Brief uit een Turkse gevangenis

360 Magazine/Cumhuriyet  | 15 maart 2017 - 07:0015 mrt - 07:00

Sinds de mislukte staatsgreep in Turkije in juni 2016 en het invoeren van noodtoestand, is het regime van president Erdogan aanzienlijk verhard. Door zuiveringen en arrestaties nam de druk op de burgermaatschappij en de media ongekende vormen aan.

In dit dossier stelt 360 Magazine samen met licentiepartner Courrier International haar kolommen open voor Cumhuriyet, het laatste grote Turkse oppositiedagblad, waarvan elf medewerkers gevangen zijn gezet. Journalisten van de krant beschrijven de situatie voorafgaand aan het komende referendum van 16 april.

Zo’n honderdvijftig Turkse journalisten zijn gevangengezet. Akin Atalay van Cumhuriyet vertelt over de erbarmelijke omstandigheden waaronder hij vastzit en een procureur die hem aan de inquisitie doet denken.

De mooie dagen liggen voor ons, vrienden, de dagen vol zon.* Vandaag is het mijn honderdste dag. De honderdste dag dat ik samen met mijn collega’s achter de tralies zit. Gevangenschap tijdens de noodtoestand betekent slechtere omstandigheden, meer beperkingen, meer onrechtvaardigheid, meer problemen. Een week telt 168 uur. Een van deze uren breng ik door in gezelschap van mijn advocaten, onder het toeziend oog van een bewaarder. En ander is gewijd aan onze familie, met wie we communiceren via een telefoon, gescheiden door een dik raam. De resterende 166 uur zitten we in de cel in gezelschap van onze twee medegevangenen. Ieder contact met de buitenwereld is verboden.

Toch zijn de mensen van Cumhuriyet beter af dan heel wat anderen. Sinds het begin van onze gevangenschap worden we onvoorwaardelijk gesteund door de krant. We hebben onze familie en onze vrienden. We hebben onze vrienden van de [sociaaldemocratische] CHP die ons bezoeken wanneer ze maar kunnen, en honderden advocaten die wachten tot het bezoekuur aanbreekt. We mogen ook de post lezen die onze naasten ons sturen en de artikelen die de krant publiceert. Woorden om onze dankbaarheid te betuigen schieten tekort. We willen onze familie bedanken, onze vrienden, onze krant, voor hun onvoorwaardelijke steun tijdens deze beproeving.

We hebben onszelf niets te verwijten. We hebben nooit iets misdaan, wettelijk noch moreel. We zijn nooit betrokken geweest bij enige criminele activiteit en hebben ons door niemand laten misbruiken, ook niet door Gülen. We zijn aangeklaagd door een procureur, Murat Inam, die de taak van procureur verwart met die van inquisiteur, terwijl hij er zelf van wordt verdacht bij de gülenistische beweging te behoren. We volharden in onze strijd, die niet tegen de rechterlijke macht is gericht maar tegen de apathie van de rechterlijke macht.

De rechterlijke macht en het recht zijn in dienst van de machthebbers gesteld. Wij zijn opgesloten vanwege onze journalistieke activiteiten, omdat we onze plicht hebben gedaan door onze mening te geven en kritiek te uiten. Een rechter en een procureur die geen respect hebben voor recht of menselijkheid zijn even funest voor de samenleving als een gelovige die niet in God gelooft funest is voor zijn religie. Zo is het nu gesteld met de rechtvaardigheid en het recht in ons land. Maar dat is maar tijdelijk. Wij gevangenen zijn de hand zand die men op de doodskist van deze onrechtvaardige periode zal gooien. De mooie dagen liggen voor ons, vrienden, de dagen vol zon. Een broederlijke groet aan allen.

Akin Atalay, Blok No. 9 van de strafgevangenis Silivri

* Citaat van een beroemd gedicht van Nazim Hikmet

Beeld: Protesten na de arrestaties bij Cumhuriyet

Plaats een reactie

360 Magazine/Cumhuriyet