• Mada Masr
  • Reader
  • Zakenman daagt regime uit op sociale media

Zakenman daagt regime uit op sociale media

Mada Masr | Leila Arman | 10 december 2019

Mohamed Ali (een andere) plaatst video’s op sociale media waarin hij de corruptie van het Egyptische regime aan de kaak stelt. Dat doet hij overigens niet als deugdzame activist, maar meer als corrupte zakenman, een held uit een B-film die zijn geld terug wil.

Mohamed Ali in een van de YouTube-filmpjes waarin hij fulmineert tegen het Egyptische regime. Hij beweert  dat de overheid hem  220 miljoen Egyptische pond schuldig is. –  © YouTube
Mohamed Ali in een van de YouTube-filmpjes waarin hij fulmineert tegen het Egyptische regime. Hij beweert dat de overheid hem 220 miljoen Egyptische pond schuldig is. – © YouTube

Vóór 2 september van dit jaar was de Egyptenaar Mohamed Ali een ambitieuze maar vrij onbekende acteur. Toen hij in 2016 zijn nek had uitgestoken en de film Elbar El Tani (Other Land) had geproduceerd, waarin hijzelf de hoofdrol speelde, was hij voor 27 miljoen Egyptische pond [1,5 miljoen euro] het schip in gegaan.

Niemand herinnert zich die film nog. Maar op die tweede september stapte hij plotseling in de schijnwerpers met een video op zijn Facebookpagina waarin hij 220 miljoen Egyptische pond terugvroeg die de staat hem schuldig zou zijn voor aannemersdiensten die hij bij bouwprojecten had geleverd. Daarna verschenen nog meer video’s met titels als ‘de corruptie van de militaire elite en het Egyptische staatshoofd’.

Ali weet alles goed in beeld te brengen. Zijn eerste video begint hij met: ‘Sorry, u moet het me maar vergeven. Ik heb mijn aannemerspraktijk altijd gescheiden gehouden van mijn acteerwerk, maar ze hebben me geen andere keus gelaten.’

Gewiekste ondernemer

Ali’s personage in zijn video’s is dat van de stoere en gewiekste ondernemer met een neus voor zaken. Een selfmade man die met zijn geld strooit en zichzelf rijkelijk verwent. Een gretige charmeur. Maar hij is ook iemand die zijn spierballen laat rollen, een streetwise vechtersbaas, keihard, grof in de mond en als het moet een echte schurk. Hij draait met zijn ogen en fronst zijn wenkbrauwen. Schampert spottend, vloekt en rookt. Praat openhartig en neemt geen blad voor de mond. Terwijl hij aan het woord is, zit hij wat te krabbelen met een pen (‘Sorry, ik teken graag als ik praat’). Als hij rookt, blaast hij de rook recht in de camera.

Mohamed Ali ziet eruit als een geraffineerde modieuze macho: met zijn strakke shirt en accessoires, zoals een pakje sigaretten – vaak Marlboro Red of LM Blue – en een volle sleutelbos die met een dreun neerkomt als hij hem op tafel kwakt, voordat hij een shisha bestelt, vermoedelijk in het gladde, poenige Mohandiseen [een wijk met veel nieuw geld in Caïro].

Ali is niet alleen iemand die succesvol stijgt op de sociale ladder, hij zet zichzelf ook graag als product in de markt. Bij hem thuis hangt een portret van hemzelf in faraokledij; een belangrijk onderdeel van zijn imago is de associatie met het symbool van de farao. Op Facebook plaatst hij berichten over zijn succes in Europa onder het kopje ‘de opkomst van de farao in Europa’.

Op het filmfestival van Caïro maakte hij een flitsende entree door voor te rijden in een limousine omringd door bodyguards. Op de sociale media onderbouwt hij nauwgezet zijn status als influencer, door bijvoorbeeld foto’s te posten waarop hij de Luxembourg Peace Prize in ontvangst neemt voor Other Land.

Dat profiel schuurt met het personage uit zijn video’s, dat van de vertrapte maar eerzame held die het wespennest binnengaat en, verbijsterd door de kolossale omvang van de corruptie die hij aantreft, de overheid flink de waarheid zegt. Kijkers werden in verwarring gebracht: hij is dus geen arme, eerlijke sloeber. Hij is rijk, schatrijk zelfs. Hij staat op de foto naast zijn Ferrari, hij produceert films met een enorm budget en het kan hem niets schelen als die floppen. Hij vertelt zijn volgers dat hij in Spanje een villa en twee auto’s heeft gekocht om zijn kinderen hetzelfde comfort te bieden als thuis. Bovendien, en dat is nog het belangrijkste, heeft hij vijftien jaar lang samengewerkt met de militairen en is daar rijk van geworden. Toen ze hem dwarszaten, besloot hij terug te slaan. Maar geld was zijn enige drijfveer.

Trope

Ali is niet de klassieke held, en ook is hij niet de geschoolde ambitieuze man uit de middenklasse die in opstand komt tegen de onderdrukking. Ali’s strijd is een strijd die de kern raakt van het recht op rijkdom en waarbij berusting geen optie is: geef me mijn geld.

De trope die hij gebruikt, en waarvoor een groot deel van het publiek ontvankelijk is, maakt deel uit van een nieuwe realiteit waarin wordt gebroken met het klassieke verhaal van de deugende man in de reguliere Egyptische drama’s van na de onafhankelijkheid in 1922. We mogen dan arm zijn, maar we leiden tenminste een fatsoenlijk leven. Troost van en solidariteit met de onderklasse werd ondersteund door de nieuwe staat als waarborg voor sociale controle en klassendiscipline. De retoriek was ook een manier om de publieke discussie over klassenconflicten te beheersen door de moraal boven welk materiële conflict dan ook te stellen. In klassieke Egyptische drama’s wordt het evenwicht in het universum alleen hersteld doordat de hoofdpersoon zich schikt in zijn klassenpositie: houd uw geld maar, meneer, is de boodschap; we hebben het weliswaar niet breed, maar we kunnen ’s nachts slapen en dat is genoeg.

‘Ja, we zijn arm, maar Egypte is de moeder van de wereld’

Die associatie bereikte zijn hoogtepunt in de jaren tachtig tijdens de nasleep van de ‘opendeurpolitiek’ van Anwar Sadat [president van Egypte van
1970-1981], toen de pogingen om de eigen levensstandaard te verhogen onvermijdelijk gepaard gingen met het verlies van morele waarden. In drama’s werd dit neergezet als een opstand tegen een cultuur van consumeren en uiterlijke schijn en het afstand nemen van Sadats liberaliseringspolitiek, die de gevestigde middenklasse bedreigde.

Retoriek

De retoriek van de eer werd ook toegepast om de oude middenklasse gerust te stellen. De held wordt verleid en onder druk gezet om toe te geven aan zijn ambities om op de maatschappelijk ladder omhoog te klimmen, wat noodzakelijkerwijs inhoudt dat hij zijn eer verliest. Dan valt hij ten prooi aan de verleidingen van zwarthandelaren, aannemers, makelaars en tussenpersonen.

Na 2011 veroorzaakte het verhoogde gevoel van instabiliteit een scherpe polarisatie. Elk filmgenre werd steeds meer toegesneden op een specifiek publiek, bepaald door klasse en opleiding, wat leidde tot een verschuiving in het archetype van de dramatische held. El-Sobky Film Production, verantwoordelijk voor mainstreamproducties, bracht films uit voor de arbeidersklasse waarin de arbeidersheld een outsider speelde zonder respect voor de wet en de autoriteiten. Zo betrok het productiehuis een sociale groep in de film die in de marge van de samenleving en buiten de bestaande klassen leeft.

In deze films werd meedogenloos geweld een geaccepteerd middel om zich te manifesteren of om zijn recht te krijgen. In een bepaald opzicht betekende deze trend de ontmanteling van de trope van de geschoolde maar arme deugende man, die plaatsmaakt voor de verbeten held die weet hoe hij kan krijgen wat hem toekomt.

Staatsgreep

Na de staatsgreep van maarschalk Abdel Fatah al-Sisi, in de zomer van 2013, werd een nieuw element toegevoegd aan deze verandering: de arbeidersheld, die ontevreden is met zijn lot, probeert nu actief rijk te worden, hoe dan ook. De held is schaamteloos in zijn verlangen om rijkdom te vergaren. Hij pronkt met zijn weelde, wordt afgebeeld naast zijn nieuwe auto of in zijn paleisachtige huis. Het tonen van macht, geld en masculiniteit is een houding die langzaam in de hele maatschappij te bespeuren valt.

Dit is precies ook het archetype dat Ali laat zien in de video’s die hij post op de sociale media: dat van een jonge man uit een arbeidersmilieu die opstijgt uit het niets en een fortuin weggrist uit de bek van de leeuw. Hij maakt zijn universitaire studie niet af – hij werkt vijftien jaar samen met het leger en wordt zo miljonair. Hij koopt een Ferrari en filmt zichzelf terwijl hij door opspattend water racet. Hij laat zich fotograferen terwijl hij paardrijdt. Zijn Facebookpagina staat vol met smaakvolle foto’s van hem terwijl hij zich thuis chic gekleed ontspant met een kop koffie.

Tegelijkertijd is hij echt een man, een stoere gast. Hij trekt van leer, vloekt, rookt en laat zijn borsthaar zien. Hij gaat in de video tekeer alsof het een vechtpartij is. Als er video’s worden gelekt waarin hij met meisjes in een nachtclub zit of met jonge vrouwen in een café die in gebroken Arabisch ‘Ik hou van jou, Mohamed’ tegen hem zeggen, neemt de bewondering onder zijn volgers alleen maar toe. In zijn video’s slingert hij veelvuldig vulgaire beledigingen de wereld in en overschrijdt hij schaamteloos alle fatsoensnormen die meestal in de media worden gehanteerd.

‘Natuurlijk ben je geschokt. Je zegt: wie is die gast?’ Nu heb je een probleem. Ik ben geen liberaal, behoor niet tot de Broederschap. Ik ben geen vrijdenker. Ik ben een arbeidersjongen.’ (derde video, 4 september 2019)

Ali is een kind van de wereld na 2013, de wereld van het pure conflict, ontdaan van iedere symbolische intermediair. Als hij in een strijd over geld verwikkeld raakt, zegt hij: ‘Ik wil mijn geld.’ Hij ontleent geen wijsheid of troost aan de retoriek van de eer – hij wil alleen zijn poen, en wat maakt het uit hoe hij eraan is gekomen. Hij wil het fortuin waar hij recht op heeft en wil niet worden afgescheept met symbolische troost. Ook is hij er niet van overtuigd dat zijn sociale status en materiële strijd een door God gegeven lot zijn waaraan hij zich moet onderwerpen. Toen hij werd opgelicht en in een meningsverschil met de leiders van het land belandde, accepteerde hij dat niet zwijgend. Hij besloot met gelijke munt terug te betalen en in een directe confrontatie een woordenstrijd met de president aan te gaan.

Foto 1: Mohamed Ali bij de première van Elbar El Tani (Other Land).  Foto 2: Ali krijgt de Luxembourg Peace Prize uitgereikt.– © Luxembourg Peace Prize
Foto 1: Mohamed Ali bij de première van Elbar El Tani (Other Land). Foto 2: Ali krijgt de Luxembourg Peace Prize uitgereikt.– © Luxembourg Peace Prize

Eer

In zijn video’s gebruikt Ali het concept ‘eer’ om zich met zijn tegenstander te meten – ‘Je bent geen eerzame man’, zegt hij – maar de strijd is ontdaan van iedere symboliek. Het gaat niet om morele principes en er bestaat geen verheven concept dat zijn vraag om contanten weergeeft. Ook speelt hij niet de degelijk opgeleide, uit de middenklasse afkomstige man met een goed ontwikkeld moreel kompas. Moraal is niet belangrijk.

Het regime is niet alleen geobsedeerd door beeldvorming, het wil er controle over hebben.

Het maakt niet uit of hij een rokkenjager of een geschoold iemand is uit een keurige familie. Dat is allemaal niet belangrijk, en hij probeert niet eens te doen alsof. Het gaat hier niet om een moreel thema – ware liefde, bij voorbeeld – maar om Egyptische ponden. Het is een gevecht om geld. En dat past precies bij een tijd waarin symbolische representaties van het bestaan van de staat – concurrerende kiesdistricten die zich met politiek bezighouden, of met een schertsvertoning daarvan – zijn vervaagd.

Wraak

In de video’s is de retoriek van de eer niet een van troost (we zijn tevreden omdat we eerzaam zijn), maar van recht hebben op (jullie zijn niet eerzaam, omdat jullie ‘ons’ geld hebben gestolen en wij hebben er recht op). Er wordt openlijk gepronkt met de rijkdom; die wordt als rechtmatig verkregen beschouwd.

Tegelijkertijd verandert Ali zijn persoonlijke gevecht in een strijd tegen de heersende macht. De wraak van de onderliggende klasse is bij hem een fundamenteel thema: de corrupte rijke schoften hebben ingepikt wat van hem was en hij wil het terug. Ali biedt zijn publiek een spannende, onthullende soap waarin hij zijn tegenspelers in diskrediet brengt (‘Jouw vrouw wil niet in Suzanne Mubaraks bed slapen; daarom wilde ze dat de boel voor 25 miljoen Egyptische ponden werd gerenoveerd’, ‘Hij begroef zijn moeder van mijn geld’.) Dat is precies het juiste scenario als je te maken hebt met een zelfverklaard eerzaam iemand. Morele pretenties verbergen altijd iets en een schandaal is de enige manier om dat bloot te leggen.

Maar zijn video’s verhullen het materiële conflict niet als een moraliteit. Ali is niet de leider in een volks- of klassenstrijd, maar hij zet een personage neer dat geliefd is bij de arbeidersklasse. Hij is geen vertegenwoordiger van de mensen van het volk en zijn video’s geven ook niet noodzakelijkerwijs een beeld van hen. Maar hij vertegenwoordigt wel een type dat ze bewonderen, en omdat het een strijd is van beelden, kunnen ze net zo goed het gevecht aangaan als dit personage. Ali zet zijn strijd tegen Sisi neer als een volksdrama, de gewone man tegen de president als zijn rijke corrupte tegenspeler. De ‘aannemer tegen de president’ wordt dus gepresenteerd als een persoonlijk conflict: Ali als de criminele outsider, Sisi als de nasseristische staat.

Sisi’s staat spant zich tot het uiterste in om zich te presenteren als de definitieve belichaming van de staat die bij de revolutie van 1952 werd gevestigd. Ironisch genoeg – of misschien ook wel logisch genoeg – wordt het regime eigenlijk alleen gedreven door pure machtshonger. De mensen aan de top zijn bovenal erop uit om voordeel te halen uit de privileges van de status quo, om zo hun belangen uit te buiten en hun fortuin optimaal en snel te vergroten. Zodoende is het regime niet alleen meer een politieke autoriteit, maar een echte plutocratische klasse, die geen behoefte heeft aan zakenpartners. Die klasse verdeelt de rijkdommen onderling.

Tegelijkertijd hanteert het regime de morele retoriek van de eer om het de arbeidersklasse te bemoedigen: ja, we zijn arm, maar Egypte is de moeder van de wereld. Zo proberen ze het conflict te ontdoen van iedere materiële dimensie. Vanwege dergelijke morele pretenties
is het regime natuurlijk geobsedeerd door beeldvorming. Ze verspreiden maar al te graag foto’s van het ‘nieuwe’ Suezkanaal, de nieuwe hoofdstad, nieuwe steden, dagenlange jongerenconferenties die de huidige Egyptische jeugd in een eerzaam daglicht stellen; ze laten het oude personeel bij de pers afvloeien om plaats te maken voor goed opgeleide, presentabele journalisten.

Maar het regime van Sisi is niet alleen geobsedeerd door beeldvorming, het wil er ook de controle over hebben. Dus heeft de overheid die controle, in geschrift en beeld, tot prioriteit verheven. Daarom heeft de staat de wereld van de media, televisie, film en het toneel overgenomen om zo de totale controle te hebben. De inlichtingendienst, geleid door Sisi’s voormalige stafchef Abbas Kamel, heeft de Egyptian Media Group verworven, die op zijn beurt het merendeel van de dramaproductiebedrijven heeft opgeslokt. De overheid kocht commerciële satellietzenders op, sloot kranten en blokkeerde honderden websites.

De president zelf is voortdurend bezig een bepaald beeld van zichzelf te promoten en belichaamt de rol van de dramatische held die zo geliefd is bij de nasseristische staat: arm (‘Er stond acht jaar lang alleen maar water in mijn koelkast’), eerzaam (‘Bouw ik die paleizen voor mezelf? Nee, dat doe ik alleen maar voor Egypte’) en goed opgeleid (‘Goed onderwijs is het belangrijkste’). Een eenvoudig ambtenaar. Hij heeft geprobeerd dat personage in zijn toespraken te verwerken (‘Uw eerzame zoon is een trouwe ambtenaar’), maar dat werkt niet meer.

Hyperrealisme

Nu is het de tijd van het hyperrealisme. Het beeld legt niet langer de werkelijkheid vast, het simuleert de realiteit die daarmee opnieuw vorm wordt gegeven. Het krachtigste beeld kent geen opsmuk, is ontdaan van iedere televisieglamour omdat het gaat om echtheid. Livevideo is het sterkst. Niet alleen spreekt Ali openhartig en zonder metaforen, hij geeft ons live een beeld dat zich aandient als een simulatie van de waarheid. Sisi leeft nog in een vorig tijdperk, toen een foto een registratie van de werkelijkheid was en kon worden gebruikt voor een eerzaam portret van hemzelf, de staat en de jeugd – een glamourachtig portret. Ali is virtuele werkelijkheid.

‘Ik doe niet aan post-production of editing. Dat gedoe interesseert me niet. Ik ben een man uit Agouza die de dingen zegt zoals ze zijn, gewoon een gast uit een arbeidersmilieu, net als iedereen.’ (eerste video, 2 september 2019)

In de hyperrealiteit vervaagt de grens tussen werkelijkheid en verbeelding en daarmee ook het vermogen om feit van fictie te onderscheiden. We weten niet echt wat er aan de hand is, maar we hebben absoluut het gevoel dat er íéts aan de hand is.

In deze retoriek beweegt Ali zich van het persoonlijke naar het universele: niet alleen mijn geld, maar het geld van het hele land. Hij zet een realistisch dramatisch personage neer en vraagt vervolgens aan zijn publiek om samen met hem de held te spelen, om dit ‘frame’ in te gaan. En dat doen ze.

Uiteindelijk is de dramatische confrontatie tussen de dissidente aannemer en het Sisi-regime te direct – grof en belachelijk. Als het niet waargebeurd was, zou het het gekunstelde einde van een banale film kunnen zijn: de staat controleert de toegang tot alle beelden en dan rijst een geest op uit de krochten van Facebook. De staat bewerkt haar eigen foto’s uiterst nauwgezet, maar krijgt last van livevideo’s met onverbloemde taal die worden gefilmd met een niet-professionele camera. Het symbolische discours draait om het concept ‘eer’, terwijl ‘het schandaal’ het onderliggende thema is. Het gaat om een projectontwikkelaar en filmproducer wiens president van theater houdt (‘Wilt u acteur worden?’ vraagt Ali aan Sisi), en dan wordt de Egyptische staat gedwarsboomd door de aannemer die B-acteur is geworden. Een staat gegrondvest op het regisseren van het perfecte beeld, wordt beentje gelicht door de sidekick die de show steelt.

Leila Arman

Mada Masr
Egypte | website | madamasr.com

Een Egyptisch blog dat onder auspiciën staat van de journalisten van de Egypt Independent (de Engelse versie van Al Masry al-Youm). ‘Mada Masr’ betekent: over Egypte.

Dit artikel van Leila Arman verscheen eerder in Mada Masr.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.