• Reportagen
  • Cultuur
  • Elkaar in virtual reality ontmoeten nu dat fysiek even niet kan

Elkaar in virtual reality ontmoeten nu dat fysiek even niet kan

Worlding Worlds, MU – © Hanneke Wetzer
Reportagen | Bern | Eva Wolfangel | 23 januari 2021

Als de werkelijkheid niet meer bevalt, biedt virtual reality tal van mogelijkheden. Die zogenaamde realiteit wordt bovendien steeds echter. ‘Je zintuigen worden zo geprikkeld dat je lichaam de rest gewoon invult.’

Het maakt allemaal een nogal onschuldige indruk. Een zonnestraal komt precies voor mijn voeten terecht, hij heeft een lange reis achter de rug, ook al bestaat hij eigenlijk niet echt. De zonnestraal heeft zich een weg gebaand door het dikke pak wolken buiten, is meegereisd op de piepkleine regendruppeltjes uit de hemel, tot hier bij mij. Zachtjes en warm kietelt hij mijn voet op de parketvloer. Ik kijk om me heen: de ruimte heeft de vorm van een kubus, aan drie zijden begrensd door enorme glazen wanden. De vierde muur is vrijwel over de hele breedte bedekt door een reusachtig scherm waarop een film speelt. Een paar lachende mannen staan ernaar te kijken.

Waar ben ik? Ik ben in de toekomst. En tegelijk ben ik in het hier en nu. Ik ben in de realiteit. En tegelijkertijd in iets heel anders, iets dat wel wat weg heeft van een droom. Ik ben in de virtuele realiteit. Ze zeggen dat virtual reality onze toekomst is en dat we elkaar over een jaar of tien, twintig hier zullen ontmoeten, in plaats van verre reizen te maken om onze geliefden te zien. Nu zijn er nog maar weinig mensen op pad in deze wereld, die eigenlijk nog niet echt bestaat, ook al ziet hij er voor mij op dit moment verdomd echt uit.

Worlding Worlds, MU – © Hanneke Wetzer

In de niet-virtuele werkelijkheid heb ik nu een grote koptelefoon en een enorme virtualrealitybril op die in het begin zwaar aanvoelde, en sta ik in mijn eigen woonkamer. Maar wat is nou echt: zodra ik me bevind in de kubusvormige ruimte met de glazen wanden die alleen in mijn bril bestaat, verdwijnt de andere realiteit. De headset voel ik niet meer, ik sta niet meer in mijn woonkamer, ik ben in deze met licht overgoten ruimte met het grote scherm tegen de muur. Als ik op de vloer van mijn woonkamer een stap zet, ga ik ook in de virtuele ruimte een stap naar voren. Buig ik mijn hoofd, dan doet mijn avatar, in wiens lichaam ik de andere wereld beleef, dat ook. 

Andere wereld

Ik draai een rondje en ben verbaasd hoe echt het allemaal lijkt: boven, onder, links, rechts, waar ik ook kijk, de illusie is zo perfect dat mijn woonkamer en daarmee de hele andere wereld verdwijnt. Ik verbaas me over de bomen achter het raam die wiegen in de wind, net als echte bomen, ervoor loopt een beekje dat uitkomt bij een waterval. Als ik dichter bij de uitgang kom, hoor ik het beter, net als het getsjilp van de vogels en het ruisen van de bladeren, terwijl het gesprek van de mannen op de achtergrond zachter wordt. Dit hier is de ‘Hang out area’. Op het menu heb ik deze gekozen omdat het klinkt naar vrije tijd, gezelligheid, smalltalk, mensen leren kennen, relaxen. Ik voel de zon op mijn huid, ook al kan dat eigenlijk niet. Hier worden je zintuigen zo geprikkeld dat mijn lichaam de rest gewoon invult. Er komt een rust over me waarvan ik niet weet of die misschien ook alleen virtueel is.

Opeens wordt de zonnestraal verduisterd en staat er een grote, rode man voor me. Ik heb hem niet zien aankomen, maar nu hoor ik hem hijgen, vlak bij mijn oor, veel te dichtbij. Hier klopt iets niet. Zijn hand komt dichterbij, ik kijk omlaag, zie mijn blauwe jurk en zijn hand op mijn borst. Ik heb een vrouwelijke avatar gekozen, was dat misschien verkeerd? Mijn avatar heeft een wespentaille en ziet er verder uit als een kleine robot, met ronde, lege oogkassen die oplichten als je spreekt. Mijn vrouwelijke avatar heeft de man ertoe verleid om mij te grijpen. Ik wil schreeuwen. Maar wie zal me horen? In welke wereld komt mijn kreet terecht? De rode man staat voor me, breedgeschouderd, met agressief flitsende groene ogen, hij betast me en zegt niets. Hij kijkt me recht in de ogen, alsof hij zich afvraagt hoe ver hij kan gaan. Grijnst hij? Verlustigt hij zich aan mijn hulpeloosheid? Wil hij zien wat er nu gaat gebeuren, als een klein kind? In dit gezicht kun je van alles menen te zien. Het voelt shit. Ik wil een stap achteruit doen, maar daar is een trap. Wat als ik struikel? Zijn het echte treden? Of beweeg ik me over de vlakke vloer van mijn woonkamer in de andere wereld? 

Wat is nu echt?

Ik probeer tegen mezelf te zeggen dat het allemaal niet echt is. Als door drijfzand banen de gedachten zich een weg door mijn hoofd. Deze ruimte lijkt te echt. Maar wat is nu echt? In mijn echte handen heb ik twee controllers, zwarte ringen ter grootte van een armband. Die brengen mijn bewegingen over naar de virtuele wereld. Daar heb ik dus geen handen met vingers, maar twee ringen. Ik probeer de man weg te duwen, maar de controllers gaan dwars door hem heen. ‘Look!’ roept hij naar opzij, ‘kijk!’ Er komt nog een man aan, even rood, even enorm. Nu staan ze daar allebei te lachen. Ik hoor ze ademhalen, de een bij mijn rechter- en de ander vlak bij mijn linkeroor, de ene lacht zo hard dat hij moet hoesten. Het komt allemaal mijn hoofd in alsof er echte mensen naast me staan. En ze zijn echt. Deze mannen staan net als ik ergens op de wereld in een woonkamer, ze hebben precies dezelfde stem, hoesten in werkelijkheid ook en grepen zojuist een vreemde vrouw bij haar borsten alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Hun avatars hebben metalen blinddoeken voor, die oplichten als ze praten. Anders dan ik hebben ze wel handen: in plaats van een controller gebruiken ze een techniek die de bewegingen van hun echte handen en vingers filmt en overbrengt naar de virtuele werkelijkheid. De tweede man geeft een teken: met wijsvinger en duim maakt hij een rondje en steekt de wijsvinger van zijn andere hand erdoor. ‘Neuken’, betekende dat vroeger bij ons op school. Ik draai me om.

Het is niet zo dat ik niet gewaarschuwd ben. In talloze gesprekken met ontwikkelaars, filosofen en psychologen heb ik vooral één ding steeds opnieuw gehoord: virtual reality is echt heel realistisch, bijna té. Gamers vertellen over veel te gewelddadige killergames, sommigen van hen hebben problemen een virtuele moord te verwerken, andere waarschuwen: in deze realiteit voelt misbruik zo echt dat mensen er trauma’s van kunnen krijgen en die meenemen naar de echte wereld. Weer anderen vertellen enthousiast over de mogelijkheden voor sociale interactie, net als in het echte leven. Onderzoekers garanderen me: in de toekomst, als deze technologie geschikt is gemaakt voor de grote massa, gaan we echt niet alleen driedimensionale computergames spelen. Mensen die te ver van elkaar af wonen om elkaar te ontmoeten, kunnen in de virtuele wereld samen avonturen beleven, musiceren, een film kijken of gewoon een beetje praten. Ruimte en tijd worden overwonnen. Ik moet bij zulke gesprekken altijd denken aan mijn vriendin in Nieuw-Zeeland of aan mijn broer in Brazilië, met wie ik weinig contact heb omdat ik, als we bellen, e-mailen of chatten, altijd iets mis. Social virtual reality, het klinkt als een mooie droom.

Toekomst

Hoe zou die toekomst voelen? Ik ga op zoek en vind AltspaceVR, tot nu toe de grootste chatroom van de virtual reality. Nog klein, maar vervuld van een groot optimisme. Optimisme niet alleen bij de eerste gebruikers, maar vooral bij Amerikaanse verstrekkers van durfkapitaal. De virtuele werkelijkheid lijkt hen een superinvestering voor hun in het geheel niet-virtuele geld. Via een forum zoek ik gebruikers van AltspaceVR en vraag hun: waar is hier de toekomst? Niemand van hen wil me in het echte leven ontmoeten. Een van hen schrijft: ‘Als je wilt weten waar de toekomst is, moet je absoluut met Crystal kennismaken! Ze is echt een beroemdheid in de community.’ Crystal, de toekomst, het klinkt geheimzinnig. Ik neem me voor Crystal te vinden en ga op reis in deze ver verwijderde, andere wereld.

De dagen daarna zijn ontzettend opwindend. Ik ben weer kind, met iedere dag nieuwe speelkameraadjes. We verkennen allemaal verschillende ruimtes in Altspace, de ‘Welcome area’, een taveerne, we ontdekken wat we allemaal met onze avatars kunnen doen, beamen, vliegen, we zwerven door een labyrint en houden zwaardgevechten, die ook in het echt een beroep doen op alle spieren in je lijf. Want als ik met mijn zwaard zwaai, zwaai ik ook in de werkelijkheid van mijn woonkamer met mijn arm en de controller. Als een andere strijder door mijn dekking breekt, duik ik weg op de vloer van de woonkamer die voor mij op dat moment niet bestaat, ik zit immers op de krakende vloer van de taveerne. Gelukkig staat er in de echte wereld niemand naar me te kijken, denk ik af en toe als de herinnering aan mijn andere leven even opkomt.

Sommige gebruikers zijn zo enthousiast over de nieuwe techniek, over wat ze kunnen en wat er in virtual reality mogelijk is, dat ze alle grenzen overschrijden. Ze rennen tussen andere gebruikers door, wapperen met hun handen voor het gezicht van andere gebruikers of bepotelen vreemde vrouwen. 

Ik word beter in het mezelf wegbeamen, dat is de nooduitgang uit de virtuele realiteit. Ik hoef alleen maar met mijn controller naar een plaats in de ruimte te wijzen en op een knop te drukken en dan land ik precies op die plek.

Dat kan gevaarlijk zijn: op een dag heb ik me samen met mijn nieuwe speelkameraden op een rots gebeamd, pal voor mijn voeten gaat het honderden meters omlaag. Beneden zie ik de piramide die gisteren nog enorm en onoverwinnelijk voor me stond, nu is hij piepklein, de mensen die erop staan lijken luizen. Ik kijk voorzichtig achterom; achter me niets dan rots, geen mogelijkheid om weg te komen. Ik sta te trillen, kan me niet bewegen, denk even aan de andere wereld die zo ver weg is, en waar ik op de solide vloer van mijn woonkamer sta. Of niet? De gedachte stelt me niet gerust. Dit hier voelt te echt. Ik verstijf, mijn lichaam signaleert: gevaar!

Ook dat wist ik en desondanks kon ik het niet geloven. Veel gamers en psychologen waarschuwden me al voor dat effect. Ontelbare keren heb ik het zinnetje gehoord: ‘Het lijkt zó echt, dat kun je je niet voorstellen.’ En ik moet zeggen: dat klopt. Maar tegelijk creëert juist datgene wat mij tot de grens brengt van wat ik aankan – hoewel ik in het echte leven niet erg bang ben uitgevallen – voor andere mensen enorme mogelijkheden. Zo kunnen er in de toekomst therapieën ontwikkeld worden voor allerlei angststoornissen. De eerste experimenten lopen al en de resultaten zijn veelbelovend. Mensen met hoogtevrees oefenen om in een virtuele afgrond te kijken. 

Mensen met ruimtevrees zitten in virtuele liften en rijden door tunnels, patiënten met sociale fobie kunnen virtuele mensen ontmoeten en leren met hen om te gaan. De therapie van de toekomst.

Ik heb een vrouwelijke avatar gekozen, was dat misschien verkeerd?

Maar ik ben niet op zoek naar de therapie van de toekomst, en niet naar avonturen en games van de toekomst, ik zoek het sociale leven van de toekomst! Waar zit die Crystal? Hoe kan het dat ik haar in al die uren die ik al in de andere wereld heb doorgebracht nog niet ben tegengekomen? Alleen haar naam klinkt al veelbelovend. Zou zij me duidelijkheid kunnen geven, me helpen in de kristallen bol te kijken? Is zij iemand die nu al leeft zoals wij dat in de toekomst zullen doen?

Verschillende culturen

Op een avond zit ik naar een virtuele hemel te kijken, naar dikke wolken met gerafelde omtrekken waar ik allerlei fantasiefiguren in zie, net als bij echte wolken. De zon schijnt door de open plekken in het wolkendek. Hier en daar staan groepjes mensen te praten. Een paarse vrouw haalt me uit mijn dromerige stemming. Haar ronde ogen lichten zachtroze op als ze zich voorstelt als Sana en me vraagt wie ik ben. Ze heeft een zachte, warme stem. Ook al kan ik haar gezicht niet zien, ik heb het gevoel dat ze naar me glimlacht. Ze spreekt langzaam en bedachtzaam, kleine signalen waardoor ze een vriendelijke indruk maakt. Haar hoofd een beetje voorover, de knikjes die uit de echte wereld naar de virtuele wereld worden overgebracht, het nauwelijks hoorbare ‘hm’. Ik hoor dat ze uit Egypte komt, een gelovige moslima is en iedere dag na het vasten van de echte naar de virtuele wereld reist. En jij? Aha, een Duitse. Aanvankelijk had ze vooroordelen tegen Duitsers, tegen Europeanen, eigenlijk tegen westerlingen in het algemeen. ‘Je hoeft je niet aangevallen te voelen,’ zegt ze beleefd, ‘maar ik heb lang gedacht dat westerlingen geen manieren hadden, dat ze zich onbehoorlijk gedroegen, gewelddadig waren en overal rommel lieten liggen. Maar hier heb ik veel aardige Europeanen leren kennen.’

Dat kan de virtuele werkelijkheid ook: mensen uit verschillende culturen bij elkaar brengen. Onder avatars heerst grote tolerantie, noodgedwongen. Er is immers maar een beperkt aantal modellen voor onze virtuele lichamen, je kunt zelf alleen de kleur kiezen, dus uiterlijk zijn we allemaal min of meer gelijk. Pas in een gesprek en vooral door de stem komt de echte mens achter de avatar tevoorschijn. Verbazend snel vergeet ik dat de mensen met wie ik hier praat, eruitzien als robots. 

‘Kom, ik laat je mijn ruimte zien,’ zegt Sana. 

Gebruikers van AltspaceVR kunnen zelf hun eigen ruimte vormgeven. Soms zijn ze heel creatief, afhankelijk van hoeveel programmeerervaring en zin om te experimenteren ze hebben. De ruimtes zijn open voor iedereen, je kunt ze niet afsluiten. Ik kies in mijn menu ‘Sana’s time machine’, de computer heeft een paar seconden nodig en dan sta ik in een grote ruimte met een open haard, waar een gezellig houtvuur knappert, aan de muren hangen schilderijen en foto’s met Arabische letters, een scene uit een sprookje en zwart-wit foto’s van twee kleine kinderen met grote, donkere ogen. Sana is er al, ze vraagt of ik op het balkon kom. ‘Welkom in mijn domein, kijk gerust rond.’ De hemel is paars, haar lievelingskleur, er zweven lichtbolletjes door de lucht, sterren zo groot als sneeuwvlokjes, de hele tijd vliegt er een tussen ons door. Het is bijna een beetje romantisch. Voor het eerst hier in Altspace heb ik het gevoel dat ik tot rust kom. Sana’s tijdmachine vormt een tegenwicht tegen de hectiek in de andere ruimtes, het onafgebroken gamen in de taveerne en het labyrint, en tegen de korte, oppervlakkige gesprekjes met al die verschillende gebruikers.

Evildoer

Ik wil meer over Sana te weten komen. Maar ze is opeens erg zwijgzaam. Haar leeftijd wil ze niet vertellen. ‘De mensen hier hebben snel hun oordeel klaar, iedereen boven de dertig vinden ze stokoud.’ 

Ze vertelt wel dat ze niet werkt. ‘In onze godsdienst kan dat niet. Nu heb je vast je oordeel klaar. Maar waarom zou ik werken? Ik vind het niet leuk.’ We praten wat over verschillende culturen, hoe het haar vergaat, haar vrienden hier. Opeens staat er een grote, zwarte avatar met neongroene ogen in de deuropening naar het terras. ‘Hé, Evildoer,’ roept Sana, ‘dit is Eva, ze is journalist. En dit is Evildoer, een goede vriend van me. Hij heeft mijn hemel geprogrammeerd. Hij kan alles!’ De zwarte man knippert vriendelijk met zijn neongroene ogen en zegt verlegen: ‘Nou ja, ik vind het nu eenmaal leuk om te doen.’

‘Het lijkt zó echt, dat kun je je niet voorstellen’

Sana legt uit dat zijzelf het vuur niet kan zien. Ze heeft een andere virtualrealitybril dan ik en ziet alleen de houtblokken. ‘Maar Evildoer is ermee bezig.’ Haar stem klinkt zacht en een beetje wee-moedig. Voor Sana is hij niet iemand die ‘kwaad doet’, zoals de letterlijke vertaling van zijn naam is, integendeel, hij doet juist goede dingen. Hij versiert Sana’s ruimte met kunstwerken. Als hij voor een muur staat verschijnt daar opeens een nieuw schilderij: de wijzerplaat van een klok, het lijkt of hij op de zeebodem ligt en vanuit de diepte goud oplicht. Sana en ik lopen over haar groene retro bloemen-tapijt naar Evildoer, die voor het kunstwerk staat. Sana leest het Arabische schrift: ‘Mijn gedicht,’ zegt ze nadenkend. Wat staat er?

‘Dat is moeilijk te zeggen, omdat deze symbolen in het Engels niet bestaan,’ zegt Sana. De strekking luidt: ‘De wijzers van de klok vallen omlaag en steken me als een schorpioen. Het gif blijft in mijn lichaam zitten.’

Gedachten schieten door mijn hoofd: tijd, tijdreizen… In Sana’s ruimte gaat het over een of ander thema dat ik nog niet begrijp. Ik durf er niet naar te vragen, het lijkt me te persoonlijk gezien onze recente kennismaking. In plaats daarvan vraag ik, onschuldiger: ‘Waarom heet je ruimte de tijdmachine?’ ‘Och, ik ben een boekenwurm en ik hou van tijdreizen.’ ‘Sciencefiction?’ ‘Nee, alleen tijdreizen.’

In de loop van de avond komt er meer bezoek. Sana zegt tegen iedereen vriendelijk: ‘Welkom in mijn ruimte.’ Ze vraagt iedereen naar welke tijd hij wil reizen en waarom. Veel bezoekers gaan meteen weer weg, zulke vragen zijn ze in Altspace niet gewend. Sommigen kijken alleen in stilte rond, reageren niet op Sana’s woorden en verdwijnen geluidloos weer, als geesten. ‘Wacht, blijf nog even!’ roept ze hen achterna, ze klinkt bedroefd. Met de paar die blijven heeft ze filosofische gesprekken, over de zin van tijdreizen, of je beter naar de toekomst of naar het verleden kunt gaan, en of het toegestaan zou moeten worden om in het verleden dingen te veranderen.

Evildoer heeft geen rust, voortdurend is hij op zoek naar plekken in de ruimte die hij kan verfraaien. Laat op de avond komt ook hij tot rust. We staan voor een ander kunstwerk dat hij zojuist heeft geprogrammeerd. ‘Wie ben je in het echt?’ vraag ik hem. Maar veel wil hij niet kwijt. Zijn echte naam is Eric, hij komt uit Canada en heeft als freelancer met computers gewerkt, zijn leeftijd doet er niet toe. 

Wat bevalt hem hier? Sana’s ruimte inrichten. En het sociale. ‘In het echte leven ben ik heel verlegen, ik heb niet veel vrienden. Mijn avatar is een soort masker, hier ben ik meer op mijn gemak en heb ik vrienden gemaakt.’ Op het schilderij waar we voor staan, zijn carnavalsmaskers in het zand afgebeeld, ze maken al een beetje een verweerde indruk. Ernaast staan Arabische letters. ‘We verstoppen ons allemaal achter ons masker, omdat we allemaal iets meedragen dat stuk is gegaan,’ leest Sana voor. ‘Sommigen geven het toe, anderen verdringen het, omdat datgene wat stuk is, pijn doet.’ We zwijgen. ‘Tja, ik ben een zwaarmoedig mens,’ zegt Sana. 

Wat maakt haar zo bedroefd?

De volgende dag zit de melancholie van die avond als een breedgerande hoed op mijn hoofd. De melancholie schermt me af van de oppervlakkige stralen van de realiteit. Ik denk aan mijn nieuwe vriendin en aan haar wereld, die ze in de virtuele wereld heeft opgebouwd en die ze blijkbaar verkiest boven de echte wereld. Ik probeer te gissen wat er bij haar stuk zou kunnen zijn, wat haar ertoe brengt zich achter een masker te verbergen. Maar, doet ze dat eigenlijk wel? In haar virtuele wereld maakt ze een heel oprechte indruk. Ze is uit haar dagelijkse bestaan geëmigreerd, een bestaan dat haar wellicht zwaar valt. Als je kon tijdreizen, was ze misschien al lang weg geweest, ergens naar het verleden. Tot het zover is, lijkt de virtuele wereld haar toevluchtsoord te zijn.

Worlding Worlds , MU – © Hanneke Wetzer

Ik zet mijn melancholiehoed af en mijn virtual-realitybril op om afleiding te zoeken in de Welcome area van Altspace. Voor de afwisseling heb ik geen bezwaar tegen wat onschuldige smalltalk. Ik ontmoet een Duitser die in een hoekje staat en in opdracht van Altspace in de gaten houdt dat niemand zich ongepast gedraagt. Een zogenaamde moderator. Ik vertel hem over mijn ontmoeting met de rode man op mijn eerste dag. ‘Hier in de Welcome area is altijd iemand van ons aanwezig,’ zegt hij. 

‘We zorgen ervoor dat zulke mensen er onmiddellijk uitvliegen! Kom de volgende keer hiernaartoe.’ Dit is zijn eerste virtuele baan, altijd ’s ochtends, als Amerika nog slaapt. Virtuele banen, ook die zijn in de toekomst nodig: virtuele uitsmijters, virtuele politieagenten. ‘Zero tolerance’ is het devies in Altspace als het om racisme en seksisme gaat. Gebruikers die de regels overtreden worden er zonder waarschuwing uitgezet, een volgende keer wordt hun voor 48 uur de toegang ontzegd en een derde keer wordt hun account gewist. 

Dubbele X-chromosoom

Het schijnt een moeizame strijd te zijn. ‘De raadselachtige aantrekkingskracht van het dubbele X-chromosoom,’ zegt de Duitse politieagent geheimzinnig. Hij schat het aandeel vrouwen in Altspace op twintig procent. ‘En die staan niet allemaal open voor een avontuurtje.’ Een probleem voor mannen die op een avontuurtje uit zijn. Vooral jonge vrouwen zijn er niet veel, ‘en als ze er al zijn, zijn ze net zo opgefokt als Crystal’. Mijn hart slaat over: dé Crystal? Ik wil meer vragen, maar zijn dienst zit erop. In het echte leven heeft hij een afspraak.

Na de eerste week maak ik de balans op. Ik ben oververzadigd door de honderden, zo lijkt het wel, vergelijkbare gesprekjes. Wie ben je? Waar kom je vandaan? Wat doe je hier? Welk apparaat gebruik je? Ik blijf een paar dagen offline, trek me terug in mijn echte leven en denk na over hoe het verder moet. Ik zou graag relaties aanknopen, met een paar bezoekers intensiever omgaan. Als dat lukt, is dat toch de toekomst! Ik besluit Sana te gaan zoeken. Ik ga een paar keer naar haar ruimte, maar ze is er niet. Ik zou wel een berichtje voor haar willen achterlaten, maar daar is in Altspace niet in voorzien. Hier bestaan geen post-its, geen prikbord en ook geen telefoon. 

‘Missen jullie hier niet een level? Iemand kunnen omhelzen bijvoorbeeld?’

Of je komt iemand tegen, of niet. Een vriendschap onderhouden is in de virtuele wereld helemaal niet eenvoudig. Ik wen me aan om ’s avonds altijd even te kijken welke gebruikers online zijn. Dat is heel makkelijk, via de app op mijn telefoon, ik hoef niet eens zelf in de virtuele wereld te zijn. Ik voel me net een spion als ik ’s avonds de lijst uit de andere wereld doorkijk. Als Sana’s naam opduikt, zet ik vlug mijn headset op en klik op haar naam. Ik land direct naast haar, onder een boom aan de rand van de Welcome area. 

Liefde

Sana herkent me meteen. ‘Hé, welkom terug, wat fijn dat je er weer bent!’ Ze zit te praten met haar vriendin Lun uit Kroatië. Luns avatar is helemaal roze, die van Sana paars, de mijne blauw. We praten over het echte en over het virtuele leven, over mannen die eeuwige trouw beloven en zich nooit meer laten zien. We lachen, omdat Lun vertelt dat ze dat zelfs hier heeft meegemaakt met iemand die absoluut haar nieuwe verkering wilde worden. Daarna verdween hij. ‘En sindsdien wacht Lun tot hij terugkomt,’ giechelt Sana.

Evildoer schiet me te binnen, de man die Sana’s wensen van haar gezicht lijkt te kunnen aflezen, die zelfs het vuur in haar haard wil aansteken nu ze dat zelf nog niet kan. En ook omdat Sana en Lun zo moeten giechelen over Luns aanbidder, voel ik dat ze het al vaker over dit onderwerp hebben gehad. 

Als ons sociale leven in de virtuele wereld moet gaan plaatsvinden, dan moet daar ook liefde bestaan. Dan schiet me een vraag te binnen die me al bezighoudt sinds ik hier ben: ‘Missen jullie hier niet een level? Iemand kunnen omhelzen bijvoorbeeld?’ Lun en Sana kijken elkaar aan, ze twijfelen. ‘Misschien,’ zegt Lun zachtjes.

Op dat moment weet ik nog niet dat Crystal me binnenkort zachtjes over mijn wang zal strelen.

Ons paars-roze-blauwe vrouwengroepje aan de rand van de Welcome area valt nogal op. Steeds weer komen er mannen die ons gesprek onderbreken, ze stellen de bekende ‘wie zijn jullie en wat doen jullie hier’-vragen, een van hen wil weten of we zussen zijn. Als er hier al zo weinig vrouwen zijn, dan is een groepje vrouwen helemaal uniek. Lun vertelt over haar twee kleine kinderen, die nu liggen te slapen en over haar man, een zeiler, die al maanden op zee is. Het lijkt er steeds meer op dat de virtuele wereld er vooral is voor mensen die op dit moment in het echte leven niets beters te doen hebben, die niet gewoon kunnen uitgaan. Lun met haar kleine kinderen en haar man die er nooit is. Sana met haar strenge 
islamitische geloof.

Maar wat heb ík eigenlijk in deze virtuele realiteit te zoeken? Na ieder bezoek voel ik me leger. Het is leuk om al die gekke games uit te proberen; Altspace met al zijn details is met veel liefde geprogrammeerd. 

Het is leuk om hier met iedereen een beetje te kletsen. Maar aan het eind van de dag, als ik mijn headset afdoe, dringt zich toch de vraag op: wat dóe ik hier met al die onbekenden? Een gevoel van leegte volgt me uit de virtuele naar de echte. Ik voel me eenzaam. Terwijl ik in de onvirtuele wereld toch echte vrienden heb! Die ik verwaarloos vanwege dit virtuele avontuur. Dit kan niet de toekomst zijn. 

Ik geniet van een dagje offline. Maar dan mis ik Sana een beetje en stuur ik haar een mail: ‘Kunnen we morgen afspreken?’ Het antwoord komt meteen: ‘Graag. Ik ben er ’s avonds, na het vasten.’

Ik vind Sana in haar tijdmachine, ze is alleen en staat peinzend naar de muur met tekeningen uit een kinderboek te kijken. Er staan een jongen en een meisje op met hun armen om elkaar heen, maar voor elk plaatje lijkt een net van prikkeldraad te zijn gespannen.

Opeens staat daar Evildoer, Sana knikt, alsof ze op hem heeft gewacht. Op zijn karakteristieke manier glijdt hij als het ware door haar ruimte en bekijkt de muren uit alle hoeken. ‘En?’ vraagt hij uiteindelijk als hij naast Sana staat en met zijn hoofd naar de muur knikt. ‘Is goed geworden,’ zegt Sana met haar zachte stem. ‘Wat heb je erbij geschreven?’ vraagt hij met een blik op de Arabische letters. ‘Een verhaal over mensen die zijn weggegaan,’ leest Sana voor, ‘en hoe we op hen blijven wachten, ook al komen ze nooit meer terug.’

Helaas heeft Sana geen echte tijdmachine die haar naar de mensen kan brengen die zijn weggegaan en nooit meer terugkomen. Er is kennelijk iemand die ze zó erg mist dat de virtuele realiteit voor haar een steun is om de echte realiteit te kunnen verdragen. Voor haar opent die wereld hier de mogelijkheid om een tweede leven te hebben, een virtueel leven dat alles goedmaakt. Iets wat in de werkelijkheid niet voor haar is weggelegd. Of om dingen te vergeten die in de echte wereld misgegaan zijn. Ik ga er stilletjes vandoor en ben blij dat Evildoer bij haar is. Hij lijkt haar alleen al door zijn aanwezigheid te kunnen troosten.

Ondanks de verdrietige ontmoeting ben ik de volgende dag tevredener dan eerder in deze twee weken. Voor mijn innerlijk oog vormen de puzzelstukjes langzaam een geheel: onze virtuele toekomst. Wellicht biedt die toekomst een nieuwe ruimte voor iedereen en alles, voor dromen en visioenen. Voor mensen die alleen willen gamen. En voor anderen die hier een sociaal leven opbouwen omdat ze dat in de realiteit niet lukt. Op een of andere manier is het een troostrijke gedachte. Dan zit er in mijn postvak een mailtje van de voorlichtingsdienst van Altspace: ze zijn blij dat ze me in contact kunnen brengen met een van hun powerusers voor een interview. Ze is ’s avonds altijd online: Crystal uit Las Vegas! De vrouw van de toekomst! Opgewonden reken ik vlug uit: negen uur tijdverschil, acht uur ’s avonds in Las Vegas is vijf uur ’s ochtends bij mij.

Crystal

Als de grote dag daar is, voel ik me moe. In mijn echte wereld slaapt iedereen nog als ik mijn headset opzet en Crystal ontmoet. Ze lijkt wel dolgedraaid en haar snelle Amerikaans-Engels komt in een spraakwaterval: ‘Hé Eva, how are you, nice to see you, kom, ik laat je alles zien, het is hier zo prachtig, ik heb enorm veel lol, het is net als in het echte leven, maar dan beter, ik heb waanzinnig veel vrienden hier en ik kan haast niet wachten tot het weer weekend is en ik weer een party kan organiseren. Die zijn altijd waanzinnig vol, daarom hebben we nu een wachtlijst.’

Pas als ik weer boven kom uit haar woordenvloed en Crystal beter bekijk, valt me op dat ze er precies zo uitziet als Sana. Ook zij heeft de elegante paarse avatar met de wespentaille gekozen. Maar verwarring is uitgesloten. In tegenstelling tot Sana kan Crystal niet stilzitten, ze huppelt om me heen, lacht, praat luid en raakt steeds buiten adem. Haar energie is aanstekelijk, zodat ik helemaal vergeet dat ik op dit moment eigenlijk te moe ben voor dit soort gesprekken. Ik hoor dat ze in het echt ook Crystal heet, 26 jaar is en in Las Vegas werkt als doktersassistente. Ze brengt hier al haar avonden en het hele weekend door. ‘Dit is mijn sociale leven,’ zegt ze, ‘het is net de echte wereld.’ Wat zeggen haar echte vrienden, die uit de andere wereld, daarover? ‘In het echte leven heb ik geen vrienden,’ zegt ze met een ontwapenende openheid. Ze heeft een probleem met nabijheid, een angststoornis. ‘Als ik iemand tegenover me heb, sta ik te trillen en te zweten, daar kan ik niet tegen.’ ‘En hier?’ ‘Hier is het makkelijker. In geval van nood draai ik me om of beam mezelf weg.’

‘Mis je het niet dat je mensen niet kunt aanraken?’ vraag ik. Ze komt dichterbij en streelt met haar wijsvinger zachtjes over mijn wang. Ze gebruikt dezelfde techniek als de grote rode man die me bij mijn borsten greep: een camera die de bewegingen van haar echte handen overbrengt naar de virtuele realiteit. ‘Maar dat voel je toch niet!’ protesteer ik. ‘Ik voel het wel,’ zegt ze. Daarna neemt Crystal me mee op een wilde tocht door Altspace. We beamen onszelf hierheen en daarheen en opeens staan we onder een adembenemende sterrenhemel. Mijn hoofd tolt van zo veel input op de vroege morgen. ‘Welcome to the campsite,’ staat op een affiche te lezen, daarnaast brandt een kampvuur. ‘Dit heeft een vriend geprogrammeerd voor mijn laatste party,’ zegt Crystal. Haar party’s duren altijd twee dagen, zodat al haar vrienden uit verschillende tijdzones erbij kunnen zijn. ‘Ze kunnen op de camping slapen.’ Hoe bedoel je, slapen? ‘Ga maar liggen.’ Ik ga op de grond liggen, in de ene wereld op de vloer van mijn woonkamer, in de andere op het malse gras van het kampeerterrein, en door mijn bril zie ik sterren, kometen, de Melkweg. Ik wil nooit meer opstaan, zo mooi is deze hemel. Maar hoe kun je nu feesten als je in werkelijkheid alleen thuis bent? ‘Ik maak altijd wat te eten en zet drankjes klaar. We drinken met zijn allen! Ik bedoel, anderen gaan naar een club om alcohol te drinken. En dit is mijn club.’

Tijdmachine

Als ik mijn bril afzet, schijnt buiten de zon. In het park voor mijn huis zijn eersteklassertjes op weg naar school. Zo heerlijk onschuldig, de echte wereld. Het is acht uur. Voor vandaag heb ik wel weer genoeg meegemaakt.

Een paar uur later krijg ik een mailtje van Sana: ‘Hallo, lieve vriendin, ben je er vanavond? Laat het me weten, dan kom ik ook.’

Als ik die avond in Sana’s tijdmachine arriveer, is ze er nog niet. Ik slenter wat door de ruimte en kijk plotseling in de vertrouwde neongroene ogen van Evildoer. Hij staat voor het schilderij met de kinderen die elkaar omhelzen. ‘Wie zijn die kinderen?’ vraag ik. ‘Vraag maar aan Sana, ik weet niet of ze het wil vertellen.’

Is ze een goede vriendin? Evildoer aarzelt. Dan fluistert Sana opeens zachtjes in mijn oor: ‘Dat is het magische van de virtuele realiteit, de mensen voelen hier zo dichtbij.’

Ze is thuisgekomen en omhelst me ter begroeting, het voelt als warm gekriebel.

Buiten rommelt het onweer en plenst de regen uit de paarse hemel, binnen knappert het haardvuur. 

‘Ik kan het vuur nu ook zien!’ zegt Sana. Ze klinkt erg gelukkig. Vanavond praten we over God en over de wereld. Of je je kinderen godsdienstig moet opvoeden of dat je de keuze aan hen moet laten. Dat ze haar puberdochter heeft gedwongen een hoofddoekje te dragen en daar nu spijt van heeft. Evildoer luistert meestal alleen en knikt af en toe instemmend, op zeker moment is hij zonder iets te zeggen weggegaan.

Laat op de avond, als we helemaal alleen zijn, vraag ik aan Sana: ‘Waar wil je met je tijdmachine naartoe?’ ‘Ik zou graag terugreizen naar de tijd dat mijn man nog leefde. Ik mis hem zo erg.’ Ik zou haar graag in mijn armen nemen. Maar zij zit in Egypte, ver weg en helemaal alleen. Virtueel is de realiteit nog moeilijker te verdragen dan in het echte leven.  

Worlding Worlds – MU

De Eindhovense culturele instelling Stichting MU op Strijp-S in Eindhoven maakt zich sterk voor vernieuwende tentoonstellingen waarin de grensgebieden van de beeldende kunst worden opgezocht.

Vanuit beeldende kunst legt de Stichting MU dwarsverbanden naar digitale cultuur, autonoom design, technologie, wetenschap, bio art en performance. De instelling ziet zichzelf als een aanjager van en knooppunt in het kunstklimaat van Eindhoven, Brabant en Nederland.

Onlangs lanceerde zij het project Worlding Worlds, over het vermogen om alternatieven te vinden in tijden van crises. [Een tentoonstelling die helaas niet meer te zien is.]

Virtueel naar alternatieve werelden reizen is een welkome afleiding. Zeker als dertien kunstenaars en ontwerpers ons daartoe verleiden en onverwachte mogelijkheden bieden die moeilijk te vinden zijn in de samenleving zoals we die kennen.

De bij dit artikel gebruikte beelden zijn afkomstig uit de tentoonstelling Worlding Worlds van Stichting MU.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.