• The Guardian
  • Politiek
  • Mijn dubbelleven als KGB-agent

Mijn dubbelleven als KGB-agent

Een wachttoren in Oost-Duitsland, waar Barsky werd geboren. – © Getty
The Guardian | Londen | Shaun Walker | 05 juni 2021

Jack Barsky groeide op in Oost-Duitsland en liet zijn moeder, broer, vrouw en zoon in de steek om te gaan spioneren voor de KGB. In de VS stichtte hij een tweede gezin. Hij waande zich slimmer dan wie ook – tot alles in elkaar donderde. The Guardian sprak de voormalig geheim agent na zijn carrière.

Keuze uit ons archief

Onlangs bleek uit inlichtingen van de Tsjechische autoriteiten en onderzoek van Bellingcat dat KGB-agenten betrokken waren bij een explosie in een Tsjechisch wapendepot in 2014, waarbij twee doden vielen. Dit interview uit The Guardian met voormalig geheim agent Albert Dittrich, alias Jack Barsky, laat zien hoe de Russische inlichtingendienst in de nadagen van de Sovjet-Unie opereerde.

Intrigerend aan het beeld van de KGB dat naar voren komt, zijn zowel de grondige voorbereiding en de complexe communicatiekanalen, als het amateurisme en de gebrekkige kennis over de grote vijand: de VS.

Dit artikel verscheen eerder in nummer 115 van 360 Magazine, februari 2017.

Op een koude decemberochtend in 1988 neemt Jack Barsky net als anders de metro naar zijn werk op Madison Avenue in Manhattan, nadat hij in Queens zijn vrouw en dochtertje gedag heeft gezegd. Op het moment dat hij het metrostation inloopt, registreert hij met een schok iets opmerkelijks: een klodder rode verf op een stalen balk. Barsky is al jarenlang gespitst op dit teken: het wil zeggen dat hij een ongekend ingrijpende beslissing moet nemen, en snel ook.

Barsky weet wat er staat te gebeuren. De rode verf is een waarschuwing dat hij in direct gevaar verkeert, dat hij als een speer geld en nooddocumenten moet ophalen op een vooraf afgesproken plek. Vervolgens zal hij de grens met Canada overgaan en contact opnemen met de Russische ambassade in Toronto. Hij zal het land uit worden gesmokkeld. Hij zal niet langer Jack Barsky zijn. De Amerikaanse identiteit die hij zich tien jaar eerder heeft aangemeten zal als sneeuw voor de zon verdwijnen en hij zal terugkeren naar zijn eerdere bestaan: dat van Albrecht Dittrich, een scheikundige en KGB-agent, een man met een vrouw en een zeven jaar oud zoontje, die geduldig op hem wachten in Oost-Duitsland.

Lees ook:

Barsky denkt aan zijn Amerikaanse dochtertje, Chelsea: kan hij haar echt in de steek laten? Maar als hij dat niet doet, hoelang zal hij dan uit handen weten te blijven van zowel de KGB als de Amerikaanse contraspionagediensten?

Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen

Nu, op een ongebruikelijk warme middag in januari, komt Barsky mijn hotel binnenlopen in Atlanta, de hoofdstad van de staat Georgia. Hij drukt me stevig de hand. Barsky is inmiddels 67 en hij leeft al zo’n dertig jaar een min of meer doorsneebestaan. Maar de jaren die hij undercover heeft geleefd hebben hun tol geëist, zowel van hem als van zijn naasten. Pas onlangs heeft hij in het reine kunnen komen met zijn verleden.

Het was een ongekende opluchting toen hij eindelijk de waarheid kon vertellen, zegt Barsky. ‘Al die jaren zat er hier een klein mannetje,’ zegt hij, waarbij hij wijst naar het peper-en-zoutkleurige haar dat met een scheiding over zijn schedel is gekamd. ‘Dat hield voortdurend alles wat ik zei heel scherp in de gaten, en maakte me duidelijk dat sommige onderwerpen verboden terrein waren. Ineens was dat mannetje omgelegd, en dat voelde als een explosie.’ Tegenwoordig is Barsky iemand die geanimeerd praat, die nauwelijks aansporing nodig heeft.

‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij’

Barsky’s verhaal is ineens weer actueel, en maakt duidelijk hoe ver de Russen tijdens de Koude Oorlog bereid waren te gaan teneinde agenten in vijandelijk gebied te stationeren. Van hacking was toen nog geen sprake, en het was veel ingewikkelder om heen en weer te reizen tussen Moskou en het Westen. ‘Het voelt allemaal heel onwerkelijk, zoals ik er nu over praat,’ zegt hij over zijn ingewikkelde reis van Oost-Duitsland naar Amerika. ‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij.’

Albrecht Dittrich werd geboren in 1949, in een klein Oost-Duits plaatsje niet ver van de Poolse grens. Zijn vader was onderwijzer en een overtuigd marxist-leninist. Barsky omschrijft zijn moeder als een intelligente vrouw die hem nauwelijks knuffelde. ‘Op mijn veertiende stuurde ze me naar een kostschool, en ik heb haar geen seconde gemist.’ Niet veel later gingen zijn ouders uit elkaar en verloor hij het contact met zijn vader.

Dittrich is een uitstekende leerling en hij gaat scheikunde studeren aan de Universiteit van Jena. Tijdens het vierde jaar van zijn studie klopt er iemand bij hem op de deur om te vragen of hij belangstelling heeft voor een baan bij Carl Zeiss, de lenzenmaker. De onbekende legt al snel zijn masker af: hij is van de Stasi, de Oost-Duitse veiligheids- en inlichtingendienst. Dittrich wordt uitgenodigd voor een etentje in een restaurant, waar hij wordt voorgesteld aan een andere man, Herman, die Duits spreekt met een vaag Russisch accent. Herman zegt dat ze overwegen hem klaar te stomen voor werk als undercoveragent. Dittrich gaat gewoon door met zijn studie, maar hij zal Herman elke maandagochtend ontmoeten, eerst in de auto van de agent en later in een zogeheten safehouse.

Als Dittrich zijn studie heeft voltooid en aan zijn promotieonderzoek is begonnen, stuurt Herman hem drie weken naar Oost-Berlijn met de instructie om daar ene Boris te treffen. Na een training van enkele weken wordt hij naar een Russische legerbasis aan de rand van de stad gebracht, waar Boris en hij iemand spreken die naar Dittrichs idee een hooggeplaatste KGB-agent is. De Sovjet-Unie heeft alleen behoefte aan gemotiveerde spionnen, zegt de man, en het staat Barsky vrij om ja of nee te zeggen. Hij krijgt 24 uur de tijd om te beslissen.

Manhattan, New York City, circa 1985. – © Michael Brennan / Getty
Manhattan, New York City, circa 1985. – © Michael Brennan / Getty

Dittrich was een overtuigd communist, maar Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen. ‘Ik beschouwde mezelf als een intellectueel en ik meende slimmer te zijn dan wie ook,’ vertelt hij me, terwijl hij wat aan zijn leesbril met zwart montuur frunnikt. ‘Ze hebben me voor een belangrijk deel over de streep weten te trekken door in te spelen op die eigendunk.’ Hij klinkt het merendeel van de tijd als een onvervalste Amerikaan van de oostkust, maar als ik de opnamen afspeel, hoor ik, naarmate de uren verstrijken, toch iets van een Duitse intonatie in zijn stem kruipen. Zo nu en dan ontsnapt er een heuse Teutoonse R aan zijn keel. Rroom. Rruminate.

In februari 1973 zegt Dittrich tegen zijn moeder dat hij stopt met zijn studie en naar Berlijn gaat verhuizen, waar hij een opleiding zal volgen tot diplomaat. In Berlijn begint zijn KGB-training, meestal uitgevoerd door Russen die hun instructies in het Duits laten vertalen door een instructeur. Hij krijgt les in morse en cryptografie, zodat hij via de kortegolfradio gecodeerde berichten kan ontvangen. Er wordt hem geleerd hoe hij kan voorkomen dat hij wordt gevolgd, hij leert dead drops uitvoeren (pakjes verstoppen en ophalen), en hij wordt geschoold in diverse andere aspecten van de klassieke kunst van het spioneren. Hij krijgt Engels als tweede taal toegewezen en volgt vele uren privéles. ‘In mijn vrije tijd ging ik naar het theater, de opera en musea, en de KGB betaalde de rekening,’ vertelt Barsky.

Moskou

In 1975, op zijn zesentwintigste, wordt hij voor het eerst naar Moskou gestuurd. Daar wordt zijn Engels getoetst door twee vrouwen: een hoogleraar van de Universiteit van Moskou en een ‘depressief ogende’ Amerikaanse van middelbare leeftijd. ‘Jaren later heeft de FBI me een foto van haar laten zien. Ze wisten wie ze was. Ze was verliefd geworden op een Rus, naar het scheen, maar ze was een toonbeeld van treurigheid. Ze was totaal niet geassimileerd.’

Later komt er een groepje KGB-mannen naar Dittrichs appartement voor een uitgebreid en met drank overgoten etentje, waar de man die de hoogste in rang lijkt te zijn een mededeling doet: Dittrich zal deel gaan uitmaken van het Russische ‘illegalenprogramma’ in de VS, het geheimste en meest prestigieuze onderdeel van de KGB-operaties. Illegalen kunnen opereren op een manier die voor agenten met een diplomatieke dekmantel niet is weggelegd. Ze krijgen ook de instructie mee om op elk moment paraat te zijn voor de zogeheten ‘speciale periode’, een mogelijke totale oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, waarin alle diplomatieke banden verbroken zouden worden.

Nu, tijdens ons gesprek, zegt Barsky dat hij nooit geïnformeerd is over zijn rol in dit overkoepelende programma. ‘Ik heb altijd alleen op tactisch niveau geopereerd. Ik werd op geen enkele manier geïnformeerd over hoe ik in een groter plaatje zou passen.’ Maar hij kan wel een zeer gedetailleerde beschrijving geven van het ultrageheime trainingsprogramma.

De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet

Nadat hij twee jaar lang dag in dag uit in Berlijn was getraind, zat hij nog twee jaar in Moskou, een periode die hij als moeilijk en eenzaam ervaarde. ‘Daarvoor, thuis, was ik iemand. Daar kende ik mensen – ik was gek op scheikunde en ik vond het heerlijk om les te geven. Daar moest ik allemaal afscheid van nemen om me ergens te vestigen waar ik niemand kende, behalve mijn instructeurs. Ik sprak de taal niet en het was onmogelijk om vriendschappen te sluiten.’ Zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij als diplomaat werkzaam is op de Oost-Duitse ambassade, brengt hem een kort bezoek. Hij boekt een hotel voor haar en laat haar de stad zien. Hun gids is in werkelijkheid een KGB-instructeur.

Dittrich wordt een op een getraind, meestal bij hem thuis. Hij heeft geen contact met andere ‘illegalen’ en hij heeft nooit een KGB-agent in uniform gezien. Er zijn dagen dat de KGB hem laat volgen door een team van acht mensen, maar er zijn ook dagen dat hij niet wordt gevolgd. Hij moet leren vast te stellen wanneer hij wordt gevolgd. Hij krijgt lessen taekwondo om zich te kunnen verdedigen, en nog meer Engelse lessen om zijn accent te perfectioneren.

In juni 1978 is hij er bijna klaar voor. Sovjetagenten zijn in Maryland op een grafsteen gestuit van een jongen die op zijn tiende is overleden – Jack Barsky – en hebben een geboorteakte weten te bemachtigen. In Moskou gaat hij met zijn instructeur aan de slag om het ‘levensverhaal’ van Barsky te schrijven: ‘Op welke scholen hij had gezeten, waar hij allemaal had gewoond. We besloten hem een van oorsprong Duitse moeder te geven, ter verklaring van de laatste zweem Duits in zijn accent.’

Missie

Dittrich krijgt een missie: contact leggen met buitenlandse, politieke denktanks, en in het bijzonder met president Carters nationale veiligheidsadviseur, Zbigniew Brzezinski. Hij krijgt nauwelijks aanwijzingen hoe hij dat zou moeten aanpakken, of zelfs maar hoe hij het beste zou kunnen opgaan in de Amerikaanse samenleving. De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet, hadden geen weet van de tastbare, niet-kwantificeerbare kanten van het leven daar. ‘Het was alsof ze heel lang naar een aquarium vol vissen hadden gekeken, en je vervolgens wilden leren om een vis te zijn,’ zegt Barsky. ‘Maar ze hadden eigenlijk geen enkel benul hoe het is om echt een vis te zijn.’

Voordat Barsky naar Moskou was verhuisd, had hij de relatie met zijn vriendin Gerlinde verbroken. Maar nu hij terugkeert naar huis, voordat hij wordt uitgezonden, zegt ze dat ze nog altijd van hem houdt. Dittrich vraagt de KGB of hij de relatie mag voortzetten. Zijn instructeurs trekken Gerlinde na en geven hun goedkeuring – wat misschien sympathieker lijkt dan het is, want een agent die thuis nog een vriendin heeft is, in ieder geval in theorie, minder geneigd om over te lopen.

Hij mag Gerlinde een versie van de waarheid vertellen, maar hij liegt tegen zijn moeder, die een document van de Sovjetregering ontvangt waarin staat dat haar zoon op een vijfjarige missie naar het Kosmodroom van Bajkonoer is gestuurd, het zenuwcentrum van het Russische ruimteprogramma. Het is een afgesloten stad, slechts toegankelijk met toestemming van de regering; dit keer zou ze hem niet kunnen verrassen met een bezoekje.

Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis

Voordat hij naar de Verenigde Staten vertrekt, krijgt Dittrich een stapel witte vellen papier, om een aantal brieven te schrijven aan zijn moeder en zijn jongere broer. Er zal er elke maand eentje worden verstuurd. Aan het einde van elke brief laat hij ruimte over, zodat een KGB-agent daar nog wat kan schrijven over actuele gebeurtenissen, of antwoord kan geven op eventueel gestelde vragen. En dan gaat hij op weg naar het vliegveld.

Dittrich, die dan 29 is, vliegt van Moskou naar Belgrado, waar hij een trein neemt naar Rome en vervolgens naar Wenen. In Oostenrijk krijgt hij een Canadees paspoort, op naam van William Dyson. Hij koopt een vliegticket naar Mexico-Stad, via Madrid. In Mexico koopt hij een ticket naar Toronto, via Chicago. Eindelijk staat hij dan op het punt het vijandelijk gebied binnen te dringen.

‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”’

Barsky omschrijft zijn aankomst in Chicago op 8 oktober 1978 als ‘het spannendste uur van mijn leven’. Hij heeft een ultramoderne kortegolfradio bij zich en 7000 dollar aan contanten. ‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”.’ Maar de douaniers slikken het verhaal dat hij alleen een tussenstop maakt van een paar dagen, om de stad te bekijken, voordat hij terugkeert naar Canada. Ze zetten een stempel in zijn paspoort en hij mag Amerika in. Twee dagen later, in een hotelkamer in Chicago, verbrandt hij zijn Canadese paspoort en zijn ticket voor het vervolg van zijn reis: William Dyson is weer even snel van de aardbodem verdwenen als hij was opgedoken.

Barsky, zoals hij nu heet, verhuist naar New York, met zijn nieuwe geboorteakte op zak. Daarmee vraagt hij een lidmaatschapspasje aan bij het Natural History Museum. Vervolgens regelt hij een bibliotheekpasje en een rijbewijs. Hij laat zijn handen en gezicht helemaal groezelig worden door zich dagenlang niet te wassen voordat hij een social security card aanvraagt – die had hij daarvoor nooit nodig gehad omdat hij als dagloner op boerderijen had gewerkt, zegt hij. En men gelooft hem.

Zijn weg naar de wereld van de beleidsmakers op hoog niveau lijkt lang en kronkelig. ‘Ze hadden me nooit uitgelegd hoe ik in die kringen diende te infiltreren,’ zegt Barsky met een glimlach. ‘De vooronderstellingen waren op z’n zachtst gezegd merkwaardig.’ Hij neemt een baantje als fietskoerier om zo de stad te leren kennen. Een man die van zichzelf zegt dat hij een enorme eigendunk heeft, een topstudent, iemand die jaren en jaren is getraind door de KGB, fietst met pakjes door New York: viel de afgedwongen nederigheid hem niet zwaar?

Barsky krabt zachtjes achter zijn oor en glimlacht. ‘Ik herinner me nog een aantrekkelijke vrouw die riep: “De boodschappenjongen staat voor de deur!” Ik zat er niet mee. Ik heb nooit echt gedacht: Je moest eens weten.’ Maar omdat dit beeld me bijna veertig jaar later nog zo scherp voor de geest staat, vraag ik me nu toch af of ik me daar niet in vergis.’

Hij keert elke twee jaar terug naar Moskou en Oost-Duitsland, waar ingewikkelde paspoort- en documentenverwisselingen bij komen kijken, via dead drop. De eerste keer dat hij naar huis terugkeert, in 1980, trouwt hij met Gerlinde. Een paar dagen later schuift hij de trouwring weer van zijn vinger en verdwijnt opnieuw twee jaar uit beeld.

Maar negen maanden later klinkt er een echo van zijn andere leven door op een van de gecodeerde radioberichten die hij elke donderdagavond ontvangt. Hij is vader geworden. Twee jaar later ziet hij zijn zoon, Matthias, maar hij vindt het moeilijk om iets van verbondenheid te voelen. Zijn relatie met Gerlinde lijkt afstandelijker dan ooit. ‘Ik schoof alle gedachten voor me uit,’ zegt Barsky. ‘Op een dag zou ik voorgoed terugkeren, dan zouden we het vuur weer kunnen oprakelen.’

Arrogant

Albrecht Dittrich mocht dan zijn afgestudeerd in scheikunde, Jack Barsky heeft geen noemenswaardige opleiding genoten. Dus schrijft hij zich in op het Baruch College in New York en volgt avondonderwijs om een diploma te halen. In 1984 krijgt hij een baan als programmeur bij MetLife, een verzekeringsmaatschappij. Hij past zich gemakkelijk aan: hij heeft geen moeite met de taal en de dagelijkse maskerade. Wel zijn er bepaalde omgangsvormen die lastiger onder de knie te krijgen zijn. ‘Een goede vriend nam me op een keer apart en zei: “Weet je, iedereen vind je een eikel. Je gaat overal tegenin, je neemt geen blad voor de mond en je bent arrogant.” Terwijl ik dacht dat ik heel aardig was.’ Pas jaren later is hij enigszins in staat naar de omgangsvormen van zijn vroegere Duitse vrienden te kijken door de ogen van een Amerikaan. ‘Het was alsof er ergens in mijn hoofd een lampje begon te branden: O, mijn God, dat ben ik!’ Het zijn dergelijke subtiele cultuurverschillen, zegt Barsky, waar de KGB je niet op wist voor te bereiden.

Hij is elke week een paar uur in de weer met het decoderen van berichten uit Moskou. Soms bevatten ze een opdracht: zo moet hij een keer naar Californië om het huisadres van een overgelopen Sovjetwetenschapper te achterhalen en door te geven. (De nare bijsmaak van die missie verdwijnt pas wanneer hij er jaren later achter komt dat de bewuste wetenschapper 85 jaar is geworden.) In de meeste gevallen zijn de radioberichten weinig opwindend. ‘Het irritantste is wanneer je uren hebt zitten zwoegen om iets te decoderen, en dan blijken het alleen groeten en goede wensen te zijn.’

Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren

Antwoorden is nog ingewikkelder. Daartoe schrijft Barsky om te beginnen een nietszeggende brief aan een verzonnen vriend, op een vel papier dat is geïmpregneerd met speciale chemicaliën. Vervolgens wordt dat papier op een spiegel of een glasplaat gelegd; daarbovenop komt een vel speciaal contactpapier, en dan weer een vel normaal papier. Het geheime bericht wordt heel licht op het bovenste vel geschreven, dat vervolgens wordt vernietigd. Door de chemicaliën worden de woorden in het onderste vel geïmpregneerd. Vervolgens wordt de brief naar een adres in Europa gestuurd, waar een betrouwbare handlanger hem doorspeelt naar een KGB-agent, die hem met de diplomatieke post naar Moskou stuurt, waar hij in een laboratorium wordt ontwikkeld. Het duurt ongeveer drie weken om een bericht van New York naar Moskou te krijgen.

Barsky’s berichten zijn vaak profielen van mensen die hij heeft ontmoet en van wie hij denkt dat ze ontvankelijk zullen zijn voor een bezoek van Sovjetagenten. Hij besteedt aandacht aan aspecten die bij de rekrutering van belang kunnen zijn. Ideologie is een van die aspecten; zwakke plekken en financiële problemen zijn ook het vermelden waard. Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren.

Agnosticisme

Ik vraag hem hoe hij denkt over de niet-geverifieerde aantijgingen dat president Trump zich tijdens zijn bezoeken aan Rusland op compromitterende wijze heeft gedragen. Het dossier met deze aantijgingen, samengesteld door voormalig MI6-medewerker Christopher Steele, is net een paar dagen voor onze afspraak naar buiten gekomen. ‘Chantage is zonder meer een wapen in het KGB-arsenaal,’ zegt Barsky schouderophalend. ‘Als ze het kunnen gebruiken, zullen ze het niet laten. De enige vraag is of onze president echt zo dom is geweest om dat soort dingen te doen.’ De Russische geheime dienst anno nu lijkt in grote lijnen nog precies zo te denken als zijn oude instructeurs bij de KGB, zegt hij. ‘Dat zie je eigenlijk bij vrijwel alle grote organisaties: die veranderen niet zo snel.’

In de jaren tachtig zijn het vooral radicaal-rechtse ideologen op wie Barsky zijn pijlen richt; in Amerika zouden Sovjetagenten zich voordoen als radicaal-rechtse activisten. ‘Van één iemand over wie ik verslag heb uitgebracht, weet ik zeker dat hij door de knieën zou zijn gegaan, want hij was heel erg rechts,’ zegt hij. Maar Barsky weet niet of die mensen van enige waarde zijn gebleken voor de KGB; de operationele procedures schrijven voor dat de agent die het profiel opstelt niet dezelfde mag zijn als degene die de rekrutering doet. Barsky blijft profielen opstellen en versturen; het vervolg onttrekt zich volledig aan zijn blikveld.

‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad’

Vanuit New York kan Barsky op geen enkele manier contact opnemen met Gerlinde. Hij wordt eenzaam en gaat uit, loopt uiteindelijk Penelope tegen het lijf, een stewardess uit Guyana. Zij moet trouwen om aan een verblijfsvergunning te komen, en Barsky is bereid haar te helpen.

Hij heeft dan al zo lang een dubbelleven geleid, legt hij uit, dat het ethische dilemma van twee huwelijken er ook nog wel bij kan. Zijn twee identiteiten nemen elk een ander deel van zijn hersenen in beslag en voor zijn gevoel is noch Jack Barsky noch Albrecht Dittrich ooit ontrouw geweest. ‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad.’

In 1986 gaat Barsky voor de laatste keer naar Moskou. Hij maakt kennis met iemand die zich bezighoudt met bedrijfsspionage, en die raadt hem aan te gaan stelen. ‘Hij was er heel open over. Hij zei dat de Sovjet-Unie het zwaar had. “We hebben behoefte aan hardware, software, alles wat je maar kunt vinden.”’ Barsky levert software die bij hem op het werk wordt gebruikt, via dead drop, maar hij heeft geen idee of er ooit iets mee is gedaan.

In 1988, een jaar na de geboorte van Chelsea, krijgt Barsky het bericht van de KGB dat hij moet vluchten. Hoewel hij inmiddels is afgeknapt op het Sovjet-communisme, heeft hij nooit overwogen over te lopen, zegt hij, en hij is dan ook niet van plan om nu naar de FBI te stappen. ‘Ik had me teruggetrokken in een soort agnosticisme. Ik denk dat ik mezelf een socialist zou noemen, maar ik probeerde er niet al te veel over na te denken.’

Hij slaat de waarschuwing in de wind. Er volgen meer berichten, steeds dringender, op zijn kortegolfradio. Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis. Het is voor het eerst dat er binnen Amerika iemand van de Sovjetkant contact met hem legt.

Maar Barsky is vastberaden om te blijven. Hij stuurt een bericht naar Moskou en schrijft de KGB dat hij aids heeft opgelopen van een vrouw met wie hij iets heeft gehad en van wie hij een profiel heeft opgesteld, en dat hij een behandeling moet ondergaan die alleen in Amerika beschikbaar is; hij is absoluut niet van zins over te lopen. Opmerkelijk genoeg lijkt zijn list te werken. De Sovjets zijn als de dood voor hiv, de USSR kan elk moment uit elkaar vallen en door Michael Gorbatsjovs nieuwe politiek van openheid staat de KGB onder grote druk. De mensen aan de top hebben vermoedelijk andere dingen aan hun hoofd; een losgeslagen agent opsporen heeft geen prioriteit.

Barsky stort zich op het gezinsleven. Penelope en hij krijgen nog een kind, een zoon, Jessie, maar het huwelijk begint scheurtjes te vertonen. Hij besluit zijn vrouw de waarheid te vertellen in de hoop zijn huwelijk te redden. ‘Weet je wat ik allemaal voor jou op het spel heb gezet? Ze hadden me kunnen vermoorden of gevangennemen,’ zegt hij tegen haar. Ze reageert eerder boos dan opgelucht: als hij illegaal in het land is, dan is Penelope zelf ook illegaal, wat betekent dat ze haar kinderen kan kwijtraken.

‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij’

Dit gesprek, dat plaatsvindt in 1997, blijkt in meerdere opzichten een keerpunt. Barsky wordt al jaren gevolgd door de FBI. Zijn naam is opgedoken in papieren die zijn gekopieerd uit de KGB-archieven door Vasili Mitrokin, een archivaris die in 1991 de Engelse ambassade in Riga binnen is gestapt om zijn geheimen aan te bieden. Barsky’s huis wordt al langere tijd in de gaten gehouden door FBI-agenten, soms verkleed als vogelaars; zijn auto wordt doorzocht en wanneer Penelope Londen bezoekt wordt ook zij gevolgd, door MI5. De FBI heeft zelfs het huis naast dat van Barsky gekocht en daar hebben zich twee agenten geposteerd, die steeds gefrustreerder worden omdat hij zo’n volkomen alledaags bestaan leidt. Misschien is hij een slapende cel, die wacht op een teken uit Moskou.

Uiteindelijk wordt er afluisterapparatuur geplaatst. Als Barsky alles opbiecht aan Penelope, concludeert de FBI dat hij de actieve dienst heeft verlaten en besluiten ze toe te slaan. Barsky wordt met zijn auto aan de kant gezet en krijgt te horen dat hij misschien niet naar de gevangenis hoeft – maar dan moet hij wel meewerken. ‘Ik zei meteen ja. Ik vertelde ze alles wat ik wist,’ zegt hij. In 2009 krijgt hij een green card, en in augustus 2014 een echt Amerikaans paspoort, op naam van Jack Barsky, de identiteit die de KGB voor hem had gestolen.

Nadat Barsky’s huwelijk met Penelope is stukgelopen huilt hij zichzelf elke avond in slaap, zegt hij. ‘Mijn bestaan had geen enkele zin meer. Ik was in de vijftig, mijn kinderen waren het huis uit, mijn huwelijk was gestrand. Wat had het nog voor zin?’ Het is dan al meer dan tien jaar geleden dat hij voor het laatst contact heeft gehad met zijn Duitse vrouw Gerlinde en hun zoon Matthias.

De FBI-agent die op Barsky’s zaak zat, is uitgegroeid tot een goede vriend

Hij rolt van het ene baantje in het andere, werkt voor verschillende bedrijven, eerst als programmeur, later als hoofd IT. Hij begint een voorzichtige affaire met zijn assistente, Shawna, met wie hij later trouwt. Ze wonen nu ergens buiten Atlanta, met hun dochtertje van zes, Trinity. Via Shawna heeft Barsky God gevonden en zijn geloof vult het gat dat is ontstaan toen het communistische vuur doofde. Joe Reilly, de FBI-agent die op Barsky’s zaak zat en die de ondervragingen deed, is uitgegroeid tot een goede vriend en de peetvader van Trinity.

Shawna, een Jamaicaanse die iets meer dan tien jaar geleden naar de Verenigde Staten is gekomen, vertelt met een glimlach over haar eerste afspraakje met Barsky. Hij besluit haar alles over zijn verleden te vertellen, waardoor zij een van de weinigen buiten de FBI is die zijn ware verhaal kent. Maar ze lacht alleen maar. ‘Ik was daarvoor getrouwd geweest met een man die alles aan elkaar loog,’ zegt ze, ‘dus ik wilde het eigenlijk helemaal niet horen. Ik vond hem nogal zonderling, en ik dacht: ik vind het best, hoor, als jij in een fantasiewereld wilt leven – maar ik hoef het allemaal niet te horen.’ Pas jaren later, vertelt ze, dringt tot haar door dat zijn verhaal, dat hij in Duitsland is opgegroeid, weleens waar zou kunnen zijn.

Barsky leeft een aangenaam burgerbestaan en speelt overtuigend de rol van een ‘geboren Amerikaan’ – precies waarvoor hij ooit op missie is gestuurd – maar hij heeft een paar eigenaardigheden overgehouden aan zijn KGB-tijd. Soms, wanneer hij tijdens het hardlopen een auto geparkeerd ziet staan op een merkwaardige plek, begint hij te zigzaggen om mogelijke achtervolgers af te schudden. Meestal blijkt het om vogelspotters te gaan (en dan dit keer echte) of vrijende stelletjes. Hij is ook nog niet helemaal losgekomen van het patroon van dead drops en geheime schuilplekken, al leeft hij zich nu uit op koekjes. ‘Ik weet dat ik geen koekjes zou moeten kopen, dus ik verstop ze. Op verschillende plekken – er valt geen patroon in te ontdekken. Shawna zegt dat ik ze niet hoef te verstoppen, maar ik kan het gewoon niet laten.’

In 1988 sloeg hij een bevel van hogerhand in de wind, zegt hij, vanwege zijn pasgeboren dochtertje – hij verkoos haar boven Gerlinde en Matthias. ‘Ik weet niet of ik hetzelfde had gedaan als Chelsea een jongetje was geweest. Voor mijn gevoel zijn vrouwen betere mensen.’

Verklaring

Maar er zijn minstens twee mensen in zijn leven voor wie die beslissing bijzonder pijnlijk is. Gerlinde krijgt van de KGB te horen dat haar man is overleden aan aids, en zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij naar Bajkonoer is gestuurd, wordt in het ongewisse gelaten. Barsky zet zijn Duitse gezin uit zijn hoofd, vastbesloten om nooit meer contact met hen op te nemen.

Wanneer Chelsea achttien wordt, vertelt hij haar over zijn verleden. Zij blijkt er heel anders tegenaan te kijken: wanneer ze hoort dat ze een halfbroer in Duitsland heeft, gaat ze naar hem op zoek. In 2014 gaat ze samen met Barsky naar Duitsland om een bezoek te brengen aan Matthias, die inmiddels in de dertig is. Gerlinde leeft nog, maar wil hem niet zien. Ze heeft meer dan een kwarteeuw in de veronderstelling geleefd dat de vader van haar zoon dood was. Barsky zegt wel zich schuldig te voelen, maar zegt ook dat een excuus niet meer zou zijn dan loze woorden. ‘Als we elkaar spreken, zal ik zeker zeggen dat het me vreselijk spijt; maar hoe je het ook wendt of keert, ik heb domweg niet voor haar gekozen. Ik heb niet gekozen voor een andere vrouw, ik heb gekozen voor een kind.’

Zijn moeder heeft zich jaren en jaren vertwijfeld afgevraagd wat er van haar vermiste zoon is geworden. Ze heeft zowel Gorbatsjov als de eerste Oost-Duitse kosmonaut geschreven, om te vragen of zij iets wisten van een jonge diplomaat die op een geheime missie naar Bajkonoer is gestuurd. Jaren later leert ze op safari een Duitse wetenschapper kennen. De wetenschapper vertelt haar dat hij binnenkort naar Rusland gaat en als Barsky’s moeder hem vertelt over haar vermiste zoon, belooft hij een oproep te doen op de Russische televisie. Zoals te verwachten komt er geen enkele reactie. Barsky’s moeder overlijdt zonder te weten hoe het hem is vergaan.

Barsky vertelt het zonder zichtbare emotie. ‘Het klinkt hard, maar ze heeft het aan zichzelf te danken,’ zegt hij. ‘In de band tussen ouder en kind moet de ouder het zaadje van de emotionele verbintenis planten. Ze heeft me nooit geknuffeld. Daarmee wil ik niet goedpraten dat ik tegen haar heb gelogen. Het is geen excuus, maar wel een verklaring.’

Wat zijn drie jaar jongere broer betreft, die weet Barsky op te sporen in Berlijn. Ze mailen elkaar, maar uiteindelijk zegt de broer dat hij Barsky niet wil zien, hij kan hem niet vergeven dat hij hun moeder de laatste jaren van haar leven zo heeft laten lijden. Barsky haalt zijn schouders op, alsof hij die beslissing onbegrijpelijk vindt. ‘Hij moet het zelf weten. Hij had naar Amerika kunnen komen om me op te zoeken. Ik heb hem nooit kwaad gedaan. We hadden nauwelijks een band. Hij was altijd een matige leerling.’

Deze onverschillige opmerkingen over zijn Duitse familie botsen met Barsky’s gebruikelijke jovialiteit. Gaat hij echt niet gebukt onder schuldgevoel, voelt hij zich echt niet verantwoordelijk? Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij.’ Na een leven dat van leugens aan elkaar hing, kan hij nu niet anders dan eerlijk zijn.

Ik vraag hem wat Jack Barsky zou zeggen tegen de jonge Albrecht Dittrich, als hij terug zou kunnen gaan in de tijd, naar een moment voordat de man van de Stasi op zijn deur klopte. Hij aarzelt geen moment. ‘Ga er niet op in. Je bezorgt jezelf alleen maar ellende. De hele opzet is gedoemd te mislukken, en in de meeste gevallen loopt het dan ook op niets uit; en het is bij lange na niet zo spannend als het lijkt. Undercoverwerk is behoorlijk saai: 99 procent van het werk bestaat uit wachten, en 1 procent uit actie. Het is een eenzaam bestaan.’

Maar, zegt hij, alles verloopt volgens Gods plan, en in de nadagen van zijn bestaan heeft hij eindelijk rust en harmonie gevonden. ‘Ik heb altijd dit kinderlijke gevoel gehouden dat alles uiteindelijk wel goed zou komen,’ zegt hij, met een zweem van nostalgie. ‘En in zekere zin is dat ook het geval.’

Deep Undercover: My Secret Life And Tangled Allegiances As A KGB Spy in America, door Jack Barsky, is verschenen bij uitgeverij Tyndale Momentum.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.