• Apollo Magazine
  • Selectie van de week
  • Een kleurensleutel voor de natuurwereld: van mageremelkwit tot kruidnagelbruin

Een kleurensleutel voor de natuurwereld: van mageremelkwit tot kruidnagelbruin

Uit: Nature’s Palette: A Colour Reference System from the Natural World
Apollo Magazine | Londen | Max Norman | 02 september 2021

Tweehonderd jaar geleden publiceerde Patrick Syme een baanbrekend naslagwerk over kleur en de oorsprong ervan in de natuur. Onder redactie van verfhistoricus Patrick Baty verscheen een herdruk ‘barstensvol afbeeldingen, boordevol informatie en met een bijna manische, onbedwingbare energie’.

Wist je dat de schoonheidsvlek op de vleugel van een wilde eend precies dezelfde kleur heeft als de meeldraden van een blauwachtig paarse anemoon, en als blauwe kopererts? Of dat de gewone opaal dezelfde kleur heeft als de achterkant van de bloemblaadjes van de blauwe Hepatica en het wit van de menselijke oogbol? ‘Mageremelkwit’ noemde de Schotse wetenschappelijk kunstenaar Patrick Syme dat in zijn boek uit 1814: Werner’s Nomenclature of Colours, with Additions, Arranged So as to Render It Highly Useful to the Arts and Science, Particularly Zoology, Botany, Chemistry, Mineralogy, and Morbid Anatomy.

Syme werd wel de bloemenschilder van Edinburgh genoemd; hij werkte voor de Wernerian Natural History Society van die stad. Zijn boek is nu herdrukt, uitgebreid en van commentaar voorzien en verscheen als Nature’s Palette: A Colour Reference System from the Natural World, onder redactie van Patrick Baty. Symes boek was zelf al een herziening van het standaardwerk voor de identificatie van mineralen in die tijd, geschreven door de naamgever van de Society: geoloog en mijnbouwingenieur Abraham Gottlob Werner.

Werner had in zijn boek Von den äusserlichen Kennzeichen der Fossilien (Over de uiterlijke kenmerken van fossielen), waarvan de eerste druk in 1774 verscheen, een methode opgesteld om stenen en mineralen te onderscheiden aan de hand van de vijf zintuigen. Kleur, zo vond Werner, is de eigenschap die wij als eerste opmerken, maar, zoals Peter Davidson uitlegt in zijn doorwrochte essay over Werners carrière en invloed, er bestond geen gestandaardiseerd vocabulaire om de tint van een mineraalmonster te beschrijven.

Symes kleurentaal duikt op in ‘Zoology Notes’ van Charles Darwin

Dus probeerde Werner er een te creëren: in zijn boek gaf hij een lijst van 54 kleuren die in het laboratorium of in het veld gebruikt konden worden. Hij verdeelde die kleuren in acht categorieën, of Hauptfarben: wit, grijs, zwart, blauw, groen, geel, rood en bruin. Deze kregen dan een beschrijvend woord mee, net zoals de binominale classificaties die eerder in de achttiende eeuw door Carl Linnaeus waren ontwikkeld. Dat beschrijvende woord was een samentrekking met een andere kleur, zoals in ‘rossigwit’, of met een bekend pigment of natuurverschijnsel, zoals in ‘karmozijnrood’ of ‘hemelsblauw’. Elke kleur kon ook nog een extra aanduiding meekrijgen, zoals donker, helder, licht of bleek. Dit leverde in totaal 216 afzonderlijke kleuren op – genoeg, zo dacht Werner, om alles te beschrijven wat je uit de grond kunt opgraven.

Maar Werner gaf er geen illustraties bij. Was je een doorgewinterde stenenverzamelaar, zoals Goethe, of een hoogleraar met de beschikking over een mooie universiteitscollectie, dan had je misschien je eigen mineralen als referentie. Maar voor de minder bevoorrechten, of de minder goed voorbereiden, kon het lastig zijn om precies te snappen hoe ‘kruidnagelbruin’ verschilde van, zeg, ‘tombakbruin’, of wat Werner precies bedoelde met het poëtische ‘morgenrood’ (Morgenrot).

Met de diverse vertalingen van Werners werk (interessant genoeg was de eerste in het Hongaars) breidde de lijst kleuren zich langzaam uit en in sommige edities kwamen er ook illustraties bij. Maar Syme, die sterk werd beïnvloed door Robert Jameson, hoogleraar natuurhistorie in Edinburgh en overtuigd werneriaan, pakte het veel ambitieuzer aan. Zoals zijn heerlijk lange titel al duidelijk maakt, wilde hij dat zijn boek niet alleen nut had voor ervaren mineralogen. Omdat hij zelf niet alleen geïnteresseerd was in mineralen maar ook in planten en insecten, wilde hij iets maken dat als breder naslagwerk kon dienen: een kleurensleutel die de hele natuurwereld bestreek. Niet alleen voegde hij een aantal kleuren aan Werners systeem toe en breidde hij het aantal Hauptfarben uit van acht naar tien, hij verwees waar mogelijk ook bij elke kleur naar voorbeelden uit het dieren- en plantenrijk.

Nature’s Palette

De elegante tabellen stralen het rustige zelfvertrouwen uit dat zo kenmerkend is voor veel pogingen tijdens de Verlichting om de wereld in kaart te brengen. Ze vormen de basis van Nature’s Palette. Alle vijf secties van het boek openen met facsimiles van een of meer van Symes tien kleurentabellen, gevolgd door een geschiedkundig essay en vervolgens een wandeling langs alle 108 afzonderlijke kleuren in Werner’s Nomenclature of Colours. De redacteuren hebben ook kleurenstalen opgenomen, plus Symes recepten voor het mengen van de kleuren. Bovendien hebben ze illustraties uit die tijd opgespoord van alle dieren, planten en mineralen die Syme noemt, ook in de gevallen dat Syme zelf geen parallel kon vinden.

Het resultaat is een boek barstensvol afbeeldingen, boordevol informatie en met een bijna manische, onbedwingbare energie. Naast de enorm uitgebreide kleurenindex vind je in Nature’s Palette ook grafieken die de groei van Werners oorspronkelijke lijst laten zien, met vrijwel elke opeenvolgende toevoeging. Er staan paginagrote foto’s van naturalia in die het belang van kleur voor zo’n beetje elke ‘ologie’ aantonen: nauwgezet uitgestalde verzamelingen eieren en schelpen, opgezette vogels in glazen stolpen, rijen scarabeeën. Alles bij elkaar bevat het boek zo’n duizend illustraties. Hoewel de heldere toon van de essays in het boek je misschien van het tegendeel probeert te overtuigen, is Nature’s Palette gewoon volkomen waanzinnig.

In hun bijdragen laten natuur- en kunsthistorici Elaine Charwat, Giulia Simonini en André Karliczek zien hoe groot Werners belang voor de natuurwetenschappen is geweest – zijn invloed wordt wel de ‘werneriaanse straling’ genoemd. Het interessantst is misschien nog wel dat Symes kleurentaal opduikt in de Zoology Notes van Charles Darwin. Op 28 januari 1932 stuitte Darwin bij de Kaapverdische Eilanden op ‘een octopus’ (in werkelijkheid een inktvis). ‘De overheersende kleur van het dier was Fransgrijs met veel heldergele vlekken,’ schreef hij. ‘Over het hele lijf trokken voortdurend wolken, die in kleur varieerden van een “hyacintrood” tot een “kastanjebruin.”’ Nu zou hij gewoon zijn telefoon erbij hebben gepakt.

Nature’s Palette: A Colour Reference System from the Natural World, onder redactie van Patrick Baty, uitgegeven door Thames and Hudson.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.