• Die Welt
  • Reader
  • ‘Ik houd Japan een spiegel voor’

‘Ik houd Japan een spiegel voor’

Die Welt | Berlijn | 07 januari 2020

De Japanse kunstenaar Takashi Murakami is een fenomeen. In zijn werk vermengt hij hoge cultuur met lage cultuur, traditionele Japanse schilderkunst met manga en anime, westerse popcultuur en reclame-uitingen. Die Welt interviewde de kunstenaar in zijn studio in Tokio.

De geruchten zijn dus waar: Takashi Murakami slaapt in een kartonnen doos midden in zijn studio. Een woning heeft hij niet meer sinds hij vrouw en kind in Kyoto heeft ondergebracht omdat volgens hem de radioactieve stralingsbelasting in Tokio absurd hoog is na Fukushima. De autoriteiten kunnen het nog zo bagatelliseren, maar eigenlijk, zegt hij, zouden de 35 miljoen inwoners van Tokio elders moeten worden gehuisvest. ‘Iedereen die een geigerteller in huis heeft, weet wat ik bedoel.’

Ook waar is het gerucht dat in de studio van Takashi Murakami in ploegendienst wordt gewerkt en dat de meester om de twee uur zijn nachtrust onderbreekt om de voortgang van zijn kunstwerken te bewaken. Vanaf hier, aan de rand van Tokio, bestuurt Murakami zijn imperium, vanuit een studiocomplex dat meer weg heeft van een compleet industriegebied. Twee reusachtige hallen alleen al zijn gewijd aamfn zijn kunstverzameling, een aan zijn verzameling cactussen, een aan zijn afdeling merchandising die de wereld voorziet van plucheachtige bloemenrugzakken en T-shirts. En ja, geschilderd wordt hier ook, door een legertje assistenten in witte jassen.

Op 10 december zal Murakami naar Berlijn reizen om de tiende kunsteditie van Die Welt vorm te geven. Ook daarom zijn we hier. ‘Zegt u wat ik moet doen,’ zegt Murakami als begroeting, ‘juist omdat u van een Duitse krant bent, ben ik heel onzeker.’ Hij zegt dat hij acuut geen zelfvertrouwen meer heeft nu hij met een Duitser praat. Nul.

U bent een van de beroemdste kunstenaars ter wereld, een van de weinige echt bekende namen. Hoe kan uitgerekend ik uw zelfvertrouwen ondermijnen?

‘Omdat u een Duitser bent. En ik in Duitsland echt totaal geen succes heb. Een negatief resultaat. De Duitsers haten me bijna evenzeer als de Japanners.’

Waar meet u dat aan af?

‘Ik heb in Duitsland niet één verzamelaar. Ik geloof niet dat er ook maar één schilderij van mij aan Duitsland is verkocht. En ik heb daar praktisch geen volgers op Instagram. Ik hou de statistieken bij.’

U bent de kunstenaar met de meeste Instagram-volgers ter wereld en u kijkt naar statistieken die laten zien waar u slecht scoort?

‘Natuurlijk. Maar u hebt het mis, KAWS [de Amerikaanse kunstenaar Brian Donelly] heeft meer volgers dan ik.’

Waarom denkt u dat de Duitsers u niet mogen?

‘Misschien omdat ze zo lijken op de Japanners, die me ook haten? In 2008 heb ik in het Museum für Moderne Kunst in Frankfurt mijn beste museum-tentoonstelling ooit gemaakt. En de reacties waren zonder uitzondering negatief.’

Misschien omdat u in de centrale hal een boetiek had ingericht waar de mensen uw voor Louis Vuitton ontworpen handtassen konden kopen?

‘Er was één ding dat tot nog idiotere reacties leidde. Het museum kwam 500.000 dollar tekort. Zonder dat geld was de tentoonstelling niet doorgegaan. Dus vroeg men mijn galerie, Gagosian, of ze die 500.000 dollar kon bijleggen. Gagosian was ontzettend genereus. En alleen omdat het museum publiekelijk zijn dank uitsprak, schreven Duitse kranten dat de tentoonstelling was gekocht. Het was deprimerend. Juist omdat ik zo hou van Duitse kunst en heel blij was daar te exposeren.’

Wat trekt u aan in Duitse kunst?

‘Jullie hebben zulke sterke characters. Beuys is de magiër. Kippenberger de bad taste guy. Kiefer de nationalist. Enzovoort. Als het een film zou zijn, dan waren de verschillende rollen gewoon heel goed gecast. Kippenberger was naast Mike Kelley een van mijn grootste helden toen ik een jonge kunstenaar was.

Wat bewondert u aan hem?

‘Hij dronk veel, viel, maakte een foto van zijn gehavende gezicht, en daarvan een poster. Dat was voor mij rock-’n-roll. Kippenberger zelf was als een luidkeelse aankondiging van een toch al schreeuwend werk, dat kon ik waarderen. En omdat hij zo veel dronk, kon hij zich slecht concentreren en dus moesten alle schilderijen heel snel worden geschilderd. Bijna als kalligrafie, wat mij als Aziaat natuurlijk enthousiast maakt.’

Klopt het dat u als student Joseph Beuys hebt ontmoet?

‘Ontmoet is overdreven. Beuys kwam op uitnodiging van een warenhuis naar Japan. Er waren nog geen musea voor moderne kunst in Japan. Een lezing in onze kunstacademie trok zeker duizend belangstellenden. Bij binnenkomst kreeg hij een daverend applaus.’

En maakte hij dat waar?

‘Hij vroeg om intelligente vragen. De ene student na de andere stak zijn hand op en stelde een vraag, maar Beuys gaf geen enkele keer antwoord. Telkens weer zei hij: next question. Tot hij op een gegeven moment zei dat het allemaal bullshit was. Ik was geschokt, had geen respect meer voor hem – tot ik naar Europa reisde en zijn installaties zag. Het werd me duidelijk dat ik heel kinderachtig was geweest. Alles was zo krachtig, absoluut magisch. Een van de krachtigste Beuys-zalen bevond zich in het Museum für Moderne Kunst in Frankfurt. Nu weet u waarom ik me zo had verheugd op mijn tentoonstelling daar. Ineens schiet me te binnen wat mijn vriend Paul Schimmel, met wie ik grote retrospectieven in Los Angeles heb gemaakt, me vertelde.’

Wat was dat?

‘Dat hij als student in New York toevallig als een soort assistent bij de beroemde Beuys-performance I like America and America likes me was geweest. Dat was een performance waarin Beuys op de lucht-haven JFK landt, zich in vilt wikkelt, in een ambulance naar de galerie wordt gebracht, daar een paar dagen doorbrengt met een coyote en met de ambulance weer terug wordt gereden naar de luchthaven. Paul vertelde dat Beuys niet meteen de ruimte met de coyote in was gegaan, maar eerst in de galerie koffie met donuts had genuttigd en een sigaret had gerookt. En dat hij steeds maar kort naar de coyote was gegaan voor de foto’s. Het was fake. Paul zei dat hij Beuys daarom des te meer respecteerde. Voor hem was het volkomen logisch dat Warhol en Beuys op dat moment bevriend waren. Voor Warhol stonden waarheid en leugen op gelijke hoogte. Is dat niet ongelooflijk?’

Alle werken die ik voor de kunstmarkt heb vervaardigd, hebben geen enkele relevantie in Japan

U hebt misschien gehoord dat ook het verhaal dat hij in de Tweede Wereldoorlog als uit de lucht geschoten piloot op de Krim met vet en vilt werd opgelapt, fake was?

‘Daar gaat het om in de kunst. Om verzonnen verhalen. Paul Schimmel zei destijds dat hij juist daarom mij had uitgekozen. “Jij gelooft in jezelf en in je verhaal dat je kunstenaar en ondernemer bent. Terwijl je onderneming een klotezooi is.”’

The Simple Things, Takashi Murakami en Pharrell Williams. - © Christies
The Simple Things, Takashi Murakami en Pharrell Williams. – © Christies

Had hij gelijk?

‘Natuurlijk. Als ondernemer ben ik een mislukkeling.’

‘Wij dachten dat u op dat gebied een genie was. Tenslotte hebt u er zelfs een boek over geschreven: Geijutsu Kigyo Ron (De kunst van het ondernemerschap). Helaas konden we het niet lezen, omdat het alleen in het Japans is verschenen.

‘En in het Chinees. In China is het een bestseller. Maar ik zal eerlijk zijn, mijn onderneming is een ramp. Ik heb bijna 240 werknemers. Van hen zijn er eigenlijk maar 40 die geld binnenbrengen, namelijk mijn schilderassistenten.’

Geld dat u dan weer uitgeeft aan de andere tweehonderd werknemers?

‘Precies.’

Dat wil zeggen dat McKinsey-adviseurs uw onderneming één grote grap zouden vinden.

‘Zo is het.’

U runt galeries, een café, afdelingen merchandising en niet in de laatste plaats een filmstudio, waar u de animeserie 6 Hearts Princess (6HP) produceert.

‘Als kunstenaar zakenman zijn is in Japan een volslagen anomalie. Hier ligt normaal gesproken de anime [Japanse animatievorm] op het snijvlak van kunst en commercie. De animatiestudio maakt het grootste deel van mijn onderneming uit. Ik doe dat vooral om eindelijk met mijn landgenoten te communiceren.’

Dat bereikt u niet met uw schilderijen en beeldhouwwerken?

‘Alle werken die ik voor de kunstmarkt heb vervaardigd, hebben geen enkele relevantie in Japan. Japanse critici hebben in grote publicaties gezegd dat ik de westerse kunstwereld bedrieg. Dat ik lieg. Ze zeggen dat ik niet meer ben dan een makelaar die hun cultuur aan Europa, Amerika en China verkoopt. Maar ik denk dat ik hun een spiegel voorhoud en zij gewoon niet naar hun gezicht willen kijken, naar hun heel lelijke gezicht. Daarom haten ze me. Toch is het enige wat ik wil met mensen communiceren. Daarom moest ik met animatie beginnen, de hoogste kunstvorm voor Japanners. Het gaat dus zo: ik verdien geld met kunst en geef het geld uit aan anime.’

Bent u producent, auteur, regisseur? Vertelt u eens iets over de serie.

‘Ik heb het verhaal bedacht, de structuur ervan. Het format is klassiek: een wonderschone prinses met superkrachten, maar bij mij worden de bijfiguren hoofdfiguren. Ik werk met personage-ontwerpers, animatieregisseurs, tekenaars, een heleboel mensen die ik allemaal micromanage. Ik heb een draaiboekauteur aangetrokken, met wie ik alles samen heb geschreven. Maar dat was acht jaar geleden en sindsdien hebben we vijf andere auteurs gehad en is het verhaal voortdurend veranderd. Alles is op elk moment een weerspiegeling van mijn visie.’

Dat klinkt als een heel ander uitgangspunt dan bij gewone anime’s.

‘Absoluut. Bij de commerciële anime’s zijn het de televisiestations of de hoofdsponsor van de serie die zich met het verhaal bemoeien. Ik heb enkele van hun beste mensen geronseld, maar de inhoud is heel anders.

En als een aflevering klaar is, verkoopt u die dan aan de televisie?

‘Voor televisiestation Tokyo MX, waarvoor ik werk als designer, heb ik een station-ID [een kort filmpje met het logo van de zender dat tussen programma’s wordt getoond] ontwikkeld en als vergoeding krijg ik zendtijd als er een aflevering klaar is. Ik koop dus in zekere zin mijn zendtijd. Tot nog toe zijn zeven van de vijftien afleveringen uitgezonden.

De kunstenaar tijdens de Hongkongse tentoonstelling MURAKAMI vs MURAKAMI voor zijn werk The Birth Cry of a Universe, een 4,5 meter hoge vergulde sculptuur waar hij meer dan veertien jaar aan werkte. In zijn werk maakt hij o.a. gebruik van mode, cosplay en graffiti.
© hypebeast.com

Voelt u zich nu meer begrepen in Japan?

‘De serie heeft tot nog toe geen negatieve reacties gekregen, wat alvast goed is. Toen ik begon met anime wilde niemand me helpen, ze haatten me. Maar nu zijn er steeds meer mensen die me helpen met het project.’

U hebt al in 1992 een stuk geschreven waarin u de ondraaglijke situatie van kunstenaars in Japan aan de kaak stelt. U schrijft onder andere dat super rijken noch aristocraten grof geld in grote kunst investeren en dat de Japanse maatschappij een veel te platte hiërarchie heeft om grote kunst mogelijk te maken. Geldt dat nog steeds?

‘Dat geldt nog steeds. Het is eerder nog erger geworden.’

Dus tussen u en uw geboorteland is er geen happy end in zicht?

‘Ik hoop dat ik met de anime de jonge mensen kan bereiken die geen context hebben en niets over me weten. En dat mijn positie in Japan dan langzamerhand gaat veranderen.’

En hoe wilt u zelf ooit herinnerd worden?

‘“De Japanse Warhol” zou het slechtst denkbare zijn. Ik hoop dat ik geen kader nodig heb. Joseph Beuys wordt als Joseph Beuys herinnerd, toch? En niet als “de Duitse wat dan ook”. Dus ik wil zelf graag herinnerd worden als Takashi Murakami.’

Cornelius Tittel

Die Welt
Duitsland | dagblad | oplage 117.840

Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.

Dit artikel van verscheen eerder in Die Welt.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.