• Le Monde Diplomatique
  • Politiek
  • Een sprankje hoop in de Syrische chaos

Een sprankje hoop in de Syrische chaos

In de Noord-Syrische regio Rojava hebben bewoners een democratische confederatie in het leven geroepen, gebaseerd op lokaal zelfbestuur. Ze streven naar een egalitaire samenleving waarin de rechten van vrouwen en minderheden worden gerespecteerd.

Ondanks de nacht heerst er 
nog een verstikkende hitte in Kamishli. Nadat we snel zijn vertrokken van de kleine luchthaven die nog altijd wordt gecontroleerd door enkele tientallen politiemannen en soldaten van het regime van Bashar al-Assad, komen we onmiddellijk op het grondgebied van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, vaak ‘Rojava’ genoemd (Koerdisch voor ‘west’). In dit gebied langs de Turkse grens tussen de Eufraat en Irak, dat is terugveroverd op de jihadisten van Islamitische Staat, wonen minstens twee miljoen mensen, van wie 60 procent Koerden. Sinds 2014 waait in dit deel van Noord-Syrië een politieke wind die is geïnspireerd door Abdullah Öcalan, de oprichter van de Koerdische Arbeiderspartij PKK, die al vanaf 1999 gevangenzit in Turkije. De PKK en haar Syrische bondgenoot PYD (Democratische Uniepartij) hebben het marxistisch-leninisme vaarwel gezegd en zich bekeerd tot het anarchosyndicalisme van de Amerikaanse ecoloog Murray Bookchin (1912-2006).
Hun beginselverklaring, het in 2014 aangenomen Sociaal Contract van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, verwerpt nationalisme en staat een egalitaire samenleving voor waarin alle bevolkingsgroepen gelijkelijk zijn vertegenwoordigd en de rechten van minderheden worden gerespecteerd.

Rojava is de facto autonoom. Behalve de enclave Hasakah en de luchthaven van Kamishli, die onder het gezag van Damascus vallen, wordt de regio gecontroleerd door de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), waarin de Koerdische strijders en strijdsters van de Volksbeschermingseenheden (YPG), de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden (YPJ) en leden van de soennitische, yezidische en christelijke milities zich hebben verenigd.

Reusachtige YPG-vlaggen wapperen boven de talrijke wegversperringen in Kamishli, waar de politie van de autonome regering ieder voertuig minutieus inspecteert. Zelfmoordaanslagen door jihadisten vormen een permanente dreiging. Iedereen herinnert zich die van 2016, waarbij 44 doden en 140 gewonden vielen. De duisternis in de straten contrasteert met de verlichting van Nusaybin en Mardin, twee steden aan de andere kant van de Turkse grens. In een regio die wemelt van de natuurlijke hulpbronnen illustreert het energieprobleem de uitdagingen waarvoor het nieuwe bewind zich gesteld ziet. In Rumeilan, op honderd kilometer van Kamishli, langs de weg naar Irak, vormen zich lange wachtrijen bij de pompstations. Voor het begin van de oorlog, in 2011, leverde deze regio 380.000 vaten ruwe olie per dag, eenderde van de productie van het land. Door de strijd is de oliewinning met 70 procent gedaald en is er een schreeuwend gebrek aan benzine. Omdat er geen raffinaderijen zijn, ziet de autonome regering zich gedwongen een deel van de ruwe olie aan het Syrische bewind te verkopen, dat voor een forse prijs brandstof teruglevert: 80 eurocent per liter.

Bovendien schieten de kleine ambachtelijke raffinaderijen die benzine voor 20 eurocent per liter verkopen als paddenstoelen uit de grond, maar hun aanslag op het milieu begint zorgwekkend te worden. De rook kleurt het landschap zwart; huidziekten en ademhalingsproblemen nemen hand over hand toe. ‘We hebben voorlopig geen andere oplossing,’ erkent Samer Hussein, de vrouwelijke adjunct-directeur van de energiecommissie die in Rumeilan zetelt. ‘Zodra we kunnen, zullen we moderne raffinaderijen bouwen en de regio schoonmaken. En we zullen al die arbeiders natuurlijk 
in de nieuwe fabrieken tewerkstellen.’

Excuus

In andere regio’s van Rojava, zoals Manbij, is het verbod op ambachtelijke raffinaderijen in het verkeerde keelgat geschoten van het deel van de bevolking waarvoor elektriciteit al op rantsoen is gesteld, hoewel de SDF de drie grootste stuwmeren langs de Eufraat heeft veroverd. Volgens internationale afspraken moet Turkije, dat het stroomopwaartse deel van de rivier benut, de doorstroming van 600 
kubieke meter water per seconde garanderen. ‘Toen IS de stuwmeren controleerde, liet Turkije een groter volume door,’ bevestigt Ziad Rustem, ingenieur en adjunct-directeur van de energiecommissie van het kanton Jazira. ‘Maar sinds de Syrische Democratische Strijdkrachten het gebied hebben bevrijd, zijn de Turken het watervolume gaan verminderen. Momenteel stroomt er nog geen 200 kubieke meter per seconde door.’

Sherwan Youssef, journalist bij de Koerdische tv-zender Ronahi in Kamishli, onderstreept de onvrede bij de bevolking. ‘In Kamishli hebben enkele honderden mensen een protestbetoging gehouden. Ze geven de autonome regering de schuld, maar niet Turkije. Toch vind ik die betogingen terecht. Oorlog kan niet altijd een excuus zijn voor het gebrek aan geleverde diensten.’

Ook al speelt milieubescherming een prominente rol in het Sociaal Contract, er zijn ook mensen die benadrukken dat de context daarvan de bouw van raffinaderijen, de modernisering van stuwmeren en de ontwikkeling van duurzame energie verhindert. Turkije heeft een blokkade in de regio opgeworpen, net als zijn bondgenoten van de Democratische Partij van Koerdistan (PDK), die het noorden van Irak bezet houden en met een scheef oog naar het succes van de PKK en de PYD kijken.

Koerdische vrouwen in traditionele kleding vieren het voorjaarsfeest Noroez in de Noord-Syrische stad Kamishli in maart 2017. © Rodi Said / Reuters
Koerdische vrouwen in traditionele kleding vieren het voorjaarsfeest Noroez in de Noord-Syrische stad Kamishli in maart 2017. © Rodi Said / Reuters

De dringende behoeften en de onderlinge strijd hebben niet kunnen verhinderen dat er een democratische confederatie in het leven is geroepen, gebaseerd op het principe van lokaal zelfbestuur. De gemeenten hebben zich gehergroepeerd tot drie kantons – Jazira, Kobani en Afrin – die alle drie over een parlement en een kantonnale regering beschikken. Een Syrische Democratische Raad moet de drie kantons, die hun beleid al op elkaar afstemmen, op termijn overkoepelen. De eerste verkiezingen hebben plaatsgevonden in maart 2015, en andere 
zijn voorzien voor eind dit jaar, terwijl de parlementen begin 2018 moeten worden gekozen. De eerste stemmingsronde is geboycot door de Syrische Koerden, die nauwe banden hebben met de PDK, zoals Narin Matini, bestuurslid van de Koerdische Toekomstbeweging en de Koerdische Nationale Raad (CNK), die wordt geleid door 
Massoud Barzani, de president van 
de regionale regering van Iraaks-Koerdistan.

Mevrouw Matini ontvangt ons in haar huis in de volkswijk van Kamishli: ‘Wij zetten ons in voor een onafhankelijk Koerdistan,’ zegt ze. ‘We zijn geen voorstanders van een Democratische Federatie van Noord-Syrië. De autoriteiten hebben onze kantoren gesloten en onze leiders gearresteerd en daarna weer vrijgelaten. De autonome regering zegt dat we ons moeten registreren om te mogen functioneren. Maar dat zou betekenen dat we hen steunen.’

Het parlement van Jazira zetelt in Amuda, op een twintigtal kilometers van Kamishli. Het gebouw wordt zwaar bewaakt en is alleen te voet bereikbaar; bezoekers worden zorgvuldig gefouilleerd en geïdentificeerd. 99 van de 101 leden, waarvan de helft vrouwen, zijn vertegenwoordigers van politieke partijen die het Sociaal Contract hebben ondertekend. Daarnaast hebben er twee vertegenwoordigers van organisaties uit de burgermaatschappij zitting, volgens de regels een man en een vrouw. Zij worden naar voren geschoven door hun gemeenschap of vereniging en benoemd door het parlement. Ten slotte heeft een tiental Koerdische en Arabische politieke organisaties de bevoegdheid en middelen om in het parlement te functioneren zonder er daadwerkelijk deel van uit te maken.

De stichting van een Koerdische natiestaat was geen doelstelling van Abdullah Öcalan, die zijn beweging als antinationalistisch bestempelt. ‘Ik wil dat de bevolkingsgroepen het recht op zelfverdediging krijgen en dat ze bijdragen aan de democratisering van alle partijen van Koerdistan, zonder de bestaande politieke grenzen ter discussie te stellen’, schrijft hij vanuit zijn gevangenis. ‘Wij willen niet gescheiden worden van ander Syrisch grondgebied,’ licht Siham Queyro toe, de vrouwelijke medevoorzitter van het comité van Buitenlandse Zaken van 
de autonome regering van het kanton Jazira. ‘De Koerden, de Arabieren en de Syriërs hebben in 2013 afgesproken om een autonome regering te vormen.’ Als lid van de christelijke gemeenschap, die voornamelijk uit Syriërs, Assyriërs en Chaldeeërs bestaat, herinnert ze er en passant aan dat de godsdienstvrijheid gegarandeerd is en dat er geen staatsreligie bestaat.

‘De beste manier om te voorkomen dat we opnieuw een dictator in Damascus krijgen, is de macht verdelen tussen de regio’s’

In de ogen van de Nationale Syrische Coalitie, die geacht wordt de oppositie te verenigen maar nauwe banden onderhoudt met de Moslimbroeders, zijn de PYD en de daarmee verbonden militaire groeperingen zonder uitzondering ‘terroristische organisaties’ die gelieerd zijn aan de PKK. Veel leden van de Syrische oppositie beschuldigen de Coalitie ervan onder één hoedje te spelen met het regime. Maar anderen zijn van standpunt veranderd, zoals Bassam Ishak, voormalig directeur van een mensenrechtenorganisatie in Hasakah. Hij had zich in het begin aangesloten bij de Syrische Nationale Raad (SNR), die deelneemt aan de Coalitie en eerst in Istanboel gevestigd was alvorens te verhuizen naar Rojava: ‘Toen de revolutie van vreedzame betogingen in gewapende opstand ontaardde, werd duidelijk dat de SNR een ander doel voor ogen had dan ik. Ze willen Bashar al-Assad verdrijven en een machtsmonopolie verwerven. Ik had dus de keus tussen de religieuze staat die de Syrische Nationale Raad voor ogen heeft, die van een Arabisch nationalistisch Syrië en die van een pluralistische staat. De beste manier om te voorkomen dat we opnieuw een dictator in Damascus krijgen, is de macht verdelen tussen de regio’s.’

Veel Koerden die we ontmoeten ontkennen de beschuldiging dat Rojava met Damascus heult; ze komen telkens weer terug op wat ze als strategische fouten van het regime beschouwen. Leraar Muslim Nabo heeft aan de Universiteit van Latakia gestudeerd. Zijn vrienden en hij publiceerden daar in het geheim een tijdschrift in het Koerdisch. Nadat ze in 2007 waren gearresteerd en overgebracht naar Damascus, werden ze in een minuscule cel gepropt en drie maanden lang geslagen. ‘Sommigen zeggen dat wij het regime van Bashar al-Assad steunen. Dat is een leugen,’ zegt hij. Na een jaar en een week werd hij vrijgelaten, het maximum voor administratieve hechtenis zonder proces. ‘We hebben veel geleden onder dit regime, dat sommige van onze politieke leiders heeft gemarteld en vermoord. Aan de andere kant wilden de Koerdische partijen geen gemilitariseerde revolutie die afhankelijk is van Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. De steun van deze landen aan jihadistische groeperingen is catastrofaal geweest voor de Syrische revolutie.’ Wat de Amerikaanse hulp betreft, ‘dat is militaire steun en geen politieke of economische,’ zegt commandant Nashrin Abdallah. ‘Een tijdelijke, transparante en tactische overeenkomst’, volgens diverse Koerdische leidinggevenden die we hebben gesproken.

In 2014 en 2015 hebben twee internationale rapporten onenigheid gezaaid over het werkelijke beleid van de PYD in de op IS terugveroverde zones, met name in Tal Abyad: ‘Door opzettelijk woningen van burgers te verwoesten, in sommige gevallen door hele dorpen met de grond gelijk te maken en in brand te steken en door de bewoners zonder enige militaire reden te verplaatsen, misbruikt het autonome bestuur zijn gezag en maakt het schaamteloos inbreuk op de internationale mensenrechten door middel van aanslagen die oorlogsmisdaden vormen,’ zei Lama Fakih, crisisadviseur bij Amnesty International, in oktober 2015. Een jaar eerder stelde een rapport van Human Rights Watch hetzelfde.

Je kunt niet spreken van een etnische zuivering onder Arabieren, verdedigt mevrouw Queryo zich. ‘Toen er gevechten dreigden uit te breken, heeft de YPG de bevolking verzocht haar huizen tijdelijk te verlaten. Na de gevechten heb ik zelf veel dorpen rond Tal Abyad en Raqqa bezocht. De mensen hebben me allemaal verzekerd dat het zo is gegaan. Na twee weken zijn ze teruggekeerd.’ Ook het rapport van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, gepubliceerd in maart 2017, weerspreekt de beschuldigingen van etnische zuivering: ‘De commissie heeft geen enkel bewijs gevonden dat de strijdkrachten van 
de YPG of SDF zich om etnische redenen tegen de Arabische bevolking hebben gekeerd, noch dat het kantonnale YPG-bestuur systematisch heeft geprobeerd de demografische samenstelling van de gebieden die onder hun gezag vielen vanuit etnisch oogpunt te 
veranderen.’ Hoewel de commissie opmerkte dat de verborgen bommen van IS de verplaatsingen rechtvaardigden, had ze kritiek op het gebrek aan ‘adequate’ humanitaire hulp aan de verplaatste gemeenschappen en de ‘gedwongen rekrutering’ door de YPG voor de militaire dienst.

Kobani

We verlaten Amuda en gaan naar Kobani, in het westen van Rojava. De weg loopt langs een eindeloze muur 
van 500 kilometer lang, gebouwd door Turkije dat daarmee het Syrische grondgebied is binnengedrongen. Dit betonnen bouwwerk, afgezet met prikkeldraad, versterkt het gevoel van isolement van deze gebieden die altijd de graanschuur van het land zijn geweest. Begin juli is het graan van de immense graanvelden geoogst en nu scharrelen er kuddes schapen hun kostje bij elkaar. De heuvels zijn bedekt met keurige rijen olijfbomen – een recente cultuur in de regio. De vaak zeer jonge landarbeiders beginnen vroeg te werken om voor de ergste hitte klaar te zijn. In de buurt van Tal Abyad loopt de weg over een sterk stromende rivier. Dit was kort geleden nog maar een onbeduidend stroompje, maar doordat Turkije het water uit de Eufraat grotendeels voor zichzelf houdt heeft men zich in allerijl op secundaire rivieren gericht, waarvan de irrigatie profiteert.

Bij het binnenrijden van Kobani zien we in de middenberm foto’s van ‘martelaren’, onder wie veel vrouwen. Ook het portret van Öcalan is alom aanwezig. De stad, die nog maar twee jaar geleden grotendeels was verwoest, bruist van energie en activiteit. Door raketten en granaten verwoeste huizenblokken worden afgewisseld door hijskranen en panden in aanbouw. ‘We willen de stad zo snel mogelijk weer opbouwen, zodat de mensen terugkomen,’ zegt Hawzin Azeez, die bij een organisatie voor stedelijke ontwikkeling werkt. Volgens haar voldoet de humanitaire hulp niet aan de verwachtingen en de beloftes. ‘De herbouw komt hoofdzakelijk op onszelf neer.’

De strijd om Kobani, die plaatsvond tussen september 2014 en januari 2015, vormde een beslissend keerpunt in de strijd tegen IS. Na de verovering van Mosul in Irak en Raqqa in Syrië is de uitbreiding van het ‘kalifaat’ hier voor het eerst een halt toegeroepen.

Door de strijd heeft de wereld ook kunnen ontdekken dat de situatie voor vrouwen in het Midden-Oosten aan het veranderen is. Kongra Star is de naam die aan het vrouwenopvanghuis in de stad is gegeven. Dit enorme gebouw, gelegen in een rustig straatje, ontvangt voornamelijk vrouwen die een klacht hebben ingediend wegens geweld binnen het huwelijk. Een grote vergaderzaal komt uit op de tuin, met aan de muur een reproductie van een schilderij van een kunstenaar uit Gaza: een jonge vrouw die oprijst uit de ruïnes, een symbool van toekomst en hoop. Aan weerskanten van dit schilderij hangen portretten van vrouwen die zijn gedood in de strijd om Kobani. Een ander deel van het huis, dat van een aparte, discrete ingang is voorzien, is bedoeld voor de opvang van vrouwen in nood.

De vrouwen met wie we spreken benadrukken dat seksegelijkheid de belangrijkste pijler van het Sociaal Contract van Rojava is. ‘Volgens de nieuwe wetten die door de autonome regering zijn aangenomen, erven een zoon en een dochter een gelijk deel, terwijl de islamitische wet maar in een half deel voor de dochter voorziet,’ geeft Sara al-Khali, een van de medewerkers van Kongra Star, als voorbeeld. ‘Het valt niet mee om deze nieuwe wetten aan een traditionele samenleving op te leggen, maar geleidelijk beginnen de mensen het te accepteren.’ De autonome regering verbiedt ook polygamie, al bestaat er een uitzondering op de regel. De ‘schaarste aan jongemannen’ dwingt sommige vrouwen ertoe om met een man te trouwen die al getrouwd is, vertelt mevrouw Azeez. ‘Als alle betrokken partijen ermee instemmen, kan de rechter ontheffing van het verbod verlenen.’

© Courrier International
© Courrier International

‘In deze regio bestaat een verschrikkelijke gewoonte, de eerwraak,’ zegt mevrouw Al-Khali, die er trots op is een bijdrage te leveren aan de uitroeiing daarvan. ‘Als iemand mijn broer doodt, moet mijn familie zich wreken door een lid van de andere familie te doden. Kongra Star heeft een comité gevormd om een verzoening tussen vertegenwoordigers van beide families te bewerkstelligen en daarmee een vendetta te voorkomen. Als er in een wijk een probleem ontstaat, komt een comité van vrouwen tussenbeide om een oplossing te vinden. Lukt dat niet, dan komen de vrouwen hier. Als het vrouwenopvanghuis geen oplossing vindt, wordt het conflict voor de rechter beslecht.’

Hier zien we een rechtstreekse toepassing van de anarchosyndicalistische beginselen van Murray Bookchin. ‘Elke straat, elke wijk hier kan een deelraad vormen,’ bevestigt Ibrahim Moussa, inwoner van Kobani. ‘Dat is een soort basisbestuur, gekozen door de bewoners en afzetbaar. Vorig jaar zijn er 2300 deelraden geregistreerd in het kanton Kobani. Die hebben 9700 klachten kunnen behandelen, en maar vijfhonderd daarvan zijn voor de rechter gekomen. Ander voorbeeld: de bewoners controleren of de antimonopoliewet in elke wijk wel goed wordt nageleefd, zodat de winkeliers niet van het embargo profiteren door hun prijzen te verhogen.’

De situatie in Kobani illustreert ook de uitdaging waarvoor de coalitie van diverse gemeenschappen zich geplaatst ziet: ze strijden zij aan zij tegen IS, maar zijn het niet per se eens over de rest. Onder het regime van Assad werd onderwijs alleen maar in het Arabisch gegeven. Niet zonder problemen heeft een hervorming van het schoolsysteem de drie officiële talen, Syrisch, Arabisch en Koerdisch, als gelijkwaardig aangemerkt, vertelt Dildar Kobani, lid van de directie Onderwijs van het kanton. ‘Sommigen beschuldigen ons van “koerdisering”. Dat is absurd. De helft van onze twintigduizend docenten is Arabisch. In Kobani is het grootste deel van het bestuur Koerdisch, net als de bevolking. Maar in Tal Abyad, een gemengde regio, is het bestuur half Koerdisch, half Arabisch.’

Volledig gesluierde vrouwen doen hun boodschappen naast vrouwen met een onbedekt hoofd

Onze voorlaatste tussenstop is Manbij, een stad die in augustus 2016 van het juk van IS is bevrijd door de SDF, na een heftige strijd waaraan ook Turkse troepen en het Vrije Syrische Leger deelnamen. In de soek valt meteen de culturele diversiteit op. Volledig gesluierde vrouwen doen hun boodschappen naast vrouwen met een onbedekt hoofd. Arabieren verkopen fruit naast Koerdische slagers en bakkers. Ahmed, een Turkmeen, bereidt pizza’s en verwerpt het idee van een Turkse interventie. ‘We leven hier samen, als broeders. De relatie tussen de Turkmeense, Koerdische, Arabische en Tsjetsjeense gemeenschappen is heel goed. Er zijn zelfs gemengde huwelijken. Wat zou Turkije hier dan te zoeken hebben?’

Abeer al-Aboud, die een sluier draagt, behoort tot de grote Arabische stam Beni Sultan. Haar naam wordt genoemd voor een plek in de burgerregering van Manbij, en ook zij maakt zich kwaad over de bedoelingen die aan Turkije worden toegeschreven: ‘Wij verzetten ons fel tegen de Turkse beschuldigingen dat de Koerden de Arabische, Turkmeense, Tsjetsjeense of Tsjerkessische burgers zouden overheersen. De vijf gemeenschappen zijn vertegenwoordigd in de grote raad, en in alle andere zijn de Arabieren in de meerderheid. Turkije probeert onze reputatie te besmeuren. Als het onder dat voorwendsel tegen de Koerden wil strijden, zullen wij, de Arabieren, achter de Koerden staan om ons mozaïek van volkeren te verdedigen.’

Niet ver van de markt komen we Ali Hatem tegen, een Arabier die zijn hele leven in de bouw heeft gewerkt. Nu verkoopt hij sigaretten, waarop onder IS de doodstraf stond. ‘Toen het Vrije Syrische Leger en het al-Nusrafront hier kwamen, werd de situatie heel slecht. Ze bemoeiden zich overal mee. Bovendien bestalen ze ons en vochten ze met elkaar. Onder IS was het nog erger. Je was bang om te praten, je dacht dat de muren oren hadden. Als we nu een probleem hebben, hebben we een deelraad.’

De lokale autoriteiten doen er alles 
aan nieuwe haatuitbarstingen te voorkomen. Abeer Mahmoud, lid van de Raad voor Verzoening en Integratie, heeft al drie jaar niets van haar man gehoord, die door IS werd gearresteerd. Toch dringt ze aan op verzoeningsmaatregelen. ‘Toen Manbij werd bevrijd, zijn veel mensen naar de SDF gelopen om collaborateurs aan te geven. Die werden door de militaire raad gearresteerd om te voorkomen dat er wraak werd genomen zonder proces. Na onze verzoeningsinspanningen zijn 250 mannen die geen bloed aan hun handen hadden bevrijd. De doodstraf bestaat hier niet.’ Jihadisten die verdacht worden van halsmisdrijven of daarvoor zijn veroordeeld, worden vastgehouden in gevangenissen die naar men zegt de Conventie van Genève respecteren, die is ondertekend door de YPG.

Ain Issa

Op de weg naar Raqqa stoppen we in Ain Issa, het militaire hoofdkwartier van de SDF. Een dienstplichtige is bezig ‘Syrische Democratische Strijdkrachten’ op een muur te schilderen, in het Arabisch, Koerdisch en Syrisch. De autonome regering legt een militaire dienstplicht van negen maanden op. Maar de overgrote meerderheid van 
de soldaten aan het front zijn vrijwilligers, onder wie enkele buitenlanders; een van hen was Robert Grodt, vroeger actief in Occupy Wall Street, die op 6 juli werd gedood toen de YPG de buitenwijken van Raqqa binnenviel. Konvooien lichte Amerikaanse pantservoertuigen rijden over de 
weggetjes van de sector. Na twee uur rijden, door een landschap dat bezaaid is met verwoeste gebouwen en verbrande voertuigen, doemt de stad op. De scherpschutters en de jihadistische aanslagen remmen de opmars van de SDF. Aan het begin van de stad biedt een eerstehulppost de mogelijkheid om lichtgewonden te behandelen. 
Een stukje verder, in een ander pand, maakt een groep jonge vrouwelijke dienstplichtigen met een yezidische achtergrond zich op om naar het front te vertrekken. Een van hen zegt dat ze alle vrouwen wil wreken die slachtoffer zijn geworden van IS. ‘Het kan me weinig schelen of de gevangen gehouden vrouwen yezidisch, Arabisch of Turkmeens zijn, we zijn gekomen om ze te bevrijden. Daarna gaan we weer naar huis, we zijn geen bezetters.’

Vanaf het terras van het gebouw waar de strijders op verhaal kunnen komen is het uitzicht op deze agglomeratie, die vroeger tweehonderdduizend inwoners telde, indrukwekkend. De straten tussen de verwoeste en nog overeind staande gebouwen zijn uitgestorven. Alle bewoners van de wijk zijn geëvacueerd; af en toe hoor je schieten of 
een explosie. Op een lagere verdieping doen strijders zich tegoed aan een grote schaal rijst, groenten en kip. De insignes op hun uniform zijn verschillend.

Sommige zijn Arabisch, andere Koerdisch of yezidisch, maar allemaal luisteren ze aandachtig naar een gesprek over de radiotelefoon tussen een lid van de groep en iemand van het hoofdkwartier van de SDF, die hem instructies geeft. IS blijft zich verzetten, en hoewel men voorspelt dat hun ondergang onafwendbaar is, zal er nog heel wat strijd moeten worden geleverd voordat Rojava of de Democratische Federatie van Noord-Syrië met naam en toenaam op de kaart prijken.

Auteur: Mireille Court

Le Monde Diplomatique
Frankrijk | maandblad | oplage 300.000

‘Le Diplo’ heeft een linkse blik op de internationale politiek en cultuur. Kritisch op de wereldwijde effecten van het neoliberalisme. Met tien buitenlandse edities komt het lezersaantal op 1 miljoen.

Dit artikel van Mireille Court verscheen eerder in Le Monde Diplomatique.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.