• Vita e Pensiero
  • Nexus-conferentie: Revolutie van de Hoop
  • Antonio Spadaro: ‘Ook in tijden van internet moeten we over geloof nadenken’

Antonio Spadaro: ‘Ook in tijden van internet moeten we over geloof nadenken’

© Dursun Aydemir / Anadolu Agency
Vita e Pensiero | Milaan | Antonio Spadaro | 19 november 2021

De Italiaanse jezuïet Antonio Spadaro is een van de eersten die onderzocht hoe het internet de manier waarop het geloof beleefd wordt beïnvloedt. In zijn baanbrekende boek Cybertheologia schrijft hij over de impact van de digitale revolutie op religie. Lees de exclusieve vertaling van het voorwoord.

Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De vijfde in de reeks is de Italiaanse jezuïet Antonio Spadaro.

Is the Internet Changing the Way you Think? Dat is de titel van een in 2011 in de Verenigde Staten onder redactie van John Brockman verschenen interviewbundel over de impact van het internet op ons leven. Dat is inderdaad de echte vraag, de enige die we onszelf moeten stellen: verandert het internet onze manier van denken? Recente digitale technologieën zijn niet langer gereedschappen of hulpmiddelen die volledig losstaan van ons lichaam en onze geest. Het internet is geen hulpmiddel, maar een ‘omgeving’ waarin we leven. De ‘devices’, oftewel de apparaten die we daartoe altijd bij de hand hebben (en die vaak ook niet groter zijn dan een hand) en die ons in staat stellen altijd online te zijn, verdwijnen steeds meer, worden lichter, verliezen consistentie en vervagen tegen de achtergrond van de digitale dimensie van het leven. Het zijn open deuren die zelden gesloten worden. Wie zet nog zijn iPhone uit? Die wordt opgeladen, wordt op ‘stil’ gezet, maar wordt zelden uitgeschakeld. Er zijn mensen die niet eens weten hoe dat moet. En als we een smartphone op zak hebben die aanstaat, zijn we continu online. 

En dus wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar hoe het internet ons dagelijks leven en, in algemenere zin, onze relatie met de wereld en de mensen om ons heen verandert. Maar als het internet onze manier van leven en denken verandert, zal het dan niet ook onze manier van denken over, en beleven van, het geloof veranderen (…hetgeen ook al gebeurt)? 

Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

» Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

» Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie

» Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

» Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

Geloof en internet

Die vraag kent voor mij een precies ontstaansmoment. In januari 2010 werd ik door Mgr. Domenico Pompili gevraagd om een lezing te geven op een congres georganiseerd door de Italiaanse Bisschoppenconferentie, getiteld Digital Witnesses. Hij vroeg me om te praten over geloof en internet. Tot dan toe had ik, vanaf 1999, voor La Civiltà Cattolica een aantal artikelen geschreven over afzonderlijke aspecten van het internet en over afzonderlijke sociale netwerken. Daarmee zette ik de traditie van grote betrokkenheid voort van het tijdschrift waarvan ik in oktober 2011 hoofdredacteur werd, een traditie die in gang was gezet door pater Enrico Baragli, een ware pionier in het onderzoek naar massamedia, voortgezet door pater Antonio Stefanizzi met artikelen over nieuwe communicatietechnologieën. 

Toen Mgr. Pompili me benaderde, had ik twee boeken over het onderwerp geschreven: Verbindingen. Nieuwe vormen van cultuur in het internettijdperk (2006) en Web 2.0. Relatienetwerken (2010). Maar zijn uitnodiging bezorgde me toch een ongemakkelijk gevoel. Ik begreep dat hij me met zijn verzoek niet vroeg om een fenomenologische beschouwing over internettools voor evangelisatie, noch om een ​​sociologische bespiegeling over religiositeit op internet. Dat wil zeggen, dergelijke bespiegelingen volstonden mijns inziens niet. Ik herinner me dat ik, toen ik probeerde mijn betoog voor te bereiden, voor het lege scherm van mijn computer zat zonder te weten hoe te beginnen, wat te schrijven. Maar ik snapte wel dat ik een ​​‘theologisch’ betoog moest houden. Dit was het moment om iets te zeggen dat de vrucht was van de cognitieve impuls die van het geloof uitgaat in een tijd als de onze, waarin de logica van het internet haar stempel drukt op onze manier van denken, weten, communiceren, leven. 

Welke impact heeft het internet op de manier waarop er naar de Kerk en de kerkelijke gemeenschap wordt gekeken?

Daarmee drong ik een gebied binnen dat me aanvankelijk nogal onontgonnen en weinig populair toescheen. Bij het zoeken naar literatuur over het onderwerp ontdekte ik dat er inmiddels weliswaar veel geschreven is over de pastorale dimensie, waarin het internet als een instrument van evangelisatie wordt gezien, maar dat er van een systematisch-theologische reflectie daarentegen amper sprake was. Mijn vragen waren: welke impact heeft het internet op de manier waarop er naar de Kerk en de kerkelijke gemeenschap wordt gekeken? En welke invloed heeft het op de manier waarop over de Openbaring, de genade, de liturgie, de sacramenten – en dus over de klassieke thema’s van de systematische theologie – wordt gedacht? Mijn lezing van 23 april 2010 op het congres Digital Witnesses was de eerste stap in een persoonlijke reflectie die nog maar net in gang is gezet. 

De gedachte dat we deze vragen onder ogen moeten durven zien wordt steeds meer gedeeld. Benedictus XVI zelf sprak de deelnemers aan de plenaire vergadering van de Pauselijke Raad voor Sociale Communicatie op 28 februari 2011 als volgt toe: ‘Het is niet alleen zaak de evangelieboodschap te verkondigen in de taal van nu, maar het is ook noodzakelijk de moed op te brengen om, zoals ook is gedaan in andere tijden, dieper na te denken over de relatie tussen het geloof, het leven van de Kerk en de veranderingen die de mens doormaakt. Het is de verplichting om degenen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk te helpen de “nieuwe taal” van de media te begrijpen, te interpreteren en te spreken bij het pastorale werk en in de dialoog met de hedendaagse wereld, en zich af te vragen: voor welke uitdagingen worden het geloof en de theologie gesteld door het zogenaamde “digitale denken”? Voor welke vragen en verzoeken? De communicatiewereld beïnvloedt het hele culturele, sociale en spirituele universum van de mens. Als die nieuwe talen een impact hebben op zijn manier van denken en leven, heeft dat in zekere zin ook betrekking op zijn geloofswereld, zijn intelligentie en zijn expressie. Volgens een klassieke definitie is theologie het begrijpen van het geloof, en we weten dat begrip, opgevat als beschouwende en kritische kennis, niet terugdeinst voor culturele veranderingen. De digitale cultuur stelt nieuwe eisen aan ons vermogen om een symbolische taal te bezigen en te horen die spreekt van transcendentie. Ook Jezus zelf maakte bij de verkondiging van het Koninkrijk gebruik van elementen uit de cultuur en de omgeving van zijn tijd: de kudde, de velden, het feestmaal, de zaden enzovoort. Vandaag de dag wordt ons gevraagd om, ook in de digitale cultuur, symbolen en metaforen te ontdekken die voor mensen betekenisvol zijn, die van nut kunnen zijn bij het tot de hedendaagse mens spreken over het Koninkrijk van God.’

Spirituele blik

Nadenken over geloof in deze internettijd is echter niet alleen reflectie in dienst van het geloof. In werkelijkheid is de inzet zelfs nog hoger en allesomvattender. Als christenen nadenken over internet, is dat niet alleen om te leren hoe ze het goed kunnen ‘gebruiken’, maar ook omdat christenen geroepen zijn om de mensheid te helpen begrijpen hoe ze de diepe betekenis van het internet in Gods plan moeten opvatten: niet als een instrument om te ‘gebruiken’, maar als een omgeving om te ‘bewonen’. Zoals Johannes Paulus II in 2005 schreef in zijn apostolische brief De snelle ontwikkeling: ‘De Kerk, die op grond van de haar door de Heer toevertrouwde heilsboodschap ook leermeesteres van de mensheid is, is zich bewust van haar plicht zelf bij te dragen tot een beter begrip van de perspectieven en verantwoordelijkheden met betrekking tot de huidige ontwikkelingen van de communicatiemiddelen.’ Dit is de grootste bijdrage van de Kerk aan het internet, althans vanuit haar eigen gezichtspunt: de mensheid helpen de diepe betekenis van communicatie en van de media beter te begrijpen. En dat vooral omdat die ‘het geweten van individuen beïnvloeden, hun mentaliteit vormen en hun kijk op dingen bepalen’. In de ontwikkeling van communicatie ziet de Kerk de handeling van God die de mensheid de weg naar vervulling wijst. Het internet, met zijn vermogen om, op zijn minst in potentie, een ruimte voor gemeenschap te zijn, maakt deel uit van de reis van de mens naar deze vervulling in Christus. En dus dienen we met een spirituele blik naar het internet te kijken en daarbij Christus te zien die de mensheid oproept om steeds meer verenigd en verbonden te zijn. 

Ik ben geen socioloog of technicus: ik ben academisch opgeleid in de geesteswetenschappen – eerst filosofie en daarna theologie – en het was de literaire kritiek, waarmee ik me sinds 1994 bezighoudt voor La Civiltà Cattolica, die me ertoe aanspoorde te gaan nadenken over het internet. Het kritisch lezen van poëzie bracht me ertoe me met technologie bezig te houden en de theologie stelde me in staat de juiste nieuwsgierigheid aan de dag te leggen en de juiste categorieën te hanteren om die te begrijpen. Ik putte troost en inspiratie uit de bevindingen van Marshall McLuhan, die de nieuwe media met een vernieuwende blik benaderde, te weten als literair criticus en katholiek denker en niet als socioloog. Vervolgens was het de dichter Gerard Manley Hopkins die me de rol van technologische innovatie hielp begrijpen, was het de jazz die me de rol van sociale netwerken deed begrijpen, waren het theologen – van Thomas van Aquino tot Teilhard de Chardin – die me verlichtten inzake de krachten die de mens actief maken in de wereld door deel te nemen aan de schepping, en die de mens optillen naar een doel dat hoger is dan hijzelf en elk cognitief surplus te boven gaat. Het is de onuitputtelijke zoektocht naar betekenis die me de waarde van de USB-kabel in mijn hand heeft doen inzien. En ik weet dat mijn iPad verband houdt met mijn onuitblusbare verlangen om de wereld te leren kennen, terwijl mijn iPhone me (zelfs als hij op stil staat) vertelt dat ik gemaakt ben om niet alleen te zijn. Maar het is Whitmans poëzie die mijn belangstelling voor vooruitgang aanwakkert. En het is Eliot die me ervoor behoedt in haar valkuilen te lopen. Maar het is ook Flannery O’Connor die me doet inzien dat ‘de genade in hetzelfde gebied leeft als de duivel’ en dat langzaam in bezit neemt. En dus begrijp ik dat ik, hoeveel slechts ik ook zie op het net, er nooit een negatief oordeel over zal kunnen vellen om vervolgens op mijn lauweren te rusten, als ik God aan het werk in de wereld wil zien. En als ik zie hoe elektriciteit mijn computer binnenstroomt, waardoor die aanspringt en op wonderbaarlijke wijze begint op te starten, is het de gedachte aan de bezielde poëzie van Karol Wojtyla die mijn verwondering stuurt. 

Cyberspace benadrukt onze eindigheid en roept op tot volkomenheid

De technologie geeft uitdrukking aan het verlangen van de mens naar een volkomenheid die altijd groter is dan hijzelf, zowel op het niveau van aanwezigheid en verbinding als op het niveau van kennis: cyberspace benadrukt onze eindigheid en roept op tot volkomenheid. Daarnaar op zoek gaan betekent in zekere zin opereren in een veld waarin, zoals ik al zei, spiritualiteit en technologie elkaar kruisen. 

Op 23 april 2010 begon ik aan een reeks artikelen voor La Civiltà Cattolica, en vervolgens heb ik mijn bevindingen getoetst op verschillende conferenties en bijeenkomsten, zowel in Italië als in het buitenland. Hoewel de resultaten van mijn studie, die ik heb gedefinieerd als ‘cybertheologie’, vooral zijn geboekstaafd in een aantal essays in La Civiltà Cattolica, voelde ik de behoefte om die ook open te stellen voor online raadpleging en debat. En dus heb ik op 1 januari 2011 het blog Cyberteologia.it gestart, en vervolgens ook de Facebookpagina ‘Cybertheology’, een Twitteraccount (@antoniospadaro) en de krant The CyberTheology Daily (http://www.cyber-theology.net), een service voor contentbeheer. Op die manier heb ik geprobeerd mijn reflecties ‘sociaal’ te maken. Ten slotte redigeer ik sinds april 2011 een maandelijkse column over cybertheologie in het maandblad Jesus

Antropologische verandering

Nu ik dit boek aan de lezer ter hand stel, wil ik enkele punten eruit aanstippen die samen een soort conceptueel uitgangspunt vormen. Allereerst wil ik benadrukken dat men zich, alvorens te beginnen met lezen, de vraag moet stellen wat de nieuwe, door de media gegenereerde existentiële context behelst, en de daaruit voortvloeiende ‘antropologische verandering’. Wat betekent die voor het geloof? In welke wereld leven we? Is die hetzelfde als vroeger? Als iemand vraagt ‘Waar woon je?’, wat zouden we dan antwoorden? We bewonen ook een ‘digitaal grondgebied’. Welke waarde kennen we in het digitale tijdperk toe aan het feit dat ‘het Woord vlees is geworden en onder ons is komen wonen’? 

Ik wil er derhalve graag op wijzen dat het mijn bedoeling is om mogelijke scenario’s te schetsen en het verlangen te voeden om niet te stoppen bij de ‘wonderen’ van de techniek, maar om verder te gaan en te begrijpen hoe de wereld verandert en hoe deze verandering invloed heeft op het geloofsleven. Technologieën zijn niet alleen ‘nieuw’ omdat ze anders zijn dan wat eraan voorafgaat, maar ook omdat ze het begrip ‘ervaren’ ingrijpend veranderen. We moeten niet zo naïef zijn te geloven dat ze ons ter beschikking staan zonder dat ze op enigerlei wijze tornen aan onze manier om de werkelijkheid waar te nemen. Het is de taak van de Kerk, zoals van alle kerkelijke gemeenschappen, om de mens te begeleiden op zijn reis, en het internet maakt inmiddels onlosmakelijk deel uit van die reis. 

Als je naar het internet kijkt, dien je niet alleen naar de toekomstperspectieven te kijken die het biedt, maar ook naar de verlangens en de verwachtingen die de mens altijd heeft gekoesterd en ten aanzien waarvan hij naar antwoorden zoekt, te weten: verbinding en kennis. We weten heel goed dat het bestaan van de Kerk altijd op twee fundamentele pijlers ​​heeft gerust: de verkondiging van een boodschap en gemeenschapszin. En dus is de Kerk vanzelfsprekend dáár aanwezig waar de mens zijn vermogen tot kennis en verbinding ontwikkelt. Dat is de reden waarom het internet en de Kerk ‘altijd al’ waren voorbestemd elkaar te ontmoeten. En daarom is het vandaag de dag ook noodzakelijk om na te denken over het geloof in tijden van internet, oftewel over ‘cybertheologie’.

Antonio Spadaro

Antonio Spadaro, S.J. is een Italiaanse Jezuïet, journalist en schrijver, maar bovenal vertrouweling en een van de voornaamste adviseurs van paus Franciscus. In 1988 deed hij zijn intrede bij de Sociëteit van Jezus en in 1998 raakte hij betrokken bij het tweewekelijkse jezuïtische tijdschrift La Civiltà Cattolica, waarvan hij sinds 2011 hoofdredacteur is.

In 2014 publiceerde hij zijn invloedrijke boek Cybertheology, waarin hij ingaat op de invloed van de digitale revolutie en het internet op onze kijk op leven en geloof, en klassieke theologische begrippen als de openbaring, gratie, liturgie en sacramenten. Spadaro is lid van de Pauselijke Raad voor de Cultuur en lid van de Pauselijke Academie voor Kunst en Literatuur. In 2013 nam hij het eerste interview van paus Franciscus af, dat wereldwijd in verschillende vertalingen verscheen.

Recent verschenen

360 is jarig en trakteert!


Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.


Nee, bedankt