• The Atlantic
  • Longreads
  • Gaat onlineseks ten koste van fysiek contact? Onderzoek onder jongeren lijkt daarop te wijzen
">

Gaat onlineseks ten koste van fysiek contact? Onderzoek onder jongeren lijkt daarop te wijzen

© HH
The Atlantic | Boston | Kate Julian | 18 februari 2021

Hoewel taboes allang beslecht zijn en bijna iedereen Tinder, Grindr of een andere datingapp op zijn telefoon heeft, hadden jongeren ook al lang voor corona minder seks dan vorige generaties, en liever online. The Atlantic zocht uit hoe dat komt.

Dit artikel verscheen eerder in editie 169.

Seks zou nu eigenlijk hoogtij moeten vieren. Een recordaantal Amerikanen vindt seks tussen niet met elkaar getrouwde volwassenen ‘helemaal niet verkeerd’. Het aantal nieuwe besmettingen met hiv is nog nooit zo laag geweest. De meeste vrouwen hebben eindelijk onbelemmerd toegang tot een gratis vorm van anticonceptie en tot de morningafterpil.

Wie voor een onenightstand gaat, kan via apps als Grindr en Tinder binnen een uur een partner vinden. De zin ‘als iets bestaat, is er ook een pornoversie van’ klopt meer dan ooit. In elke bioscoop kun je SM-taferelen bekijken. Maar waarom zou je de deur uit gaan, als je thuis, via de kabel de hele avond allerlei – soms heel expliciete – seksscènes kunt zien? Sexting is, als je naar de cijfers kijkt, gemeengoed.

Polyamorie is een veelgebruikt woord. Negatief klinkende termen zoals ‘pervers’ hebben plaatsgemaakt voor leukere woorden zoals ‘kinky’. Anale seks is niet meer het laatste taboe, maar het ‘vijfde honk’ [volgens de baseballmetafoor waarin het eerste honk staat voor tongzoenen, en het vierde honk (‘homerun’) voor penetratie].

Het Amerikaanse tienerblad Teen Vogue heeft er zelfs een dossier over gepubliceerd. Onze cultuur is misschien nog nooit zo tolerant geweest tegenover seks in al zijn vormen, met uitzondering van incest en bestialiteit – en natuurlijk gedwongen seks.

En toch staat het seksleven van tieners en jongvolwassenen in de Verenigde Staten op een laag pitje. Tot grote opluchting van veel ouders, opvoeders en geestelijken beginnen tieners later met seks. Volgens Amerikaans onderzoek is het percentage adolescenten tussen de veertien en achttien jaar dat al seksueel contact heeft gehad tussen 1991 en 2017 gedaald van 54 naar 40 procent. Met andere woorden: binnen één generatie heeft niet langer een meerderheid, maar een minderheid van de middelbare scholieren nog seksueel contact (en nee, ze hebben niet vaker orale seks).

Internetgeneratie

In dezelfde periode is het aantal tienerzwangerschappen in de VS met 30 procent gedaald. Toen die daling inzette, begin jaren negentig, was iedereen natuurlijk blij. Maar nu vragen sommige wetenschappers zich af of dit op zichzelf positieve verschijnsel niet het gevolg is van minder gezonde ontwikkelingen. Verschillende factoren wijzen erop dat het later met seks beginnen van tieners in werkelijkheid een eerste aanwijzing is voor een breder verschijnsel: het ontwijken van lichamelijke intimiteit, dat zich in het volwassen leven doorzet.

Sinds enkele jaren doet Jean M. Twenge, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van San Diego, onderzoek naar de vraag waarom het seksleven van Amerikanen afneemt. In een serie wetenschappelijke artikelen en in haar boek igen merkt ze op dat jongvolwassenen van nu minder sekspartners hebben dan hun leeftijdgenoten in de generatie voor hen. Van de Amerikanen die aan het eind van de jaren negentig zijn geboren, onthouden tweeënhalf keer zoveel mensen zich van seks als het geval was bij hun leeftijdgenoten uit generatie X [ruwweg geboren tussen 1961 en 1980]; 15 procent van hen zegt nooit seksueel contact te hebben gehad sinds ze meerderjarig werden.

Mensen zeiden dat het misschien kwam door de ‘onenightstandcultuur’, door toenemende economische druk, door psychologische kwetsbaarheid…

Wie weet hebben generatie X en de babyboomgeneratie nu ook minder seksuele contacten dan eerdere generaties op dezelfde leeftijd hadden. Tussen het eind van de jaren negentig en 2014 is volgens Twenge het gemiddelde aantal seksuele contacten onder volwassenen per jaar gedaald van 62 naar 54. Op individueel niveau is daar misschien weinig van te merken, maar op nationaal niveau tikt het wel degelijk aan.

Geen van de deskundigen die ik voor dit artikel heb geïnterviewd, sprak werkelijk tegen dat de gemiddelde jongvolwassene nu minder seksuele contacten heeft dan zijn leeftijdsgenoten uit eerdere generaties.

En allemaal erkenden ze dat er een discrepantie bestaat met het algemene beeld dat mensen hebben. De meesten van ons denken nog steeds dat anderen veel vaker de liefde bedrijven dan in werkelijkheid het geval is.

Singles

Veel deskundigen schrijven die teruggang toe aan de vermindering van het aantal stellen onder jongeren. Al 25 jaar lang wordt er steeds minder getrouwd en degenen die de stap wel zetten, doen dat later. Aanvankelijk dachten veel onderzoekers dat de afname van het aantal huwelijken te maken had met de toename van het aantal stellen dat samenwoont. Maar het percentage ongetrouwde stellen is niet voldoende toegenomen om de afname van het aantal huwelijken te compenseren: ongeveer 60 procent van de volwassenen onder de 35 jaar leeft nu zonder huwelijks- of samenwoonpartner. En een op de drie volwassenen in die leeftijdscategorie woont nog bij zijn of haar ouders.

De gehuwden en samenwonenden hebben vaker seks dan de singles – en natuurlijk is bij je ouders wonen niet goed voor je seksleven. Maar dat verklaart niet waarom minder jongeren een relatie aangaan.

In talloze gesprekken met seksuologen, psychologen, economen, sociologen, therapeuten en seksueel voorlichters, maar ook met jongvolwassenen, heb ik allerlei theorieën gehoord over wat ik uiteindelijk de ‘seksuele recessie’ ben gaan noemen. Mensen zeiden dat het misschien kwam door de ‘onenightstandcultuur’, door toenemende economische druk, door de grote stijging van het aantal mensen dat last heeft van spanningen, door psychologische kwetsbaarheid, door het toenemend gebruik van antidepressiva, door streaming, door de oestrogenen in het milieu als gevolg van plastic afval, door de daling van het testosteronniveau, door internetporno, door de populariteit van vibrators, door datingapps, door keuzestress, door al te aanwezige ouders, door carrièregerichtheid, door de smartphone, door de voortdurende informatiestroom, door de overvloed aan informatie in het algemeen, door slaapgebrek, door obesitas. Welke moderne plaag je ook noemt, er is altijd wel iemand die er een gevaar voor het libido in ziet.

Kieskeurig

Sommige deskundigen verklaren de afname van seks zelfs met optimistische argumenten. Zo neemt seksueel misbruik van kinderen de laatste decennia af; zo’n trauma kan ertoe leiden dat iemand al jong seksueel actief wordt en meerdere partners heeft. En sommige mensen voelen zich tegenwoordig minder verplicht om seks te hebben, dankzij de ontwikkeling van de man-vrouwrelatie en de toenemende bewustwording van de diversiteit aan seksuele oriëntaties, waaronder ook aseksualiteit.

Misschien geven meer mensen voorrang aan studie en werk boven liefde en seks, in ieder geval voor een tijdje, of misschien gaan ze zorgvuldiger te werk bij het kiezen van hun partner, en als dat zo is: des te beter.

In veel van deze verklaringen, of zelfs in allemaal, zit waarschijnlijk een kern van waarheid. Tijdens mijn interviews en in het onderzoek dat ik heb gedaan, kwamen sommige telkens terug, en dan ging het altijd om factoren die een diepgaande invloed op ons geluk hebben.

De seksuele recessie is geen puur Amerikaans verschijnsel. In de meeste landen wordt weinig onderzoek gedaan naar het seksleven van de bevolking, maar de landen die zich hier wel over buigen (allemaal rijke landen) signaleren net als in de VS een afname van het aantal contacten en een later begin van het seksleven.

Uit een van de meest gerenommeerde studies op dit terrein, het Britse onderzoek naar seksuele gewoonten en seksueel gedrag (Natsal), bleek in 2001 dat mensen in de leeftijdsgroep van 16 tot 44 jaar gemiddeld ruim zes keer per maand seksueel contact hadden. In 2012 was dat nog geen vijf keer. In dezelfde periode gingen Australische paren van 1,8 keer naar 1,4 keer seks per week. In Finland constateerde het onderzoek Finsex een afname in frequentie van seksueel contact en een toename van zelfbevrediging.

Cruciale fase

In Nederland is de gemiddelde leeftijd waarop mensen hun eerste seksuele contact hebben gestegen van 17,1 jaar in 2012 naar 18,6 jaar in 2017. Ook andere vormen van lichamelijk contact, waaronder zoenen, beginnen later.

Die gegevens hebben geen nationaal gevoel van opluchting gewekt, zoals in de Verenigde Staten, maar ongerustheid. Nederlanders willen graag dat tieners en jongvolwassenen goed in hun vel zitten. Als die groepen een cruciale fase in hun ontwikkeling overslaan, een periode die niet alleen flirten en zoenen omvat, maar ook liefdesverdriet en teleurstelling, zullen ze dan wel voorbereid zijn op de problemen van het volwassen leven?

En Zweden, dat al twintig jaar geen onderzoek naar seks meer had gedaan, is er onlangs een gestart. De autoriteiten maakten zich zorgen over peilingen waaruit bleek dat ook Zweden minder vaak seks hebben. Dit land, dat het hoogste geboortecijfer van Europa kent, wil niet het risico lopen dat dit cijfer daalt. ‘Als de sociale condities voor een gezond seksleven achteruit zijn gegaan, met name door stress of andere ongunstige factoren,’ schreef de Zweedse minister van Volksgezondheid in 2016, dan is dat ‘een politiek probleem’.

Japan

En zo komen we bij Japan. Dat land verkeert in een ware demografische crisis en is het levende voorbeeld van het gevaar dat een gebrek aan seks oplevert. In 2005 was eenderde van de Japanse singles tussen de 18 en 34 jaar nog maagd; in 2015 lag dat cijfer op 43 procent en het percentage mensen dat niet van plan was te trouwen was ook gestegen. (Niet dat het huwelijk een garantie is voor de frequentie van seksuele contacten: volgens een andere, verwante studie had 47 procent van de getrouwde mensen al minstens een maand geen seks gehad.)

Sinds een jaar of tien brengt de westerse pers de seksuele malaise in Japan in verband met de opkomst van een generatie van soshoku danshi, wat letterlijk ‘jongens die gras eten’ betekent

Sinds een jaar of tien brengt de westerse pers de seksuele malaise in Japan in verband met de opkomst van een generatie van soshoku danshi, wat letterlijk ‘jongens die gras eten’ betekent. Deze ‘herbivoren’ zijn niet geïnteresseerd in vrouwen of in een klassieke carrière. Het platonische Japanse leven heeft een nieuwe woordenschat opgeleverd, met termen als hikikomori (‘kluizenaars’), parasaito shinguru (‘celibataire parasieten’, die na hun twintigste nog bij hun ouders wonen) en otaku (‘obsessieve fans’, vooral van manga en animatiefilms), die allemaal zouden leiden tot sekkusu shinai shokogun (het ‘celibaatsyndroom’).

Aanvankelijk gingen de meeste westerse analyses er – niet al te subtiel – van uit dat Japan gewoon een raar land was. Maar de toon veranderde toen het Westen zich realiseerde dat de Japanse situatie niet zozeer een eigenaardigheid was, als wel een waarschuwing.

Eerst brachten sombere professionele vooruitzichten veel mannen in Japan ertoe single te blijven, maar vervolgens heeft de cultuur zich aangepast en nu wordt alleen leven zelfs aangemoedigd. De Amerikaans-Japanse schrijver Roland Kelts, die in Tokio woont, ziet daar ‘een generatie die het virtuele libido verkiest boven de onvolmaakte of onvoorspelbare eisen van relaties met vrouwen’.

Laten we daar even bij stilstaan. Japan is een van de belangrijkste producenten en consumenten van porno ter wereld en er worden geheel nieuwe pornogenres uitgevonden, zoals bukkake (je wilt niet weten wat dat is). Het land is bovendien wereldleider als het gaat om het bedenken van realistische en exclusieve sekspoppen. Maar misschien nog wel onthullender is dat Japan ook manieren voor genitale stimulatie uitvindt die niet eens meer lijken op ouderwetse seks, oftewel seks waarbij meer dan één persoon in het spel is.

Een recent artikel in The Economist onder de kop ‘De Japanse seksindustrie wordt steeds minder seksueel’ beschreef het concept van de onakura – winkels waar mannen de vrouwelijke medewerkers betalen om toe te kijken terwijl zij zelf masturberen. Volgens de krant zijn ‘diensten die zelfbevrediging plezieriger maken sterk in opmars’, omdat veel jongeren alleen al de gedachte aan seks met een ander ‘vermoeiend’ vinden.

Zelfbevrediging

Tussen 1992 en 2014 was het percentage Amerikaanse mannen dat zei de week ervoor te hebben gemasturbeerd, verdubbeld (tot 54 procent); bij de vrouwen was dat cijfer verdrievoudigd (tot 26 procent). Dat porno gemakkelijker toegankelijk is, speelt daarbij natuurlijk een rol, en datzelfde geldt voor de vibrator: in 2008 bleek uit een breed opgezet onderzoek in de VS dat zo’n 50 procent van de vrouwen er weleens een had gebruikt, en alles wijst erop dat de populariteit van vibrators sindsdien alleen maar is toegenomen. In ieder geval is er nu veel meer keus aan merken, modellen en mogelijkheden.

Die ontwikkeling is des te frappanter omdat zelfbevrediging in de westerse beschaving op zijn minst al sinds Onan een beladen onderwerp is. Zo raadde ontbijtgranenfabrikant J.H. Kellogg eind negentiende eeuw ouders aan drastische maatregelen te treffen om te verhinderen dat hun kinderen plezier aan zichzelf beleefden.

Enkele van die maatregelen waren, zo schrijven Robert T. Michael en zijn coauteurs in hun lijvige boek Sex in America, onverdoofde besnijdenis of het aanbrengen van fenol [een giftige stof waardoor zenuwen afsterven] op de clitoris.

Onder andere door dit soort denkbeelden is masturberen tot diep in de twintigste eeuw taboe gebleven. In de jaren negentig, toen Michaels boek uitkwam, werden de passages over zelfbevrediging met ‘nerveus gegiechel en afkeer’ ontvangen, terwijl de activiteit zelf toch heel gangbaar was.

Nofap

Tegenwoordig is masturberen veel algemener, maar nog steeds verspreiden mensen allerlei angstaanjagende theorieën over de gevolgen ervan, en daar is nu ook de bezorgdheid over de alomtegenwoordigheid van porno op internet bijgekomen. Een van hen is psycholoog Philip Zimbardo, die verantwoordelijk was voor het beroemde Stanford-gevangenisexperiment.

Zijn carrière heeft een nieuwe vlucht genomen sinds hij ten strijde trekt tegen porno. In zijn boek Man, Interrupted waarschuwt hij dat ‘procrasturbatie’ [uitstel door zelfbevrediging] ten koste kan gaan van het academisch, maatschappelijk en seksueel succes van jonge mannen. Gary Wilson van de website Your Brain on Porn [‘In de greep van porno’] ziet het ook zo. Tijdens een TED-conferentie beweerde hij dat masturberen bij internetporno verslavend werkt en kan leiden tot structurele veranderingen in de hersenen en een epidemie van erectiestoornissen.

Deze hypotheses worden overgenomen en verspreid door een organisatie in Salt Lake City die zich Fight the New Drug noemt en presentaties op scholen geeft. De website Nofap [Nee tegen het handwerk], een afsplitsing van een populair forum op Reddit, die in het leven is geroepen door een inmiddels gepensioneerde Google-medewerker, biedt zijn deelnemers een programma voor het stoppen met masturberen.

Op kleinere schaal is er de extreemrechtse groep Proud Boys, die vaker dan één keer per maand masturberen verbiedt. De oprichter van die club, Gavin McInnes – tevens een van de oprichters van Vice Media – beweert dat millennials als gevolg van pornografie en masturbatie ‘niet eens meer een relatie willen aangaan’.

De waarheid is waarschijnlijk ingewikkelder. Er zijn weinig tekenen die wijzen op een epidemie van erectiestoornissen bij jonge mannen. En ik heb geen onderzoeker gesproken die sluitend bewijs had gevonden dat porno verslavend is. Dat wil niet zegen dat er geen enkel verband bestaat tussen porno kijken en de wens om een echte seksuele relatie aan te gaan.

De gerenommeerde sekstherapeut Ian Kerner verzekerde me dat porno in zijn ogen niet ongezond is (hij beveelt sommige cliënten bepaalde soorten porno aan), maar dat hij in zijn praktijk veel mannen tegenkomt die, geïnspireerd door porno, ‘masturberen alsof ze zeventien zijn’, wat ten koste gaat van hun seksleven. ‘Het dooft het verlangen,’ legt hij uit. Volgens hem is dat de reden waarom een groeiend aantal vrouwelijke cliënten aangeeft meer seks te willen dan hun partner.

Twintigers

Voor dit artikel heb ik tientallen mensen van in de twintig en begin dertig gesproken, in de hoop meer over de seksuele recessie te weten te komen. Ik weet niet of zij representatief zijn voor de hele groep, maar ik heb gezocht naar mensen met verschillende ervaringen. Sommigen hadden nog nooit een liefdesrelatie of seksuele relatie gehad, anderen waren tot over hun oren verliefd of hadden een bruisend seksleven, of allebei. Ook al is er een seksuele recessie, de meeste mensen hebben nog steeds wel seksuele contacten – zoals de meerderheid van de beroepsbevolking tijdens een economische recessie werk houdt.

Maar de metafoor van de recessie blijft natuurlijk onvolmaakt. Werken moeten de meeste mensen nu eenmaal, maar dat geldt niet voor liefdesrelaties of seks. Ik heb een groot aantal mensen gesproken die uit eigen keuze celibatair leefden. Het fascineerde me ook hoeveel twintigers allesbehalve tevreden waren over hun huidige situatie als het ging om daten en seks. Allemaal vroegen ze mij of het altijd zo moeilijk was geweest. En hoe verschillend hun verhalen ook waren, er kwamen wel wat tendensen naar voren.

Een van de terugkerende thema’s was porno, wat me niet verraste. Toch had ik niet verwacht dat ik zo veel mensen zou aantreffen die hun pornoconsumptie volkomen gescheiden houden van hun seksleven. De grens blijft echter vaag: veel heteroseksuele vrouwen vertelden me over mannen die door het kijken naar porno over seks hadden geleerd en vervolgens verontrustende seksuele gewoonten hadden ontwikkeld.

Maar in het algemeen stonden de twee activiteiten, seks met een partner en in je eentje porno kijken, los van elkaar. ‘Bij porno geniet ik van heel andere dingen dan met een partner,’ zei een man van in de dertig, waarna hij me vertelde dat hij ongeveer eens per week porno keek. Volgens hem had dat niet echt effect op zijn seksleven. ‘Ik kijk ernaar in de wetenschap dat het fictie is,’ zei een vrouw van 22, die daaraan toevoegde dat zij zich die porno niet ‘eigen maakte’.

Hentai

Ik moest aan die opmerkingen denken toen Pornhub, de grootste pornowebsite, zijn lijst met populairste zoekopdrachten van 2017 publiceerde. Op de eerste plaats, voor het derde achtereenvolgende jaar, stond ‘lesbisch’ (een categorie die bij zowel mannen als vrouwen geliefd is). Op nummer twee stond, opvallend genoeg, ‘hentai’ – animatie, manga en andere vormen van pornotekenfilms. Natuurlijk, porno heeft nooit op seks in het ware leven geleken, maar hentai is zelfs niet van deze wereld en het is juist die afwezigheid van de realiteit die mensen fijn vinden.

In een artikel in New York Magazine over voorkeuren op het gebied van porno beschrijft Maureen O’Connor hoe hentai lichaamsdelen transformeert (‘ogen zijn groter dan voeten, borsten zijn even groot als het hoofd, de penis is dikker dan de taille’) en het bovennatuurlijke erotiseert (‘de “sexy menselijke vormen” naast pastelkleurige vachten en hoorns, oren en staarten van dieren’). Anders gezegd: de populairste categorie gaat over een vorm van seks die alleen de helft van de bevolking zou kunnen hebben, en de tweede is niet zozeer vleselijk als wel hallucinatoir.

Internet of uitgaan

Veel jonge mensen met wie ik heb gesproken, zien porno als een van de vele mogelijke digitale activiteiten, een manier om te ontspannen, een vorm van afleiding. Het heeft evenveel te maken met hun seksleven (of het ontbreken daarvan) als sociale media of tv-kijken.

Zelfs voor mensen met een vaste relatie gold dat hun digitale leven concurreerde met hun seksleven

Een man van 24 legde me per e-mail uit: ‘Met internet is het zo gemakkelijk om je fundamentele sociale en seksuele behoeften te bevredigen dat je veel minder geneigd bent om daarvoor de “echte wereld” in te gaan. Niet dat internet meer bevredigt dan seks of een liefdesrelatie, want dat is niet zo. Maar het kan net genoeg bevrediging geven om die behoeften te dempen. Ik denk dat het gezond is om je af te vragen: “Als ik dat niet had, zou ik dan vaker uitgaan? Zou ik dan meer seksuele contacten hebben?” Voor veel mensen van mijn generatie is volgens mij het antwoord: ja.’

Zelfs voor mensen met een vaste relatie gold kennelijk dat hun digitale leven concurreerde met hun seksleven. ‘We zouden zeker veel vaker vrijen,’ merkte een vrouw op, ‘als we niet zodra we thuiskwamen de tv zouden aanzetten en op onze telefoon gingen scrollen.’

Dat klinkt paradoxaal; ons verlangen naar seks zou een primaire behoefte moeten zijn. Wie verkiest er nu gerommel op internet boven gerommel in het echte leven?

Breedband

Tieners, bijvoorbeeld. Voor een intrigerend onderzoek dat in 2017 in het Journal of Population Economics werd gepubliceerd, keken onderzoekers wanneer in bepaalde Amerikaanse regio’s breedbandinternet was aangelegd, waarna ze vaststelden dat de komst ervan een verklaring vormde voor 7 tot 13 procent van de daling van het aantal tienerzwangerschappen tussen 1999 en 2007.

Misschien zijn tieners niet zulke hormoongedreven schepsels als wij soms denken. Misschien is het menselijk libido zwakker dan we dachten, en kan het gemakkelijk bezwijken.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verstuurd.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.