Alles mag in naam van de oorlog tegen terrorisme

Middle East Eye / 360  |  1 mei 2019 - 10:00 1 mei - 10:00

Een aanval, vorige maand, op een Fulani-dorp in Mali waarbij meer dan 160 mensen de dood vonden, vestigt opnieuw de aandacht op een ernstige en hardnekkige crisis in de regio.

Een tien dagen oude baby, samen met zijn moeder vermoord. In een greppel met brandende 
olie gegooide en vervolgens beschoten mensen. Een dorpshoofd, geëxecuteerd voor de ogen van zijn moeder.

Op 23 maart werden 160 mensen afgeslacht in het dorp Ogossagou, in de regio Mopti, in het hart van Mali. Een gruweldaad gepleegd door een militie van het Dogon-volk, die hutten verwoestte en de verkoolde resten van Fulani-vrouwen en -kinderen achterliet. [De Fulani, ook wel de Fulbe of de Peul genoemd, zijn een etnische groep in de Sahel, waar ze verspreid over 
verschillende West-Afrikaanse landen leven. Ze vormen het grootste nomadenvolk in West-Afrika.]

Het is het meest recente incident in een cyclus van geweld waarin de regio zich de laatste jaren bevindt. Fulani zijn hierbij steeds vaker doelwit, deels vanwege hun mogelijke banden met 
Al Qaida-milities die in de regio actief zijn. ‘Er woedt een genocide tegen de Fulani-gemeenschap in Mali. De Malinese natie is in gevaar en Fulani kunnen overal worden vermoord,’ zegt Dicko, een woordvoerder van de Malinese afdeling van Tabitaal Pulaaku, een organisatie die Fulani wereldwijd vertegenwoordigt.

Het oplaaiende geweld hangt samen met een door het buitenland gesteunde militaire campagne van Mali tegen extremistische gewapende groepen. 
En dan woedt er ook nog eens een 
verbeten strijd om water en land tegen de achtergrond van een dreigende 
klimaatramp.

» Lees verder in de Reader / op Blendle

Plaats een reactie