• Aeon
  • Reader
  • Waarom mindfulness toch niet de oplossing is op al onze problemen

Waarom mindfulness toch niet de oplossing is op al onze problemen

Aeon | Londen | Sahanika Ratnayake | 08 oktober 2019

De huidige neiging om mindfulness te presenteren als wondermiddel voor allerlei moderne kwalen, is volgens auteur Sahanika Ratnayake gevaarlijk. In plaats van alleen maar wat aan de inhoud van ons hoofd knutselen om problemen op te lossen, zouden we moeten uitzoeken waarom we éígenlijk zo ontevreden zijn met ons leven.

Drie jaar geleden, toen ik aan Cambridge bezig was met mijn master filosofie, kon je bijna niet om mindfulness heen. De faculteit Psychiatrie was een grootschalig onderzoek gestart naar de effecten van mindfulness, in samenwerking met de afdeling studiebegeleiding van de universiteit. Het leek wel of iedereen die ik kende daar op de een of andere manier bij betrokken was: of ze volgden een mindfulnesscursus en vulden plichtsgetrouw enquêteformulieren in, of ze zaten net als ik in een controlegroep die geen cursus volgde, maar wel alle opwinding meekreeg. We kwamen bijeen in huizen van onbekenden om op de raarste uren te mediteren, en bespraken vol vuur onze meditatieve ervaringen. Het was een vreemde tijd.

Zelf ben ik opgevoed als boeddhist in Nieuw-Zeeland en Sri Lanka, en ik heb dus de nodige ervaring met meditatie, al had ik me er eigenlijk alleen oppervlakkig mee beziggehouden, net zoals veel ‘katholieken van huis uit’ tegenover hun godsdienst staan. Ik verveelde me te pletter wanneer mijn ouders me als kind meesleurden naar de tempel.

Maar op de universiteit ging ik wel in therapie, om te kunnen omgaan met de spanningen van een academische omgeving. Met mijn achtergrond is het niet verwonderlijk dat ik me aangetrokken voelde tot stromingen of methodes die beïnvloed waren door de boeddhistische filosofie en meditatie, en dus ook tot mindfulness. In de loop der jaren, voor en na dat Cambridge-onderzoek, hebben therapeuten me een heel arsenaal aan mindfulnesstechnieken bijgebracht. Ik heb geleerd om op mijn ademhaling te letten, mijn lichaam na te gaan en de vele verschillende dingen die ik dan voelde op te merken, om te kijken naar het spel van gedachten en emoties in mijn hoofd. Bij die laatste oefening horen vaak visuele beelden: je moet bijvoorbeeld je gedachten en gevoelens voor je zien als wolken in de lucht of bladeren die in een rivier drijven. Een populaire activiteit (al heb ik het zelf nooit geprobeerd) is zelfs het mindful eten van een rozijn, waarbij je je van begin tot eind bewust bent van de zintuigelijke ervaring, tot en met de veranderingen in de structuur van de rozijn en de verschillende smaken en geuren.

Steeds verder vervreemd

Aan het eind van het Cambridge-onderzoek merkte ik dat ik rustiger was geworden, meer ontspannen en dat ik beter in staat was afstand te nemen van al te heftige gevoelens. Mijn ervaringen kwamen overeen met de onderzoeksresultaten, die concludeerden dat geregelde mindfulnessmeditatie stress vermindert en veerkracht geeft. Toch had ik ook last gekregen van gevoelens waar ik niet goed de vinger op kon leggen. Het was of ik mijn eigen emoties en gedachten niet meer begreep. Vond ik het essay dat ik pas had geschreven slecht omdat de redenering niet echt klopte, of was ik alleen maar gespannen vanwege de naderende deadline? Waarom voelde ik me zo tekortschieten? Was dat het bedriegerssyndroom, een depressie of was ik gewoon niet geschikt voor een onderzoek als dit? Ik wist niet of ik bepaalde gevoelens en gedachten simpelweg had om dat ik gespannen was en geneigd om toe te geven aan melodramatische gedachten, of omdat er een goede reden was om die dingen te voelen en te denken. Iets in de mindfulnessoefeningen die ik me had eigen gemaakt, en in de manier waarop die me aanmoedigden om me bewust te zijn van mijn emoties, zorgde ervoor dat ik me steeds verder vervreemd voelde van mezelf en mijn leven.

Mensen die aan mindfulness doen, krijgen vaak expliciet de opdracht om de inhoud van hun eigen gedachten te negeren

In de tussenliggende jaren heb ik me erg beziggehouden met deze ervaring – zozeer zelfs dat ik stopte met mijn promotieonderzoek op een heel ander terrein van de filosofie en, hoe vervelend dat ook was, verscheidene studievakken opnieuw deed, om te begrijpen wat er was gebeurd. Ik volgde het spoor van oude boeddhistische teksten naar meer recente boeken over meditatie, om te zien hoe ideeën bij de hedendaagse mindfulnessbeweging terecht zijn gekomen. Wat ik heb ontdekt heeft verontrustende implicaties voor de manier waarop mindfulness je aanzet om te gaan met je gedachten en emoties en met je zelfbewustzijn.

Waar Europeanen en Noord-Amerikanen ooit hun toevlucht zochten tot religie of filosofie om zichzelf te begrijpen, omarmen ze nu steeds meer de psychotherapie en de neefjes daarvan. De mindfulnessbeweging is een duidelijk voorbeeld van deze verschuiving in culturele gewoonten rond zelfreflectie en het stellen van vragen aan jezelf. De diverse vormen van mindfulness zetten je niet aan tot nadenken over jezelf, maar laten je op een bepaalde manier kijken naar dingen die zich op het moment zelf voordoen – vaak beschreven als een ‘niet-oordelend bewustzijn van het huidige moment’. Mensen die aan mindfulness doen, worden gestimuleerd om zich niet kritisch of nadenkend met hun ervaringen bezig te houden, en vaak krijgen ze expliciet de opdracht om de inhoud van hun eigen gedachten te negeren.

Bij het eten van de rozijn, bijvoorbeeld, is de bedoeling dat je je richt op het proces van het eten en je niet afvraagt of je van rozijnen houdt, terugdenkt aan die rode doosjes die je vroeger meekreeg naar school, enzovoort. Zo moet je je ook als je op je ademhaling let of je lichaam nagaat, concentreren op de activiteit zelf en niet de stroom van je eigen gedachten volgen of toegeven aan gevoelens van verveling en frustratie. Het uiteindelijke doel is niet om niet te denken of te voelen, maar om op te merken wat er zoal in je opkomt, en dat dan met dezelfde lichtheid te laten passeren.

Een van de redenen waarom mindfulness zo gretig aftrek vindt, is dat de methode zich voordoet als waardenneutraal. In zijn boek Waar je ook gaat, daar ben je zegt Jon Kabat-Zinn, een van de grondleggers van de hedendaagse mindfulnessbeweging, dat mindfulness ‘niet botst met enige religieuze of zelfs wetenschappelijke overtuiging, je niet iets probeert te verkopen, en al helemaal geen geloofssysteem of ideologie.’ Volgens Kabat-Zinn en zijn navolgers kunnen mindfulnessoefeningen goed zijn voor het verlichten van lichamelijke pijn, het behandelen van psychische problemen en het verhogen van productiviteit en creativiteit, en helpen ze je om je ‘ware’ zelf te begrijpen. Zo is mindfulness een soort pasklaar antwoord geworden op een veelheid aan moderne kwalen – iets wat ideologisch onschuldig is en gemakkelijk in ieders leven past, ongeacht achtergrond, overtuiging of waarden.

Kritiek

Toch is er ook kritiek op mindfulness. De relatie met het boeddhisme, met name waar het gaat om meditatietechnieken, is een voortdurende bron van controverse. Boeddhistische geleerden maken de hedendaagse mindfulnessbeweging allerlei verwijten, variërend van het verkeerd interpreteren van het boeddhisme tot culturele toe-eigening. Kabat-Zinn heeft de gemoederen nog meer verhit door te beweren dat mindfulness het bewijs vormt voor de waarheid van belangrijke boeddhistische leerstellingen. Maar volgens critici zijn de niet-oordelende aspecten van mindfulness juist in strijd met boeddhistische meditatie, waarin individuen de opdracht krijgen hun ervaringen actief te beschouwen en te beleven vanuit de boeddhistische leer.

Anderen wijzen erop dat psychotherapie en mindfulness andere doelen hebben dan de belangrijkste overtuigingen binnen het boeddhisme. Waar psychotherapie bijvoorbeeld misschien probeert lijden te verlichten, is dat lijden volgens het boeddhisme zo diep verankerd dat je er juist naar zou moeten streven om de ellendige wedergeboortecyclus geheel te vermijden. Een derde soort kritiek komt tot uiting in de term ‘McMindfulness’. Critici zoals schrijver David Forbes en management-hoogleraar Ronald Purser stellen dat, nu mindfulness mainstream is geworden en niet meer alleen een vorm van therapie is, de massale verspreiding en commercialisering ervan hebben geleid tot verdunde en verkeerde versies, beschikbaar via apps als Headspace en Calm en onderwezen in cursussen op scholen, universiteiten en kantoren.

Om te begrijpen waarom mindfulness zo totaal ongeschikt is voor het bereiken van werkelijk zelfbegrip, moeten we kijken naar de weggestopte aannames over het zelf

Mijn eigen bezwaren tegen mindfulness zijn van een andere orde, al hebben ze er wel mee te maken. Door te beweren toepasbaar te zijn voor allerlei doelen, gebruikers en gelegenheden, versimpelt mindfulness de moeilijke opgave om jezelf te begrijpen. Dat past o-zo-netjes in een cultuur van techno-oplossingen, gemakkelijke antwoorden en zelf-hacks, waarin je allemaal alleen maar wat met de inhoud van je hoofd hoeft te knutselen om problemen op te lossen, in plaats van uit te zoeken waarom je eigenlijk zo ontevreden bent met je leven. Zoals ik zelf echter merkte is het niet genoeg om alleen maar te kijken naar je gedachten en gevoelens. Om te begrijpen waarom mindfulness zo totaal ongeschikt is voor het bereiken van werkelijk zelfbegrip, moeten we kijken naar de weggestopte aannames over het zelf die in de fundamenten van mindfulness besloten liggen.

Ondanks Kabat-Zinns verheven aanspraken op universalisme is mindfulness in werkelijkheid ‘metafysisch geladen’: de basis ervan is dat beoefenaars bereid zijn uitgangspunten aan te nemen die ze anders niet snel zouden aanvaarden. In het bijzonder is mindfulness geworteld in de boeddhistische leer van anattā ofwel het ‘niet-zelf’. Anattā is een metafysische ontkenning van het zelf, en beweert dat er niet zoiets is als een ziel, geest of enige onveranderlijke individuele basis voor identiteit. Deze zienswijze ontkent dat wij allemaal een onderliggend subject zijn van onze eigen ervaring. Westerse metafysica zegt juist meestal dat er naast gedachten, emoties en fysieke sensaties een entiteit bestaat die al deze ervaringen beleeft, en dat het logisch is om deze entiteit ‘ik’ of ‘mij’ te noemen. Volgens de boeddhistische filosofie is er echter geen ‘zelf’ of ‘ik’ waartoe deze verschijnselen behoren.

Het is opvallend hoeveel overeenkomsten er zijn tussen de strategieën die boeddhisten gebruiken om de ‘waarheid’ van anattā aan te tonen, en de oefeningen van mindfulnessbeoefenaars. Zo is er een techniek in het boeddhisme die gaat om het onderzoeken van gedachten, gevoelens en fysieke sensaties, en het vaststellen dat die van voorbijgaande aard zijn, zowel individueel als collectief. Je gedachten en emoties veranderen snel en fysieke sensaties komen en gaan, in reactie op prikkels. Als zodanig (zo wordt gedacht) kunnen zij niet de entiteit zijn die een leven lang blijft bestaan, en wat het zelf ook is, het kan niet zo vluchtig en kortstondig zijn als deze verschijnselen. Ook kan het zelf niet al deze verschijnselen bij elkaar zijn, aangezien die allemaal even vergankelijk zijn. Maar, zo zeggen de boeddhisten, dan is er naast deze verschijnselen ook niets dat het zelf zou kunnen zijn. En dat betekent dat er geen zelf is. Na het besef van de vergankelijkheid krijg je dan ook het inzicht dat deze verschijnselen onpersoonlijk zijn; als er geen ‘ik’ is aan wie voorbijgaande verschijnselen zoals gedachten kunnen worden toegeschreven, dan kunnen die gedachten dus onmogelijk ‘van mij’ zijn.

Net als hun boeddhistische voorgangers leggen hedendaagse mindfulnessbeoefenaars de nadruk op deze vergankelijkheid en onpersoonlijkheid. Oefeningen richten telkens weer de aandacht op de voorbijgaande aard van wat er op het huidige moment wordt waargenomen. Expliciete opdrachten (‘zie hoe gedachten gewoon lijken op te komen en te verdwijnen’) en visuele beelden (‘beschouw je gedachten als wolken die wegdrijven in de lucht’) versterken dat idee van voorbijgaandheid, en moedigen je aan niet al te zeer in je eigen ervaring te blijven hangen (‘je bent niet je gedachten; je bent niet je pijn’ zijn veelgebruikte mantra’s).

Persoonlijke verantwoordelijkheid

Ik schrijf mijn vroegere gevoel van vervreemding en desoriëntatie ten opzichte van mezelf toe aan de nauwe band tussen mindfulness en anattā. Met de leer van het niet-zelf doe je niet alleen afstand van vertrouwdere opvattingen over het zelf, maar ook van het idee dat psychische verschijnselen zoals gedachten en gevoelens van jezelf zijn. Daarmee wordt het moeilijker om te begrijpen waarom je bepaalde dingen denkt en voelt en om een breder verhaal over jezelf en je leven te vertellen. Het verlangen jezelf te begrijpen wordt vaak verbonden met het geloof dat er iets ís om te begrijpen, niet per se in de zin van een metafysische laag, maar een algemenere, blijvende entiteit, zoals je karakter of persoonlijkheid. We denken meestal niet dat gedachten en gevoelens losse, voorbijgaande gebeurtenissen zijn die toevallig in onze geest optreden. We zien ze eerder als iets wat ons toebehoort omdat ze ons op de een of andere manier weerspiegelen. Zo zullen mensen die bang zijn dat ze neurotisch zijn, die angst waarschijnlijk baseren op hun terugkerende gevoelens van onzekerheid en spanning, en hun neiging tot muggenziften. Ze zullen deze gevoelens herkennen als voortkomend uit het feit dat ze misschien een bepaalde persoonlijkheid of karaktertrek hebben.

Natuurlijk is het vaak praktisch en nuttig om even afstand te nemen van je eigen gespannen gepieker en emoties. Wanneer je die emoties kunt zien als drijvende bladeren kan dat helpen om de verhitte gemoederen wat te bedaren, zodat je patronen kunt onderscheiden en prikkels kunt identificeren. Maar na een bepaald punt laat mindfulness je geen ruimte om verantwoordelijkheid te nemen voor dergelijke gevoelens, of ze te analyseren. Je hebt niet veel aan mindfulness als je een keus moet bepalen tussen alle verschillende mogelijke antwoorden voor de vraag waarom je op een bepaalde manier denkt of voelt. Ook kan mindfulness niet verhelderen wat die gedachten en gevoelens misschien over je karakter zeggen. Mindfulness, geworteld in anattā, heeft daarvoor niet meer te bieden dan de gemeenplaats ‘ik ben niet mijn gevoelens’. Meer confronterende uitspraken zoals ‘Ik voel me onzeker’, ‘Dit zijn mijn gespannen gevoelens,’ of zelfs ‘Misschien ben ik een neurotisch persoon’, zitten niet in de gereedschapskist van mindfulness. Als je niet de eigenaar bent van je gevoelens en gedachten, is het moeilijk er verantwoordelijkheid voor te nemen. De band tussen het individu en zijn psychische verschijnselen is belangrijk, en daarbij horen vragen over persoonlijke verantwoordelijkheid en geschiedenis. Deze dingen zouden niet zo gemakkelijk opzijgeschoven moeten worden.

Om beter te kunnen begrijpen waarom je bepaalde gedachten en gevoelens hebt, moet je jezelf zien als een duidelijk individu, dat binnen een bepaalde context opereert

Mindfulness snijdt niet alleen de band tussen jezelf en je gedachten en gevoelens door, maar maakt het ook op een andere manier moeilijker om jezelf te begrijpen. Door afstand te doen van het zelf, scheid je dat van zijn omgeving en daarmee van zijn eigen verklarende context. Zo heb ik me de afgelopen maand behoorlijk ellendig gevoeld. Als ik mindful was, zou ik gevoelens van verdriet en hulpeloosheid opmerken en ook angstige gedachten. Mindfulness zou me misschien indirect helpen in te zien dat ik steeds dezelfde terugkerende gedachten had. Maar zonder enige vorm van een zelf, losstaand van maar wel ingebed in een sociale context, zou ik verder niet veel inzicht verwerven. Een reeks gedachten en gevoelens op zichzelf vertelt je niet of je overdreven reageert op kleine gebeurtenissen in je leven of, zoals ik, een passende reactie vertoont op recente tragische gebeurtenissen.

Om beter te kunnen begrijpen waarom je bepaalde gedachten en gevoelens hebt, moet je jezelf zien als een duidelijk individu, dat binnen een bepaalde context opereert. Je moet een bepaald beeld hebben van het zelf, want dat geeft aan wat een reactie is op jouw context en wat uit jezelf voortkomt. Ik weet dat ik een neiging tot neurotisch piekeren heb. Door mezelf beschouwen als een individu in een bepaalde context kan ik vaststellen of die zorgen voortkomen uit mijn innerlijke karaktertrekken of dat ik simpelweg op een externe situatie reageer. Vaak is het antwoord een mengeling van de twee, maar zelfs die ambiguïteit vraagt zorgvuldige analyse, niet alleen van de gedachten en gevoelens, maar ook van de specifieke context waarin die opkwamen.

De tendens bij mindfulness om de context juist buiten te sluiten, belemmert niet alleen het begrip van jezelf. Het maakt psychische problemen ook gevaarlijk apolitiek. Er verschijnt steeds meer literatuur waarin wetenschappers proberen de wortels van de problemen in de geestelijke gezondheid bloot te leggen, maar beleidsmakers hebben de neiging zich te verlaten op goedkope, zogenaamd alomvattende oplossingen voor een brede groep cliënten. Daarbij gaat de aandacht uitsluitend uit naar de inhoud van iemands psyche en de verlichting van zijn probleem, en wordt er verder niet gezocht naar de diepere sociaaleconomische en politieke omstandigheden die de problemen om te beginnen hebben veroorzaakt. Zo kampen veel ouderen met depressie, maar die wordt meestal aangepakt met farmaceutische en therapeutische middelen, zonder dat er wordt nagedacht over, zeg, sociaal isolement of financiële problemen. Mindfulness past in de trend naar simpelheid en individualisering, maar is sterk geneigd bredere overwegingen te veronachtzamen, omdat de aannames van de mindfulnessbeweging over het zelf geen ruimte bieden voor de opvatting dat individuen verstrikt zijn in en beïnvloed worden door de samenleving in het algemeen.


Ik wil niet beweren dat iedereen die aan mindfulness doet zich zo vervreemd zal voelen van zijn of haar eigen gedachten als ik toen, of dat mindfulness altijd je vermogen om jezelf te begrijpen zal beperken. Mindfulness kan een nuttig instrumenten zijn om je te helpen wat afstand te nemen van je innerlijke tumult. Het probleem is de huidige neiging om mindfulness te presenteren als een remedie voor alles en iedereen, een wondermiddel voor allerlei moderne kwalen.

Ik doe nog steeds aan mindfulness, maar tegenwoordig met mate. Ik doe misschien een mindfulnessmeditatie na een zware dag op mijn werk of wanneer ik niet kan slapen, maar niet als dagelijkse gewoonte. Met de belofte iedereen met alles te kunnen helpen presenteert de mindfulnessbeweging deze onpersoonlijke wijze van bewustzijn als de beste, die universeel te gebruiken zou zijn. Maar door zijn wortels in de boeddhistische leer van anattā sluit deze methode een bepaald soort diep, welbewust nadenken uit dat nodig is om erachter te komen welke van je gedachten en emoties jezelf weerspiegelen, welke een reacties zijn op je omgeving en – de moeilijkste vraag van allemaal – wat je eraan kunt doen.

Auteur: Sahanika Ratnayake
Vertaler: Annemie de Vries

Sahanika Ratnayake is afgestudeerd in de filosofie aan de University of Cambridge. Ze is bezig met haar promotieonderzoek naar de geschiedenis en filosofie van de hedendaagse psychotherapie.

Openingsbeeld: © Anthony Ginsbrook / Unsplash

Aeon
Verenigd Koninkrijk | website, | aeon.co/magazine

Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

Dit artikel van Sahanika Ratnayake verscheen eerder in Aeon.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.