• Infobae
  • Reader
  • Fier overeind wachten op de volgende regen

Fier overeind wachten op de volgende regen

Infobae | 06 januari 2020

De Peruaanse auteur Jaime Bayly keert na jaren terug naar een wijk in Buenos Aires waar de bomen hem troostten tijdens een donkere periode in zijn leven. Een schrijver, realiseerde hij zich, is als een boom; hij moet leren om stil te blijven zitten en alles te observeren.

Een zonovergoten zaterdag in Buenos Aires. In de lucht bleef het vermoeden of de overtuiging hangen dat de toekomst een hoop ellende zou brengen. Sommige mensen vroegen me of de nederlaag in oktober [die van president Mauricio Macri tijdens de presidentsverkiezingen] onvermijdelijk was en ik trok een uitgestreken gezicht. Omdat de toekomst fictie is, omdat we schipbreukelingen zijn die de woelige zee op het droge heeft geworpen, of wellicht omdat ik niet wist of ik ooit terug zou keren naar Buenos Aires, besloot ik af te reizen naar mijn verleden.

Het was geen verre rit. Mijn verleden bevond zich op een halfuur rijden, in een buitenwijk ten noorden van de stad, aan de oever van de Río de la Plata. De taxichauffeur vertelde me tijdens de gehele rit dingen die ik me nu niet meer herinner. Ik herinner me alleen nog dat hij Quique heette en niet zuinig was op zijn woorden. Hij hield niet op over de politiek en haar smerige zaken. Ik had geen zin om over politiek te praten. Eerlijk gezegd had ik überhaupt geen zin om te praten.

Toen we aankwamen op het plaza Pueyrredón, in het hart van de wijk Parque Aguirre, verzocht ik de chauffeur te stoppen en te blijven wachten. Ik ga even een stukje wandelen, zei ik. Ik ben over een uur terug. Hij vroeg me of ik wilde dat hij meeging. Ik antwoordde dat ik liever alleen wandelde door deze labyrintische wijk met haar geplaveide straten waardoor ik zo vaak heb gedwaald, lijdend aan melancholie, doelloos. Ik woonde toen nog in de Avenida Roque Sáenz Peña, op een paar straten afstand van deze beschutte buurt, in een appartementje met uitzicht op een wijk vol herenhuizen en een rugbyclub waar de knapste jongens hun lichaam trainden om bruut op elkaar in te beuken, en eens in de zoveel tijd iemand invalide raakte.

Onsterfelijk

De lucht die ik inademde werkte op mijn longen als een geneeskrachtige balsem. Niet zwaar, zoals de lucht in de stad; hij schuurde niet in je keel zoals de giftige lucht van Recoleta [een wijk in Buenos Aires], verpest door al die auto’s en bussen. Terwijl ik met trage passen door de straten liep die nog steeds als bekend terrein voelden en op een zekere manier bij mij zijn gaan horen – het decor van mijn emoties en herinneringen –, begreep ik de superioriteit van de bomen ten opzichte van ons, de mensen.

Die oude bomen, die me zo vaak een aangename schaduw hadden geboden toen ik ze aan het begin van deze eeuw elke middag bezocht, stonden er nog steeds. Fier overeind, onoverwinnelijk en rank, statige getuigen van de tijd die alles overhoophaalt, zodat uiteindelijk alles hetzelfde blijft. De pampaboom en de johannesbroodboom, de wierookboom, de quebracho en de kurkeik, die eeuwenoude bomen zien mensen komen en gaan, zien ruzies ontstaan, uitgevochten en bijgelegd worden, zien mensen sterven, maar zij blijven leven, geven niet op, vallen niet om; ze lijken onsterfelijk.  

Mijn verleden bevond zich op een halfuur rijden, in een buitenwijk ten noorden van de stad

Daarnaast zit er ook wijsheid verborgen in de blik van de bomen, tenminste dat dacht ik die middag te begrijpen, terwijl ik door de straten Ascasubi en Labardén, del Campo en Obligado, Cruz Varela en Hernández zwierf: de bomen, die Argentijnse bomen, zijn niet afhankelijk van politici, of mensen in het algemeen, om te overleven. Ze stemmen niet, ze lezen het nieuws niet, ze blijven verre van het gif van de politiek. Ze zijn niet bang of maken zich geen zorgen over de onzekere toekomst, ze streven niet naar vooruitgang of voorspoed, ze verlangen niet naar verre reizen of naar betere oorden. Ze werken niet, hebben geen behoefte aan geld, ze zijn niet bang voor werkloosheid of armoede. De gemoedstoestand van die bomen die onsterfelijk lijken, is er een van onverzettelijkheid, onaantastbare sereniteit, een kalmte die eeuwen kan voortduren. Ze aanbidden slechts één god, de god van de regen, en ze bieden hem hun bladeren en bloemen aan, offers die in de herfst zullen vallen en zullen worden vertrapt door de mensen die haastig op weg zijn naar een gewisse dood.

Verpletterd door de kalme en zwijgzame elegantie van die bomen, die mijn ijdelheid kleineert, mijn venijnige tong doet verstijven, zat ik hen op een bankje te bewonderen. Die bomen, waarmee ik zoveel jaren geleden blikken en genegenheid had gedeeld, toen ik naar Buenos Aires was verhuisd, probeerden elkaar niet de loef af te steken, streefden er niet naar om op te vallen of de aandacht te trekken, geen enkele streefde ernaar de baas te spelen over de anderen, om hen bevelen te geven, om de manier waarop ze groeien en schaduw bieden te bepalen. Bomen zijn een familie van edele vrienden met geen andere ambitie dan op afstandelijke wijze gezelschap te bieden en jaren, decennia, eeuwen voort te leven. Daar zullen ze blijven staan, de regen en de lucht van San Isidro inademend, wanneer wij allang tot stof en vergetelheid zijn wedergekeerd, een echo van de gedempte stappen die die geplaveide straten afstruinden. Mensen verdwijnen, bomen blijven, behalve zij die omgekapt worden door de meest stompzinnigen en gevoellozen onder ons.

‘De pampaboom en de johannesbroodboom, de wierookboom, de quebracho en de kurkeik (foto), die eeuwenoude bomen zien mensen komen en gaan, zien mensen sterven, maar zij blijven leven, vallen niet om; ze lijken onsterfelijk.’ –  © Getty
‘De pampaboom en de johannesbroodboom, de wierookboom, de quebracho en de kurkeik (foto), die eeuwenoude bomen zien mensen komen en gaan, zien mensen sterven, maar zij blijven leven, vallen niet om; ze lijken onsterfelijk.’ –  © Getty

Gezelschap

Hoewel ik toen verliefd was, was de tijd die ik zo lang geleden in die buurt heb doorgebracht geen gelukkige tijd. Ik was gestopt met televisie. Ik had genoeg van het reizen. Ik wilde een roman schrijven over mijn vader, die door kanker op sterven lag en over de huishoudster die voor mijn dochters zorgde en als kind door haar moeder was verkocht om haar te redden van de ellende, een moeder vernederd door het leven, die zij, de verkochte dochter, nooit meer terugzag en van wie ze niet wist of ze nog leefde. Het waren vreselijke dagen omdat ik niet kon slapen.

’s Nachts bleef ik wakker en probeerde te schrijven, terwijl ik chocolade-ijs at. Om vijf uur ’s ochtends trokken de Duitse bovenburen hun metalen gordijnen op en begonnen gemeen te ruziën. Ik ging bijna dood van vermoeidheid en stond op het punt om gek te worden of zelfmoord te plegen. In die betreurenswaardige omstandigheden kwam ik ’s middags naar het hart van de wijk Parque Aguirre en ging op een bankje zitten om naar de bomen te kijken, met hen te praten, om hen te vragen wat ik in godsnaam met mijn nutteloze leven moest doen. En zij, de bomen, hielden me gezelschap, troostten me: van hen moest ik de zeldzame deugden leren van kalmte en onverzettelijkheid, van onverschilligheid jegens de dingen die niet essentieel zijn, van de onafhankelijkheid en het afzien van macht en roem, van het belang om alleen te zijn op een en dezelfde plek, vanuit één oogpunt, en de anderen te zien bewegen als mieren. Een schrijver, begreep ik toen, is als een boom, en hij moet leren om stil te blijven zitten en alles te observeren. De god die hij moet aanbidden is ook die van de regen, de regen van woorden en verhalen die alleen zal vallen wanneer we stoppen met luisteren naar politici, en naar de lucht kijken en wachten totdat deze zich voor ons opent en ons baadt in het gezegende water van de inspiratie.

De bomen leerden me de zeldzame deugden van kalmte en onverzettelijkheid

Na de wandeling, zonder te weten wanneer ik terug zou keren naar die zo gewaardeerde straten, nadat de verdorven verleiding had weerstaan om een foto te maken, ging ik terug naar de auto en vroeg Quique me naar het hotel te brengen. De chauffeur sprak honderduit over alles wat de bomen me niet hadden verteld. Ik hoorde hem wel, maar ik luisterde niet. Ik was in gedachten verzonken, in mezelf gekeerd, overweldigd door die reis naar het verleden. Vijftien jaar later was mijn vader ter ziele, de moeder van de huishoudster was ter ziele, mijn roman was gepubliceerd en eveneens ter ziele, mijn liefde voor een verdorde ziel van Argentijnse komaf was ter ziele, maar de bomen en ik leefden nog. We doorstonden stormen, wachtend op de regen, en waren met elkaar verbonden via een onvoorstelbare uitwisseling van woorden tussen een eeuwenoude pampaboom en een Peruaan zonder vaderland of toekomst.

Uren later, ’s nachts in het vliegtuig naar huis, naar het eiland waar ik woon, waar slechts palmbomen zijn, palmbomen die wispelturig en frivool lijken in vergelijking met de bedachtzame Argentijnse bomen, overviel mij een diepe bedroefdheid omdat ik voelde dat het misschien lang zou duren voordat ik terug zou keren naar Buenos Aires, Recoleta en Parque Aguirre, om met die bomen te praten die mijn leven hebben gered. Maar toen herpakte ik me: ik herinnerde me dat ik me geen zorgen moest maken of in paniek moest raken door de vergankelijke zaken van de politiek en zou moeten leven zoals de bomen leven, met de bescheidenheid en onverzet-telijkheid van degenen die kalm hun lot accepteren en tevreden zijn met het fier overeind wachten op de volgende regen. Het zal altijd weer regenen, er zal altijd een boom zijn die schaduw biedt, misschien zullen we onsterfelijk zijn als we de wijsheid van de bomen imiteren en de charlatans van de politiek vergeten.  

Auteur: Jaime Bayly

Jaime Bayly, 54, werd in zijn jonge jaren bestempeld als het ‘enfant terrible’ van de Peruaanse letteren. Hij is de auteur van een twintigtal romans, waarvan enkele zijn vertaald naar het Nederlands. Hij woont al geruime tijd in Miami, waar zijn carrière als televisiepresentator in een stroomversnelling raakte. Naar eigen zeggen is hij Peru ‘ontvlucht’ om ‘haar barbaarse omgangs-vormen en haar schaamteloze homofobie’.

Infobae
Argentinië | website | infobae.com 

Argentijnse digitale krant over actualiteiten en economie, gecreëerd in 2002 door zakenman Daniel Hadad. Een van de meest bezochte Spaanstalige onlinekranten.

Dit artikel van verscheen eerder in Infobae.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.