• London Review of Books
  • Reader
  • Waterstress

Waterstress

London Review of Books | Londen | Rosa Lyster | 02 september 2020

In de Mexicaanse hoofdstad zijn veel inwoners afhankelijk van las pipas: de tankwagens die bepaalde wijken van water voorzien. In het regenseizoen valt het water met bakken uit de hemel. Schaars is het niet, meer een probleem van watermanagement, infrastructuur en ongelijkheid. Emblematisch, volgens de Zuid-Afrikaanse essayist Rosa Lyster, voor veel metropolen in de wereld.

Op de een na laatste dag van vorig jaar nam ik een vliegtuig naar Mexico. Na vier uur vliegen kregen we te horen dat we een noodlanding moesten maken in Houston. De captain had kort na vertrek uit New York een olielek opgemerkt. De stewardess deed haar aankondiging eerst in het Engels, vervolgens in het Spaans en vertelde ons dat we niet moesten schrikken als we tijdens de landing veel brandweerwagens bij de baan zagen staan: die stonden ons op te wachten. Aan de ene kant vroeg ik me af waarom zij dacht dat die uitleg ook maar iemand zou geruststellen. Aan de andere kant was ik zo bang dat mijn tanden er pijn van deden.

De man in de stoel links van de mijne slikte zes of zeven keer en bleef daarna strak naar zijn benen zitten staren. De man rechts pakte zijn sudokuboekje en begon puzzels te maken in zo’n tempo dat hij ofwel een savant moest zijn, of er niet echt met zijn aandacht bij was. Bij één puzzel eindigde hij met zo’n harde kras dat zijn pen door het papier heen scheurde; hij keek me aan en zei: ‘Sorry.’ Bekneld in de middelste stoel vond ik het bizar en misschien zelfs wreed om ons dit zo recht voor zijn raap te vertellen, om ons op de hoogte te houden van de ontwikkelingen, terwijl die zo beroerd waren.

Ik haat het om de waarheid te horen te krijgen over nare situaties. Dat heb ik sinds 2018, toen gemeentefunctionarissen van Kaapstad ons vertelden dat ons water opraakte. De kranen, zeiden ze, zouden dichtgedraaid worden wanneer de zes waterreservoirs die samen het water van de stad leveren, tot onder de 13 procent van hun capaciteit zakten. Ze waren al tot 21 procent gezakt. We hoefden dat niet voetstoots van de ambtenaren aan te nemen, we konden langs de Steenbras- of de Theewaterskloofdam rijden en met eigen ogen zien dat daar nauwelijks iets in zat.

De kranten benadrukten telkens dat wij de treurigste wedstrijd ter wereld gingen winnen: we zouden ‘de eerste grote stad zonder water’ worden. Die zin maakte me doodsbang, niet alleen om wat hij voor Kaapstad betekende, maar ook omdat hij inhield dat er binnenkort nog een tweede en een derde en een vierde stad in beeld zouden komen. Toen de regen kwam leek het feit dat wij niet droog waren komen te staan, maar een tijdelijk respijt, een onverdiend uitstel waarvoor een ander de prijs zou moeten betalen. Wij hadden vooraan in de rij gestaan en waren vervolgens een eindje gezakt. Voordat wij op de eerste plek kwamen, had São Paulo daar gestaan. Na ons werd het Chennai. Altijd bijna vooraan: Mexico-Stad.

Gecompliceerd

De watercrisis van Kaapstad was gecompliceerd, maar in zekere zin ook gemakkelijk te begrijpen: alleen al door zelf te gaan kijken konden we zien dat we niet genoeg water hadden. In Mexico-Stad is dat anders. Enkele jaren geleden hoorde ik een wetenschapper op een conferentie zeggen dat Mexico-Stad ‘zichzelf dooddronk’ en sindsdien heb ik vaak aan die beschrijving gedacht, maar ik snapte niet echt wat ze bedoelde. Het is moeilijk om je een een waterhoudende laag voor te stellen, zelfs wanneer die wordt beschreven als een ‘groot ondergronds meer’. Ik ging naar Mexico-Stad om te begrijpen hoe een stad zichzelf kan dooddrinken.

Toen ik er eenmaal was, had ik liever dat er tegen me gelogen werd dan te moeten zien hoe de kathedraal de grond in zakte of er zinkgaten in de straat ontstonden, of te kijken naar het enkeldiepe stroompje waar vroeger een rivier was, of naar de vrachtwagens die een helling op ploeterden om water te brengen naar wijken die al tien jaar geen geregelde watertoevoer hebben. Ik wilde niet mijn tranen hoeven bedwingen toen een man een beschrijving van zijn jeugd in Michoacán begon met de woorden ‘Ik vond de regen altijd zo heerlijk’, alsof hij het had over iets wat voor altijd verdwenen was.

Ik ging met mijn tolk Ulises naar Ecatepec, een gemeente die zich uitstrekt over de heuvels buiten Mexico-Stad en die volgens schattingen het hoogste aantal femicides van het land heeft. Een paar jaar geleden werd gemeld dat de lichamen van 21 vrouwen waren gevonden in het zwarte kanaal dat door de stad slingert. De autoriteiten ontkenden het bericht, al zwichtten ze wel voor de druk van de publieke opinie en stelden een ‘gender alert’ in: een waarschuwing, of erkenning, dat vrouwen en meisjes er systematisch doelwit waren van geweld en moord. Vanwaar we stonden konden we het kanaal, waarvan de Mexicaanse naam ‘rivier van genezing’ betekent, net zien. Het was of we in de bergen waren: ijle lucht, helderblauwe hemel. We liepen naar de laatste huizen bovenaan de helling, keken toe hoe de watertrucks de bijna loodrechte klim maakten en luisterden naar de blaffende honden en piepende remmen.

De vrouwen die in deze straat wonen, stonden bij hun hek, zoals ze dat elke ochtend doen wanneer de gemeentelijke waterleiding niet werkt of onbetrouwbaar is, wat in Ecatepec bijna elke ochtend zo is. In deze straat was er al vijf maanden geen druppel uit de kraan gekomen. De vrouwen vertelden de chauffeurs opgewekt maar ongeduldig wat ze moesten doen, hielden honden bij kinderen weg, kochten brood bij een man op een motorfiets, kortom, ze redden zich, zoals dat heet wanneer het gaat over vrouwen op dit soort plekken.

Waterdistributie op de heuvels van een van de grootste en hoogst gelegen steden ter wereld. © Henry Romero / Reuters
Waterdistributie op de heuvels van een van de grootste en hoogst gelegen steden ter wereld. © Henry Romero / Reuters

Een van hen had ik eerder ontmoet, een vrouw van in de zestig, Yolanda, die dertig jaar hiervoor naar Ecatepec was verhuisd, op advies van een arts die haar had verteld dat de lucht hier beter was. Ze kwam uit Iztapalapa, ook zo’n uitgestrekte wijk aan de buitenrand van de stad, ook berucht om het gevaar, ook een slechte plek om vrouw of meisje te zijn. De lucht in Iztapalapa had haar man ziek gemaakt en het water zat er vol wormen of was slijmerig en zwart. Soms was het rood. Dit vertelde ze me terwijl ze een hele reeks kleine maar aanhoudende stoorzenders afhandelde: rinkelende telefoons, oude mannen met hoed die wilden dat ze naar hun geklaag luisterde, de warme trui die ik niet bij me had, blaffende honden, kinderen die moesten ontbijten, mensen aan het hek, de sjaal die ze voor me had gehaald en die ik volgens haar niet strak genoeg om me heen had geslagen. Ik kon precies zien hoe ze zich in een crisis zou gedragen.

Haar achterkleindochter Aimee, een tenger zesjarig meisje, zat op haar schoot om haar vlechten te laten uithalen, terwijl ze een korte monoloog afstak, met de titel ‘Ik heb er de pest aan als mijn vlechten uitgehaald worden’.

Terwijl ze het haar van haar achterkleindochter uitborstelde, zei Yolanda dat de pipas soms niet genoeg water voor de hele straat brachten, dus dan namen zij en een paar andere vrouwen de chauffeur mee naar binnen en hielden hem vast tot SACMEX, het federale waterbedrijf, nog een vrachtwagen stuurde.

Ze wees naar de tafel waar ze zo’n man dan neerzetten, niet echt met een pistool tegen zijn hoofd – dat hoefde niet, ze wisten allemaal dat het pistool in de kamer lag – en gaven hem koffie en koekjes terwijl ze wachtten tot de tweede truck kwam. Terwijl we de heuvel op liepen zei Ulises iets over die toestand met dat pistool, die sommige mensen kidnapping zouden noemen. Ik zei iets pathetisch over je aanpassen aan moeilijke omstandigheden, gewend raken aan dingen waarvan je nooit had gedacht dat je eraan zou kunnen wennen. Iets onzinnigs over kikkers in kokend water. Zo kon je het bekijken, zei hij. Je kon het ook zien als een situatie waarin de ene persoon het water heeft en de andere het wapen.

Zuinig met water

Dat Kaapstad in 2018 niet zonder water kwam te zitten wordt nu gepresenteerd als een verhaal van veerkracht en flexibiliteit. Toeristen die op het vliegveld aankomen zien als eerste een groot bord dat hen maant net zo zuinig met water om te gaan als de inwoners van de stad. Dat klinkt alsof wij iets bijzonders en enigszins mysterieus hebben gedaan. Toch hebben velen van ons niet werkelijk ‘een andere relatie met water gekregen’. Het is moeilijk om niet ongerust te worden als je een gemeenteraadslid de situatie ‘uitermate catastrofaal’ hoort noemen of als je hoort over technici die op vergaderingen in tranen uitbarsten.

Er waren wel wat mensen die hardnekkig bleven geloven dat dit gewoon een van de zwendels was die de overheid af en toe uit de kast trekt om de watertarieven te kunnen verhogen. Sommige van die mensen, onder wie een lid van de provinciale raad, wisten daar een samenzwering met de ‘Joodse maffia’ van te maken. Echt waar. Naast dit soort aperte gekken waren er ook mensen die gewoon een beetje verveeld en geïrriteerd waren door de hele boel. Het zou toch heus wel goed komen? Het ging toch best oké met ons?

Over het algemeen droegen we ons steentje bij. We hielden ons aan de limiet van vijftig liter per dag en wie niet gewend was over water na te denken, leerde precies wat je met die hoeveelheid kunt doen, hoe je eraan komt, hoe je het vervoert en hoe je het kunt hergebruiken zonder dat iemand er ziek van wordt. We leerden hoeveel tijd je besteedt aan gepieker over water wanneer het ernaar uitziet dat het over een paar weken helemaal opraakt: uren en uren, dagen en dagen. De hele tijd. Bij elke gelegenheid spraken we over toiletten: lange, levendige, echt onsmakelijke gesprekken over het lozen van menselijk afval. We deden onze uiterste best omdat we bang waren en al die inspanning kun je bijzonder en voorbeeldig noemen, zeker als je niet genoeg feelgoodverhalen over klimaatverandering te vertellen hebt, maar dat is niet wat ons redde. Wat ons redde was dat het ging regenen, na vier jaar zonder regen.

We hoeven er niet op te rekenen dat dat nog een keer zal gebeuren, laat staan elk jaar. Dat lijkt gewoon niet realistisch. Terwijl ik dit schrijf, heb ik nog niet één overtuigend plan gehoord om een herhaling van deze crisis te voorkomen, in Kaapstad of waar dan ook. Wat ik natuurlijk niet zeg omdat ik mensen zou willen ontmoedigen om op zoek te gaan naar zo’n oplossing. Het is meer dat de enige oplossing die ik geruststellend zou vinden het herhaalde en empathische gebruik zou zijn van de woorden: het gaat goed met ons, het gaat goed, het gaat goed.

Waterstress

Het gaat niet goed. Over vijf jaar heeft twee derde van de wereldbevolking te kampen met ‘waterstress’, volgens de VN. Ofwel we hebben niet genoeg of het is smerig of we kunnen er niet zonder problemen aan komen. Drieëndertig steden kampen nu al met ‘extreem hoge’ waterstress, volgens het World Resources Institute, wat een andere manier is om te zeggen dat die steden het grootste deel van hun watervoorraden opgebruiken. Dit wordt alleen maar erger als de effecten van de klimaatverandering toenemen.

Hogere temperaturen zullen zorgen voor een toename van insecten en bacteriën en andere ziekteverwekkers. Door het stijgen van de zeespiegel zullen zoetwaterbronnen verzilten en daarmee onbruikbaar worden. Meer droogte betekent meer honger, maar ook meer geweld volgens het groeiende aantal onderzoeken dat een ‘duidelijke’ correlatie aantoont tussen acute waterstress en gewelddadige conflicten (recente onderzoeken hebben ook het sterke verband tussen de uitputting van hulpbronnen en geweld tegen vrouwen laten zien).

Meer overstromingen betekent meer schade aan toch al gebrekkige sanitaire infrastructuur en vervuiling van resterende watervoorraden. Over tien jaar zal India nog maar de helft hebben van het water dat het nodig heeft, net als Zimbabwe, al is tien jaar voor dat land een optimistische schatting, gezien de voortdurende, meedogenloze droogte daar. Veertig procent van de watervoorraad van Beijing is op dit moment te vervuild om te gebruiken en Mexico-Stad slorpt zijn waterhoudende lagen sneller leeg dan ze kunnen worden bijgevuld.

Elk stukje van Mexico-Stad is een plek waar vroeger water was

Ik dacht altijd dat mensen het metaforisch bedoelden als ze zeiden dat Mexico-Stad in de grond zakte, of dat dat in ieder geval onzichtbaar zou zijn voor wie geen hydroloog of ingenieur was. Maar nee: de stad verzakt naarmate ze steeds meer water van steeds dieper onder de oppervlakte put, en stort ineen op de kleibedding van de meren waarop ze oorspronkelijk is gebouwd, en zelfs als je niet weet wat een waterhoudende laag is kun je dat zien. In de Catedral Metropolitana kun je het voelen: de vloer loopt ongelijkmatig schuin, de zuilen hellen over en als je er met je ogen dicht doorheen loopt, is het alsof je op een schip bent.

In 2016 sprak paus Franciscus hier zijn bisschoppen toe. Hij maande hen om de drugshandel te veroordelen en hun gelovigen te helpen ‘ontkomen aan de woedende wateren waarin zovelen verdrinken’. Geweld wordt vaak op die manier beschreven: de golf moorden, het opkomend tij van de criminaliteit. Maar je kunt je gemakkelijk voorstellen hoe die woorden weergalmden in een gebouw dat langzaam ten onder gaat in een stad die zichzelf dooddrinkt.

Er zijn talloze straten met golvende gebouwen, verhalen van instortende basisscholen, een zinkgat in Iztapalapa dat een kind opslokte. Dit zou nergens mogen gebeuren, een zinkgat is een overduidelijk bewijs dat er iets heel erg mis is, maar het zou zeker niet mogen gebeuren in Mexico Stad, dat meer regendagen heeft dan Londen. De oorspronkelijke Azteekse stad, Tenochtitlan, werd gebouwd op een eiland in een meer dat werd omringd door andere meren.

Bron: ‘Progress on household drinking water, sanitation and hygiene’ (OMS-Unicef, 2019), Faostat (fao.org)
Bron: ‘Progress on household drinking water, sanitation and hygiene’ (OMS-Unicef, 2019), Faostat (fao.org)

Voordat Cortés [de Spaanse veroveraar Hernán Cortés] met de drooglegging daarvan begon, zodat de stad onherkenbaar veranderde, was dit een zoetwater-Venetië. Klimaatverandering maakt het moeilijker om dit met zekerheid te zeggen, maar Mexico Stad is geen Kaapstad. Het regent er nog, veel, en al die regen wordt regelrecht het riool in geleid. Het probleem is niet waterschaarste, al doet het zich nu wel zo voor. Het is een probleem van watermanagement en van infrastructuur en ongelijkheid.

Omdat Mexico-Stad in een merenbekken ligt, omgeven door een bergketen van meer dan 2 kilometer boven zeeniveau, en omdat er geen rivier of oceaan is die als natuurlijke afwatering kan dienen en zo overstromingen kan voorkomen, is in het grootste deel van de moderne geschiedenis van deze stad de uitdaging altijd geweest om afval- en regenwater eruit te krijgen. De tweede uitdaging was om genoeg drinkwater de stad binnen te krijgen, en daarvoor werden enorme bronnen gegraven om water te putten uit de waterhoudende laag van de Vallei van Mexico, en werden ongelooflijk ingewikkelde waterwerken aangelegd om water uit de rivieren de Lerma en de Cutzamala, die respectievelijk 60 en 175 kilometer van de stad liggen, te transporteren en duizend meter omhoog te pompen naar de reservoirs van de stad.

Over vijf jaar heeft twee derde van de wereldbevolking te kampen met ‘waterstress’, volgens de VN

Er wordt met een aan verering grenzend respect gesproken over het Cutzamalasysteem. In 1951 maakte Diego Rivera een muurschildering in een tunnel die gebruikt zou gaan worden om water van de Lerma naar de reservoirs van de stad te leiden. Hij schilderde technici in kleurige jasjes die naar kaarten staan te wijzen, mensen die aan het zwemmen zijn, arbeiders die tunnels graven met pikhouwelen, een kind dat een tuintje begiet, axolotls en een jongetje met een roze broekje dat hand in hand staat met een aap. Rivera gebruikte een speciaal soort verf die verwering tegen moest gaan, maar vrijwel zodra het water uit de Lerma de tank in stroomde, begon de muurschildering al te vergaan, en in 1990 is de waterstroom omgeleid.

Na een zorgvuldige restauratie werd de tunnel in 2015 heropend; nu kunnen bezoekers komen kijken naar een plek waar vroeger water was, wat op de een of andere manier goed lijkt te passen bij de didactische gedachte achter de schildering. Het nieuwe museum weet Rivera’s boodschap uitstekend over te brengen: water is politiek en toegang ertoe bepaalt de loop van iemands leven. Er wordt ook onderscheid gemaakt tussen ‘water geven aan het volk’ (in de muurschildering voorgesteld als een inheemse moeder) en ‘de dorst van de bourgeoisie lessen’ (voorgesteld door een vrome oude vrouw).

Een vrouw in Ecatepec haalt water bij la pipa, een tankwagen die water distribueert in wijken waar dat niet of nauwelijks aanwezig is. – © Reuters / Henry Romero
Een vrouw in Ecatepec haalt water bij la pipa, een tankwagen die water distribueert in wijken waar dat niet of nauwelijks aanwezig is. – © Reuters / Henry Romero

Elke stukje van Mexico-Stad is een plek waar vroeger water was. Er is vrijwel niets overgebleven van de vijf meren waarop de oorspronkelijke stad werd gebouwd, al bestaat de herinnering aan het water nog in de namen van de straten en snelwegen die ooit kanalen waren. Tweeëntwintig miljoen mensen hebben veel water nodig, maar de andere reden dat de watervoorraad uitgeput raakt, is dat 40 procent van het water in het waterleidingstelsel verloren gaat via lekken in door aardbevingen beschadigde buizen. Naarmate de stad dieper wegzakt, raken die buizen nog verder beschadigd, zodat een toch al uiterst gebrekkig stelsel nog slechter gaat werken.

Het water in wijken als Ecatepec en Iztapalapa zal smeriger worden, en steeds schaarser, wat nog meer afhankelijkheid van de pipas meebrengt, nog meer situaties waarin de een het water heeft en de ander het wapen. Natuurlijk is dat niet de enig mogelijke uitkomst. Veel mensen proberen te voorkomen dat het zover komt. Maar volgens de meeste voorspellingen zal de waterhoudende laag van de Vallei van Mexico binnen veertig jaar uitgeput zijn en zo te zien is er geen politieke wil om iets aan de situatie te doen. Ik wil tegen mezelf blijven zeggen: ‘Het gaat goed met ons, het gaat goed, het gaat goed.’

Auteur: Rosa Lyster

London Review of Books
Verenigd Koninkrijk| tweemaandelijks | oplage 45.905

Essayistiek over literatuur en politiek, in navolging van de prestigieuze New York Review of Books. Bij uitstek geschikt om op de hoogte te blijven van wat actueel is in de Angelsaksische letteren. Meer dan de helft van de oplage wordt in het buitenland verkocht.

Dit artikel van Rosa Lyster verscheen eerder in London Review of Books.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.