• Reportagen
  • Cultuur
  • Scrabble als topsport

Scrabble als topsport

Reportagen | Bern | Dmitrij Kapitelman | 17 februari 2017

Op het wereldkampioenschap scrabble in het Grand Palais in Lille strijden Engelsen, Nigerianen en Israëliërs om de titel. Stuk voor stuk briljante rekenaars, gezegend met een reusachtig vocabulaire. Toch draait het eigenlijk maar om één man: Nigel Richards, de god van het spel.

De plek waar vele duizenden woorden bedacht worden – sterker nog: waar alleen woorden tellen – is tegelijkertijd misschien wel de zwijgzaamste van de stad. Door de hallen van het Grand Palais in Lille klinkt alleen het rammelen van de letters, die de spelers met een plechtig gezicht uit de groene zakjes pulken. Daarom klinkt het wereldkampioenschap scrabble niet als een evenement dat meer dan vierhonderd mensen uit dertig landen in een congrescentrum bijeengebracht heeft. Eerder als een bos vol tjirpende plastic krekels. Diep geconcentreerd zitten de tegenstanders aan lange rijen tafels tegenover elkaar. Verdiept in duels waarin ze maar al te snel een anagram over het hoofd zien, bonuspunten laten liggen, of de letters van de tegenstander verkeerd inschatten. De jarenlange dagelijkse trainingen, de uit het hoofd geleerde woordenboeken en niet in de laatste plaats de sociale ontberingen zouden vergeefs zijn geweest als U, Q, A, L, T, I, E niet snel genoeg ‘TEQUILA’ oplevert. En ook het prijzengeld van 7000 euro zou verspeeld zijn. Omdat de meeste deelnemers welgestelde academici zijn, zou dit nog de overkomelijkste narigheid zijn. Maar de roem en erkenning in deze kleine maar tegelijkertijd wereldwijde, op het maniakale af hartstochtelijke gemeenschap, zouden onherroepelijk buiten bereik blijven.

Wie gezien heeft hoe toegewijd al deze hyperintelligente mensen zitten te staren naar klompjes letters, een week lang, volkomen ongevoelig voor de uit alle macht lokkende Franse septemberzon, die vraagt zich niet af wat scrabble is, maar: wat is scrabble voor wie? Welnu, voor het grootste deel van de ongeveer honderd miljoen huishoudens die het bordspel intussen bezitten, is het een aardig puzzelspel voor af en toe. Een familiespel waarbij het erom gaat uit zeven willekeurig getrokken letters zo lang mogelijke woorden te maken en deze horizontaal of verticaal aan elkaar te leggen.

Sport

Voor de Amerikaanse architect Alfred Mosher Butts, die in 1931 de oervorm van scrabble (toen nog Lexiko geheten) op de markt bracht, was zijn uitvinding decennialang allesbehalve een commercieel succes. Butts, geïnspireerd door kruiswoordraadsels, wilde een spel maken dat alleen gewonnen kon worden door iemand die er niet alleen goed in is, maar ook geluk heeft.

De ondernemer in geluk en vaardigheid raakte ál zijn tweehonderd zelfgemaakte spellen kwijt. En in 1948 ook de rechten op zijn idee, die de Britse advocaat James Brunot voor een heel schappelijke prijs van hem kocht. Butts behield een aandeel van 2,5 cent per verkocht exemplaar. Of Brunot nu commercieel bedrevener was of gewoon meer geluk had: algauw was Lexiko, dat hij omdoopte tot Scrabble, zijn ticket naar rijkdom. In slechts drie jaar verkocht Brunot in totaal 90.000 exemplaren. Niet veel later volgden contracten voor de massaproductie in Noord-Amerika, Canada en Europa.

Voor de spelers in Lille is scrabble heel duidelijk een sport. Al sinds 1991 nemen de coryfeeën elk jaar in hun eigen landstaal deel aan het wereldkampioenschap scrabble. Onbetwist het belangrijkste is het Engelstalige toernooi, waaraan slechts de eerste 72 spelers op de wereldranglijst mogen deelnemen. Voor hen is scrabble een hartstochtelijk bedreven sport waar je veel voor moet laten, en waarin het niet om fonetische schöngeisterei gaat, maar om mathematische berekening. Want een woord is maar zo goed als de positie waarin het ligt. In wezen opent elke zet nieuwe aanlegmogelijkheden voor de tegenspeler, ook dat moet berekend worden. Waarbij je tegelijkertijd moet taxeren welke waarden de komende letters van de tegenstander zullen hebben.

Behalve talent voor tellen en rekenen moet je ook een schier onmenselijke woordenkennis bezitten. Een normale sterveling heeft een vocabulaire van omstreeks vierduizend woorden. Een professionele scrabblespeler ongeveer het tienvoudige. (Er zijn 140.000 door het scrabblewoordenboek SOWPODS erkende [Engelse] woorden.)

In een professionele scrabblewedstrijd beschikken de spelers elk over in totaal 25 minuten speeltijd. Wie klaar is met zijn beurt, drukt op de klok. Zijn tijd staat stil en die van de tegenstander begint te tikken – net als bij schaken. Tijdoverschrijding wordt bestraft met puntenaftrek. Een scheidsrechter is er niet. Beide spelers zijn verplicht de eigen zetten en die van de tegenspeler op formulieren in te vullen. Bestaat er onenigheid over een woord, dan kan men het aanvechten. Dan lopen de partijen naar een computer, tikken het problematische woord in en laten de scrabblesoftware het oordeel vellen.

Na 24 voorronden gaan de acht best geplaatste spelers door naar de play-offs, waar ze met elkaar uitmaken wie er kampioen wordt. Voor deze acht uitverkorenen is scrabble geen speelveld voor woordacrobaten of slimme rekenaars. Voor hen is het het slagveld van de grote strategen: het leven zelf.

Nigel Richards in de finale van de National Scrabble Championships in Bu alo, waar hij eindigde op de 16de plaats. – © Gary Wiepert / AP
Nigel Richards in de finale van de National Scrabble Championships in Bu alo, waar hij eindigde op de 16de plaats. – © Gary Wiepert / AP

Wellington Jighere uit Nigeria is een van de uitverkorenen die de scrabble-Olympus tot dusver beklommen hebben. (Waarom in al die jaren uitsluitend mannen op deze eenzame top gestaan hebben, daar komen we nog op terug.) En hoe! Bij het wereldkampioenschap van 2015 in het Australische Perth triomfeerde de sociale wetenschapper in de finale tegen Lewis Mackay. Geen Afrikaanse speler was het ooit gelukt om de eindzege te behalen. Dat Jighere van een Brit won, en dus van een vertegenwoordiger van de oude koloniale macht, ja, dat hij hem overklaste – in zijn eigen taal – dat kun je politiek interpreteren. Maar Jighere doet dat niet: ‘Veel mensen vatten mijn overwinning inderdaad politiek op. We leven nu eenmaal in een politieke wereld. Maar dat is niet hoe ik de dingen zie.’ Hoe hij het wel ziet, wil hij echter ook niet zeggen. En het wordt nog onduidelijker als hij eraan toevoegt: ‘Het is de taal van de Engelsen. Maar wij hebben die onder de knie gekregen.’

In de politieke wereld belde de Nigeriaanse president hem in elk geval op, enkele minuten na afloop van de partij, om hem persoonlijk te feliciteren en te bedanken voor de dienst die hij het vaderland had bewezen. Op de luchthaven van Abuja kreeg Nigeria’s scrabbledelegatie vervolgens een heldenontvangst. ‘Delegatie’ is geen overdrijving, het is de officiële benaming van de ploeg, want scrabble wordt in Afrika’s dichtstbevolkte land door de staat gesubsidieerd. Op scholen is het een verplicht vak, en er bestaat een bruisend verenigingsleven. In het door bloedige conflicten tussen christenen en moslims geplaagde Nigeria heeft scrabble een neutraliserend, welhaast verbroederend effect. Om het zevenkoppige, multireligieuze team samen te stellen vonden maandenlange trainingskampen plaats, waarvoor de minister van Sport de vijftien beste spelers van het land had uitgenodigd. En toch stond tot kort voor de start van het toernooi niet vast of de Nigerianen wel mee konden doen, want de Franse ambassade weigerde visa te verstrekken. In een of ander ambassadekantoor in Parijs geloofden de ambtenaren niet dat zeven Nigerianen een week lang scrabble wilden spelen in Lille – en dan weer zouden verdwijnen.

Toen de visa toch nog kwamen, was dat voor een paar woordatleten al te laat, zodat nu slechts vier delegatieleden, vermoeid door een reis van twintig uur, aan de wedstrijd beginnen. Die vermoeidheid is Wellington Jighere, Karo Eta, Dennis Ikekeregor en Jack Mpakaboari aan te zien: vooral de wat katachtige oogleden in het gladde, ondoorgrondelijke gezicht van Jighere vallen steeds weer dicht. Toch is de 37-jarige kampioen er zeer op gebrand zich zijn rang waardig te tonen. Aan zijn hand fonkelt een zilveren polshorloge. Aan zijn voeten prijkt gepoetst krokodillenleer. Hij draagt een kostbaar blauw colbert om zijn schouders, die onder druk van de verwachtingen niet mogen gaan afhangen. Meneer de president heeft Jigheres telefoonnummer nog opgeslagen. ‘Een echte kampioen moet met druk om kunnen gaan, anders is hij geen kampioen. Ik had een heel goed toernooi en geluk in Australië. Maar HIJ is nog steeds de grootste,’ zegt Jighere eerbiedig. ‘HIJ’. Jighere spreekt het woord uit alsof hij over een god spreekt.

De man die allen in deze gemeenschap vereren en vrezen, die ze onophoudelijk vragen om een selfie met hen te maken, wekt de indruk van iemand die misschien niet eens zelfstandig een raam open kan doen

God in de scrabblewereld heet Nigel Richards en komt uit Nieuw-Zeeland, waar hij geboren werd in de plaats met de beloftevolle naam Christchurch. Als God aankomt in het Grand Palais, scharen zijn bewonderaars zich onmiddellijk om hem heen, en hij schenkt menigeen een vriendelijk woord terwijl hij door hun rijen schrijdt. Al drie keer werd hij uitgeroepen tot de Engelstalige wereldkampioen. Vijf keer triomfeerde hij in Noord-Amerika. Zulke wonderen vermocht geen mens voor hem te verrichten. Onsterfelijk werd zijn geprezen naam echter pas toen hij in 2015 ook nog het Franstalige kampioenschap won. In een voorbereidingstijd van negen weken had hij zonder enige voorkennis een Frans woordenboek uit zijn hoofd geleerd!

Hoe fascinerend zou het niet zijn om van hem te horen wat de sleutel is tot de scrabblehemel, wat hem tot God heeft gemaakt, wat hem drijft, waarom God naar Kuala Lumpur is verhuisd, en of het klopt dat hij ieder woord identificeert met een getal voordat hij het in zijn onfeilbaar fotografisch geheugen opslaat. Maar God beantwoordt geen vragen. Principieel niet. ‘Zou u dan ten minste willen onthullen waarom u niet met de pers spreekt, mister Richards?’ God houdt heel even de pas in, laat een welwillend glimlachje doorschemeren, en verkondigt met een hoge, bijna overslaande stem: ‘Omdat u mij vragen zult stellen.’

Zo rest ons alleen de vrome aanschouwing van de hemelse verschijning uit de verte. Zijn golvende volle baard heeft Richards onlangs afgeschoren. Hij ziet er een beetje uit als Russell Crowe die zich uitstekend heeft voorbereid op zijn rol als meganerd. De man die allen in deze gemeenschap vereren en vrezen, die ze onophoudelijk vragen om een selfie met hen te maken, wekt de indruk van iemand die misschien niet eens zelfstandig een raam open kan doen. Sommigen beweren dat God zijn brood alleen met scrabbelen verdient. En dat hij in de voorbije twaalf jaar 200.000 dollar aan prijzengeld heeft opgehaald. Anderen berichten dat de Enige Echte vastgoed heeft geërfd, en dat zeer winstgevend verkocht heeft. Dat hij op werkdagen als ingenieur de bewakingssystemen van een Maleisisch beveiligingsbedrijf perfectioneert.

Het toernooi van de anderen

Omri Rosenkranz en Evan Cohen zijn niet vanuit Israël hierheen gepelgrimeerd om met God te concurreren. Rosenkranz, van nature uit de kluiten gewassen en stevig gebouwd, maar uit vrije wil mollig en feminien, zeker niet. De 38-jarige professor in de sociologie speelt in de B-divisie, de tweede rang om zo te zeggen, waarvoor iedereen zich kan kwalificeren door betaling van 100 euro. Waarschijnlijk is deze spelklasse daardoor demografisch duidelijk diverser: vijftienjarige Pakistani’s duelleren er met Finse senioren, vrouwen en mannen zijn bijna evenredig vertegenwoordigd. Het feit dat er in de A-divisie slechts twee vrouwelijke spelers meedoen, verklaart Rosenkranz als volgt: ‘Vrouwen zijn gewoon niet zo stom om zo veel voor dit spel op te offeren. Wil je in de wereldranglijst bovenaan staan, dan mag je eigenlijk noch een privéleven noch een gezin hebben.’ Een inschatting die Karen Richards en Natalie Zolty, de twee atypische vrouwen, voorzichtig bevestigen. Als enige speler van de Nigeriaanse delegatie neemt Jack Mpakaboari deel aan dit B-wereldkampioenschap, dat weinig gewaardeerd wordt door de rest van de Afrikaanse afgevaardigden, die in de A-divisie spelen. En zelfs die zuinige waardering verdwijnt als Mpakaboari zijn eerste vier partijen verliest.

Evan Cohen, de levensgezel van Omri Rosenkranz, jaagt in de A-divisie, ‘het haaienbassin’, zoals hij het zelf noemt. Helemaal in het strakgesneden zwart, het haar kortgeschoren. Cohen is linguïst en heeft al een paar gerenommeerde toernooien gewonnen. Met een lepe glimlach verklaart hij alleen maar bij de laatste tien te willen eindigen. Omdat een van de verhinderde Nigerianen niet meedoet, rukt Rosenkranz plotseling voor het eerst op tot in de A-divisie. Hij slaat zich er op de eerste speeldag dapper doorheen, wint drie van de acht partijen – een statistiek waarmee ook Cohen de dag besluit, duidelijk minder tevreden. Vooral de verpletterende nederlaag (bijna 300 punten) tegen de Brit Brett Smitheram zit hem dwars.

De slaperige kampioen Jighere wint vijf van zijn acht openingspartijen en is op plaats zestien ver verwijderd van presidentiële telefoontjes. Zichtbaar chagrijnig verlaat hij het gebouw, op zoek naar niets anders dan verkwikkende slaap. En hoe is het met God? Die kent een voor hemelse begrippen onderaardse start: hij verliest eveneens drie partijen. ‘Bij Nigel betekent dat niets. Ik zou al mijn geld toch op hem zetten, gewoon omdat hij is wie hij is,’ zegt Ganesh Asirvatham. Deze leraar Engels uit Maleisië is verantwoordelijk voor het verloop en de organisatie van het wereldkampioenschap. Hij hangt tabellen en lijsten op, en kondigt per microfoon de lunchpauze aan. Maar achter deze taken, die hij zo ijverig vervult, gaat een zwaar scrabblenoodlot schuil. Als Asirvatham zegt dat God nu eenmaal God blijft, dan spreekt hij uit bittere ervaring. Toen hij nog in menselijke macht geloofde, speelde hij zelf scrabble, en zelfs op een buitengewoon begenadigde manier. In 2007 bereikte hij de finale van het wereldkampioenschap. Daar wachtte vanzelfsprekend Richards, en die maakte Asirvatham in drie partijen in. Desondanks bleef Asirvatham belangrijke kampioenschappen winnen in India, Maleisië en Singapore. Zelfs het Guinness Book of Records vermeldt zijn naam als de speler die het simultaan tegen de meeste spelers wist op te nemen. Van de 25 tegen hem scrabbelende tegenstanders versloeg hij er 21. Maar dat alles was niet genoeg. Nog altijd troonde HIJ boven iedereen uit. Dus trok Asirvatham zich voor een jaar terug om woordenboeken te bestuderen en beter te worden dan God. Na een scrabblesabbatical van twaalf maanden keerde hij verbaal gestaald terug – en ging opnieuw onderuit tegen Richards! Steeds weer! Daar ging Asirvatham aan kapot. Nu tikt hij koortsachtig vreemde speluitslagen in zijn rekenmachine, goed afgeschermd achter de informatiestand van de toernooileiding.


De wereld buiten de scrabblewereld begint onopvallend bij de uitgang van het Grand Palais. De vele vlaggenmasten voor het congrescentrum zijn leeg, hoewel het wereldkampioenschap toch reden genoeg zou moeten zijn om het gebouw op te sieren. Dat kan natuurlijk zijn omdat het WK scrabble eerder een nichegebeuren is. Of vanwege de angst voor terreur. Want in Frankrijk is in deze milde herfst van 2016 officieel de noodtoestand van kracht. Voor de vierde maal binnen een jaar, na evenzoveel aanslagen. De vijfde moet verhinderd worden door een samenscholingsverbod en idioot veel controles. Groepen soldaten patrouilleren door de stad, de handen demonstratief aan de trekker van hun geweer. Vooral op het hoofdstation Lille Europe is de militaire aanwezigheid merkbaar.

In deze geschokte Franse vrijheid zijn dus scrabbelaars uit de hele wereld aangekomen. ’s Avonds zwerven ze door de streng bewaakte steegjes van het uitgaansgebied. Zelf worden ze overdag bewaakt door een klein, mager securitymannetje, dat met chocoladevlekken op zijn blauwe securityoverhemd en een metaaldetector in de hand voor de ingang zit. ‘Hoe voelt het om verantwoordelijk te zijn voor de veiligheid van de scrabble-elite van de wereld?’ Het mannetje kijkt de ruimte in en haalt vrolijk zijn schouders op. Het is toch ondenkbaar dat IS het op het WK scrabble voorzien zou hebben?

Jighere wil vandaag per se dichter bij de kopgroep komen. De omslagdoek heeft hij afgelegd, nu draagt hij een niet minder representatief Nigeria-trainingspak. Bovendien een diep over zijn gezicht getrokken Nigeria-pet, waaronder zijn linkeroog steeds heftiger samentrekt, waarschijnlijk omdat het halve toernooi al gespeeld is en hij met een score van 7-5 nog altijd op plaats zeventien vastzit. Hoe zijn partijen tot dusver verlopen zijn, is moeilijk te zien. Behalve de spelers mag niemand zich bij de speeltafels ophouden. De concentratie van de atleten zou daaronder kunnen lijden. Na meerdere overtredingen worden verslaggevers gemaand om afstand te houden, op straffe van verwijdering uit de zaal.

Ondertussen staat God er maar één plek beter voor dan Jighere. Ook hij heeft al vijf keer verloren. Maar niemand waagt te betwijfelen dat hij het nog tot bij de beste acht en dus de play-offs zal brengen. ‘Omdat Nigel nu eenmaal Nigel is. Andere spelers worden nerveus in de beslissende partijen. Hij niet,’ zegt Cohen vol eerbied, als hij na afloop van de speeldag met Rosenkranz naar de Vieille Bourse, de Oude Beurs, wandelt. Cohen zelf heeft met zeven verloren partijen nauwelijks nog uitzicht op een goed resultaat. Zijn partner Rosenkranz vertoont dankzij een respectabele score van 6-6 twee blozende wangen. De ranglijst wordt aangevoerd door de Britten Allan Simmons, David Webb en Mark Nyman, met elk tien gewonnen partijen. ‘Op dit niveau kan eigenlijk iedereen van de eerste twintig het halen,’ zegt Cohen een beetje afwezig. Hij lijkt afgeleid door de schietklare groep soldaten die langs de patisserie marcheert waar hij zijn chocolade-eclair wilde kopen.

‘Onze cognitieve vaardigheden verkommeren. Daarom luisteren zo veel mensen naar de simpelste verklaringen van de nationalisten’

Op de derde dag van de voorronden zal het noodlot toeslaan: Jighere en Richards moeten tegen elkaar spelen! De omstandigheden zouden nauwelijks zenuwslopender kunnen zijn: God heeft elf zeges en zeven nederlagen achter zich. De regerend kampioen staat op 10-8 en moet minstens vijf van de resterende zes partijen winnen als hij Simmons, die achtste staat (11-6), nog wil inhalen. Al is het idee dat hij nooit faalt, God staat bekend om zijn aan onverschilligheid grenzende gelijkmoedigheid, die hij ook stoïsch blijft praktiseren als hij duidelijk slechtere letters trekt dan Jighere. Ineengedoken zit hij op de zwarte plastic stoel in een vergeeld shirt van het WK 2010 in Dallas. Het lettergeluk blijft aan Jigheres kant. Hij trekt beide blanco stenen, de jokers die als elke letter inzetbaar zijn, en gaat al vroeg met 90 punten aan de leiding.

Als er spelers zijn tegen wie je niet op achterstand wilt komen, dan zijn het wel Nigerianen. De delegatie gebruikt sinds decennia een uiterst defensieve speelwijze. Ook al hebben ze lucratieve letters, dan nog leggen ze korte woorden, zo destructief mogelijk op de sappigste bonusvelden; wat de aanvalsmogelijkheden voor de tegenstander sterk beperkt. Vanwege deze speelstijl én hun overtuiging dat ze de meest fantastische scrabblenatie ter wereld zijn, zijn Nigeriaanse spelers niet erg geliefd. Wat Jighere er geenszins van weerhoudt de ontmoeting met 424 tegen 337 uit te spelen. Maar het is vergeefs zoeken naar een teken van vreugde. ‘I won,’ mompelt hij toonloos, en begeeft zich naar de volgende tafel, waaraan hij het onderspit delft tegen een man die Winter Winter heet. Als Jighere nog slechts theoretische kansen resteren om verder te komen, wacht hem in de volgende partij ook nog Mark Nyman. Die geen god is, maar toch wel een scrabblelegende, die de ranglijst aanvoert met zestien gewonnen partijen en die ook al eens wereldkampioen was. Hij herinnert zijn tegenstanders van die fatale vrijdag daar ook graag aan door zijn lichtblauwe kampioenstrui van Maleisië 1993 te dragen. Hoewel Jighere duidelijk beter in zijn tijd zit en beide blanco stenen trekt, neemt Nyman toch de leiding van hem over. En legt bij zijn laatste beurt, in de minusminuut 26, een sterk ‘instead’. Over deze tijdoverschrijding ontstaan vervolgens grote meningsverschillen. Jighere haalt coördinator Asirvatham erbij. Nyman krijgt tien punten aftrek, maar behoudt nog altijd duidelijk de leiding met 471 tegen 388. En zo wordt het een feit: Wellington Jighere, de eerste Afrikaanse wereldkampioen scrabble in de geschiedenis van de mensheid, zal zijn titel niet prolongeren! De kampioen is dood. De Nigeriaanse president zal hem niet opnieuw bellen. De onttroonde verheft zich wankelend op zijn benen en dwaalt doelloos door de hal, terwijl hij apathisch over zijn gladgeschoren kin wrijft. Zo komt hij aan de tafel te staan waaraan ook God vecht om te overleven.

De speler die in Lille het meest te verliezen heeft, speelt helemaal niet mee. Hij heet Dave Brannan en heeft meer dan 1 miljoen euro in het professionele scrabble geïnvesteerd. Om misverstanden te voorkomen: eigen geld. ‘Zo’n beetje alles wat ik had,’ zegt de eind-veertiger met een mix van Britse kalmte en zwaarmoedigheid in zijn stem. In zijn slechtzittende pak ziet hij er niettemin uit als een man van formaat, hij straalt een ongedwongen autoriteit uit. Vier jaar geleden verwierf Brannan de rechten op de scrabbletoernooien van spelfabrikanten Mattel en Collins, en stichtte de Mind Sports Academy als een soort plaatsvervangende bond voor het spel, waarvan hij een winstgevende, mediagenieke sport wil maken. Brannans cv wekt de indruk dat hij precies de juiste man voor deze missie zou kunnen zijn. In 1989 nam hij een klein marketingbedrijf over en zes jaar later verkocht hij het voor iets meer dan 10 miljoen pond. Hij richtte vervolgens weer een reclamefirma op en deed ook die met winst van de hand. Bovendien was Brannan lange tijd een succesvolle professionele pokerspeler, hij heeft dus verstand van toernooiorganisatie en van de spelersziel. Op grond van zijn levensloop zou je verwachten een ondoorgrondelijk pokerface te ontmoeten, die inhoudsloze managersfrasen debiteert. Maar Brannan praat verrassend openhartig. Dat hij veel te veel voor die scrabblerechten heeft betaald, verleid door de statistiek dat een op de drie Europese huishoudens een scrabblespel bezit. Zonder te bedenken dat er tussen zelf een keer scrabbelen en interesse voor het professionele sportgebeuren een diepe kloof gaapt, die slechts met dure promotie te overbruggen is. ‘Ik heb in het begin veel fout gedaan en grote bedragen verprutst. Ook omdat ik het werk van mijn voorgangers overschatte.’

Zijn voorgangers zijn de Engelse en de Amerikaanse spelersverenigingen (WESPA en WASPA). Die organiseren de wedstrijden sinds 1991 – als doel op zich, niet met commerciële bedoelingen zoals Brannan die heeft. Nu ligt hij met ze in de clinch, omdat de verenigingen vrezen verdrongen te worden uit wat ze zelf hebben opgebouwd. Vooral met de WESPA is het moeilijk praten. ‘Ik zeg ze ook waarom. Omdat wij Engelsen nog altijd geloven dat de wereld van ons is. Ik houd van mijn land, maar het loopt zo verschrikkelijk achter. Aan de andere kant: kijk om u heen, heel Europa en Amerika vallen ten prooi aan het populisme.’ En juist daarom gelooft Brannan dat de wereld scrabble dringend nodig heeft. ‘De mensen kunnen zich niet meer concentreren. Ik zie het al bij mijn smartphone-verslaafde kinderen. Onze cognitieve vaardigheden verkommeren. Daarom luisteren zo veel mensen naar de simpelste verklaringen van de nationalisten. Scrabble leert de kinderen weer geduld te hebben en gestructureerd te denken.’

De Brit Brett Smitheram is de winnaar van het World Scrabble Championship 2016 in Lille. Het cruciale woord was BRACONID, een soort wesp, dat 176 punten opleverde. – © Michael Bowles / HH
De Brit Brett Smitheram is de winnaar van het World Scrabble Championship 2016 in Lille. Het cruciale woord was BRACONID, een soort wesp, dat 176 punten opleverde. – © Michael Bowles / HH

Zijn motieven zijn niet alleen zakelijk maar ook filantropisch van aard, wat uit zijn mond verbazend geloofwaardig klinkt. Om zijn kapitaal en de mensheid te redden predikt Brannan een revolutie in het profscrabble en maakt hij het zichtbaar en begrijpelijk in de media. Sinds kort worden de belangrijke WK-wedstrijden in een geluiddichte glazen container beslist, waar ze opgenomen worden en live op de website van Mind Sports worden gestreamd. Deze partijen worden gespeeld op een bord van 20.000 pond dat eruitziet als een ruimteschip en dat bestaat uit negen printplaten met radiofrequenties. Zo kan ieder scrabblevierkant gelezen en direct uitgezonden worden: naar een satelliet, maar ook naar een tweede, eraan gekoppelde container, waarin commentatoren zitten die de wedstrijd met behulp van eveneens nieuw ontwikkelde scrabblesoftware tot in alle details bespreken.

Het grootste structurele probleem bij dit Masterplan is wederom de mens. Zoals misschien al uit dit verhaal bleek, zijn scrabblespelers geen geboren entertainers. Ze worden geenszins gedreven door de wens stadions vol te krijgen, in de schijnwerpers te staan en geaaid te worden. Wat Brannan intussen weinig kan schelen. ‘Ik ken de menselijke natuur. Ze zijn als een primitief volkje dat bang is voor al wat nieuw is. Dit evenement, dat me overigens 100.000 euro kost, verloopt nu voor de laatste keer op hun manier. Ik heb het lang op een vriendelijke manier geprobeerd, maar vanaf nu kom ik met de stoomwals.’

Het zou unfair zijn om Brannan af te schilderen als de geldbeluste stoomwalsbaas, die geen gevoel heeft voor zijn personeel. De scrabblemecenas geniet van de partijen, blijft bij de borden staan (op gepaste afstand), bewondert het immense talent van de spelers, noemt ze bij de voornaam en gaat hartelijk met ze om.

Zo hartstochtelijk als deze doorsnede van de mensheid scrabbelt, zo bespreekt ze ook het steeds waarschijnlijker wordende falen van God. Richards staat met 14-10 op de elfde plaats. De piepkleine kans Joel Wapnick (15-9) nog van de achtste plaats te verdringen bestaat alleen omdat Gods puntensaldo met +1014 drie keer zo hoog is. Zijn tegenstander is Brett Smitheram, die Cohen al op indrukwekkende wijze kansloos liet. Hij heeft zich al gekwalificeerd voor de eindronde. Maar zijn ambitie om tot godendoder op te klimmen staat de naar succes hongerende Smitheram op het voorhoofd geschreven. Helemaal als hij met Richards de glazen container van de wereldpubliciteit betreedt en naar het laserblauw stralende ruimteschipbord loopt. De spanning waarmee de andere spelers om de container van de waarheid heen staan is aanstekelijk. Misschien is Brannans visioen werkelijk uitvoerbaar. Maar als je de tactische finesses niet begrijpt, vervliegt die hoop bij de aanblik van de twee oude mannen die daar vijftig minuten lang zitten te piekeren. Juist die finesses wil Brannan door experts laten uitleggen. Hoe dan ook, goddelijk bloed is niet moeilijk te begrijpen. En het vloeit. Het wordt 406 tegen 379 voor Smitheram. God is dood!

Zwijgende God

Onderdeel van de live-uitzendingen is dat de deelnemers meteen na afloop van het spel een kort interview geven voor de Mind Sports-website. Maar een dode God is daar niet toe te bewegen. Dus spreekt Smitheram voor twee. Eerst over een waanzinnige, hard bevochten partij en over zijn reusachtige respect voor Richards. Daarna leest hij een zin voor die de mokkend zwijgende God heeft opgeschreven: ‘Ik ga nu mijn haar wassen.’ Als God de container verlaat, zwermen troostende discipelen rond zijn nog onbeschuimde hoofd. Maar alle geloofsbelijdenissen ten spijt – er is iets veranderd.

De beide joodse deelnemers kan in elk geval niemand als godendoders bestempelen. Rosenkranz is na een gemene serie nederlagen van negen partijen afgezakt tot plaats 67. Maar hij is tevreden. Cohen moet verzuurd genoegen nemen met plaats 54. De eerste plaats in de voorronden is voor Mark Nyman, die jarenlang van de aardbodem verdwenen leek. Jighere is als drieëntwintigste geëindigd, en dus niet eens de succesvolste Nigeriaanse afgevaardigde, want dat is Dennis Ikekeregor, op plaats elf. Goed, Jack Mpakaboari is er ook nog, die in de B-divisie tot de play-offs is doorgedrongen. Maar de rest van de ploeg feliciteert hem nogal halfhartig met dit B-succes.

In de kwartfinale treft de nieuwe favoriet Nyman Joel Wapnick. Zeggen dat die twee een gemeenschappelijke geschiedenis hebben, is een understatement. Ze zijn elkaars trauma. In 1993 verloor Wapnick, de gepensioneerde muziekdocent uit Canada, de finale van het wereldkampioenschap tegen Nyman. ‘Dat liet me vijf jaar lang niet met rust,’ zegt hij. In 1999 vond Wapnick eindelijk vrede toen hij Nyman met zegge en schrijve één punt verschil versloeg in de finale. Wat op zijn beurt Nyman in een zware depressie stortte, tot een zenuwinzinking aan toe. Hij verdween enkele jaren uit beeld, zijn huwelijk liep stuk. Naar verluidt nam Nyman in deze periode heel onvoordelige financiële beslissingen. Maar de Nyman die nu weer met Wapnick de ruimteschip-container instapt, is een goed geconserveerde, weldoorvoede man van begin vijftig.

In de play-offs gaat degene die als eerste drie zeges boekt door – een best-of-fiveserie. Na drie partijen staat het 2-1 voor trauma-Nyman. In de vierde partij vecht trauma-Wapnick voor zijn leven en haalt bijna een achterstand van 136 punten in. Bijna. ‘Dat waren heel typerende partijtjes voor ons,’ becommentarieert de verslagen maar beheerste Wapnick. Nyman is het met hem eens en benadrukt hoe beslissend mentale kracht is in het scrabble. Die heeft hij dringend nodig in de aansluitende halve finale tegen Adam Logan, die hij pas in het vijfde spel in zijn voordeel beslist. Godendoder Smitheram schakelt eerst de duidelijk favoriete David Webb uit. En in de halve finale de ervaren en ook sterker ingeschatte ex-finalist Lewis Mackay. Jack Mpakaboari bereikt de finale van de B-divisie, die uitgevochten wordt tegen de Amerikaanse (ja, hier duikt een vrouw op!) Sandy Nang. Zijn Nigeriaanse collega’s nemen er welwillend maar opvallend terloops kennis van.

‘We hadden online goede bezoekersaantallen. Dat geeft me hoop. Misschien ziet de wereld langzaam in hoe geweldig de scrabblesport is’

Op de zondag van de finale zijn twee mensen bijzonder opgewonden: de CEO van Mind Sports, David Brannan, en de door God gebroken noodlotscoördinator Asirvatham. Ze zijn, net als de nog niet afgereisde spelers, getuige van een zeer eenzijdig eerste eindspel in de A-divisie. Omdat Nyman voortdurend onvruchtbare letters trekt en geen kans heeft tegen de met geluk grabbelende en foutloos opererende Smitheram. In het tweede spel leidt Nyman met 170 punten, maar hij wordt onvoorzichtig en geeft het zeker geachte gelijkspel weg. Nu heeft de godendoder nog maar één gewonnen spel nodig tot aan de Olympus. Ondertussen is de kampioen van de B-divisie al bekend. Hij heet Jack Mpakaboari en heeft het rechtstreeks in drie partijen beslist. Onverhoeds straalt Nigeria’s scrabblester met een gouden gloed in Lille! De hele delegatie valt de lange en mollige Mpakaboari in de armen en jubelt alsof ze nooit op iets anders uit waren dan de titel in de B-divisie. Om de overwinning te vieren vertrekken ze in feeststemming naar de Kentucky Fried Chicken. De stemmen van de luidkeels zingende mannen schallen door de zondagsrust in binnenstad.

Nyman, met de rug naar de glaswand, begint de derde partij voorzichtig. Maar hij wordt door Smitheram vrij snel tot aanvallender spel gedwongen. Hij legt ‘dartled’ en gaat met 164 tegen 92 aan de leiding. Het zal de laatste keer zijn, want algauw volgt de gouden zet, die de godendoder Smitheram de eindzege oplevert: ‘Braconid’ – een parasitaire wespensoort in Zuid-Amerika. Perfect uitgespeeld met driemaal woordwaarde, maximaal vergoed met 178 punten. Van deze klap herstelt Nyman niet meer, en hij gaat vernederd ten onder met 351 tegen 628. Zijn smartelijke en toch milde glimlach in deze laatste, uitzichtloze minuten ontroert de toeschouwers. ‘Mark heeft er vrede mee,’ fluisteren de andere spelers.

Een beetje op de achtergrond hangt financier Brannan op een plastic stoeltje. Als een uitgetelde zwaargewichtbokser, afwezig voor zich uit starend. ‘Bent u tevreden over de manifestatie, mister Brannan?’ ‘Wel, we hadden online goede bezoekersaantallen. Dat geeft me hoop. Misschien ziet de wereld langzaam in hoe geweldig de scrabblesport is,’ krast hij hees. Hij is zichtbaar oververmoeid.

Daar komt Asirvatham aangeruist: ‘Dave, een journalist van The New York Times wil je spreken.’ De zojuist nog uitgetelde Brannan springt overeind en staat in een seconde stevig op twee benen. Nadat Smitheram zijn bokaal overhandigd heeft gekregen en met het winnende bord van de laatste partij is gefotografeerd, vraagt het publiek hem of hij nu officieel beter is dan God (die al afgereisd is). Smitherams ogen lichten giftig op en hij antwoordt: ‘Ik zie hem hier niet op mijn plaats. Dus zonder enige twijfel: ja! Maar hij is van harte uitgenodigd om het tegendeel te bewijzen.’

De scrabbleonderdanen weten zich geen raad van vreugde. Hun lang gekoesterde vrees slaat, onder vreugdekreten, om in heiligschennis.

Auteur: Dmitrij Kapitelman
Vertaler: Piet Meeuse

Reportagen
Zwitserland | 6 x per jaar | oplage 16.000

Bij Reportagen geen breaking news, maar berichten uit de Nebenschauplätze, verteld vanuit een ongewoon 
perspectief door een 
ongewoon goeie pen.

Dit artikel van Dmitrij Kapitelman verscheen eerder in Reportagen.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.