met grote, vochtige groeven, en uit de barsten in de muur staken dikke roestige buizen en bakstenen. 

Dit eenvoudige huis – met de onafgewerkte, brede rechthoekige zuilen in het hart van het gebouw – leek wel een vergeten pakhuis in eeuwige hongerstaking, en daarin lag nu juist de kracht. Het verwees naar een ander tijdperk. Zelfs de mobiel van Otero had geen achterkant, de draden en de batterij lagen bloot. Het is voor een politieke macht lastig om een jongen die met zo’n mobiel genoegen neemt, onder de duim te krijgen. 

‘Kijk dan,’ zei iemand wanneer we aan iets basaals gebrek hadden. ‘En nog steeds beschuldigen ze ons ervan dat we worden betaald door het imperialisme [het Westen, in het bijzonder de Verenigde Staten].’ Dat was een van de running gags. Een andere lijkt misschien tegenstrijdig, maar we grapten erover dat zelfs nadat het regime al onze eisen had ingewilligd, we hier allemaal nog steeds zouden blijven wonen. Dan stak Otero zijn hoofd omhoog en zei hij dat als alles was afgelopen, hij niemand van ons meer wilde zien. Strijden voor de goede zaak houd je niet vol als je altijd serieus bent of overal dramatisch over loopt te doen. 

‘Hoezo,’ snoof hij. ‘Nee, nee, geen soep. Geef me biefstuk, wat dan ook, ik ken m’n lichaam. Maar soep, wat nou soep!’

Esteban Rodríquez, een uiterst charismatische en astmatische jongeman, brak net voordat ze ons bestormden zijn hongerstaking af. Hij leunde zichtbaar vermoeid en gepijnigd voorover op de keukentafel en zei: ‘Nu moet ik eten.’ ‘Oké,’ antwoordde de rest. ‘Begin met soep of we maken wat malangapuree voor je [malanga is een wortel die lijkt op casave].’ Esteban herpakte zich een beetje en werd kwaad. ‘Hoezo,’ snoof hij. ‘Nee, nee, geen soep. Geef me biefstuk, wat dan ook, ik ken m’n lichaam. Maar soep, wat nou soep!’

Abu Duyanah Tamayo, een stevige en vriendelijke moslim die de deur bewaakte sinds een buurman Otero een paar dagen geleden had aangevallen en glazen flessen naar binnen had gegooid, schudde zijn gebedsmat uit in een hoek of lag voor de enige ventilator in de ruimte. Anamely Ramos, voormalig docent aan de kunstacademie – ze was er weggestuurd omdat ze zogenaamd oneerbiedige artikelen schreef en kritische uitlatingen deed over hooggeplaatste ambtenaren –, vermengde een soort katholieke geloofsijver met kennis van Afrikaanse kunst en de aanbidding van figuren uit het Yoruba-pantheon [Yoruba is een etnische groep in West-Afrika, voornamelijk Nigeria]. Toen ik aan Omara Ruiz vroeg of ze katholiek was, zei ze stellig: ‘Apostolisch en rooms.’ 

Osmani Pardo, een christen met een privéonderneming als ‘producent-verkoper van feestartikelen en dergelijke’, leek in sommige opzichten op Yasser Castellanos. Hij sprak weinig en altijd bedachtzaam, en aan zijn gezicht kon je zien dat hij diep vanbinnen een goed mens was. Dankzij zijn praktische kennis en verbazingwekkende handigheid kon hij elk technisch mankement in het huis verhelpen – en dat waren er nogal wat. Ik heb hem in slechts een paar minuten een elektrische weerstand zien knutselen uit twee blikjes en drie blokjes hout. Hij dacht met zijn handen. Ook als er niets te repareren viel. Als hij niets om handen had, werkte Osmani in stilte aan een boom van koperdraad met vele takken die hij ‘de vrijheidsboom’ noemde. 

Rapper Maykel Osorbo bracht de taal van de getto binnen en strooide met parels als: ‘Wat als leven de onzekerheid voor het onserieuze was?’ Dichter Katherine Bisquet schreef een paar verzen over de situatie. ‘In de honger / in een huis verenigd / in hetzelfde litteken / dat zich sluit vanaf de navelopening tot het borstbeen / is er geen angst voor het donker. / Bak voor mij een pizza met champignons voor morgen. / Ik wil de smaak van vrijheid proeven.’ (“Dentro del hambre./ Dentro de una ca(u)sa./ Dentro de una misma cicatriz/ que se cierra desde la abertura del ombligo hasta la subida del pecho./ No existe ya el temor a la noche./ Prepárame una pizza de champiñones para mañana./ Quiero sentir el sabor de la libertad”.)

Rapper Maykel Osorbe.

De groep bestond verder uit Adrián López, een achttienjarige slaapwandelende jongen met nasale stem die de dienstplicht was ontdoken; Jorge Luis, eenentwintig jaar, een expert in het vanuit Cuba toegang krijgen tot het internet [gewone Cubanen hebben alleen toegang tot het nationale intranet]; Iliana Hernández uit Guantánamo, marathonloper en als journalist werkzaam voor onafhankelijke media, zag bleek na dagen hongerstaking; en Angell, een kleine, ingetogen – haast verlegen – vrouw en moeder van drie kinderen die haar huis was kwijtgeraakt. En alsof deze groep nog niet divers genoeg was, was er ook nog wetenschapper Oscar Casanella, weggestuurd bij het Nationale Instituut voor Oncologie en Radiobiologie om zijn politieke ideeën, die de dag van mijn komst zijn hongerstaking afbrak en het pand verliet.

Uitzinnig broederschap

Uiteindelijk waren alle aanwezigen het erover eens dat ik niet zou vertrekken. Er ontstond het soort uitzinnig broederschap dat dat je wel vaker ziet bij in het nauw gedreven groepen wanneer het gevaar steeds dichterbij komt. Bovendien viel er voordeel te halen uit mijn komst en wat die in gang had gezet: we hadden nu een grotere impact op de media, en zo konden we het ware gezicht van de repressieve krachten aan het licht brengen. 

Omara Ruiz, een directe en scherpzinnige vrouw, zei in de middag van 26 november, uren voor de ontknoping, dat we eigenlijk aan het winnen waren. Het voelde alsof iemand een arm om mijn schouders legde. In het licht van wat er is gebeurd, is het moeilijk uit te leggen waarom we het gevoel hadden te winnen, maar ze had gelijk. Ons verzet konden ze niet meer uitwissen. Haar woorden werden uitgesproken in een afgesloten ruimte. De muren voorkwamen dat er ook maar een iets van realiteitszin binnensijpelde. 

Omara was docent geweest op de designacademie in Havana, waar ze was ontslagen vanwege haar werk als mensenrechtenactivist, en op de een of andere manier was zij degene geworden die ons leventje in opsluiting in goede banen leidde en met kalmte een groot deel van de koers bepaalde.

Tegen acht uur ’s avonds viel de Staatsveiligheidsdienst het huis binnen en kwamen drie beambten me halen. Ze deden zich voor als dokters. Elke beroepsgroep heeft zijn eigen gebaren en vocabulaire. Mijn ouders zijn arts, en ik twijfelde al meteen aan de identiteit van die sujetten. Een dokter redt levens, een agent perkt levens in. We eisten dat ze het huis zouden verlaten en zagen dat er buiten al een aanzienlijk offensief op de been was: meerdere politiewagens, twee arrestatiebusjes en een ingescheept comité dat slogans schreeuwden. Op dat moment sloten ze in een groot gedeelte van Cuba enkele uren lang de toegang tot Facebook, Instagram en YouTube af. 

De agenten die binnen kwamen stormen, waren nerveuze mannen en vrouwen. ‘En wanneer denken ze mij te gaan oppakken?’ vroeg Esteban zich af nadat verschillende agenten hem waren voorbijgelopen en hem niet hadden aangeraakt. Ik werd vastgegrepen door twee figuren. Ze sleepten me strompelend de trap af en daarna trokken ze me met zich mee. Ik botste bijna tegen een van de zuilen. Ik denk dat hun gebrek aan ervaring ze nog gevaarlijker maakte. Ze sloegen me niet, maar wilden me wel vernederen. Dat is een tactiek. Ze pakken je mee bij je nek of ze grijpen je bij je armen, maar nooit slepen ze je mee in een rechte lijn, in plaats daarvan sleuren je van hot naar her.

Nationale zwarte republiek

Op het moment dat ik werd meegesleurd, verloor ik het contact met de vijf vrouwen van de groep. We werden zogenaamd van elkaar gescheiden om verspreiding van het virus te voorkomen. Wij mannen werden naar het politiebureau aan de Avenida del Puerto gereden, en daar lieten ze ons ruim twee uur op elkaar gepropt in het vierkante duister van het arrestatiebusje achter. Af en toe deden ze de deur open om de astma van Esteban wat te verlichten. 

Die penibele situatie bezegelde onze vriendschap. Ik voelde me niet langer gevangen en begon aan iedereen vragen te stellen. Alleen Otero was al voor dit voorval mijn vriend. Samen met Maykel Osorbo zag hij zichzelf als een marron [iemand uit de onafhankelijke zwarte gemeenschap van gevluchte slaven], en dat waren ze inderdaad. Die identiteit gaf aan de San Isidro-beweging een historisch zelfbewustzijn, een geschiedenis die de machthebbers wilden negeren.

Zij zijn zwart, arm, ontheemd en wonen in krakkemikkige huizen omringd door luxe hotels voor toeristen met melkflessen onder hun korte broeken. Ze staan voor alles wat de Cubaanse Revolutie beloofde en uiteindelijk werden ze achternagezeten en opgejaagd, met als doel hun bestaan uit te wissen. 

Wat zij aankaarten, en wat zoveel woede wekt bij degenen die van hen af willen, is niet alleen de strijd om de vrijheid van een rapper. Zij laten zien dat op Cuba een nationale zwarte republiek mogelijk is, met een nieuwe cultuur die altijd onderdrukt is geweest, en haken daarmee aan op wat er wereldwijd gaande is [met Black Lives Matter en andere zwarte emancipatiebewegingen]. Alleen zo, door middel van de opening die deze strijders forceren, kan Cuba een modern land worden.

Toen ze me – als tweede – uit het arrestatiebusje haalden, verdween het gevoel van vrijheid weer en was ik aan hen overgeleverd. In de polikliniek in Miramar namen ze de test bij me af waar al deze commotie om te doen was geweest. Een wattenstaafje dat vervelend prikte in mijn keel. Geen van de andere deelnemers aan het protest hoefde de test ondergaan. 

Om bij de kliniek te komen werd ik in een politiewagen met drie agenten over de Malecón [de bekende boulevard langs zee in Havana] richting het westen gereden. Vanachter het raampje keek ik naar de plekken waar ik ontelbare keren was geweest. Ik had me echter nog nooit zo eenzaam gevoeld als nu. Het Ameijeiras-ziekenhuis, de straathoek voor Hotel Nacional, het Casas de las Américas-gebouw en het studentenhuis waar ik vijf jaar lang woonde. Ik tuurde naar het gebouw tot ik het niet meer zag, terwijl ik mijn kamer probeerde te vinden om te zien of ik mezelf achter het raam zag staan en nog een spoor kon vinden van wie ik toen was.

Ik zat met blote voeten in de wagen, mijn handen geboeid op mijn rug, terwijl mijn vermoeide gebroken lichaam wegzakte in het moeras van de stad. 

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.