• Der Tagesspiegel
  • Azië
  • ‘Mijn zoon zal zijn vader alleen van foto’s kennen’

‘Mijn zoon zal zijn vader alleen van foto’s kennen’

Der Tagesspiegel | Berlijn | Thore Schröder | 08 december 2020

De oorlog in Nagorno-Karabach doet een trauma onder de Armeniërs herleven. Boven op de militaire nederlaag komt het gevoel weer eens in de steek te zijn gelaten door de rest van de wereld.

Op het altaar in de hoek van de koude huiskamer branden kaarsen. Op de ingelijste foto staat voor het rood-blauw-oranje van de Armeense vlag Arman Arzoemanian, vader van acht kinderen, een potige man met een strakke blik. Rondom de foto liggen zijn dienstpasjes, oorkonden en een icoon van Jezus in goud en zilver; verder een paar pakjes sigaretten en twee rollen verband. ‘Dat zat nog in zijn zakken toen ze hem vonden,’ zegt zijn weduwe Gaiane. ‘Veel meer is er niet van hem over.’

Op de bank zit haar oudste zoon, de 21-jarige Azat. Eigenlijk had hij moeten vechten in de oorlog tegen Azerbeidzjan. Nu is hij als hoofd van het gezin plotseling verantwoordelijk voor zijn moeder en zijn zeven broertjes en zusjes. Hier in Armenië is er geen toereikend nabestaandenpensioen; vooral voor grote gezinnen zijn de betalingen volstrekt onvoldoende. Maar niet alleen de economische nood maakt zijn moeder verdrietig en woedend: ‘Mijn jongste zoon van twee jaar zal zijn vader alleen van foto’s kennen.’

Waarom, zo vraagt ze, hebben ze al die mannen laten sterven, terwijl al vroeg in de oorlog duidelijk werd dat de Armeense strijdkrachten zwaar in de minderheid waren in de confrontatie met de oude vijand uit Azerbeidzjan? ‘Ik zal mijn kinderen moeten uitleggen dat het lichaam van hun vader is opgeblazen om het land waarvoor hij streed aan onze vijanden te geven.’

Ze waren nog altijd niet aangesloten op het riool, maar hadden wel ruimte voor een paar dromen

Voor de bevolking van Armenië zijn de laatste maanden van 2020 uitgelopen op een dubbel trauma. Velen hebben familieleden en vrienden verloren in de oorlog. Boven op de militaire nederlaag komt het gevoel weer eens in de steek te zijn gelaten door de rest van de wereld.

Bovendien hadden de Arzoemanians juist hoop geput uit het uitbreken van de oorlog. Vijftien jaar lang hadden ze in een hut van golfplaten gewoond, in hun dorp ten noorden van de hoofdstad Jerevan, toen de regering een jaar geleden een stenen huis voor hen betaalde. Binnenkort zou ook de pas gebouwde stal van tufsteen een dak krijgen. Ze waren nog altijd niet aangesloten op het riool, maar hadden wel ruimte voor een paar dromen, vertelt Gaiane, die na de dood van haar man haar meisjesnaam Sjachnazarian weer wil gaan gebruiken. ‘We dachten dat we binnenkort niet alleen voor onszelf zouden kunnen zorgen, maar ook wat meer op de markt zouden kunnen verkopen. Eieren, melk, wol,’ zegt ze.

Derde oorlog

Op 27 september vervlogen deze dromen. Azerbeidzjaanse troepen, massaal gesteund door Turkse soldaten en Syrische milities, vielen de door Armeniërs bevolkte deelrepubliek Nagorno-Karabach aan. Het was het begin van de derde oorlog om het kleine gebied in het zuiden van de Kaukasus sinds de val van de Sovjet-Unie. Maar deze keer lagen de machtsverhoudingen wezenlijk anders.

Niet alleen kreeg het land van de Azerbeidzjaanse president Ilham Alijev hulp van zijn broedervolk in Turkije, ook had de dictator jarenlang miljarden oliedollars in de modernste wapensystemen geïnvesteerd, vooral in drones. Bij de bloedige oorlog na de val van de Sovjet-Unie in de jaren negentig waren de Armeniërs na zware verliezen nog als overwinnaars uit de strijd gekomen. Ze hadden niet alleen Nagorno-Karabach maar ook omliggende Azerbeidzjaanse gebieden bezet. Volkenrechtelijk hoorden al deze gebieden nog altijd toe aan de Azeri’s, de bewoners van Azerbeidzjan. Die zonnen al bijna drie decennia op wraak.

Aan het einde van de zomer in het pandemiejaar waren de omstandigheden gunstig voor de tegenaanval. Niet alleen waren veel landen door de coronacrisis op zichzelf gericht, ook de verkiezingen in de Verenigde Staten trokken veel aandacht, vooral van de Amerikanen. De Turken en de Azeri’s hadden zwakke plekken in de Armeense defensie vastgesteld en hielden gezamenlijke militaire oefeningen, die een dekmantel boden om oorlogsmaterieel naar Azerbeidzjan over te brengen.

Alleen gelaten en omringd door vijanden: de realiteit beantwoordde opnieuw aan het zelfbeeld van de Armeniërs, die ernstig getraumatiseerd zijn. De volkerenmoord in 1915, begaan maar nooit erkend door de Turken, is haast evenzeer een element van hun identiteit als het christelijke geloof. Zo heeft de jonge Azat tijdens het gesprek naast de foto van zijn gesneuvelde vader een T-shirt aan dat herinnert aan de honderdste verjaardag van de genocide. Het symbool daarvoor is een bloem, een vergeet-mij-nietje. 

‘We zijn het aan onze voorouders verplicht, we mogen dit land nooit opgeven’

Vader Arman was in de eerste oorlog tegen het buurland als zestienjarige ten strijde getrokken, en teruggekeerd als een held. De overwinning op het veel grotere Azerbeidzjan en de verovering van de al vele eeuwen door hun landgenoten bevolkte gebieden hielpen de Armeniërs zich enigszins te bevrijden van de slachtofferstatus en zich ook een keer overwinnaar te voelen. Tegelijkertijd kreeg Nagorno-Karabach nog meer betekenis door het destijds vergoten bloed – wat andersom natuurlijk ook voor de Azeri’s gold. 

‘We zijn het aan onze voorouders verplicht, we mogen dit land nooit opgeven,’ zegt Gaiane. Zoals de meeste Armeniërs gebruikt ze de Armeense aanduiding voor Nagorno-Karabach: ‘In Artsach verdedigen we onze families en ook het Westen.’

Op de tiende dag van de oorlog raakte Arman verzeild in een droneaanval. Vier dagen lang gold hij als vermist, toen werd zijn lichaam geborgen. Omdat het gezin te arm was om de opbaring in de afscheidszaal van de gemeente te betalen, stond de kist in de huiskamer. Buren, vrienden en familie namen afscheid. Tegen Armeens gebruik in bleef het deksel van de kist gesloten. ‘Ik durfde er eerst niet in te kijken,’ zegt Gaiane, ‘maar toen ’s nachts iedereen weg was, heb ik toch gekeken. Alleen aan zijn voeten kon ik hem herkennen.’

De overlevende Armeense soldaten maakten na de oorlog melding van bijna aanhoudende beschietingen. Van enorme troepenmachten die tegen hen het strijdperk in werden gestuurd. Van de bijna geluidloze killers in de lucht. Behalve over Turkse drones hadden de Azeri’s ook de beschikking over ‘kamikazedrones’ van Israëlische makelij. Tegelijkertijd werd de Armeense burgerbevolking in Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno-Karabach, en in andere plaatsen bestookt met artillerie en clustermunitie. De Armeniërs schoten terug, ook hun projectielen kostten burgers het leven.

In de eerste week van november werd in Stepanakert al getwijfeld aan een goede afloop. David Babaian, adviseur van Arajik Haroetjoenian, de president van Nagorno-Karabach, eiste in de eetzaal van hotel Armenia onomwonden ‘ernstige consequenties’ voor de eigen gelederen, terwijl hij met zijn vuist op tafel sloeg: ‘De vijand zal nu kennismaken met de ware strijdlust van Artsach. Elk gebouw hier verandert in een vesting!’

‘Wij zullen overwinnen’

Op hetzelfde moment kwamen in het nabijgelegen ziekenhuis steeds meer zwaargewonden binnen uit Sjoesja, dat de Armeniërs Sjoesji noemen. In het stadje op de rotsen, in de dichte, met zwarte kruitdampen vermengde mist, woedde de beslissende slag om Nagorno-Karabach. ‘De granaten sloegen steeds weer een paar meter naast ons in, de lucht was bezaaid met drones, de eskadrons van de vijand kwamen van alle kanten, we waren kansloos,’ vertelde een van de verdedigers van het stadje een paar dagen later.

Laat op de maandagavond deelde de Armeense premier Nikol Pasjinian zijn volk mee dat het voorbij was. Samen met de leider van Artsach had hij ingestemd met een verdrag, dat weliswaar door bemiddeling van de Russische president Vladimir Poetin tot stand was gekomen, maar zich meer liet lezen als een dictaat van Ilham Alijev en de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Bovendien liet het de uitgangspunten van het in de voorbije jaren multilateraal gevoerde vredesproces vrijwel geheel buiten beschouwing: onmiddellijke stationering van een Russische vredesmacht voor minstens vijf jaar, gefaseerde teruggave van omvangrijke gebieden in Nagorno-Karabach en omgeving, en bovendien een Azerbeidzjaans-Turkse corridor over Armeens grondgebied tot in de exclave Nachitsjevan. De status van Nagorno-Karabach bleef ongedefinieerd. 

Pasjinians verklaring werd door veel Armeniërs opgevat als een onvoorwaardelijke capitulatie. Nog diezelfde nacht bestormden demonstranten de regeringszetel op het Plein van de Republiek en het parlement in Jerevan. Op de reclameschermen in de stad stond op dat moment nog altijd de leus ‘Wij zullen overwinnen’.

Aan die kreet is niets veranderd, ook al zijn er steeds meer doden van het slagveld teruggebracht en is de militaire begraafplaats Jerablur twee keer zo groot geworden. Pasjinian moet zich nu vooral verantwoorden voor zijn communicatie en voor het miserabele verwachtingsmanagement. 

Een gevolg van dit alles zou kunnen zijn dat Armenië zich van het Westen afkeert, terwijl het land met de ‘Fluwelen Revolutie’ van 2018 juist een weg richting de vrijheid was ingeslagen en daarvoor vele warme reacties van Europese machthebbers had geoogst. De teleurstelling over de democratische landen is momenteel groot in Armenië.

Schouderklopje

Ook bij Baroe Jambazian, een man met een borstelige sik, een platte pet en een bril. Hij is de leider van de christelijke hulporganisatie Diaconia. Zijn levensverhaal is kenmerkend voor iemand uit de Armeense diaspora: geboren in Libanon, als kind gevlucht voor de burgeroorlog, opgegroeid in het Duitse Wetzlar. Toen hij tegen de dertig was, kwam hij naar Jerevan. De hoofdstad van Armenië was destijds nog heel traditioneel. ‘Hier heb ik mijn wortels en mijn identiteit ontdekt,’ zegt Jambazian in accentloos Duits.

Het gevoel van verbondenheid met Duitsland, het land van zijn kinderjaren en jeugd, is gebleven, ook al heeft het een lelijke knauw gekregen. ‘Twee jaar geleden gaven ze ons allemaal een schouderklopje, maar waar waren die mensen de afgelopen zes weken?’ zegt hij. De westerse regeringen hadden op zijn minst de inzet van huurlingen en het gebruik van verboden wapens aan de kaak moeten stellen, vindt Jambazian.

Rusland was tenminste duidelijk geweest in de communicatie: ‘Als de Azeri’s ons op ons grondgebied hadden aangevallen, dan hadden ze er gestaan.’ Daarom zouden alle Armeniërs er nu eerst eens heel goed over moeten nadenken ‘op wie ze zich in de toekomst willen richten. Want uiteindelijk komt onze veiligheid op de eerste plaats.’

Maar oorlog heeft natuurlijk consequenties op alle niveaus. Door de pandemie was het land al in een recessie beland en inmiddels loopt het aantal besmettingen uit de hand. De economische kosten van de oorlog waren enorm, de menselijke gevolgen zijn nauwelijks te becijferen. Officieel was er sprake van circa 1400 oorlogsslachtoffers, maar er gaan geruchten dat dat wel eens het drievoudige zou kunnen zijn. ‘Elke familie in het land heeft wel een slachtoffer te betreuren en elke Armeniër kent op zijn minst wel een van de gesneuvelden,’ zegt Jambazian.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.