• Der Spiegel
  • Reader
  • Dierproeven, we kunnen (nog) niet zonder

Dierproeven, we kunnen (nog) niet zonder

Der Spiegel | Hamburg | Julia Merlot & Dagmar Rosenfeld | 02 september 2020

Nederland wordt gezien als een voorloper in het uitfaseren van dierproeven. Maar we kunnen nog lang niet zonder. Dat blijkt wel uit de coronapandemie.

Al decennia worden er debatten gevoerd over dierproeven in Europa. Zo kwamen eind 2019 de miserabele omstandigheden in een laboratorium bij Hamburg aan het licht. Meteen barstte er weer een discussie los en werden algemene vooroordelen tegenover de experimenten versterkt. Tegelijkertijd maakt de coronapandemie duidelijk hoe belangrijk het voor de mens is om nieuwe ziekteverwekkers, geneesmiddelen en vaccins snel aan een wetenschappelijk onderzoek te kunnen onderwerpen. Ook met behulp van dierproeven.

Desondanks hebben tegenstanders van dierproeven op het hoogtepunt van de eerste coronagolf op 6 maart en 30 april petities ingediend bij de Europese Commissie om dierproeven volledig te verbieden. Een van de drijfveren van de initiatiefnemers is dat Nederland al een uitfaseringsplan voor een wereld zonder experimenten op dieren zou hebben. Waarom zou een einde dan ook niet in andere landen mogelijk zijn?

Geen concreet plan

Die vraag is echter heel eenvoudig te beantwoorden: in Nederland bestaat geen concreet plan voor een stop op dierproeven. Dat staat in een document van de actiegroep ‘Tierversuche verstehen’ [dierproeven begrijpen] waarover Der Spiegel beschikt. De EuropeseCommissie heeft dan ook geen gevolg gegeven aan de petities. In plaats daarvan waarschuwen gerenommeerde onderzoekers er met het oog op de coronacrisis voor dat te strenge regels het geneeskundig onderzoek dreigen te hinderen.

Achtergrond van het debat over het vermeende Nederlandse uitfaseringsplan is een rapport van het Nederlandse Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) uit 2016. Daar staat in dat er mogelijkheden zijn om dierproeven bij gestandaardiseerde veiligheidstests voor chemische stoffen tot 2025 stapsgewijs af te bouwen.

Maar volgens de actiegroep ‘Tierversuche verstehen’ zijn er geen wetsvoorstellen of andere voornemens uit deze steeds weer geciteerde passage van het rapport voortgevloeid. De actiegroep, opgericht door wetenschapsorganisaties in Duitsland, heeft de Nederlandse regering vragen gesteld over hun plannen ten aanzien van dierproeven.

De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) heeft in 2018 weliswaar transitiedoelen voor dierproefvrije innovaties ontwikkeld, aldus ‘Tierversuche verstehen’ in zijn rapport, maar de Nederlandse regering heeft zich er sindsdien toe beperkt bestaande regelingen te handhaven en alternatieve methoden te steunen. Het lag niet in de bedoeling om met dierproeven te stoppen zonder dat er een adequate alternatieve methode was, zo deelde het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mee. Dit zou ook in het fundamenteel en het toegepast onderzoek niet de intentie zijn geweest. Het jaar 2025 komt helemaal niet meer voor in de agenda van de regering, schrijft ‘Tierversuche verstehen’.

Een medewerker van het Centraal Dierenlaboratorium van het Radboudumc verzorgt muizen voor onderzoek naar schisis. – ©  Robin van Lonkhuijsen / ANP
Een medewerker van het Centraal Dierenlaboratorium van het Radboudumc verzorgt muizen voor onderzoek naar schisis. – ©  Robin van Lonkhuijsen / ANP

Begin augustus legden ruim tachtig voornamelijk Nederlandse onderzoekers in een essay uit waarom ze met name in het biogeneeskundig onderzoek dierproeven onvervangbaar achten.

In het vaktijdschrift Current Biology hekelden ze de met dierproeven verbonden bureaucratie, die te veel geld, energie en tijd kost. De regels zijn in veel gevallen te rigide om dierexperimenten op basis van nieuwe inzichten op korte termijn te kunnen aanpassen, aldus de onderzoekers. Dat vertraagt de kennisvergroting. In de coronapandemie is de ethische toetsing weliswaar versneld, maar al met al is er een trend naar steeds meer bureaucratie.

Het appel komt van onbetwiste grootheden in de onderzoekswereld. Medeauteur is bijvoorbeeld de Nederlandse viroloog Ron Fouchier. Hij haalde in 2012 de voorpagina’s omdat hij in experimenten met fretten had onderzocht onder welke omstandigheden het vogelgriepvirus H5N1 van dier tot dier en mogelijk ook van mens tot mens zou kunnen worden overgedragen. De dieren lenen zich voor dergelijke experimenten omdat ze luchtwegaandoeningen op een vergelijkbare manier overdragen als mensen.

Namaakorganen

Ook immunoloog en geneticus Hans Clevers heeft een bijdrage aan het artikel geleverd. Hij was tot 2015 president van de KNAW, onderzoekt onder andere het ontstaan van kankeraandoeningen en geldt als kandidaat voor een Nobelprijs. Bovendien is hij een van de toonaangevende deskundigen bij de ontwikkeling van zogeheten organoïden, een soort mini-organen die ook als vervanging van dierproeven dienen.

Wetenschappers maken al gebruik van dergelijke en andere methoden, zoals computermodellen of celculturen, als die een antwoord bieden op hun vraagstukken, staat er in het essay. Verder geven de onderzoekers aan dat in de EU sinds tien jaar de verplichting geldt om dierproeven zo mogelijk te vervangen, het aantal dieren in afzonderlijke proeven te beperken en het leed zo gering mogelijk te laten zijn.

Over de droom van het volledig afzien van dierproeven laten ze geen misverstanden bestaan: ‘Momenteel is er geen geïntegreerd vervangend model beschikbaar om de complexe functies van het lichaam te onderzoeken,’ schrijven de onderzoekers. Om erachter te komen hoe het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 wordt overgedragen, wordt ook nu weer gebruikgemaakt van fretten. Mensen gericht infecteren om de overdracht te observeren is volgens de wetenschappers niet mogelijk omdat het risico op ernstige complicaties te groot is.

Onvervangbaar

Bovendien proberen onderzoekers met behulp van knaagdieren, varkens en primaten duidelijk te krijgen hoe een infectie met het virus moet worden voorkomen of behandeld. Bij proeven met makaken is aangetoond dat het geneesmiddel remdesivir de symptomen van een SARS-CoV 2-infectie vermindert, aldus de onderzoekers. Het middel wordt inmiddels getest op covid-19-patiënten, de eerste onderzoeksresultaten zijn positief.

Dieren zouden ook onvervangbaar zijn om de effectiviteit, veiligheid en werking van vaccins te onderzoeken. Dat dat geen sinecure is weten we van het eerste SARS-virus. Een kandidaat-vaccin uit 2004 zou ervoor hebben gezorgd dat fretten vaker hepatitis kregen in plaats van afweer tegen SARS-CoV-1 te ontwikkelen. Er is geen kunstmatig model van het immuunsysteem dat op dergelijke bijwerkingen kan worden onderzocht, betogen de onderzoekers.

Uiteindelijk zijn ook alternatieve methoden voor dierproeven vaak  gebaseerd op inzichten uit die laatste, schrijven de wetenschappers. Dat de ontwikkeling van vervangende methoden wordt gestimuleerd, is volgens hen een positieve ontwikkeling. ‘Dieronderzoek blijft echter noodzakelijk om onze gezondheidszorg te waarborgen, omdat alternatieve methoden nooit helemaal de plaats zullen kunnen innemen van dierproeven.’

Auteur: Julia Merlot

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 840.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

Dit artikel van Julia Merlot & Dagmar Rosenfeld verscheen eerder in Der Spiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.