• 360 Magazine
  • Wereldwijd
  • Wordt Japan dan toch nog Abes ‘land waar vrouwen uitblinken’?
">

Wordt Japan dan toch nog Abes ‘land waar vrouwen uitblinken’?

© Yuichi Yamazaki / Getty Images Asia Pac
360 Magazine | Amsterdam | 01 maart 2021

Op 12 februari trad de 83-jarige Japanse oud-premier Yoshiro Mori terug als voorzitter van het Organiserend Comité van de Olympische Spelen in Japan. Aanleiding was de ophef die was ontstaan over zijn denigrerende opmerkingen over vrouwen, opgetekend door een journalist van Asahi Shinbun, de grootste links-liberale krant van Japan.

Na afloop van een online vergadering op 3 februari over het streven van het Japanse Olympische Comité om op termijn meer dan 40 procent van de bestuursfuncties te laten vervullen door vrouwen, liet Mori zich ontvallen dat de spreektijd dan wel aan banden moest worden gelegd, omdat de vergaderingen anders te lang zouden gaan duren. Vrouwen zijn niet alleen lang van stof, maar ook erg competitief: als één vrouw iets zegt, willen de anderen ook aan het woord komen, aldus Mori. Gelukkig wisten de zeven vrouwelijke leden van het vijfendertigkoppige bestuur van het Organiserend Comité zich volgens hem wél te gedragen. Hij had de lachers op zijn hand. 

Met name dat laatste schoot vrouwenactiviste Kazuko Fukuda in het verkeerde keelgat, zo valt te beluisteren in een podcast van Japan Times. Fukuda riep Mori in een petitie op ontslag te nemen en drong aan op diepgaande hervormingen in de organisatie van Tokyo 2020. De petitie werd in een paar dagen tijd meer dan 155.000 keer ondertekend. 

Blunders en politiek incorrecte opmerkingen

Mori staat bekend om zijn blunders en politiek incorrecte opmerkingen. Zo liet hij zich ooit laatdunkend uit over aids-patiënten en kiezers die niet op zijn partij stemden, en beschreef hij Japan als een goddelijke natie, met de keizer als stralend middelpunt, een opmerking die de controverse rondom de aanbidding van de keizer tijdens de Tweede Wereldoorlog nieuw leven inblies en die bovendien in strijd was met de naoorlogse grondwet.

Als politicus was hij niet erg succesvol: toen hij in april 2001 al na een jaar moest aftreden als premier, was de populariteit van zijn kabinet tot rond de zeven procent gedaald, een wel heel lage score, zelfs voor het sceptische Japanse kiezerspubliek dat zelden overloopt van enthousiasme voor de zittende regering. 

Toch was niemand verbaasd toen Mori in 2014 naar voren werd geschoven voor deze prestigieuze functie. Zijn enorme invloed als vooraanstaand lid van de grootste factie binnen de conservatieve Liberal Democratic Party, de partij die sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel onafgebroken aan de macht is geweest, en zijn goede connecties en ruime ervaring in de nationale en internationale sportwereld maakten hem de juiste man voor de job, zo schrijft de Japan Times.   

Mori maakte zijn noodlottige opmerkingen uitgerekend op de dag dat het eerste playbook werd gepresenteerd, dat een voorlopig overzicht geeft van de maatregelen die moeten garanderen dat de Spelen veilig zullen verlopen

En nu heeft zijn loslippigheid hem dan toch weer genekt, en wel op een bijzonder slecht moment. Mori maakte zijn noodlottige opmerkingen uitgerekend op de dag dat het eerste playbook werd gepresenteerd, dat een voorlopig overzicht geeft van de maatregelen die moeten garanderen dat de Spelen veilig zullen verlopen. Dat nieuws viel als gevolg van het schandaal volledig in het water. 

Met nog maar vijf maanden te gaan voor de geplande start van Tokyo 2020 op 23 juli, zijn alle inspanningen van het Japanse Olympische Comité en de overheid erop gericht de uitgestelde en uiterst kostbare Spelen door te laten gaan, ondanks alle onzekerheid als gevolg van de pandemie.

Volgens opiniepeilingen is daar binnen Japan weinig steun voor. Bijna tachtig procent van het Japanse publiek en meer dan de helft van het bedrijfsleven is voorstander van hernieuwd uitstel of afstel, vooral vanwege de gezondheidsrisico’s. Hoewel het dagelijks aantal besmettingen met circa duizend per dag momenteel laag is en de noodtoestand in grote delen van het land op 1 maart werd opgeheven, is de vaccinatiecampagne nog maar net van start gegaan: de eerste prik werd pas op 17 februari gezet. 

De storm van verontwaardiging werd nog eens aangewakkerd door Mori’s halfslachtige excuses

Dat de voorzitter van Tokyo 2020 zo kort voor de eindstreep is afgetreden geeft wel aan dat het echt niet anders kon. Het artikel in de Asahi Shinbun werd overgenomen door The New York Times, en ontketende een storm van verontwaardiging in de nationale en internationale pers en op sociale media, een storm die nog werd aangewakkerd door Mori’s halfslachtige excuses. Meer dan duizend vrijwilligers trokken zich terug, en ook bedrijven en andere sponsoren van de Spelen tekenden protest aan.

Na een aanvankelijk lauwe reactie van het Internationale Olympische Comité en de Japanse premier Suga werd op 11 februari dan toch bevestigd dat Mori zou aftreden. Even leek het erop dat hij zou worden opgevolgd door de 84 jarige oud-voorzitter van de Japanse Voetbalbond, Kawabuchi, en dat Mori als adviseur zou aanblijven, maar uiteindelijk viel de keuze op de 28 jaar jongere minister voor de Olympische Spelen en Gendergelijkheid, Keiko Hashimoto, een van de twee vrouwelijke ministers in het kabinet van premier Suga. Zelf heeft ze vier maal achter elkaar deelgenomen aan de Olympische winterspelen schaatsen, met een bronzen medaille in 1992, en drie maal aan de zomerspelen, als wielrenster. 

‘Marionet van Mori’

De Japanse activisten zijn blij met de keuze voor Hashimoto, al denken weinigen dat zij daadwerkelijk iets zal kunnen veranderen. Hashimoto is lid van de dezelfde factie binnen de Liberal Democratic Party als Mori, en is daarmee nauw verweven met het conservatieve establishment van de partij. Atsuo Ito, een onafhankelijke politieke analist, ziet haar volgens The New York Times als niet meer dan een ‘marionet van Mori’. Anderen prijzen haar inzet als minister van Gendergelijkheid en zien haar als rolmodel voor de werkende vrouw. 

De ongelijkheid tussen man en vrouw is diepgeworteld in de Japanse samenleving en politiek. Ter illustratie: in 2018 kwam aan het licht dat de prestigieuze Tokyo Medical University de prestaties van vrouwen bij het toelatingsexamen stelselmatig lager waardeerde. Door de lat voor hen hoger te leggen wilde de school volgens Japan Times een artsentekort in de aan de universiteit verbonden ziekenhuizen voorkomen, omdat de ervaring had geleerd dat vrouwen vaak ontslag nemen zodra ze trouwen en kinderen krijgen, of langdurig met zwangerschapsverlof gaan.

Ook in politiek zijn de traditionele man-vrouwverhoudingen diep verankerd. Volgens Kiriu Minashita, professor sociologie en gender aan de Kokugakuin University, vertolkte Mori met zijn uitspraken een binnen de politiek breed gedeelde opvatting over vrouwen. 

Japan National Stadion, Tokyo. – © Arne Müseler / Wikimedia Commons

Volgens het Global Gender Gap Report 2020 van het World Economic Forum zakte Japan in 2019 van de 110de naar de 121ste plaats van in totaal 153 landen, de laagste score van alle ontwikkelde economieën. Voor vrouwen in leidende posities stond Japan op de 131ste plaats. Op het punt van politieke participatie van vrouwen scoorde het land nog slechter: voor dit aspect staat het op nr. 140, één plaats boven Iran.

Ook het bedrijfsleven presteert mager. Asahi Shinbun meldt dat de raden van bestuur van de beursgenoteerde bedrijven volgens overheidsstatistieken in 2019 maar voor 5,2 procent uit vrouwen bestonden.

En dat terwijl Suga’s voorganger, premier Abe, de grotere deelname van vrouwen aan het arbeidsproces in 2012 nog tot speerpunt van zijn beleid had gemaakt. Hij wilde de economie versterken door optimaal gebruik te maken van vrouwelijk talent: Japan moest een land worden waar vrouwen konden uitblinken. In 2020 had dertig procent van de leidinggevende functies moeten zijn ingenomen door vrouwen, maar toen Abe in september vorig jaar om gezondheidsredenen aftrad, was de teller blijven steken op 12 procent. De arbeidsparticipatie van vrouwen is de laatste jaren wel toegenomen, maar vooral in deeltijd.   

Het is vooral te danken aan de succesvolle socialemediacampagne van Fukuda en andere jonge vrouwen en de steun van internationale media dat Mori uiteindelijk is teruggetreden, zo schrijft NYT. Het feit dat niet de 84 jarige Kawabuchi werd aangewezen als Mori’s opvolger, maar een jongere vrouw met een prima staat van dienst, geldt voor hen als een zeldzame overwinning in een land waar de hogere posities in bedrijfsleven en politiek stevig in handen zijn van oude mannen en anciënniteit doorgaans zwaarder weegt dan verdienste. 

Volgens Japan Times heeft Mori’s opvolgster inmiddels laten merken de oproep tot hervormingen serieus te nemen. Ze heeft een speciaal team in het leven geroepen dat de gelijkheid tussen man en vrouw in de organisatie van Tokyo 2020 moet bevorderen. Ook heeft ze nog eens herhaald er alles aan te zullen doen om het aandeel van vrouwen in het bestuur van het Organiserend Comité tot 40 procent te verhogen. Of dat zal lukken in de korte tijd die nog rest is natuurlijk zeer de vraag, maar voor de actievoerders is het in ieder geval een begin. 

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.