• Politiek
  • Turkije tart internationaal recht

Turkije tart internationaal recht

| Anthony Samrani | 30 september 2020

Ankara is een boosaardige regionale grootmacht geworden die op gespannen voet staat met bijna elk land en niet terugdeinst voor geweld om zijn machtspositie te bestendigen, schrijft deze uitgesproken Libanese journalist.

Laten we beginnen met een raadseltje. Ik ben een land dat zich ongevraagd met allerlei delen van het Midden-Oosten bemoeit, ter meerdere eer en glorie van een imperialistische en wraakzuchtige politiek. Ik ben een land waarvan de leider steeds oorlogszuchtiger taal uitslaat, en die een ongekende alliantie van staten met zeer uiteenlopende belangen tegen zich heeft weten te creëren.

Ik ben een land dat de twee jonge leiders van de oliemonarchieën in de Golf – te weten Mohammed bin Salman (de Saoedische kroonprins), en Mohammed bin Zayed (de kroonprins van de Verenigde Arabische Emiraten ) – slapeloze nachten bezorgt. Rara, wie ben ik? Het Iran van Ayatollah Ali Khamenei? Mis! Ik ben het Turkije van Recep Tayyip Erdogan.

In enkele jaren tijd is Turkije erin geslaagd een groot aantal landen tussen het oostelijke Middellandse Zeegebied en de Golf van Aden van zich te vervreemden. Daar zitten historische vijanden bij, zoals Griekenland en Cyprus. En rivalen uit de ‘Arabische Lente’, zoals Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten. Met andere landen – Israël, Saoedi-Arabië – is de relatie de afgelopen jaren gestaag verslechterd. Tot slot zijn er landen die de Turkse invloed met argwaan bezien, zonder de confrontatie te zoeken, zoals Irak en Iran.

Ottomaanse Rijk

Ankara treedt nu militair op in Syrië, Libië en Irak, terwijl de Turkse vloot de oostelijke Middellandse Zee in een Turks meer probeert te veranderen. Er zijn onbevestigde berichten over pogingen om betrokken te raken bij het conflict in Jemen en de Saoedi’s te beroven van hun leidende rol ten aanzien van de soennieten in Libanon.

In dit gebied, waarin verschillende strijdtonelen te onderscheiden zijn (Libië, Syrië) en er een gevecht woedt om de gasvoorraden in het oostelijke Middellandse Zeegebied, heeft Ankara slechts twee bondgenoten: de Regering van het Nationaal Akkoord (GNA) van Fayez al-Sarraj, die het westen van Libië controleert, en Qatar, dat sinds juni 2017 wordt geboycot door Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

Het Turkse beleid lijkt te zijn gegrond op twee uitgangspunten, die de grote leider Erdogan tot een geheel heeft gesmeed. Het eerste, dat vooral een verhaal is, verraadt de wens om het Ottomaanse Rijk nieuw leven in te blazen. Beter gezegd: de mythologie die ervan uitgaat. De Turkse president hanteert een neo-Ottomaanse retoriek en symboliek, en gedraagt zich tegenover andere machten in het Midden-Oosten alsof we nog in de dagen leven van de Verheven Poort, zoals het Ottomaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ooit werd genoemd. Hij betwist Saoedi-Arabië het leiderschap van de soennitische wereld en het hoederschap over de heilige islamitische plaatsen.

Het tweede uitgangspunt is nationalistisch van aard. De bemoeienissen van Turkije in Libië, Syrië en Irak komen vooral voort uit gegriefdheid over de grenzen die werden getrokken bij de Vrede van Lausanne in 1923, het verdrag dat het einde van het expansionistische Ottomaanse tijdperk bezegelde. Wat overbleef was een gekortwiekte Turkse republiek.

De Turkse vicepresident Fuat Oktay en minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu bezoeken Beiroet na de verwoestende explosie van 4 augustus in de haven van de Libanese hoofdstad. © Mahmut Geldi / Anadolu / Getty 
De Turkse vicepresident Fuat Oktay en minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu bezoeken Beiroet na de verwoestende explosie van 4 augustus in de haven van de Libanese hoofdstad. © Mahmut Geldi / Anadolu / Getty 

In het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar Turkije volledig geïsoleerd is, heeft Erdogan een door enkele generaals bedachte doctrine omhelsd. Het betreft het ‘Blauwe Vaderland’, een politiek-militair programma dat een agressieve bescherming van de Turkse zeegrenzen beoogt. Zodoende legt Ankara zijn soevereiniteit op aan een gebied van 462.000 km² in de Zwarte Zee, de Egeïsche Zee en de Middellandse Zee.

Turkije is een roofzuchtige macht geworden die overal het internationaal recht tart. Velen zien het land inmiddels als een vijand die moet worden verslagen. Turkije roept angst op – als regionale bedreiging voor soennitische gemeenschappen dringt het in sommige Arabische landen zelfs Iran naar de achtergrond.

Net als Iran speelt Turkije de Russische kaart tegen de westerse vijand, maar van een werkelijk bondgenootschap tussen Moskou en beide landen is geen sprake. Kwestie van conflicterende belangen en historische rivaliteit.

In tegenstelling tot Iran is Turkije lid van de NAVO en hebben de Verenigde Staten zich, ondanks de moeizame relatie tussen de twee landen, nog niet aangesloten bij de anti-Turkse alliantie.

Legitimiteit

Moeten Iran en Turkije over één kam worden geschoren als kwade geniën in de regio? Niet helemaal. Turkije wordt nog niet beschouwd als een pariastaat. De Turkse invloed berust namelijk niet op dezelfde mechanismen, en bezit een zekere legitimiteit. Het Iraanse beleid leunt op de sjiitische milities die Teheran in diverse Arabische landen heeft gevormd. Die zetten zich af tegen de overheden van de staten waarin ze zich bevinden, en proberen tegelijkertijd hun invloed te vergroten. De Turken verlaten zich in Syrië en Libië op Syrische milities maar hebben toch een staatsgerichter beleid, grijpen met hun leger in en doen dat met veel vertoon. De strategie van de Turkse overheersing is ondubbelzinnig.

Laatste verschil, en niet het onbelangrijkste: Iran is overal een contrarevolutionaire macht, die autoritaire regimes te hulp schiet of in ieder geval probeert de status quo te handhaven. Ankara, daarentegen, kwam in Libië tussenbeide om de door de internationale gemeenschap erkende regering tegen de strijdkrachten van maarschalk Haftar te steunen.

In de Syrische arena kiest Turkije de zijde van de rebellen tegen Bashar al-Assad, maar het gebruikt die arena ook om zijn Koerdische vijanden te bestrijden. Turkije wil zijn rol in de regio herijken en heeft daar legitieme redenen voor. Maar doordat het dit doel met systematisch geweld nastreeft en elk diplomatiek initiatief aan zijn laars lapt, dreigt het toch het nieuwe Iran te worden.

Auteur: Anthony Samrani

L’Orient-Le Jour
Libanon | dagblad | oplage onbekend

In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Heeft mooie bijdragen van schrijvers en denkers en profileert zich als modern en richt zich vooral op christelijk Libanon.

Dit artikel van Anthony Samrani verscheen eerder in
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.