• The Spectator
  • Politiek
  • 6. Stop de domme provocaties tegen Rusland

6. Stop de domme provocaties tegen Rusland

The Spectator | Londen | Rod Liddle en Robert Fisk | 11 november 2016

Volgens de bekende Britse journalist en polemist Rod Liddle is het Westen op een onnozele manier bezig om Rusland en Poetin zwart te maken. En vergeet het daarbij even de eigen fouten in Oekraïne, Syrië en Irak.

Al een paar weken vraag ik me af wat goedkoper zou zijn: een kelder uitgraven en een geigerteller en jodiumpillen kopen, of emigreren naar Nieuw-Zeeland. Je kunt me een angsthaas noemen, maar de kant die we opgaan bevalt me helemaal niet. Ik heb alleen de laatste jaren van de Koude Oorlog bewust meegemaakt, maar voor zover ik me kan herinneren toonden beide kanten, wij en zij, meestal wel een zekere mate van redelijkheid en gezond verstand.

Ik heb liever dat een politicus pragmatisch is dan charismatisch, en als je me zou vragen wie mijn favoriete Russische politicus is, zou mijn antwoord dan ook altijd zijn: Brezjnev. Liever Brezjnevs grijze, verstikkende onverschilligheid en detente, dan Chroesjtsjov in zijn rol van onberekenbare boer die met de vuist op tafel slaat.

Als Reagan in die tijd voor een microfoon aankondigde: ‘Over vijf minuten beginnen we met bombarderen’, snapte iedereen dat hij een grapje maakte. Als er nu een idioot parlementslid opkrabbelt en eist dat we Russische vliegtuigen gaan neerschieten, snapt iedereen dat hij geen grapje maakt, maar gewoon stompzinnig en gevaarlijk bezig is. Alleen, dit is een oorlogszuchtige stompzinnigheid die snel om zich heen grijpt. Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger. Soms komt die retoriek vanuit onze krijgsmacht, die zich misschien beter op haar gemak voelt met een vijand die ze begrijpt dan met allerlei bendes nihilistische, jihadistische gekken. Dan worden we gewaarschuwd dat de Russen Iskander-raketten in de buurt van de Baltische kust stationeren, om Letland, met zijn grote Russische minderheid, en Polen te bedreigen. En dan vertellen de tabloids ons elke dag dat Russische straaljagers telkens weer langs onze kust op en neer vliegen. Alsof ze dat niet al zeventig jaar doen. En alsof wij niet al zeventig jaar hetzelfde doen bij hen.

In Syrië en Irak vechten we om mensen te ondersteunen die niet echt bestaan: de goedwillende, gematigde mensen, niet de jihadisten, maar ook niet Assad. Ze zijn op de vingers van één hand te tellen

Van een krijgsmacht kun je dit soort zaken verwachten, neem ik aan. Maar als er ook politici aan boord klauteren, word ik echt ongerust. Want het is ónze kant die me bang maakt – niet de hunne. Boris Johnson, onze minister van Buitenlandse Zaken, riep als een clowneske ayatollah mensen op om te gaan demonstreren bij de Russische ambassade. Hiermee reageerde Boris op de inderdaad barbaarse luchtaanval van de Russen en het Syrische regeringsleger op Aleppo. Een week later ongeveer begon het Westen met chirurgische precisie in het laatste Iraakse IS-bolwerk, Mosul, mensen met echt volle baarden eruit te pikken en aan flarden te bombarderen, waarbij de fatsoenlijke, democratisch ingestelde burgers ter plaatse heel menselijk en barmhartig werden gespaard en natuurlijk zonder een schrammetje het bombardement overleefden.

Slikken mensen die onzin? De VN en het Internationale Comité van het Rode Kruis hebben gewaarschuwd dat door de glorieuze inname van Mosul meer dan een miljoen mensen op de vlucht zullen slaan – en waarschijnlijk honderden mensen zullen omkomen. Maar als dat gebeurt, is het niet de schuld van de coalitie, het is de schuld van IS, of van wraakzuchtige sjiitische Iraakse soldaten, of van de bloeddorstige peshmerga. Wij hebben niks gedaan, chef.

Wat de coalitie doet in Syrië en Irak, is net zo onsamenhangend en verkeerd als alle andere dingen die we de afgelopen tijd in het Midden-Oosten hebben gedaan – van de invasie in Irak en de steun aan de opstanden van de enigszins imaginaire ‘Arabische lente’ tot de rampzalige en domme interventie in Libië. Wat wij uit naam van een dwaas, goedbedoeld, liberaal evangelisme hebben gedaan, heeft veel meer levens gekost dan we op het conto van de Russen en Vladimir Poetin kunnen bijschrijven. In Syrië en Irak vechten we om mensen te ondersteunen die niet echt bestaan: de goedwillende, gematigde mensen, niet de jihadisten, maar ook niet Assad. Ze zijn op de vingers van één hand te tellen.

© Tammo Schuringa
© Tammo Schuringa

Een tijdje geleden sprak ik iemand die voor de vluchtelingen in die twee ongelukkige landen werkt en die zeker geen vriend is van het Assad-regime. Wat zou nu het beste scenario zijn, vroeg ik hem. ‘Dat Rusland en Assad zo snel mogelijk winnen. Dan worden de minste burgers gedood.’ Maar wij doen wat we kunnen om die uitkomst te voorkomen, en verlengen zo de oorlog.

Toen in de uitermate lichtgelovige westerse media de strijd om de bevrijding van Mosul werd aangekondigd, zei Vladimir Poetin te hopen dat de coalitie haar best zou doen om het aantal burgerslachtoffers als gevolg van de militaire acties te beperken; maar hij zei ook dat hij begreep dat een oorlog winnen soms onschuldige levens kost en dat hij niet zou gaan stampvoeten of iedereen zou oproepen om te gaan demonstreren bij de dichtstbijzijnde Amerikaanse of Britse ambassade.

Kort nadat hij zijn verklaring had afgelegd, kondigden de Russen en de Syrische regering – uit humanitaire overwegingen – een staakt-het-vuren af in en rond Aleppo, zodat burgers zich via zes goed bewaakte corridors in veiligheid konden brengen. Dus terwijl de luchtmacht en de artillerie van de coalitie Mosul bombardeerden, kondigde Poetin zijn staakt-het-vuren af. En misschien is ook dat een reden voor de anti-Russische razernij van onze regering en de zwakke, angstige Amerikaanse regering – Poetin is sluw. Hij wint op zijn sloffen de propagandaoorlog.

Jachtseizoen

Het jachtseizoen op al wat Russisch is, is nu al een tijdje geopend. Hun atleten spelen vals en worden uitgesloten van sportevenementen. De onze slikken ondertussen prestatieverhogende medicijnen tegen de astma die ze anders de winst in de Tour de France zou kosten. De VS beschuldigen Poetin ervan dat Rusland een cyberoorlog voert om de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Maar moeten we soms geloven dat de VS géén geheime cyberoorlog voert?

En dan is er Russia Today, dat nu naar de frontlinie is gedrongen. De Britse bank NatWest, grotendeels staatseigendom, heeft in serieuze, plechtige bewoordingen aangekondigd de bankrekeningen van deze in Groot-Brittannië gevestigde, door Rusland gefinancierde zender te zullen bevriezen. Verdomd, dat hebben we met de Pravda nooit gedaan. NatWest moest inbinden toen Russia Today – niet geheel ten onrechte – over beperking van de vrijheid van meningsuiting klaagde en dreigde dat de bankrekeningen van de BBC-poot in Rusland bevroren zouden worden. Onze regering ontkende glashard de hand te hebben gehad in het oorspronkelijke besluit van NatWest – ja hoor – en een woordvoerder van premier Theresa May voegde daar nogal onhandig aan toe: ‘Als je het breder bekijkt: willen we voorkomen dat er onjuiste informatie wordt verspreid? Ja, natuurlijk willen we dat.’

Dus het is nogal duidelijk, nietwaar? De regering is hier wel degelijk direct bij betrokken. We proberen een zender dwars te zitten en liefst kapot te maken, omdat die iets uitzendt waar onze regering het niet mee eens is. Ik dacht altijd dat dat iets van de Russen was, dissidenten de mond snoeren? En toch, Russia Today mag dan standaard Poetins wandaden goedpraten, hun nieuwsuitzendingen onthullen soms een waarheid die anders verborgen zou zijn gebleven. Dan is het probleem niet dat ze desinformatie verspreiden, maar dat Russia Today juiste informatie verspreidt die de Britse overheid slecht uitkomt. Is de zender onbevooroordeeld, is hij onpartijdig, biedt hij altijd nuance en wederhoor? Nee, nee en nog eens nee. De BBC wel?

We demoniseren Poetin en zijn land op een oorlogszuchtige, eenzijdige manier en we negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting

Sommige Britten, vooral mannen van ongeveer mijn leeftijd, hebben een zekere neiging om Vladimir Poetin te bewonderen, voornamelijk vanwege zijn daadkracht en ultraconservatisme. Het Westen blijft tobben, maar Poetin treedt op – en misschien vergeven we hem daarom zijn homofobe oprispingen (of prijzen hem er zelfs om).

Ik ben geen lid van deze ontluikende Britse fanclub. Het is gemakkelijk om daadkracht te tonen als je niet gehinderd wordt door democratie – zoals Poetin. Die is volgens mij amoreel, meedogenloos en oorlogszuchtig. En ik weet niet hoe diep zijn vreemde machismo van de-man-die-naakt-met-een-beer-worstelt gaat, of in hoeverre dat voor de show is. Dit is mijn zorg: wij provoceren en provoceren, we verdraaien de feiten tot ze in ons straatje passen, we demoniseren Poetin en zijn land op een oorlogszuchtige, eenzijdige manier en we negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting – in Oekraïne, in Syrië en in Irak.

Ik hoop vurig dat Poetins oorlogszucht alleen maar een act is op het internationale toneel, en dat hij bij lange na niet zo dom is als Boris Johnson. Aan die hoop klamp ik me vast, voordat ik die tickets naar Wellington boek. Want het zou best ijdele hoop kunnen zijn. En het zou kunnen dat hij verder wordt gedreven dan hij kan verdragen.
Voor een deel hebben we Poetin natuurlijk zelf geschapen. Je kunt een land niet in vijf of zes korte jaren zijn imperium, zijn politieke systeem en reden van bestaan, zijn industrie, zijn banen, zijn geld, zijn prestige en status in de wereld afnemen, en niet verwachten dat daarvoor iets terugkomt, een bepaalde hunkering naar het leven van vroeger, het verlangen naar een Stalin-light. Een hunkering naar Poetin. Het is een gemiste kans dat we Rusland halverwege de jaren negentig niet met liefde hebben overladen en niet hebben uitgenodigd om lid te worden van de NAVO. Het gevolg is dat we nu een antwoord moeten vinden op Poetin. En dat lukt ons niet. We verliezen het aan alle kanten.

Auteur: Rod Liddle
Vertaler: Annemie de Vries

The Spectator
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 76.950

Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

Dit artikel van Rod Liddle en Robert Fisk verscheen eerder in The Spectator.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.