• Süddeutsche Zeitung
  • Longreads
  • Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

© Ethan Hu / Unsplash
Süddeutsche Zeitung | München | Kai Strittmatter | 17 april 2021

De Finnen zijn het meest tevreden volk ter wereld. Hoe krijgen ze dat jaar na jaar weer voor elkaar? We nemen een kijkje in het noorden, waar ze alles beter doen dan in de rest van de wereld – tot postzegels ontwerpen aan toe.

Onze zoektocht naar het geluk eindigt waar hij nooit had moeten eindigen: in een cliché. Aan een Fins meer in een zacht avondzonnetje, op een eenzame bank onder de dennenbomen, terwijl ik zojuist uit de hitte van de sauna ben ontsnapt en de damp van me afslaat, ben ik volmaakt gelukkig. Hier woont het gelukkigste volk ter wereld, in Finland, aan de noordrand van Europa. Dat heeft de Verenigde Naties in zijn World Happiness Report (WHR) voor de derde keer achtereenvolgende keer bevestigd.

Ons bezoek aan dit 5,5 miljoen zielen tellende volk begon een goede week geleden op een plaats waar die dag de hemel dichtbij is: als de zon doorbreekt, ligt er over het vliegveld van Helsinki een schittering, zo stralend en pijnlijk helder als je verder alleen op de Tibetaanse hoogvlakte ziet. De Oodi, de nieuwe centrale bibliotheek van Helsinki, ziet eruit als een geschenk uit een andere wereld. Aan de rand van het dak van de Oodi, nog dichter bij de hemel, staat Antti Nousjoki, de architect, en wijst naar de mensen die in de stralen van de herfstzon zitten te lezen. ‘Zo’n balkon als dit is voor ons Finnen belangrijk,’ zegt hij, ‘ook al kunnen we het maar een paar dagen per jaar gebruiken. Alle andere dagen zitten we binnen, kijken naar buiten op het balkon en dromen.’

Het land deed zichzelf voor zijn honderdste verjaardag een bibliotheek cadeau die is uitgeroepen tot de beste van de wereld. De spiegelglad gepoetste onderzijde van de Oodi wordt wel vergeleken met een houten scheepsromp, de bovenkant lijkt op een in glas gevat pak opgewaaide sneeuw. Op de lichte bovenverdieping liggen hier en daar mensen op hun buik te lezen, andere zijn met hun boek in een van de witte ‘Ball Chairs’ gekropen. Op de als de boeg van een schip hoog oprijzende, uitstekende punt van het dak poseren twee blonde tienermeisjes in artistiek gescheurde spijkerbroeken voor een selfie. Antii Nousjoki wijst uit het raam naar de overkant van het grote plein: ‘Kijk, het parlementsgebouw, de tempel van de democratie. We hebben de Oodi zo gebouwd dat we ons op ooghoogte met het parlement bevinden.’

De Oodi vormt het hart van de hoofdstad en heeft het kwakkelende winkelgebied afgelost als Helsinki’s zenuwcentrum. ‘Er wordt hier weer meer gewoond dan gewinkeld,’ zegt de architect. Het verhaal van de Oodi is ook het verhaal van een land en zijn bibliotheken.

Het is zinnig om op deze plek onze zoektocht naar het geluk van de Finnen te beginnen. In Finland is al jaren een speciale bibliotheekwet van kracht. In 2016 werden de bibliotheken bijna 50 miljoen keer bezocht en leenden ze 68 miljoen boeken uit. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat 3,7 keer per jaar naar een bibliotheek (2019). 

De Oodi heeft 100 miljoen euro gekost. Dat is veel geld. Maar iedere inwoner van Helsinki voelt zich mede-eigenaar. De Oodi is het nieuwe forum en de nieuwe woonkamer van de stedelijke samenleving. Bibliotheken waren, vermoedelijk vanwege het slechte weer, altijd al ontmoetingsplekken, waar je je vrienden tegenkomt en ook advies kunt vragen. ‘Als je het vraagt zouden de bibliotheekmedewerksters je zelfs helpen je belastingaangifte in te vullen,’ zegt Antii Nousjoki.

De bovenverdieping is gereserveerd voor de boeken, maar in een Finse bibliotheek kun je al heel lang ook boormachines en ander gereedschap lenen. Als je het binnenste van de Oodi betreedt, kun je onder de stalen brugconstructie musici met een elektrische gitaar of een viool tegenkomen, die onderweg zijn naar een van de muziekstudio’s. Naast de naaimachines staan 3D-printers en op de traptreden voor de fotoprinters zit een groepje flyers te maken voor een concert. stadsatelier, staat er op een bord. Achterin bevindt zich een complete professionele keuken. ‘Mijn schoonvader heeft zijn verjaardag hier gevierd,’ zegt Antii Nousjoki. ‘Weet u, wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen, en ook omdat we een egalitaire samenleving zijn.’

De Oodi staat voor het nieuwe Helsinki, het Finland dat niet meer de rafelrand van Europa is, maar in veel opzichten een voortrekker en een voorbeeld. De Oodi, zegt Nousjoki, ‘is de uitdrukking van dat nieuwe zelfbewustzijn’.

Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe zelfbewustzijn. Toen in het World Happiness Report van de VN de Finnen in 2018 voor het eerst werden uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, reageerden ze tamelijk verbaasd. Wij? Gelukkig?  Serieus?

Nogal een contrast met de Denen, die de jaren ervoor een abonnement op de eerste plaats leken te hebben en op hun status als zondagskinderen graag luchtig reageerden met: wie anders? Denemarken was ook de bakermat van de hygge, een hype die met zijn openhaardengezelligheid een reactie was op het verlangen naar kleinburgerlijkheid in een steeds chaotischer wereld.

Ook op dat vlak voeren de Finnen nu de troepen aan: ze hebben de wereld kalsarikännit geschonken, de ‘uit Finland afkomstige ontspanningstechniek’ (Wikipedia) die gewoon betekent: ‘thuis dronken worden in je ondergoed’. Het World Happiness Report was niet de eerste wereldranglijst waar Finland de afgelopen jaren bovenaan eindigde. En zoals wel vaker verdeelde het de tobberige Finnen in een deel dat de onderzoeksmethode ter discussie stelde en een deel dat de blijde boodschap omhelsde maar die meteen bedolf onder een waslijst van de grootste misstanden in het land. 

‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op’

Op een paar minuten lopen van de Oodi spreken we Nasima Razmyar in haar kamer op het stadhuis met uitzicht op de haven. Op haar bureau ligt het laatste nummer van een vrouwentijdschrift waar ze op de cover prijkt. Als locoburgemeester van Helsinki is sociaaldemocrate Nasima Razmyar verantwoordelijk voor sport en cultuur. Ze vertelt over internationale conferenties waar haar delegatie plastic mapjes uitdeelt waarop in een hoekje is geprint: Gelukkigste land ter wereld. ‘Maar in zulke kleine lettertjes dat je het amper kunt lezen.’

Finnen maken zich graag onzichtbaar. Dat komt ook door de geschiedenis van Finland, denkt ze: al die bezettingen, de oorlogen, de bloedige burgeroorlog van 1918. ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op.’

Razmyar praat met veel gebaren en een aanstekelijke lach, je merkt meteen dat ze een ander temperament heeft dan de meeste Finnen. Razmyars familie komt uit Afghanistan, haar vader was vroeger ambassadeur in Moskou. In 1993 is het gezin naar Finland gevlucht, Nasima was toen acht. ‘Koud was het in het vluchtelingenkamp ergens in het noorden van Lapland, koud en donker.’ Ze moesten met niets beginnen. ‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we arm waren of dat het me aan iets ontbrak. Misschien is het mooiste aan Finland wel dat iedereen hier gelijke kansen heeft, wie of wat je ook bent.’

 ‘Wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen’

Nog niet zo lang geleden was Finland een van de armste landen van de wereld. ‘Weet u, wij hebben geen historie van macht en rijkdom, zoals Denemarken en Zweden,’ zegt Razmyar. Dat Finland bovenaan zoveel ranglijstjes staat, heeft alles te maken met het uitstekende, door de gelijkheidsgedachte bepaalde onderwijssysteem. En met de bibliotheken. 

Razmyar heeft haar halve jeugd in de plaatselijke bibliotheek doorgebracht. ‘Ik hield van de geur daar en van de vrouwen, bij wie je altijd welkom was.’ Als tienjarige werd haar door een van die vrouwen haar venster op de wereld overhandigd: ‘Ik stond met grote ogen te kijken toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg. Echt, mag ik alles lenen? Voor niets?’ Zo ontwikkelde het vluchtelingenmeisje zich tot Finlands eerste parlementslid van Afghaanse afkomst en vervolgens tot locoburgemeester die verantwoordelijk is voor alle bibliotheken in de hoofdstad. 

Dat de Denen gelukkig waren verbaasde destijds niemand. Het kostte de Finnen daarentegen lange tijd moeite om los te komen van hun reputatie als, nou ja, Finnen, uit het zwart-witte land in het noorden. Alsof het allemaal figuranten zijn in een Aki Kurismäkifilm, waar stoïcijnse gestalten de eeuwige winter en de somberte van hun ziel berustend en laconiek aanvaarden met behulp van hectoliters Koskenkorva-wodka en een merkwaardig gevoel voor humor. In dit cliché-Finland plegen mensen zelfmoord en zwijgt de rest in twee talen, zoals Bertolt Brecht ooit opmerkte, het Fins en het Zweeds namelijk, de twee landstalen. 

Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen

In werkelijkheid zijn Finnen praatgrage mensen; tenminste als ze iets te melden hebben. En in werkelijkheid is het aantal zelfmoorden drastisch afgenomen, met 13 zelfmoorden per 100.000 inwoners ligt het ongeveer op het niveau van Nederland (12,5). Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen.

Inmiddels hebben de VN de Finnen voor de derde keer achtereen uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, waarbij het verschil met de landen na hen, de andere noordse landen voorop, groter is geworden. En dat terwijl Finland het armste land van Noord-Europa is. Het rijkste is Noorwegen, dat gemeten naar nationaal product per hoofd wereldwijd op de zesde plaats staat. Finland staat 21e. Steeds meer Finnen beginnen te wennen aan de gedachte dat ze hun geluk niet meer kunnen ontkennen.

Meest tevreden 

Het is vrij zeker dat geluk niet het juiste woord is. Waarschijnlijk zijn de Finnen gewoon het meest tevreden volk op aarde. ‘Goede landen produceren geen geluk,’ zegt Heikki Aittokoski, journalist en schrijver van Het eiland van het geluk; een reis naar een perfecte samenleving (niet in het Nederlands vertaald), Hij is kortgeleden de wereld rondgereisd op zoek naar het recept voor de perfecte samenleving. ‘Maar ze zorgen ervoor dat alle factoren verdwijnen die iemand ongelukkig kunnen maken. En daarin zijn de noordse landen en Finland verdomd goed.’

Aittokoski woont in Espoo, de tweede stad van Finland, die bijna aan Helsinki vastgegroeid zit. En toch is het maar twintig minuten met de auto of we staan midden in een groot bos, aan de oever van een eenzaam ven. ‘Ik kom hier bijna elke dag om hard te lopen en te zwemmen,’ zegt Aittokoski.

Voor de meeste Finnen, zegt hij, is dicht bij de natuur zijn de bepalende factor voor hun welbevinden. Goed functionerende democratische instituties, een ruimhartige welvaartsstaat, nauwelijks corruptie, gelijke kansen voor iedereen, seksengelijkheid, een hoog opleidingsniveau, sociale cohesie, en een grote vrijheid bij belangrijke levensbeslissingen. De noordse landen bezitten volgens het WHR al deze ingrediënten voor een gelukkig leven. Wat de Finnen van hun buren onderscheidt, is dat zij de afgelopen honderd jaar als enigen overheerst zijn geweest. Anders dan de Denen, Noren en Zweden hebben ze nooit een eigen aristocratie gehad, het gelijkheidsdenken is daardoor buitengewoon sterk ontwikkeld. En ze hebben altijd lagere verwachtingen gehad dan de anderen, zegt Heikki Aittokoski. ‘Wij zijn met weinig tevreden.’

In café Engel, tegenover de Dom, hebben we afgesproken met psycholoog en filosoof Frank Martela (38). Hij is een van de auteurs van het laatste WHR-rapport. ‘De Finnen hebben een melancholiek zelfbeeld, misschien vinden ze het daarom ook moeilijk in hun eigen geluk te geloven,’ zegt hij. ‘Kijk maar naar de muziek die hier populair is: tango, heavy metal. Heel anders dan de Zweden met hun feelgoodpop.’ In 2019 had Finland 70 heavy metalbands per 100.000 inwoners, meer dan vier keer zoveel als Duitsland, ook dat is een wereldrecord.

‘Natuurlijk luister ik er ook naar, het is louterende muziek. Als je je beroerd voelt, schreeuw je je pijn gewoon weg. In ons land is generaties mannen bijgebracht dat ze nooit hun gevoelens mogen laten zien.’ Nee, zegt Martela, vreugdeuitbarstingen zul je in Finland niet gauw meemaken. En nog altijd is klinische depressie hier een groter probleem dan in veel andere landen. Paradoxaal genoeg geldt ook: ‘Als geluk betekent dat je stilletjes tevreden bent met je leven, is er op de wereld geen betere plek dan Finland.’

Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen

Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen. Zij hebben de schoonste lucht en het schoonste water. Zij wonen op het veiligste platteland ter wereld, hebben de laagste analfabetismecijfers, scholen en universiteiten zijn gratis en behoren tot de beste ter wereld. Nergens in Europa, zo heeft de Europese Commissie vastgesteld, gaat het beter met de digitalisering. Zelfs de verkiezing van de mooiste postzegel ter wereld is afgelopen jaar gewonnen door een Finse deelneemster.

Alle pogingen om het Finse geluk te verklaren, beginnen en eindigen met deze vergelijking: samenlevingen waarin men elkaar en de instituties vertrouwt, zijn het gelukkigst. Als je de enquêtes mag geloven, hebben burgers in Europa nergens meer vertrouwen in elkaar, de politiek, de politie en de media dan in Finland. ‘Wij Finnen vinden onszelf betrouwbaar en we vertrouwen op anderen,’ zegt Frank Martela. ‘En op dit moment hebben we ons vertrouwen in Sanna Marin gesteld.’ 

Sanna Marin, de jongste vrouwelijke premier van de wereld. Een jonge, linkse sociaaldemocrate, die duidelijke taal spreekt en op transparante wijze regeert. Een politica wier moeder samenwoont met een vrouw. Een 34-jarige regeringsleider die foto’s van zichzelf op Instagram plaatst terwijl ze haar baby voedt en die aan het hoofd staat van een coalitie waar alle vijf de partijleiders jonge vrouwen zijn. In Finland kijken ze overigens meer op van de buitenlandse verbazing over Marins vrouwenregering dan van die regering zelf.

De nieuwe regering werd in elk geval vlak na haar aantreden overvallen door de coronapandemie en heeft die tot dusverre koel en efficiënt onder controle weten te houden. Finland heeft wereldwijd het minste aantal doden door covid-19; op het moment dat we dit schrijven 63 per miljoen inwoners, terwijl het er in Duitsland bijna twee keer zoveel zijn en in Zweden meer dan negen keer zoveel. Tegelijkertijd heeft de economie veel minder te lijden dan in de rest van Europa. Toen de Zweedse premier begin oktober aan Sanna Marin vroeg hem op de EU-top in Brussel te vertegenwoordigen, verscheen de Zweedse krant Expressen met het dringende verzoek aan de Finse premier meteen maar de hele Zweedse regering een tijd over te nemen. ‘Onder leiding van de Finnen gaat alles gewoon beter.’

En zo heeft Finland vorig jaar Zweden afgelost als coolste land van het noorden. De veel bewonderde en benijde Zweden die Finland zeshonderd jaar overheerst hebben tot de Russen de macht overnamen. ‘Het moment dat we merkten dat we de Zweden verslagen hadden, was het moment dat wij de gelukkigste mensen ter wereld werden,’ zegt Stan Saanila. Saanila maakt samen met André Wickström het satirische programma Dit hier voor de publieke zender YLE. ‘O, die Zweden,’ zegt collega Wickström instemmend, ‘zij leggen de lat voor de Europeanen wel erg hoog.’ Saanila: ‘Ze zijn zo goed gekleed, en ze ruiken altijd zo lekker.’

Saanila en Wickström zitten in de kantine van YLE in het noorden van Helsinki. Het gesprek is af en toe onverstaanbaar door de heavymetalmuziek en de classic rock die uit de speakers komt. Maar Saanila’s gelach overstemt elk gitaarloopje. Ze behoren allebei tot de Zweedse minderheid, maar beschouwen zichzelf als echte Finnen. De verhouding tot de voormalige Zweedse overheersers is altijd ingewikkeld geweest. Finland was lang straatarm en tot kort na de Tweede Wereldoorlog nog een agrarisch land. In de jaren vijftig en zestig zijn meer dan een miljoen Finnen naar Zweden getrokken om werk te zoeken. 

Saanila: ‘De Zweden hadden sinaasappels en bananen en chocolade. En wij een waslijst aan herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie. Ik bedoel: zij hadden een eigen automerk! Volvo!’

Wickström: ‘En wij reden nog steeds in een Moskowitz. Of een Wartburg. Of een Lada.’

Saanila: ‘Wanneer dat is veranderd? Vorige week woensdag geloof ik,’

Mijlpalen in de collectieve herinnering van een land dat geleerd heeft trots op zichzelf te zijn. In 2006 bijvoorbeeld: ‘Hard Rock Hallelujah!’ Lordi won het Eurovisie Songfestival, het was een echt huzarenstukje om met een als figuren uit een griezelfilm uitgedoste metalband het meest authentieke optreden neer te zetten. 

Nog belangrijker, tien jaar eerder, in 1995, de finale van het wereldkampioenschap ijshockey, Finland-Zweden: 4-1. Finland won. In Stockholm. ‘We waren verbijsterd,’ herinnert André Wickström zich, ‘hoe bestond het?’ Sommige Finnen kijken nog elk jaar naar de herhaling van die wedstrijd en kennen het originele commentaar woord voor woord uit het hoofd. 

Er zijn meer van die mijlpalen. Nokia werd een wereldconcern en is dat ondanks de crash in de mobiele telefonie gebleven, nu als producent van netwerken. Helsinki werd Culturele hoofdstad van Europa. En ondanks het gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelde zich iets wat ons tot nu toe vreemd was: optimisme. 

Saanila: ‘De ban was gebroken…’

Wickström: ‘…en er ging een wereld aan mogelijkheden open.’

Saanila: ‘Onlangs vond een politica van de Centrumpartij dat het tijd werd dat Finland een eigen ruimtevaartprogramma kreeg.’

Ze proesten het uit.

Vrouwen en mannen

Burgemeester Nasima Razmyar zei: ‘Achter het Finse succesverhaal staan vrouwen.’ En achter de vrouwen staan mannen als die van Razmyar, die het helemaal niet raar vinden om voor de baby te zorgen en die elke dag naar haar werkkamer te brengen, zodat ze hem de borst kan geven voeden. Maar achter de Finse vrouwen staat vooral de verzorgingsstaat met bijbehorende instellingen. Zoals de organisatie van Tiina Ivakko, met wie we vanwege het coronavirus in een park hebben afgesproken.

Ivakko struikelt bijna over haar woorden: ‘Ik vertel het graag. Want het is belangrijk.’ Ivakko geeft leiding aan een kinderopvangcentrum in de wijk Kalasatama, dat 24 uur per dag, zeven dagen per week open is. Twintig leidsters passen er op alles bij elkaar vijfenzeventig kinderen, waarvan de jongste tien maanden is. Het zijn vooral alleenstaande moeders en vaders die hun kinderen naar Ivakko brengen. Vaak werken ze ’s nachts of in het weekend, in een restaurant of ziekenhuis bijvoorbeeld. Soms zijn ze drie dagen achterelkaar aan het werk, zoals de stewardess die naar New York vliegt. Elke week kunnen de klanten hun rooster doorgeven om hun uren bij Ivakko te kopen. De staat heeft bepaald dat een Fin nooit meer dan € 289 per maand hoeft te betalen.

Alleen al in Helsinki zijn er zes van deze 24-uurs kinderopvangcentra. Haar medewerksters zijn telkens weer verbaasd als buitenlandse bezoekers verbaasd zijn over hun organisatie. ‘Voor ons is het vanzelfsprekend, al meer dan dertig jaar. In Finland werkten de vrouwen altijd al.’

De grootmoeder van Ivakko werkte, haar moeder ook, ze gaf haar hele leven leiding aan een van de openbare speelplaatsen waar schoolkinderen tussen de middag ook eten krijgen. ‘Aha,’ zegt Ivakko, ‘heb je dat in Duitsland ook al niet?’ In Finland, zegt ze, was de gelijkstelling van de geslachten gewoon noodzaak. Het was een arm land met maar weinig mensen, het kon zich niet veroorloven vrouwen thuis te laten zitten. 

Ten slotte zegt Ivakko: ‘Zo, en voor u nu gaat denken dat dit het paradijs op aarde is, vertel ik u dat mijn dochter van 22, die op het ogenblik vorkheftruckchauffeur is in een fabriek, meer verdient dan onze leidsters.’ Afgelopen zomer heeft Ivakko een vacature geplaatst, er kwam niet één sollicitant. ‘Onze beroepen worden niet op waarde geschat, dus soms gaat er in Finland iets goed mis.’

Donkere wolken aan de hemel zijn er dus ook. Een land lijkt tegenwoordig niet zo gelukkig te kunnen zijn, dat het geen rechtspopulisten voortbrengt. In Finland is dat de Finse Partij, voorheen de Ware Finnen, die het ressentiment tegen buitenlanders en de ‘stedelijke elites’ aanwakkert. De nieuwe premier heeft het vaak over de tekortkomingen bij de gelijkberechtiging. In 2017 verdienden Finse vrouwen gemiddeld 17,3 procent minder dan hun mannelijke collega’s, de kloof is groter dan gemiddeld in Europa. Het aantal aangiftes wegens huiselijk geweld nam in 2019 toe. En ondanks het voorbeeldige kinderopvangsysteem willen Finse vrouwen niet meer kinderen krijgen: het geboortecijfer ligt met 1,35 veel lager dan in de andere noordse landen.

De redenen daarvoor zijn ook voor de Finnen een raadsel. Ligt het aan het vooruitzicht hun kinderen naar scholen te moeten sturen waarvan de reputatie achteruitgaat? In de meest recente Pisa-studie staan de Finnen niet meer op de eerste plaats, zoals in de eerste Pisa-studie begin eenentwintigste eeuw, ook nemen de verschillen tussen arme en rijke kinderen toe, waarover in het hele land veel te doen is. ‘Tenslotte zit gelijkheid in ons DNA, privéscholen hebben we hier dan ook niet,’ zegt Marjaana Ajanto, die lesgeeft op een gymnasium in Espoo. ‘Neem bijvoorbeeld Sanna Marin. Ze is superslim, maar ze was een gewoon meisje uit Tampere. In Finland kan iedereen alles worden, ook premier.’

Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel

Maar de Finnen zitten bij de Pisa-scores nog steeds in de topgroep. En ze zijn de enigen die ook bij tevredenheid over hun leven heel hoog scoren. Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel.

‘Dat houdt absoluut verband met het feit dat wij dol zijn op nieuwe technologieën,’ zegt Marjaana Ajanto. ‘Sinds Nokia is dat onderdeel van ons succesverhaal.’ In de Digital Economy and Society Index 2020 van de Europese Commissie is Finland de ‘digitale leider’ onder de 27 Europese landen. Finland, zegt het persbericht, slaagt er buitengewoon goed in ‘innovatief denken te combineren met maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Voordat Ajanto lerares werd, werkte ze aan online platforms voor de Finse omroep en bij Microsoft. Nu geeft ze Engels, marketing en technologie. Ze heeft een missie, zegt ze: ‘Ik wil dat alle meisjes goed op de hoogte zijn van de nieuwe technologieën.’

Ook op haar school zijn bezoekers vanwege corona niet toegestaan, dus spreken we af in het centrum van Helsinki. Net als de andere geïnterviewden voldoet ook Ajanto helemaal niet aan het cliché van de koele Finse. Op een bepaald moment springt ze op van haar caféstoel en loopt naar buiten. Ze doet het interview liever in looppas. Tijdens een geïmproviseerde stadsrondleiding showt ze ons tegelijkertijd het chique openluchtzwembad in de haven en de ‘Wilma’-app op haar telefoon.

‘Wilma’ is al meer dan tien jaar het digitale communicatieplatform voor leerlingen, leraren en ouders. ‘Kijk, er komt net een berichtje binnen van een meisje dat haar wiskundeboek kwijt is,’ roept ze. ‘Wilma’ was een van de redenen dat de Finse scholen snel konden overschakelen naar onderwijs-op-afstand. Leerlingen die geen laptop hadden, kregen er een van school.

Elke morgen om half negen legt Marjaana Ajanto via een videoapp contact met haar leerlingen. Ze heeft een tijd in Berlijn gewoond. ‘Ik weet nog dat ik in Berlijn vaak dacht: Pardon? Alweer geen internet? Wat een onzin, zit ik soms in Afrika?’ Finland is een dunbevolkt land en al twintig jaar geleden begonnen met digitaal onderwijs op afstand. ‘Tenslotte heeft iedereen recht op onderwijs, toch?’ zegt ze.

We zijn met de trein onderweg naar de laatste pleisterplaats op onze reis naar het geluk. Buiten wisselen meren, dennen, sparren en berken elkaar af. Finland telt 187.888 meren, driekwart van het grondoppervlak is bos. Tampere, twee uur van Helsinki, is de geboorteplaats van de premier, een arbeidersstad die zichzelf met universiteiten en high tech opnieuw aan het uitvinden is. Uiteraard is de stad omgeven door water en bossen. 

Sauna’s

Er zijn hier meer dan vijftig openbare sauna’s. De oudste is de Rajaportti in de wijk Pispala. Een arbeiderssauna in een houten gebouwtje aan een doorgaande weg. Binnen zijn aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, hier in de voortuin zitten ze door elkaar, gewikkeld in roze en lindengroene handdoeken. Mannen met tattoos, een moeder met haar dochter. Steeds weer is het sissende geluid te horen van een blikje bier dat wordt opengemaakt. De entree bedraagt doordeweeks zes, en vandaag, op zaterdagavond, tien euro. 

Matti Kemi, rapper, jeugdwerker en saunagids, verwacht ons. Met zijn zelfgemaakte vilten hoed ziet hij eruit als een Tiroler boer. De Rajaportti is meer dan honderd jaar oud. ‘Het hart van onze saunacultuur,’ volgens Kemi. Het scheelde niet veel of de kleine sauna was in de jaren tachtig afgebroken, maar mensen uit de buurt hebben een vereniging opgericht om hem te behouden.  

Oorspronkelijk paste de sauna eigenlijk niet in ons verhaal. Te cliché. Tot bijna ieder interview eindigde met de vraag: ‘U gaat toch ook wel naar een sauna?’ Er zijn vijfeneenhalf miljoen Finnen, en samen hebben ze meer dan drie miljoen sauna’s. ‘Toen Finse soldaten werden uitgezonden naar Afghanistan was een sauna het eerste wat ze daar neerzetten,’ had gelukonderzoeker Martela verteld. Dat klopt, zegt Kemi. ‘Een Fin mist in het buitenland zijn sauna nog meer dan zijn vrouw en kinderen.’

Anders dan een paar jaar geleden hebben niet meer alle nieuwe huizen een eigen sauna. In plaats daarvan viert de openbare sauna een comeback. Zoals Engelsen in de pub, zo spreken Finnen in de sauna met hun vrienden af. De Rajaportti-sauna zelf is een klein, donker hol, waar zes, zeven mannen op een kluitje zitten. Afstand houden? Ze verzekeren elkaar dat het coronavirus deze hitte niet overleeft.

De Duitser in het gezelschap bijna ook niet. Zweet druipt uit baarden, van neusvleugels en over drakentattoos. Sommige van deze mannen slaan geen dag over, zomer en winter. Aan de wand naast de houtkachel hangt, in het donker nauwelijks te onderscheiden, een plaquette: Onni Niemi, de beste saunabezoeker van Finland 1995. ‘Onni is 9000 keer in de Rajaportti geweest,’ vertelt Kemi.

Matti Kemi (33) is eigenlijk musicus. Hij toerde als dj met een band, soul, funk, hiphop. Tegenwoordig werkt hij met jongeren. In workshops die door de stad worden gefinancierd, leert hij hun rappen. Twee jaar geleden heeft hij met een vriend een fietstocht van een maand door het hele land gemaakt om oude sauna’s te bezoeken en met saunasjamanen te praten. Over die reis hebben ze in Matti’s studio een podcast gemaakt voor de publieke omroep, en sindsdien werken ze hier in Tampere ook als saunagids.

De volgende dag, een zondag, zien we elkaar weer, op een landtong in het Näsijärvi-meer. Eenzaam op een kale rots staat daar een langgerekt, geel, houten gebouw, schilderachtig omlijst door een handjevol dennen. De Rauhaniemi-sauna, ook bijna honderd jaar oud. We zitten op een bankje, halfnaakt, terwijl Matti Kemi vertelt, en we kijken toe hoe andere saunagangers in het ijskoude water van het meer springen. Over zijn opa’s, die zich allebei hebben doodgedronken. Over de jongens aan wie hij lesgeeft en die zo totaal anders zijn, ze roken niet, drinken veel minder, zijn opener en veel meer in elkaar geïnteresseerd.

‘Ik ken miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten’

Gezondheid speelt tegenwoordig een belangrijke rol, ook daarom is ijszwemen niet meer alleen iets voor oudere mensen. Net als de openbare sauna is het opnieuw populair geworden. In sommige sauna’s is het tegenwoordig zo druk dat mensen in de rij moeten staan tot er een plaatsje vrijkomt. ‘De mensen zijn eenzaam geworden,’ zegt Matti Kemi. ‘Ik ken hier in Tampere miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten. Hier ervaar je een gevoel van saamhorigheid.’

Matti Kemi zet zijn vilthoedje recht. ‘Naakt zijn we toch allemaal hetzelfde,’ zegt hij, dan zwijgen we allebei, terwijl in de koele herfstlucht de damp van ons afslaat en we het geluk diep tot in ons binnenste voelen doordringen. 

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.