• Gazeta Wyborcza
  • Reader
  • Pappie en augurken, de symbolen van Belarus

Pappie en augurken, de symbolen van Belarus

Gazeta Wyborcza | Warschau | 28 januari 2021

De laatste dictator van Europa, Aleksander Loekasjenka, houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. Grzegorz Szymanik dook in het onthutsende verleden van de Belarussische president. Hij was ambitieus, licht ontvlambaar en leed aan depressies. Droomde ervan eerste partijsecretaris te worden en vond een nieuw doel toen de Sovjet-Unie uiteen viel: president worden.

Dat Belarus het land van de zon is, is door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap “Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofd-etters: ‘IK HOUD VAN MIJN LAND’, ‘Belarus – EEN FIJN THUIS’, ‘Belarus – MIJN LIED’.

Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.

Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.

‘Waar gaat u heen, omaatje?’

‘Naar de jacuzzi.’

Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een
sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.

Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?

Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.

Zoals Pappie.

‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’

‘Hij was al zo toen hij hier woonde’, zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’

Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president zelf eraan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.

Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.

De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd het officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.

Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.

‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kon omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’

‘Maar is het beter als nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’

‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt op zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’

Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?

Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd beval hij het plat te gooien. Op die plek staan er nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.

Geschiedenisleraar

‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met krabben aan zijn hoofd. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’

De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. ‘Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’

Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.

‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’

‘Dat interesseert me niets!’

‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan me het veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier één op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat bezoeken ze? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet, leg je er wel een explosief onder,’ Kola knijpt zijn ogen dicht.

Sasja uit Sjklov

Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Besarionis Dze Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.

Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.

In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoerings-comité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.

Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij de Eerste Dame? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, dan wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?

Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is een koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs zijn standbeeld in Sjklov. Manshoog, glimlachend, houdt hij een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.

Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.

Iets aangekruist
‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlakbij Sjklov gelegen huisje, dat beplakt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is eenentwintig jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren.

Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.

‘Misja, wat is er gebeurd?’

‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’

Want nu, volgens Misja, heerst er vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient vijfhonderd dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka werkte, krijgt een salaris van tweehonderd zestigduizend Belarussische roebels, dat wil zeggen negentig dollar). En dan op zondag een sauna en vrienden. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.

‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.

Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de presidentiële grond zijn er egoïsten
die hem niet als Vader willen.

‘In het vlakbij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat |is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’
vertelt journalist Anatol Gulajeu, de oude kennis van Loekasjenka.

‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.

Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijden van de Sovjet-Unie. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.

‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’

Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, de Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.

‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik uit mijn werk gegooid?’

Ja, hij geeft een onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).

Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid die de informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.

Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu,
Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijke team op te zetten).

En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.

Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?

Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op de zolder bevindt zich “het museum van de oppositie”.

Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.

Op Pappies grond zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.

Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen).

Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Wit- Russen die vlakbij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Het studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land, laat Pappie geld bijdrukken.

Yoghurt
De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur af en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. Met een T-shirt aan met daarop ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel Vitjaz en drukt op de knop.

Klik.

‘…het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, begon winst te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’

Klik.

‘…en acht miljoen ton aardappelen.’

‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’

Klik.

De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.

Klik.

De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.

‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.

‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna somber aan toe.

Aleksander uit de Haradzjets sovchoz ‘wanneer hij een toespraak hield grepen de directeuren, ouderen en oogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.

Op zijn eerste werkdag in de sovchoz had hij gezegd: “Ik ben jullie Führer!”

Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.

‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had’ voegt Goelajeu eraan toe.

‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”‘ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussische Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlakbij Haradzjets.

‘Ik kreeg toen een baan van de bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenkas glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’

Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus.

Andere dictators

‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlakbij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs over een Duitse leider, hetzij Hitler, hetzij een andere, zou zeggen, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’

‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in
de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderde hem bij het organiseren van de bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd.

Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins had geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.

Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al vanaf de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’

‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractor-bestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijke rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen te voorschijn, het ene nog meer besmeurd
dan het andere. Ik vroeg: Sloeg hij?

“Hij sloeg, smeet me op de grond en schopte. Ik haalde de anderen erbij. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij door Loekasjenka ook werden geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zoveel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen.”

Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.

Pak rammel

Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten
op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zoveel goeds en moet ik soms, als een vader, jullie een pak rammel geven.’

In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj kwam onlangs terug uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn had gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.

Ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen

Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj had genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.

Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We
kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Wit-Russich geld met diertjes erop. In de winkels waren tekorten aan alles, terwijl de prijzen als de Sovjet spoetniks recht de hemel invlogen. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.

Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, de orde op zaken stellen.

‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van de landbouw. Pas later kregen we het door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.

En hij werd dat in 1994.

In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Wit- Rusland verwijzen.

In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.

‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben
een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’

De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter

Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.

Daarna waren er geen demonstraties meer. Want er waren geen lichamen om te begraven.

Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).

In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.

De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.

‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine’ constateert eenentwintigjarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.

‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met de oude rivalen uit de Sjklov regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen.

Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over de relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik had het geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka vroeg om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”‘

‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet meer anders. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van de vrijheid worden ze misselijk.’

Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u die maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ik zelf? Waarom zoveel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”

De waarheid overwint

In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui over zijn t-shirt met daarop ‘De waarheid overwint’ en kijkt naar de tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?

‘Nee, dat doet hij niet,’ Lavon Barsjtsjeuski weet het zeker. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’

‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen, ‘hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’

‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Wit-Russisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.

Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik moest me zo schamen toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met de knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’

‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.

‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka
wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Wit-Russisch gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.

Het is voldoende om geen geweten te hebben.

In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen aan wiens oren andere jochies trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.

Grzegorz Szymanik

Journalist Grzegorz Szymanik is verbonden aan de Poolse krant Gazeta Wyborcza.

_Zijn reportage verscheen oorspronkelijk in deze krant in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel ‘Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken’ opgenomen in Szymanik’s boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015). _

Forge
VS | forge.medium.com

Forge is opgericht ‘om onze constante strijd te onderzoeken om meer gedaan te krijgen, creatiever te zijn en ook nog eens gelukkig’. Over lifestyle en levenskunst. De leuze luidt: ‘Beat Yesterday’

Dit artikel van verscheen eerder in Gazeta Wyborcza.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.