• The Spectator
  • Cultuur
  • Had Ensor wel een geheim?

Had Ensor wel een geheim?

The Spectator | Londen | Martin Gayford | 28 november 2016

Dankzij de Belgische schilder Luc Tuymans kan nu ook Londen kennismaken met James Ensor. De bekende Britse kunstcriticus Martin Gayford ging kijken in de Royal Academy.

Op 2 augustus 1933 vond een van de merkwaardigste ontmoetingen van de twintigste eeuw plaats: Albert Einstein lunchte met James Ensor. Het schijnt dat Einstein heeft geprobeerd Ensor zijn relativiteitstheorie uit te leggen, maar dat die hem niet begreep. Die avond hield de schilder een toespraak met de titel ‘Ensor aan Einstein’, die eindigde met een soort verontschuldiging. ‘Ach en wee!’ riep hij uit, schilders waren slaven van het zien en verzetten zich ‘tegen positieve rede, tegen berekeningen, tegen waarschijnlijkheden.’

Toch speelt het relativiteitsbeginsel een grote rol in Intrigue: James Ensor by Luc Tuymans in de Londense Royal Academy. Dit is niet zomaar een tentoonstelling met werken van Ensor, het is Ensor gezien vanuit het perspectief van Tuymans, de meest gevierde levende Belgische schilder. Het resultaat is eigenaardig, niet altijd makkelijk te volgen, maar bepaald, ja, intrigerend.

Veel van Ensors werk gaat over bedrieglijkheid en verborgen zaken

Ensor (1860-1949) was een vreemd, raadselachtig figuur, als schilder en als man. Zijn vader was een uitgeweken Engelse alcoholist en zijn moeder kwam uit de Vlaamse badplaats Oostende, waar het gezin een souvenir- en curiosawinkel dreef. Volgens Tuymans voelde Ensor zich diep gekwetst toen collega-kunstenaar Léon Spilliaert een keer tegen hem zei dat Oostende niet de hele wereld was.

Voor Ensor was de badplaats wel zijn hele wereld. Hij bleef er in ieder geval zijn leven lang wonen en werken en zijn schilderijen zijn doordrongen van de frivole sfeer daar. Hij begon zijn schildersloopbaan als getalenteerd vertegenwoordiger van het sombere Noord-Europese realisme uit de tijd. Op vroege schilderijen, zoals Het burgersalon (1880) en Namiddag te Oostende (1881) zijn donkere interieurs te zien met zwaar opgezette verf en een verstikkende, ingetogen sfeer. Daarna, toen hij halverwege de twintig was, begon hij bijna per ongeluk bizarre dingen toe te voegen aan zijn middenklassenaturalisme. Vanaf een zelfportret uit 1883 kijkt zijn ernstige, knappe gezicht met keurig Van Dyck-baardje je aan, maar alle aandacht gaat naar een frivole hoed met kunstbloemen en een lange afhangende veer.

Is dit een grapje, een handig stukje reclame voor hemzelf – dat toch de aandacht vasthoudt – of bekent de schilder hier misschien dat hij zich graag uitdoste in vrouwenkleding? Een essay in de catalogus speelt met de mogelijkheid dat op het vreemde en schitterende schilderij De verbazing van het masker Wouse (1889) onder de oudevrouwenkleren en het carnavalskostuum van de hoofdfiguur de negenentwintigjarige Ensor zelf schuilgaat.

Dit is niet de enige keer dat er Ensor iets heeft van een Belgische Grayson Perry uit het fin de siècle. Soms duikt hij onder in een idioom dat in de buurt komt van de ongeschoolde amateurkunst, strips of, in het geval van De baden van Oostende (1890) een ouderwetse pikante ansichtkaart. Hierop is een vol strand te zien met allerlei stripachtige figuren in gestreept badkostuum en een overvloed aan blote billen die boven de golven uit komen.

James Ensor, Het schilderend geraamte, 1896.
James Ensor, Het schilderend geraamte, 1896.

Tuymans doet geen poging om Ensors kunst te verklaren, maar voegt er een extra complicerende laag aan toe. Zijn tentoonstelling begint met wat authentiek filmmateriaal uit de jaren twintig van Ensor in Oostende lijkt, maar een nepfilm uit 2002 is. Tuymans zegt dat hij een element van ‘onechtheid’ wilde toevoegen – en dat is inderdaad een passende benadering. Veel van Ensors werk gaat over bedrieglijkheid en verborgen zaken.

Het hart van de tentoonstelling is De Intrige. Op dit schilderij is een groep figuren te zien, misschien carnavalsvierders, met starende ogen en grijnzende maskers. Het effect is tegelijkertijd vrolijk, sinister en verontrustend, omdat je niet precies weet hoe je het schilderij moet opvatten. Is het een satire op de hypocrisie van de middenklasse, een grap, een droom? Ensor legt het niet uit, en dat is deels de kracht van het beeld.

In de catalogus laat Tuymans een radicale gedachte doorschemeren. Hij zegt dat, nadat Einstein – tevergeefs – had geprobeerd de relativiteitstheorie voor Ensor uit de doeken te doen, hij hem vroeg wat Ensor had geschilderd. ‘Niets,’ antwoordde Ensor, en dat, zegt Tuymans, is iets om in gedachten te houden.

Misschien was Ensors geheim wel dat hij helemaal geen geheim had. Hij zette het ene beeld naast het andere – als een soort collage – tot ze samen een mooi geheel vormden, juist door hun tegenstellingen. Veel hedendaagse kunstenaars werken zo (Gilbert & George bijvoorbeeld), door lagen beelden bij elkaar te brengen die niet logisch bij elkaar lijken te passen.

Op Het Schilderend Geraamte (1896) is heel precies een foto nageschilderd van de kunstenaar in zijn atelier, alleen heeft hij zichzelf getransformeerd tot een bedachtzaam kijkend doodshoofd. Hij staat aan zijn ezel, keurig gekleed in een blauw pak, en zijn gezicht is een benige schedel met grote, schitterende ogen.

Hier doet Ensor denken aan G&G. Dat komt niet alleen door het pak dat hij draagt, het komt ook doordat je niet weet of hij je voor de gek houdt of niet. Maar dat is vaak zo in de kunst – zoals Ensor bij die lunch misschien wel aan Einstein probeerde uit te leggen (tenzij Tuymans dat antwoord verzonnen heeft, natuurlijk).

Auteur: Martin Gayford
Vertaler: Annemie de Vries

Martin Gayford schrijft vooral over kunst en jazz. Hij is op dit moment de kunstcriticus voor The Spectator, en schreef onlangs samen met David Hockney het boek A History of Pictures: from Cave to the Computer Screen. Eerder publiceerde hij boeken over (het werkproces van) Vincent van Gogh, John Constable, Lucian Freud en Michelangelo.

Intrigue: James Ensor by Luc Tuymans
Royal Academy, Londen, nog tot 29 januari 2017

The Spectator
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 76.950

Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

Dit artikel van Martin Gayford verscheen eerder in The Spectator.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.