• 360 Magazine
  • Afrika
  • De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?
">

De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

© Martial Trezzini / ANP
360 Magazine | Amsterdam | 23 februari 2021

Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.

‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken. 

Kritiek moment

‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’ 

The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen, zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen. 

Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’  

Burgeroorlog

Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’

Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden. 

‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’

Probleemvrouw

Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.

Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren. 

‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’

Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’

‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.

Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen

Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.

‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’

Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.

‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’

De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.

Uiterste voorzichtigheid

Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’. 

In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen. 

‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’

Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’

‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.

De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.

Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?

Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat. 

‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’

Impopulair besluit

‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’

Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’

Niet veel vertrouwen

Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.

De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.

Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.