Covid-19 wereldwijd: ‘Mijn arme rijke land, India’

India | Azië | Financial Times  | 25 April 2020 - 16:2025 Apr - 16:20

Deze week bieden we dagelijks een stuk uit ons Covid-19-dossier gratis aan.

Vandaag het veelbesproken essay van Arundhati Roy in Financial Times over de situatie in haar land, India, waar het narcisme van leider Modi al bijna even ‘beangstigend’ is als de 460 miljoen mensen die door de maatregelen aan hun lot worden overgelaten.

Schrijver en essayist Arundhati Roy geeft een rauw beeld van de tragedie die de pandemie in India veroorzaakt. Premier Modi krijgt er flink van langs: ‘Wie anders kan, zonder overleg met de deelstaatregeringen, beslissen dat een land van 1,38 miljard mensen binnen vier uur en zonder enige voorbereiding op slot gaat?’

» Lees dit artikel in de Reader / Op Blendle

Wie kan nog zonder een lichte huivering de term ‘viraal gaan’ gebruiken? Wie kan nog naar een voorwerp kijken – een deurknop, een kartonnen doos, een zak groenten – zonder zich voor te stellen hoe dat krioelt van die onzichtbare, niet-dode, niet-levende bolletjes vol zuignapjes die wachten op hun kans om zich aan onze longen vast te grijpen?

Wie kan eraan denken een onbekende te kussen, op een bus te springen of zijn kind naar school te sturen zonder angst te voelen? Wie kan aan een alledaags pleziertje denken zonder de risico’s daarvan in te schatten? Wie van ons is geen zelfbenoemde epidemioloog, viroloog, statisticus en profeet? Welke wetenschapper of arts bidt niet heimelijk om een wonder? Welke priester buigt niet – op zijn minst heimelijk – zijn hoofd voor de wetenschap? En wie is, zelfs nu dat virus zich verspreidt, niet blij met het toegenomen vogelgezang in de steden, de pauwen die op kruispunten dansen en de stilte aan de hemel?

Het aantal ziektegevallen is deze week wereldwijd tot boven een miljoen gestegen. Meer dan 50.000 mensen zijn al gestorven. Rekenmodellen wijzen erop dat dat aantal zal toenemen tot een paar honderdduizend, misschien nog meer. Het virus heeft zich vrijelijk langs de internationale handels- en kapitaalroutes verplaatst en de verschrikkelijke ziekte die het mee heeft gebracht heeft ervoor gezorgd dat mensen opgesloten zitten in hun land, hun stad en hun huis.

Maar anders dan de kapitaalstroom zoekt dit virus verspreiding, geen winst en daarom heeft het de richting van de stroom tot op zekere hoogte omgekeerd. Het heeft immigratiecontroles, biometrica, digitale surveillance en elke andere soort data-analyse aan zijn laars gelapt en tot nu toe het hardst toegeslagen in de rijkste, machtigste landen van de wereld, waar het de motor van het kapitalisme met een schok tot stilstand heeft gebracht.

BESTE LEZER
Mogen we even je aandacht?
We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. En dat lijkt in deze tijd nog harder nodig dan anders. Daarom bieden we een deel van onze context gratis aan. Steun je onze missie? Deel dan dit artikel, en, nog beter: sluit je bij ons aan! Voor 30 euro ontvang je 3 maanden 360 thuis. Duurt enkele minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Tijdelijk misschien, maar in elk geval lang genoeg om ons de tijd te geven de onderdelen na te kijken, een diagnose te stellen en te besluiten of we hem willen laten repareren of op zoek willen gaan naar een betere motor. De hoge pieten die deze pandemie managen, praten graag over oorlog.

Ze gebruiken de oorlog niet eens als metafoor, ze gebruiken hem letterlijk. Maar als het echt een oorlog was, wie zou daar dan beter op voorbereid moeten zijn dan de VS? Als de ‘soldaten in de frontlinie’ geen maskers en handschoenen nodig hadden, maar geweren, slimme bommen, bunkerbusters, onderzeeërs, straaljagers en kernbommen, zou er dan een tekort zijn?

Sommigen van ons kijken avond aan avond naar de persconferenties van de gouverneur van New York, aan de andere kant van de wereld, met een fascinatie die moeilijk te verklaren is. We volgen de statistieken, en horen de verhalen van overlopende Amerikaanse ziekenhuizen, van onderbetaalde, overwerkte verpleegkundigen die maskers van vuilniszakken en oude regenjassen moeten maken en alles riskeren om de zieken bij te staan.

Over staten die tegen elkaar op moeten bieden om beademingsapparaten te krijgen, over de dilemma’s van artsen die moeten beslissen welke patiënt er een krijgt en welke dan maar moet sterven. En we denken bij onszelf: ‘Mijn God, dat is Amerika!’

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selecie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

Dit is een acute, onvervalste tragedie van historische omvang die zich voor onze ogen voltrekt. Maar ze is niet nieuw. Het is het verongelukken van een trein die al jaren ongecontroleerd over het spoor voortdenderde. Wie herinnert zich niet de filmpjes van ‘patient dumping’: zieke mensen, nog met hun ziekenhuishemd en in blote kont, die zomaar op straathoeken waren achtergelaten? Ziekenhuisdeuren zijn te vaak gesloten gebleven voor de minder fortuinlijke burgers van de VS. Het maakte niet uit hoe ziek ze waren of hoe erg ze leden.

Tenminste tot voor kort. Want nu, met dit virus, kan de ziekte van een arm iemand de gezondheid van een rijke samenleving bedreigen. En toch werd Bernie Sanders, de senator die onvermoeibaar campagne heeft gevoerd voor gezondheidszorg voor iedereen, nog steeds kansloos geacht in de strijd om het Witte Huis, zelfs door zijn eigen partij.

En hoe zit het met mijn eigen land, mijn arme rijke land, India, dat ergens tussen feodalisme en religieus fundamentalisme, tussen kaste en kapitalisme in hangt en wordt geregeerd door extreemrechtse hindoenationalisten?

Te druk

In december, toen China in Wuhan tegen de uitbraak van het virus vocht, hield de regering van India zich bezig met een massale opstand van honderdduizenden burgers die protesteerden tegen de schaamteloos discriminerende antimoslimburgerschapswet die zojuist door het parlement was aangenomen.

Het eerste geval van covid-19 werd op 30 januari gemeld, een paar dagen nadat de hooggewaardeerde eregast van onze Republic Day-parade, Amazonewoudverslinder en coronaontkenner Jair Bolsonaro Delhi had verlaten. Maar in februari had de regerende partij het te druk om het virus een plek op de agenda te geven. Er was het staatsbezoek van president Donald Trump dat voor de laatste week van de maand gepland stond. Hij was gelokt met de belofte van een miljoenenpubliek in een sportstadion in de deelstaat Gujarat. Dat kostte allemaal geld, en een hele hoop tijd.

Dan waren er nog de verkiezingen voor het deelstaatparlement van Delhi; de Bharatiya Janata-partij dreigde die te verliezen, tenzij ze harder op de trom ging slaan, en dat deed de partij door een kwaadaardige, ongeremd hindoenationalistische campagne te lanceren, waarin werd gedreigd met fysiek geweld en het doodschieten van ‘verraders’.

De partij verloor toch. Dus toen moesten de moslims van Delhi, die de schuld kregen van deze vernedering, gestraft worden. Gewapende bendes hindoeburgerwachten, gesteund door de politie, vielen moslims aan in de arbeiderswijken van noordoost-Delhi. Huizen, winkels, moskeeën en scholen werden in brand gestoken. De moslims, die de aanval hadden verwacht, vochten terug. Meer dan vijftig mensen, moslims en hindoes, kwamen om.

Duizenden trokken naar vluchtelingenkampen op plaatselijke begraafplaatsen. Er werden nog verminkte lichamen uit het smerige, stinkende rioolbuizenstelsel getrokken, toen regeringsfunctionarissen hun eerste vergadering over covid-19 hielden en de meeste Indiërs voor het eerst hoorden over het bestaan van een goedje dat handgel heette.

In maart was het ook druk. De eerste twee weken werden gewijd aan het omverwerpen van de Congrespartij-regering in de centraal-Indiase deelstaat Madhya Pradesh en het daarvoor in de plaats installeren van een BJP-regering. Op 11 maart verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat covid-19 een pandemie was. Twee dagen later, op 13 maart, zei het ministerie van Volksgezondheid dat corona ‘geen ernstige bedreiging voor de gezondheid’ was.

Eindelijk, op 19 maart, sprak de Indiase premier het land toe. Hij had niet veel huiswerk gedaan. Hij leende het script van Frankrijk en Italië. Hij benadrukte tegenover ons de noodzaak van ‘social distancing’ (gemakkelijk te begrijpen voor een samenleving die gepokt en gemazeld is in het kastesysteem) en riep mensen op om op 22 maart een dag lang ‘binnen te blijven’. Hij zei niets over wat zijn regering aan de crisis zou gaan doen, maar vroeg mensen om buiten op hun balkon te gaan staan en met bellen te rinkelen en op potten en pannen te slaan als eerbetoon aan werkers in de gezondheidszorg.

Hij zei niet dat India nog tot op dat moment beschermende kleding en beademingsapparatuur had geëxporteerd in plaats van die voor Indiaas zorgpersoneel en ziekenhuizen te reserveren. Het verzoek van Narendra Modi werd met groot enthousiasme ontvangen. Er waren pannenmarsen, buurtfeesten en processies. Weinig social distancing.

» Met zijn methoden toont de premier van India maar al te duidelijk dat hij burgers ziet als een vijandige macht die in een hinderlaag gelokt en onverwacht overvallen moet worden

In de dagen daarna sprongen mannen in vaten mest van heilige koeien en BJP-aanhangers organiseerden drinkgelagen met koeienurine. Om niet achter te blijven verklaarden veel moslimorganisaties dat de Almachtige het antwoord op het virus was en riepen de gelovigen op om massaal naar de moskee te komen.

Op 24 maart, om acht uur ’s avonds, verscheen Modi weer op tv om aan te kondigen dat vanaf middernacht heel India in lockdown zou gaan. Markten zouden gesloten zijn. Al het vervoer, openbaar en particulier, werd verboden. Hij zei dat hij deze beslissing niet alleen als premier had genomen, maar ook als hoofd van onze familie. Wie anders kan, zonder overleg met de deelstaatregeringen die de gevolgen het hoofd moeten bieden, beslissen dat een land van 1,38 miljard mensen binnen vier uur en zonder enige voorbereiding op slot gaat? Met zijn methoden toont de premier van India maar al te duidelijk dat hij burgers ziet als een vijandige macht die in een hinderlaag gelokt en onverwacht overvallen moet worden, en nooit te vertrouwen is.

Rampzalig gebrek aan planning

Op slot zaten we. Veel gezondheidszorgprofessionals en epidemiologen hebben deze maatregel toegejuicht. Misschien hebben ze in theorie gelijk. Maar ze kunnen het toch onmogelijk eens zijn met het rampzalige gebrek aan planning of voorbereiding waardoor de grootste, strengste lockdown ter wereld precies het tegenovergestelde bereikte van wat de bedoeling had moeten zijn.

De man die zo dol is op theater creëerde de moeder aller spektakelstukken. Voor de ogen van een geschokte wereld vertoonde India zich in al haar schande, haar wrede, structurele, sociale en economische ongelijkheid, haar hardvochtige onverschilligheid tegenover lijden.

De lockdown werkte als een scheikundige proef waarbij verborgen dingen opeens zichtbaar worden. Terwijl winkels, restaurants, fabrieken en de bouw dicht gingen, terwijl de rijken en de middenklassen zich opsloten in hun ommuurde vestingen, gingen onze steden en metropolen hun werkende klasse – hun arbeidsmigranten– verdrijven, als ongewenste aanwas.

Weggestuurd door hun werkgevers en huisbazen en bij gebrek aan openbaar vervoer begonnen miljoenen verarmde, hongerige, dorstige mensen, jong en oud, mannen, vrouwen, kinderen, zieken, blinden, gehandicapten, die nergens anders heen konden, aan een lange mars naar huis, naar hun dorpen. Dagenlang liepen ze, naar Baudun, Agra, Azamgarh, Aligarh, Lucknow, Gorakhpur, honderden kilometers ver. Sommigen stierven onderweg.

Ze wisten dat hun thuis misschien een langzame hongerdood wachtte. Misschien wisten ze zelfs dat ze het virus bij zich konden dragen en hun familieleden, hun ouders en grootouders thuis konden besmetten, maar ze hadden een wanhopige behoefte aan een beetje vertrouwdheid, onderdak en waardigheid, en aan voedsel, zij het dan misschien geen liefde.

Al lopend werden sommigen bruut mishandeld en vernederd door de politie, die belast was met de strikte handhaving van het uitgaansverbod. Jonge mannen werden gedwongen om op hun hurken over de weg te hippen. Buiten de stad Bareilly werd een groep bijeengedreven en omvergespoten met een chemisch besproeiingsmiddel.

Een paar dagen later sloot de regering de deelstaatgrenzen zelfs voor voetgangers, bang dat de vluchtende bevolking het virus naar dorpen zou verspreiden. Mensen die dagen hadden gelopen werden tegengehouden en gedwongen terug te keren naar de kampen in de steden waar ze eerder uitgejaagd waren.

» Het was een Bijbels tafereel. Of misschien niet. Zulke aantallen kan de Bijbel nooit hebben gekend

Bij oudere mensen riep het herinneringen op aan de volksverplaatsing van 1947 na de opsplitsing van India waardoor Pakistan ontstond. Alleen werd de huidige exodus gedreven door klasseonderscheid, niet door religie. Toch waren dit nog niet eens de armste mensen van India. Dit waren mensen die (tenminste tot nu toe) werk in de stad hadden en een huis om naar terug te keren. De werklozen, de daklozen en de wanhopigen bleven waar ze waren, in de steden en op het platteland, waar al lang voor deze tragedie opkwam de nood steeds hoger werd. Al deze verschrikkelijke dagen lang bleef minister van Binnenlandse Zaken Amit Shah buiten beeld.

Toen het lopen in Delhi begon, reed ik met een perskaart van een tijdschrift waar ik vaak voor schrijf naar Ghazipur, op de grens tussen Delhi en Uttar Pradesh. Het was een Bijbels tafereel. Of misschien niet. Zulke aantallen kan de Bijbel nooit hebben gekend. De lockdown, die bedoeld was om fysieke afstand af te dwingen, had het tegenovergestelde effect: fysieke nabijheid, op een onvoorstelbare schaal. Dit geldt ook binnen de kleine en grote steden van India. De hoofdstraten zijn misschien leeg, maar in de sloppen en barakken zitten de armen opgesloten in krappe behuizingen.

Alle lopende mensen die ik sprak maakten zich zorgen om het virus. Maar dat was in hun leven minder werkelijk, minder aanwezig dan de werkloosheid, honger en politiewreedheid die hun boven het hoofd hingen. Van alles wat de mensen die ik sprak, onder wie een groep islamitische kleermakers die nog maar enkele weken geleden de antimoslimaanvallen hadden overleefd, die dag tegen me zeiden, raakten de woorden van één man me het meest. Hij was timmerman, heette Ramjeet en was van plan om helemaal naar Gorakhpur in de buurt van de grens met Nepal te lopen. ‘Misschien heeft niemand Modi over ons verteld, toen hij besloot om dit te doen. Misschien weet hij niet van ons bestaan,’ zei hij. ‘Ons’, dat zijn zo’n 460 miljoen mensen.

Deelstaatregeringen in India tonen (net als die in de VS) meer gevoel en begrip in deze crisis. Vakbonden, particuliere burgerorganisaties en andere collectieven delen voedsel en noodrantsoenen uit. De centrale overheid heeft traag gereageerd op hun wanhopige smeekbeden om geld. Het blijkt dat het nationale noodfonds van de premier geen contant geld beschikbaar heeft. In plaats daarvan stroomt geld van weldoeners in het enigszins geheimzinnige nieuwe PM-CARES-fonds. Hier en daar duiken nu voorverpakte maaltijden met het gezicht van Modi op. Daarnaast deelt de premier zijn yoga nidra-video’s, waarin een computeranimatie van een Modi met een droomlichaam yogaoefeningen demonstreert ter ondersteuning van mensen die kampen met de stress van de zelfisolatie. Het narcisme is beangstigend.

Misschien zou een van die oefeningen een verzoek-oefening kunnen zijn waarin Modi aan de Franse premier toestemming vraagt om terug te komen op de zeer zorgwekkende aankoop van Rafale-straaljagers, zodat we die 7,8 miljard euro kunnen gebruiken voor hoognodige noodmaatregelen om een paar miljoen hongerige mensen te helpen. Dat zullen de Fransen vast wel begrijpen.

Terwijl de lockdown zijn tweede week in gaat, zijn aanvoerketens verbroken, medicijnen en noodzakelijke voorraden raken op. Duizenden vrachtwagenchauffeurs staan nog steeds vast op de snelwegen, met weinig voedsel of water. Gewassen op de akkers, rijp voor de oogst, rotten langzaam weg.

Giftige antimoslimcampagne

De economische crisis is gearriveerd. De politieke crisis gaat voort. De gevestigde media hebben het coronaverhaal opgenomen in hun giftige antimoslimcampagne. Een organisatie met de naam Tablighi Jamaat die nog voor de aankondiging van de lockdown een bijeenkomst hield in Delhi, is een ‘superverspreider’ gebleken.

Dat gegeven wordt aangegrepen om moslims te stigmatiseren en te demoniseren. Moslims zouden het virus hebben uitgevonden en het opzettelijk hebben verspreid als een vorm van jihad.

De coronacrisis moet nog komen. Of niet. We weten het niet. Als en wanneer hij komt, kunnen we er zeker van zijn dat hij aangepakt zal worden binnen de lijnen van alle bestaande vooroordelen rond religie, kaste en klasse.

Vandaag (2 april) zijn er in India bijna 2000 bevestigde gevallen en 58 doden. Dit zijn ongetwijfeld onbetrouwbare cijfers, op basis van pijnlijkweinig testen. De meningen van deskundigen lopen sterk uiteen. Sommigen voorspellen miljoenen gevallen. Anderen denken dat het dodental veel lager zal uitvallen. We zullen misschien nooit de ware omvang van de crisis te weten komen, zelfs wanneer die ons treft. We weten alleen dat de toestroom naar de ziekenhuizen nog niet is begonnen.

De openbare ziekenhuizen en klinieken van India – die nu al niet opgewassen zijn tegen de bijna 1 miljoen kinderen die per jaar overlijden aan diarree, ondervoeding en andere gezondheidsproblemen, de honderdduizenden tbc-patiënten (een kwart van alle gevallen op de wereld) en een enorme populatie verzwakte, slecht gevoede mensen voor wie allerlei niet-levensbedreigende ziekten wel fataal zijn – zullen zeker niet bestand zijn tegen het soort crisis waarmee de instellingen in Europa en de VS nu kampen.

Alle gezondheidszorg staat min of meer op een laag pitje, terwijl de ziekenhuizen zich op het virus richten. Het traumacentrum van het legendarische All India Institute of Medical Sciences in Delhi is gesloten, de honderden kankerpatiënten die bekend staan als ‘kankervluchtelingen’ die op de straten rond dat enorme ziekenhuis leven, zijn verdreven als vee. Mensen zullen thuis ziek worden en sterven. Hun verhalen krijgen we misschien nooit te horen. Misschien worden ze niet eens zichtbaar in de statistieken. We kunnen alleen maar hopen dat de onderzoeken die zeggen dat het virus van koud weer houdt, kloppen (al hebben andere onderzoeken dat in twijfel getrokken). Nooit eerder hebben mensen zo irrationeel en zo sterk naar een zinderend hete, meedogenloze Indiase zomer verlangd.

Poort

Wat is ons overkomen? Een virus, ja. Op zichzelf heeft dat geen morele boodschap. Maar het is absoluut méér dan een virus. Sommigen zien het als Gods manier om ons wakker te schudden. Anderen als een samenzwering van de Chinezen om de wereld over te nemen.

Wat het ook is, het coronavirus heeft de sterken op de knieën gedwongen en de wereld tot stilstand gebracht zoals niets anders dat kon. In gedachten racen we nog steeds heen en weer. We verlangen naar een terugkeer van de ‘normale’ situatie, we proberen onze toekomst weer vast te naaien aan ons verleden en weigeren te erkennen dat die twee van elkaar losgescheurd zijn. Maar de scheur is er. En die biedt ons, midden in deze vreselijke wanhoop, een kans om nog eens na te denken over de helse, verdoemde machine die we voor onszelf hebben gebouwd. Niets kan erger zijn dan een terugkeer naar de normale gang van zaken.

In de loop van de geschiedenis hebben pandemieën mensen altijd gedwongen om met het verleden te breken en hun wereld opnieuw uit te vinden. Deze is geen uitzondering. Het is een portaal, een poort tussen de ene wereld en de volgende.

Auteur: Arundhati Roy

De meest recente roman van Arundhati Roy is The Ministry of Utmost Happiness

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 185.000, 740.000 digitaal

Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. De krant wordt nu op 23 locaties gedrukt en heeft onder meer een redactie in Amsterdam.

Plaats een reactie