• Der Spiegel
  • Politiek
  • Roemeen zijn is een baan

Roemeen zijn is een baan

Der Spiegel | Hamburg | Juan Moreno | 27 augustus 2015

Al tien jaar rijdt de Roemeen Viktor Talic met een bestelbusje door Europa om mensen en goederen af te leveren. Zijn vijftig uur lange, vrijwel slapeloze reizen bieden een verontrustend maar ook inspirerend kijkje in de ziel van het continent.

De held van dit verhaal lijkt ouder dan zijn 34 jaar. Hij heeft indrukwekkende bovenarmen en een vriendelijk voorkomen, en hij weet wat veel mensen denken als ze ‘Roemenië’ horen. Er zijn Europese landen met een slechte reputatie, er zijn landen met een bijzonder slechte reputatie en dan heb je nog Roemenië. Het is een land waar hoofden van het Nationale Anticorruptie Directoraat moesten aftreden op beschuldiging van corruptie en waar de premier wordt verdacht van witwaspraktijken. Onze man weet daar alles van, omdat hij heel Europa bereist. In politieke termen zou je kunnen zeggen dat hij voortdurend op weg is door een steeds verder integrerende Europese Unie. 
In 1992 had Roemenië nog 23 miljoen inwoners. Nu zijn dat er vier miljoen minder. Degenen die emigreerden 
profiteren van het feit dat Europa een onuitgesproken arbeidsverdeling kent die ongeveer als volgt werkt: overal waar ongeschoolde arbeiders nodig zijn, kijken werkgevers naar Roemenen. Zelfs de Duitsers. Als er geen Roemenen waren, zouden eigenaars van abattoirs tot aan hun borst tussen de varkenskarkassen staan. Als zij er niet waren, zouden projectontwikkelaars de glorieuze Duitse bouwhausse kunnen 
vergeten. Hetzelfde geldt voor asperge- en aardappeloogsten. In de ogen van de Roemeense emigranten is alles beter dan thuisblijven. Als gevolg daarvan is huis en haard verlaten het meest Roemeense wat een mens kan doen – en dat is helemaal niet moeilijk. Je hoeft alleen maar in een minibusje te klimmen en naar het Westen te hobbelen. Elke Roemeense stad kent honderden van deze busjes. Een enkele reis Duitsland kost 70 euro; Nederland en België 80 euro; Frankrijk, Italië en Portugal 120 euro. Een gigantische armada van Roemeense busjes koerst al jaren door Europa.
Hier komt onze held om de hoek 
kijken, een held van de vrijheid, een held van de markteconomie – en op 
de een of andere manier, op zijn eigen manier, ook een held van Europa. Hij laat zich Viktor Talic noemen. Het zou onverstandig zijn, beweert hij, om zijn echte naam te gebruiken. Talic is op weg naar Portugal. Hij is meer dan alleen maar chauffeur van een busje, hij is ook expediteur, geldtransporteur en koerier – allemaal tegelijk. Met zijn Mercedes Sprinter vervoert hij acht landgenoten en een voorraad goederen van Punt A (Roemenië) naar Punt B (Portugal), een route die al veel Roemenen hebben gevolgd. Een deel van zijn klanten gaat zijn geluk voor het eerst buiten het vaderland beproeven, anderen vertrekken voor korte tijd om asperges te plukken of in de bouw of de diepvries-
industrie te werken, of in wat voor 
sector dan ook. Weer anderen waren alleen maar even terug in Roemenië om formaliteiten af te handelen in Boekarest. Wanneer ze op weg gaan naar Portugal, vertrekken ze niet van huis, ze gaan naar huis. Talics kofferbak is altijd gevuld met pakketten.

Viktor Talic on the road, achter het stuur van zijn Mercedes Sprinter. – © Thomas Grabka / Der Spiegel
Viktor Talic on the road, achter het stuur van zijn Mercedes Sprinter. – © Thomas Grabka / Der Spiegel

De meeste zijn cadeautjes voor familieleden in het buitenland, zelf geslacht, zelf gebreid en vooral zelf gedistilleerd. Alles wat hij vervoert, of het nu pakketten of personen zijn, wordt van deur tot deur bezorgd, ongeacht de eind-bestemming in Portugal.

Dromen over het Westen

Het is half mei en Talic staat met zijn bus in het centrum van zijn woonplaats Satu Mare, in het noordwesten van Roemenië. Zijn klanten zijn allemaal stipt op tijd, gedoucht, een beetje weemoedig, en allemaal hebben ze meer bij zich dan de afgesproken ene koffer. Het zijn er zeven, ieder met 
zijn eigen dromen over het Westen. 
Er is een jong echtpaar bij en een ouder echtpaar, een gezette vrouw die de 
hele vijftig uur lange rit geen woord 
zal zeggen en een afgetobde, magere man van het soort dat door Hollywood vaak als terroristische ‘mol’ wordt gecast. Er is ook een mooi meisje bij in een glanzend witte, met lovertjes afgezette outfit, eigenlijk een joggingpak. 
Van alle chauffeurs in Satu Mare biedt Talic de zwaarste reis. Zijn route van hier naar Portugal is ongeveer 4000 kilometer lang. Hij mijdt Italië, hoewel dat korter zou zijn. De carabinieri hebben in het verleden vanwege de geringste overtredingen Roemeense auto’s geconfisqueerd. Dan rijdt Talic liever 500 kilometer om. De laatste halte is altijd Portimão, op het zuidwestelijke puntje van Europa, waar Talics moeder inmiddels naartoe is verhuisd. Verder westelijk kun je in Europa bijna niet gaan. De rit duurt vijftig uur en het eerste Roemeense woord dat je onderweg leert is cinci, oftewel vijf. Dat is precies het aantal minuten pauze dat Talic neemt na het tanken. Het tweede woord is cincisprezece, oftewel vijftien, wat de lengte is van 
de eetpauzes. Wat slaappauzes betreft, daarvoor is maar drie uur ingeruimd, overmorgen in het noorden van Spanje. De rest van de tijd blijft Talic wakker.
‘Krankzinnig, vind je niet?’ zegt Talic.

Een vrouw in de Roemeense plaats Brasov steekt de weg over. – ©  Dennis Jarvis / Flickr
Een vrouw in de Roemeense plaats Brasov steekt de weg over. – © Dennis Jarvis / Flickr
Talic is een held van de vrijheid, een held van de markteconomie en een held van Europa

Kostwinner

Vijftig uur om 4000 kilometer door Europa te reizen in een oude groene Mercedes Sprinter met 1,2 miljoen kilometer op de teller. De stoelen zijn keihard en versleten, de tweeassige aanhanger is tot de rand gevuld. En dan is er nog de Roemeense discopop die op volle sterkte aan staat en eindeloos wordt herhaald, zodat Talic niet 
in slaap valt voordat hij Noord-Spanje bereikt.
In Frankrijk mijdt hij de snelwegen – die zijn te duur – wat betekent dat het land met de grootste oppervlakte van Europa via landwegen wordt 
doorkruist. Tien uur pauze in Portugal is alles wat Talic zichzelf gunt voordat hij omdraait en weer op huis aan gaat. Dat komt neer op 8000 kilometer rijden, honderd uur achter het stuur, in iets meer dan vijf dagen. Is dit krankzinnig, suïcidaal of een gewone gang van zaken? 
Talic is een aardige man die zich niet klein laat krijgen door de miljoen kilometer die hij achter het stuur heeft gezeten. Hij begrijpt dat mensen kritiek hebben op zijn manier van leven en legt uit dat hij niet altijd chauffeur is geweest. Hij zegt dat hij een goede leerling was met een wiskundeknobbel. Maar op een dag, toen zijn vader een boom aan het omzagen was, viel 
er een tak van een eik op diens achterhoofd zodat zijn beide ogen uit hun kassen werden gedrukt. Hij viel voorover op zijn nog draaiende kettingzaag, een rode Drujba van Sovjetmakelij die zijn hart aan flarden reet. Talic was destijds veertien jaar. Een week nadat zijn vader omkwam in het bos ging hij van school; vier jaar lang voorzag hij met de zware Drujba in het levensonderhoud van zijn familie. Daarna ging hij naar Portugal en werkte in de bouw. Talic vertelt het verhaal op liefdevolle toon. Hij is niet iemand die overdrijft; vijftig uur later, op het zuidwestelijke puntje van Europa, bevestigt zijn 
moeder het hele verhaal met tranen 
in haar ogen. Voor iemand die als 
kind zijn familie onderhield met een kettingzaag lijken 4000 kilometer lange reizen door Europa zo krankzinnig nog niet. Eigenlijk is het best een prettig baantje. Talic start de bus. De overladen Mercedes kraakt en schokt, maar hij rijdt. Algauw bereiken we Hongarije.

Een Roemeense seizoenarbeider oogst komkommers bij een bedrijf in het Duitse Vetscha. - © Patrick Pleul
Een Roemeense seizoenarbeider oogst komkommers bij een bedrijf in het Duitse Vetscha. – © Patrick Pleul

Acht mobieltjes

Bij de grens verroert niets of niemand zich. Het is een warme dag en de Hongaarse douaniers zweten in hun blauwe uniform en laten zien hoe langzaam iemand in een paspoort kan bladeren. Talics baas, de eigenaar van het 
Mercedes-busje, staat voor ons in de rij, in een VW Passat. Hij rijdt altijd mee 
tot de grens, omdat hij de mensen van de douane het beste kent. Wanneer Talic niet verder komt bij de Hongaarse tolpoort, stapt voor ons zijn baas uit zijn auto en begroet een van de douane-
beambten. Ze omhelzen elkaar. Ze kennen elkaar. Een korte babbel, een snelle blik in het paspoort. Er zit iets tussen de bladzijden, dat de douanier met geoefende vingers pakt. Twee minuten later kan Talic de rij verlaten en terwijl hij passeert, wenst de Hongaar in zijn uniform de Roemenen in de Mercedes vrolijk een goede reis. Talic leunt voorover en zet de muziek harder. Hij heeft een usb-stick met honderden uren Roemeense folkpop in de radio gestoken. Voor westerse oren is het honderden uren lang hetzelfde liedje. Talic lijkt het mooi te vinden, de anderen staren tevreden naar de eentonige Hongaarse Pannonische steppe.
En dan rijden we Oostenrijk binnen.
Talics mobieltjes liggen op het dashboard, acht in getal: twee Roemeense, een Duitse, een Franse, een Spaanse en drie Portugese. Als een klant een pakket in Portugal wil laten bezorgen, belt hij of zij Talic. Dat kan ook als Talic al onderweg is. Dan maakt hij een kleine omweg. Voor veel Roemenen is Talic een van de weinige banden die ze nog met thuis hebben. Natuurlijk zijn er Facebook, WhatsApp en vaste buitenlandtarieven voor mobiele telefoons, maar die nemen de heimwee niet weg. Tot Talics klanten behoren gastarbeiders die zeven dagen per week vijftien uur per dag in een veld in het Portugese Alentejo werken. Soms geven ze hem alleen maar pakketten ter bezorging om even Roemeens met hem te kunnen praten en een band met hun vaderland te voelen.

Voor Talic is de EU geen monster dat in Brussel woont, het is een zee van mogelijkheden

Hun land, hun regels

Na Oostenrijk komt Duitsland. ‘Waarom gaat iedereen eigenlijk altijd vrijdags op weg?’ vraagt het mooie meisje zich hardop af. Ze heeft al in Duitsland gewerkt, in het zuiden, in een conservenfabriek. Daar verdiende ze 8,50 euro per uur aan de lopende band en was ze niet officieel in dienst. Maar ze was 400 euro van haar loon kwijt aan een piepklein kamertje in een stacaravan naast de fabriek. Dat kamertje van tien vierkante meter moest ze delen met een andere Roemeense. Ze merkte dat een minimumloon van 8,50 euro niet betekent dat je ook 8,50 euro verdient. Het betekent alleen dat sommige bedrijven moeilijker doen, en je maar 
6 euro betalen.
De armada van Roemeense busjes maakt zich op voor Duitsland, of meer in het bijzonder voor de politieagenten daar. Anders dan de Hongaren laten de Duitsers zich niet omkopen. Natuurlijk zijn er boetes, 50 euro, zelden meer. Het probleem zijn de eerlijke agenten. Alleen in Duitsland neemt een politieman de moeite om een bestelbusje 
vol Roemenen aan te houden op de Autobahn om te zien of de auto of 
de aanhanger te zwaar beladen is. 
Talic vindt de Duitsers niet bijzonder gemeen. Of lastig. Ze zijn gewoon 
correct, zegt hij. 
Een eenvoudige rekensom verklaart het vertrek op vrijdag: een chauffeur heeft ongeveer tien uur nodig om de 900 kilometer van de Hongaarse grens naar Passau af te leggen. Als je aan het begin van de middag uit Roemenië vertrekt, ben je vlak na zonsondergang in Duitsland. Een Roemeens nummerbord is ’s nachts moeilijker te herkennen en een deel van de Duitse agenten is 
in het weekend vrij, de mooie Duitse Autobahn is leeg, de kans dat je niet wordt aangehouden is groot. En voordat zaterdagochtend de zon opgaat, zijn de Roemenen alweer weg. 
Talic vindt het goed wat de Duitsers doen. Hun land, hun regels, zegt hij, niets mis mee. Hij ziet zijn werk als sport. Hij wil zijn dochter in Roemenië het beste van het beste geven, zodat 
ze later naar de universiteit kan en in een mooi huis kan wonen. Als hij zich aan de Duitse regels zou houden, zou dat onmogelijk zijn. Dus doet hij wat hij moet doen. Zoals Duitsland ook doet wat het moet doen, en Europa. Het is eigenlijk doodeenvoudig.
Je komt bij wijze van spreken weinig mensen tegen die zo hartstochtelijk Europeaan zijn als Viktor Talic. Voor hem is de Europese Unie geen monster dat in Brussel woont, het is een zee van mogelijkheden. Veel mensen die met hem zijn meegereden keren een paar jaar later misschien in een grote auto terug naar Roemenië en trekken in een groot huis dat ze zich nooit zouden hebben kunnen veroorloven als ze het land niet hadden verlaten. Dus wie zegt dat de Europese droom niet werkt?

Een graanveld in Roemenië. -  © Florin Gorgan / Flickr
Een graanveld in Roemenië. – © Florin Gorgan / Flickr

Varkens

Terwijl het busje Frankrijk binnenrijdt gaat de radio aan. Talic tankt goedkope benzine in de buurt van Montluçon in de Auvergne. In plaats van te douchen gaat hij naar de drogisterijafdeling van een supermarkt en spuit parfum op zijn bovenarmen. Helaas doen de andere passagiers hetzelfde. Nu ruikt het buisje naar een parfumoutlet op het hoogtepunt van de zomer.
In Frankrijk heeft Talic nooit problemen. Als hij voor de politie aannemelijk kan maken dat hij alleen maar op doorreis is en over een paar uur in Spanje zal zijn, laten ze hem passeren. Hij heeft maar één keer gedoe gehad. ‘Dat was met de varkens.’
Algauw was bekend geworden dat je Talic alles kon meegeven. Twee euro per kilo, dat was de enige regel. Vorig jaar rond deze tijd kreeg hij een telefoontje van een Roemeen die in een slachthuis in de buurt van Lissabon werkte. De baas daar weigerde de lonen van de Roemeense werknemers te betalen en zei dat ze hem maar voor de rechter moesten slepen. De Roemenen hadden een ander idee: ze besloten 
zijn varkens te stelen. Ze timmerden een enorme houten kist, stopten er veertien levende varkens in en gaven alles aan Talic, die de gestolen waar vastsjorde op zijn aanhanger. Omdat alle betrokkenen besloten dat de reis van 4000 kilometer van Portugal naar Roemenië nogal lang was voor de varkens, besloten ze de varkens naar een kennis in Parijs te sturen. Talic en de varkens werden betrapt tijdens een politiecontrole. Een gendarme hield hen aan en vroeg om de verklaring van een dierenarts. Talic, die hem begrepen had, toonde hem de autopapieren en legde uit dat de zending voor Parijs was bestemd. De politieman schudde zijn hoofd en liet Talic doorrijden met zijn varkens.
‘Ze hebben het allemaal overleefd,’ zegt Talic. ‘De reis althans.’
En zo rijden we Spanje binnen.

De waanzin begint

Na het vijfendertigste uur verstrijkt de tijd in dikke klonten. Bilbao, Valladolid, Salamanca, de steden trekken voorbij. Nu rijdt de bus in elk geval weer over de snelweg. Niemand let op de tijd, 
niemand lijkt zich erom te bekommeren of de rit ooit voorbij zal zijn. Spanje is het ergste deel van de reis. De passagiers hangen als verdoofd op hun stoel. De gespreksonderwerpen zijn al sinds Bazel uitgeput. Dit is het moment waarop de mensen zich afvragen waarom ze zich hiervoor 120 euro voor hebben betaald. Een vlucht zou twee keer zoveel hebben gekost. Nooit heeft het fijner gevoeld om in Portugal aan te komen. De waanzin begint. Van nu af aan blijft geen van Talics acht mobieltjes stil. Iedereen weet dat hij op zondagmiddag in Portugal arriveert. Iedereen wil weten wanneer zijn pakket, zijn familielid, zijn vriendje komt. Soms belt Talic 
met drie mensen tegelijk.
Nadat hij het oudere echtpaar en de magere man in een dorp in de buurt van Lissabon heeft afgezet, rijdt Talic de Portugese hoofdstad in. Daar wachten verscheidene klanten hem op 
met hun auto om hun pakketten in ontvangst te nemen. Dertig, veertig Roemenen belegeren zijn Mercedes. Hij deelt het ene na het andere pakket uit en neemt een paar nieuwe in ontvangst.
Zondagavond vroeg eindigt de rit in Portimão, een toeristenoord in de buurt van de Algarve waar de Portugese bouwhausse heeft geresulteerd in een paar oerlelijke torenflats. In een daarvan woont Talics moeder. Zijn zus en stiefbroer wonen onder haar.
Talics moeder werkt voor 5 euro per uur als schoonmaakster in een hotel. De nieuwbouw waarin ze woont is nog niet klaar, maar ze wil onder geen beding terug naar Roemenië, ze is hier gelukkig. Talic zit naast haar aan de keukentafel en is te moe om te praten. Morgenochtend om acht uur gaat hij terug naar Roemenië. Hij zegt dat hem net iets te binnen is geschoten. Over de vraag hoe het is om Roemeen in Europa te zijn. Hij weet het antwoord. Roemeen in Europa zijn heeft niets met nationaliteit te maken. Roemeen zijn is een baan.

Juan Moreno

Dit artikel van Juan Moreno verscheen eerder in Der Spiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.