• Business News
  • Reader
  • De terroristen zijn onder ons

De terroristen zijn onder ons

Business News | Tunis | Ikhlas Latif | 06 april 2016

Een Tunesische journalist wijt het toenemende terroristische geweld in zijn land aan de islamisering die werd ingezet onder het bewind van de Ennahda-partij in 2011.

Sinds 7 maart vinden in Ben Guerdane gewelddadige confrontaties plaats tussen het leger en terroristische elementen. Het kleine stadje in het zuidoosten, aan de grens met Libië, staat in vuur en vlam; er zijn negentien doden gevallen: twaalf soldaten en zeven burgers. Een aanval als deze hebben we nog niet eerder meegemaakt. Hoe is het mogelijk dat terroristen op ons grondgebied kunnen toeslaan met de bedoeling om er een IS-kalifaat te vestigen?

Natuurlijk heeft het alles te maken met de situatie in de regio: het naburige Libië valt uit elkaar en terroristische organisaties floreren er. Verder is Tunesië de speelbal van geopolitieke belangen. Onderwijl probeert het land zo goed en zo kwaad als het gaat het hoofd boven water te houden.

Laten we niet vergeten dat er momenteel meer dan vijfduizend Tunesische jihadisten in Syrië, Irak en Libië vechten

Uiteraard kunnen de toename van terroristische aanslagen in ons land en de verslechterde veiligheidssituatie niet los worden gezien van deze grotere internationale ontwikkelingen. Ons land staat zeker niet buiten de wereldpolitiek. Maar toch zijn er ook specifiek Tunesische factoren die de groeiende macht van de religieuze radicalen mogelijk hebben gemaakt, of er zelfs aan hebben bijgedragen. Zo hebben we de weg geplaveid voor de indoctrinatie van duizenden jongeren die zich bij terroristische groeperingen willen aansluiten. Laten we niet vergeten dat er momenteel meer dan vijfduizend Tunesische jihadisten in Syrië, Irak en Libië vechten.

In de periode dat [de islamistische partij] Ennahda in Tunesië aan de macht was (tussen november 2011 en januari 2014), werd de Tunesische maatschappij in rap tempo islamitischer. Religieuze facties droegen de ideologie van de politieke islam uit waar ze maar konden. Moskeeën werden met geweld bezet door extremistische imams, die een terugkeer naar de sharia predikten en een boodschap uitdroegen van haat jegens ongelovigen. Dit liep al snel uit de hand. De religieuze sfeer vermengde zich met de politieke en tegenstanders werden gedenigreerd of voor ongelovigen uitgemaakt. Hier en daar werd zelfs opgeroepen hen te doden. De publieke ruimte was al evenmin veilig: voor de deur van scholen werden gebedstenten opgesteld, ongehinderd door de autoriteiten. Indoctrinatie was overal.

Obscurantisme

Vanaf 2012 luidden leger, burgers en politici de alarmbel over de onstuitbare opkomst van radicale bewegingen; men zag hierin terecht een risico voor de toekomst. Waarschuwingen werden niet gehoord, of men deed of men ze niet hoorde. De leider van Ennahda, Rached Ghannouchi, vertelde hoezeer zijn salafistische kinderen hem deden terugdenken aan zijn jeugd, en zei blij te zijn dat zij ‘een nieuwe cultuur willen’. In 2012 kwam er een video-opname naar buiten waarop te zien was hoe hij een delegatie van salafisten ontving, sprak over de lessen van de recente Algerijnse geschiedenis en de strijders opriep geduld te hebben en het project van islamisering stap voor stap te volbrengen. Dit was volgens Ghannouchi nodig omdat noch de media, noch het veiligheidsapparaat en het leger, noch de Tunesische regering (al) overtuigd waren van de noodzaak ervan.


Ook hebben we in Tunesië te maken met een toestroom van buitenlandse predikers, die ideeën van zuiver wahabistische snit komen uitdragen. Er worden lezingenseries georganiseerd, en op deze surrealistische bijeenkomsten valt een mengeling van obscurantisme en radicalisme te beluisteren. De leiders van Ennahda en van het Congres voor de Republiek [CPR, centrum-linkse partij die tweede werd bij de verkiezingen van 2011] heetten deze types, die uit alle uithoeken kwamen om de sharia en de besnijdenis van kleine meisjes te bepleiten, allerhartelijkst welkom.

Maar dat was nog maar het begin. In datzelfde jaar 2012 ontstond er ongerustheid over de aanwezigheid van terroristen in de westelijke hooglanden, om precies te zijn op de flanken van de berg Chaambi [op de grens met Algerije; bij de strijd van het leger en de nationale garde tegen de daar verschanste terroristen vielen meerdere doden]. De woordvoerder van minister van Binnenlandse Zaken Khaled Tarouche becommentarieerde deze zorgwekkende situatie door luchtig op te merken dat het maar om een paar sportievelingen ging die iets aan hun verhoogde cholesterol probeerden te doen. We weten allemaal hoe dat afliep.

Slachtofferrol

Nu hebben de leiders van Ennahda voor een slachtofferrol gekozen en roepen ze luid dat ze worden vervolgd. Je hoort overal: ‘Eerst was het schrikbeeld Ennahda, nu zijn het de salafisten, maar we zijn niet van plan om de confrontatie met die groepen aan te gaan.’

Zo kon het gebeuren dat er op de Avenue Habib Bourguiba, in het centrum van Tunis, een grote manifestatie plaatsvond van salafisten die de invoering van de sharia eiste. Verder was er in Kairouan een grote bijeenkomst van Ansar Al-sharia, een beweging die na de aanval op de Amerikaanse ambassade in september 2012 als terroristisch was aangemerkt. Leider Abou Iyadh [de man achter deze aanslag] ontving mensen als Sadok Chourou en Habib Ellouze van Ennahda, evenals Abderraouf Ayadi van het CPR. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ali Larayedh had deze Abou Iyadh na de aanslag op de Amerikaanse ambassade laten lopen, waarna hij kon uitgroeien tot onze nationale volksvijand nummer één. Op een cruciaal moment was hij door het leger ingesloten in de El Fath-moskee [in het centrum van Tunis]. De troepen wachtten alleen nog op het bevel van de minister van Buitenlandse Zaken om hem te overmeesteren, dat niet kwam. Ongehinderd kon de leider van Ansar Al-sharia toen door medestanders over de grens met Libië worden gesmokkeld.

Tunesische politieagenten protesteren bij het huis van de premier in Tunis. Ze eisen meer geld en betere werkomstandigheden nu ze geregeld worden aangevallen door islamistische militanten. – © Zoubeir Souissi / Reuters
Tunesische politieagenten protesteren bij het huis van de premier in Tunis. Ze eisen meer geld en betere werkomstandigheden nu ze geregeld worden aangevallen door islamistische militanten. – © Zoubeir Souissi / Reuters

Deze politici zagen in hem als niet meer dan een vogelverschrikker, maar uiteindelijk groeide hij uit tot een serieuze bedreiging van de staatsveiligheid. Met de moorden op Chokri Belaïd [op 6 februari 2013], Mohammed Brahmi [op 25 juli 2013] en tientallen van onze dappere soldaten, en met de talloze aanslagen waarvan die in Ben Guerdane tot nog toe de laatste was, lijkt aan deze bloedige periode voorlopig nog geen einde gekomen.

Toen in 2015 de partij Nidaa Tounes aan de macht kwam [de centrumpartij die de parlementsverkiezingen van oktober 2014 won, evenals de presidentsverkiezingen van december 2014], haalde een groot deel van onze maatschappij opgelucht adem en dacht dat de veiligheidssituatie nu snel zou gaan verbeteren. Helemaal omdat Nidaa zich aanvankelijk een onverzettelijk tegenstander van de islamistische beweging Ennahda betoonde. Maar sindsdien zijn Nidaa en Ennahda alweer vriendjes geworden en is alles wat er is voorgevallen met de mantel der liefde bedekt.

Auteur: Ikhlas Latif

Business News
Tunesië businessnews.com.tn

Business News is een onlinetijdschrift gericht op politiek, economie en technologie

CONTEXT: Opgeleid in Libië

‘Volgens een woordvoerder van de afdeling terreurbestrijding van het ministerie van Justitie zijn de lichamen van de 22 terroristen die op 7 maart
werden gedood bij de drievoudige aan-val op Ben Guerdane geïdentificeerd. Het zijn allen Tunesiërs,’ bericht La Presse.

De klopjacht op de terroristen is voortgezet en in totaal zijn er vijftig gedood en acht gearresteerd. Zij waren opgeleid in Sabratha en in Sirte, in Libië, en hun doel was een kalifaat te
vestigen volgens de regels van de sharia. 
Maar de bevolking is de straat op gegaan ‘om hen met stenen te verdrijven’ en de regeringstroepen te ondersteunen, benadrukt Business News.

Premier Habib Essid heeft de Tunesiërs opgeroepen om giften te doen aan 
het Nationale Fonds voor Terreurbestrijding.

Dit artikel van Ikhlas Latif verscheen eerder in Business News.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.