Dossier: Boris Johnson eeuwige paljas

The New Yorker / 360  | 18 October 2019 - 14:5618 Oct - 14:56

De man die naar verwachting de volgende premier van het Verenigd Koninkrijk zal worden, steekt de draak met iedereen die aan de touwtjes trekt, behalve met zichzelf. Zien wij dan niet dat hij een uitzondering is, vrijgesteld van de vele verplichtingen waaraan alle anderen moeten voldoen? Journalist en schrijver Sam Knight keek verder dan de blonde lokken van Boris Johnson en schreef een meeslepend portret.

» Lees dit artikel in de Reader /”

In het voorjaar van 1989 stuurde The Daily Telegraph Alexander Boris de Pfeffel Johnson naar Brussel om verslag te doen van wat destijds de EEG was, de Europese Economische Gemeenschap. Johnson, die 24 was, kende de stad goed. Zijn vader, Stanley, was een van de eerste Engelse bureaucraten geweest die werden aangewezen om bij de Europese Commissie te gaan werken, nadat het Verenigd Koninkrijk zich in 1973 bij dat blok had aangesloten. Boris, zijn ouders en de drie jongere kinderen verhuisden naar België toen hij negen was. Ze kwamen terecht in een slaperige gemeenschap van expats. Johnson was een slim kind. Hij leerde accentloos Frans praten.

Toen Johnson terugkeerde naar Brussel, nodigde zijn vader een ervaren Brussel-correspondent, Geoff Meade, uit voor de lunch in het grote huis waar het gezin woonde, niet ver van Waterloo. Meade en zijn vrouw hadden net een drankje ingeschonken gekregen, toen er een taxi voor de deur stopte. ‘We wisten niet dat er nog iemand was uitgenodigd en we keken er dan ook nogal van op toen er een onwaarschijnlijk blonde jongen in een schreeuwerige bermuda uit die taxi stapte. Het is een beeld dat ik nooit zal vergeten’, verhaalt Meade in Just Boris: A Tale of Blond Ambition, de meeslepende biografie die Sonia Purnell in 2011 uitbracht van de man die naar verwachting de volgende Britse premier wordt. ‘Maar tijdens de lunch werd me duidelijk dat ik was uitgenodigd als de oude rot in het vak die als kruiwagen moest dienen voor Boris.’

Purnell heeft nauw met Johnson samengewerkt op het Brusselse kantoor van The Telegraph, en haar portret van de politicus als jonge verslaggever maakt een onuitwisbare indruk. Aanvankelijk voelde Johnson zich verloren. Hij was ontslagen bij The Times in Londen, zijn eerste baan, omdat hij een citaat had verzonnen over Edward II die iets zou hebben gehad met een jongen, en dat citaat had toegeschreven aan zijn peetvader, een don in Oxford. Johnson was een chaoot zonder al te veel journalistiek talent. Maar hij had gevoel voor humor en een feilloos oog voor het andere verhaal. In een verzameling van zijn journalistieke stukken, Lend Me Your Ears (2003), beschrijft Johnson een vrijemarktaanpak bij het uitproberen van meningen: ‘Er is altijd wel iemand die tegen de heersende mening in wil gaan, die juist wil kopen als de aandelen laag staan.’

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Johnson realiseerde zich dat de conventionele manier van schrijven over alle procedures binnen de EEG (die in 1993 werd omgedoopt tot de Europese Unie) respectvol, accuraat en saai was. Hij koos voor een andere strategie.

Zes maanden nadat hij in Brussel was gearriveerd, begon Johnson met het schrijven van insinuerende, overtrokken stukken, waarin hij het Europese project wegzette als bureaucratische waanzin. Slakken moesten doorgaan voor vis, schreef hij. Berlaymont, het hoofdkwartier van de Europese Commissie, moest worden opgeblazen. De maten van condooms zouden moeten worden gestandaardiseerd. ‘De Europese Commissie heeft het Italiaanse voorstel afgewezen om een maximale condoombreedte in te stellen van 54 millimeter’, deed Johnson verslag in The Telegraph van 8 mei 1991. ‘“Dit is een bijzonder serieuze aangelegenheid,” aldus Willy Hélin, woordvoerder van de commissie voor standaardisering van industriële normen.’

Johnsons verhalen zorgden voor veel opschudding. Zijn Engelse concurrenten werden opgezweept om ook met dergelijke verhalen op de proppen te komen, waar ze echter niet in slaagden, aangezien Johnsons stukken meestal op niets waren gebaseerd. Hij was een opmerkelijke figuur, haast een karikatuur van zichzelf. Hij reed in een gebutste, rode sportwagen. Er zaten gaten in zijn kleren. Hij kwam te laat op persconferenties en sprak met opzet hakkelig Frans. De Europese ambtenaren wisten zich geen raad met hem. ‘We proberen zijn verbale aanvallen te pareren,’ zei een van hen. ‘Het punt is alleen dat onze antwoorden niet grappig zijn.’

Op een dag, toen Johnson met zijn verfomfaaide uiterlijk weer een grootse entree maakte bij een nieuwsbriefing, vroeg een Franse journalist: ‘Qui est ce monstre?’ Johnson groeide algauw uit tot het lievelingetje van de eurosceptische rechtervleugel van de Conservatieven en een van de vertrouwelingen van Margaret Thatcher. ‘Bij alles wat ik in Brussel schreef, was het alsof ik een handvol stenen over de muur van de tuin gooide en wachtte op het adem-benemende gerinkel van de kas aan de andere kant, in Engeland,’ zei Johnson in 2005 in het BBC-radioprogramma Desert Island Discs. ‘Het bezorgde me echt een, hoe zal ik het noemen, een merkwaardig gevoel van macht.’

Het is niet zo moeilijk om een psychologisch motief te zien in Johnsons aanvallen op de EU-machinerie. Volgens de andere kinderen uit het gezin was hij als kind diep ongelukkig in Brussel.

De Johnsons hadden tot dan toe in een groot huis aan de rand van de stad gewoond, naast een bos. Volgens Purnell vergeleek Rachel Johnson, Boris’ jongere zus en tevens een vooraanstaand journalist, hun leven in die tijd met The Ice Storm, de roman van Rick Moody over een gezin dat uiteenvalt. ‘Het was diezelfde grauwheid, eenzelfde gebrek aan contact,’ zei ze. Stanley had affaires en het huwelijk liep langzaam op de klippen.

Toen Johnson tien was, kreeg Charlotte, zijn moeder, een zenuwinzinking en werd negen maanden lang opgenomen. Boris en Rachel werden naar een kostschool gestuurd.

_“De Europese Commissie heeft het Italiaanse voorstel afgewezen om een maximale condoombreedte in te stellen van 54 millimeter” – Johnson, The Telegraph 8 mei 1991_

Toen Johnson terugkeerde naar Brussel, was hij getrouwd met Allegra Mostyn-Owen, die hij in Oxford had leren kennen. Het stel woonde in een betrekkelijk eenvoudig appartement boven een tandarts. Johnson stortte zich volledig op zijn werk voor The Telegraph.

‘Ik haalde de krant uit de bus – oud nieuws – en dan zag ik verdomme “Zagreb” boven zijn artikel staan,’ zou Mostyn-Owen later zeggen. ‘Op een gegeven moment maakt het je allemaal niet zo veel meer uit en zoek je je heil in de whisky.’ Mostyn-Owen was bang dat ze ook zou instorten, net als Johnsons moeder. (Het echtpaar scheidde in 1992; twaalf dagen later trad Johnson in het huwelijk met zijn tweede vrouw, Marina Wheeler, die hij als kind in Brussel had leren kennen.) Om zichzelf op te zwepen voor het schrijven van een stuk, deed Johnson op de burelen van The Telegraph, met uitzicht op een prachtig plein, de deur van zijn werkkamer op slot en schold zichzelf de huid vol. ‘Wie getuige was van dit bizarre ritueel, kreeg een inkijkje in de kolkende gedrevenheid en de doelgerichtheid die schuilgaan achter Boris’ innemende uiterlijk’, schrijft Purnell.

In 1994 werd Johnson teruggeroepen om de belangrijkste politiek columnist van The Telegraph te worden. Bij de krant was hij een ster. Maar zijn stukken waren niet langer geloofwaardig. ‘Hij was uitgegroeid tot een karikatuur en moest opstappen,’ vertelde James Landale, die destijds bij The Times werkte en momenteel bij de BBC actief is als diplomatiek correspondent, aan Purnell. Ter gelegenheid van Johnsons vertrek uit Brussel schreef Landale een gedicht, gebaseerd op Hilaire Bellocs Matilda, waarin ‘Boris uit zo’n leugenachtig vaatje tapte/ dat iedereen naar adem hapte’.

Toen Johnson terugkeerde naar Londen, biechtte hij aan een schrijver van opiniestukken in The Telegraph op dat het hem ontbrak aan politieke overtuigingen. ‘Ik kan me niet voorstellen dat je helemaal geen mening hebt,’ spoorde de collega hem aan. ‘Nou ja, ik ben tegen Europa en ik ben tegen de doodstraf,’ zei Johnson. ‘Daar kun je vast wel iets van maken.’

Voor het Britse publiek is Johnson een zeer herkenbare figuur. Hij is Bertie Wooster [P.G. Wodehouse-coryfee]. Zijn haar zit warrig. Hij valt in vijvers. Hij roept gevoelens van sympathie op, omdat hij een zekere kwetsbaarheid uitstraalt en de indruk wekt de dingen nooit helemaal serieus te menen. ‘Boris is in staat halverwege een zin de draad kwijt te raken, als een kind in een kerstspel. Je wilt dat hij het redt, en als dat het geval is, deel je in het succes,’ aldus Michael Gove, Johnsons oude vriend uit Oxford, mede-brexiteer en politieke opponent.

In Boris: The Adventures of Boris Johnson beschrijft Andrew Gimson, een voormalige collega van Johnson, diens vermogen om mensen op te vrolijken – een eigenschap die je bij vrijwel geen enkele andere hedendaagse Britse politicus aantreft. ‘Terwijl veel politici de drang voelen de maatschappij te perfectioneren, gelooft Boris in de imperfectie van de mens, en met name in die van hemzelf’, schrijft Gimson. (De biografie verscheen in 2006 en is in 2016 herzien.) ‘Hij streeft geen onhaalbare doelen na en legt die ook niet aan anderen op.’

Erfenis

Het zal misschien geen verbazing wekken dat Johnson niet zo Engels is als hij lijkt. Hij is geboren in New York. Zijn helblonde haar is een erfenis van zijn overgrootvader Ali Kemal uit het noordwesten van Turkije, die als journalist geen blad voor de mond nam en in de nadagen van het Ottomaanse Rijk minister van Binnenlandse Zaken was. In 1909 overleed Kemals eerste vrouw, Winifred Johnson, in het kraambed in Engeland.

Ze liet twee kinderen achter die door haar moeder moesten worden opgevoed.

Johnsons grootvader Osman, die Wilfred werd genoemd, ging op zijn dertiende van school om zijn geluk te beproeven als boer in Egypte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vloog Wilfred voor de Royal Air Force. Binnen de familie gaat het verhaal dat hij een vliegtuig liet crashen toen hij met een stunt indruk wilde maken op zijn vrouw, Irène Williams, deel van de lagere Europese adel, die op de grond stond toe te kijken. Wilfred raakte ernstig gewond. ‘Later werd dit binnen de familie als een grote grap beschouwd’, schrijft Gimson. (Stanley Johnson licht toe dat zijn vader was neergestort nadat er een motor van het vliegtuig was gebroken en vertelt dat Wilfred een medaille heeft ontvangen voor de kundige wijze waarop hij heeft weten te voorkomen dat er slachtoffers vielen.)

Boris Johnson groeide op in een bevoorrechte maar ook onzekere situatie. Stanley veranderde vaak van baan. Zijn moeder was broos. Het was belangrijk om te winnen maar het was een zwaktebod om je voor te bereiden. Op Eton speelde Johnson toneel en de andere jongens vonden het geweldig wanneer hij zijn tekst vergat. Tijdens de uitvoering van Shakespeares Richard III had hij pagina’s van de tekst op zuilen van het schoolgebouw geplakt, en tijdens de voorstelling rende hij heen en weer tussen die zuilen. Hij was nonchalant en kwam steevast te laat, maar er wachtte hem een grootse toekomst. ‘Volgens mij is hij er oprecht van overtuigd dat het onhebbelijk van ons is om hem niet te zien als een uitzondering, als iemand die is vrijgesteld van de vele verplichtingen waaraan alle anderen moeten voldoen’, schreef Johnsons huismeester, Martin
Hammond, in het voorjaar van 1982, toen Johnson zeventien was. Al was hij nog zo inefficiënt, Johnson ging er wel van uit dat hij benoemd zou worden tot Captain of School, het hoofd van de studentenhuizen in Eton, en dat gebeurde dan ook. Hij was in zijn rol. Hij zong de hymnen. ‘Op een merkwaardige manier houdt hij van orde, niet van willekeur,’ zei Hammond tegen Gimson. ‘Boris was allesbehalve opstandig. Hij hoorde er helemaal bij.’

_“Hij streeft geen onhaalbare doelen na en legt die ook niet aan anderen op”
- Boris: The Adventures of Boris Johnson, Andrew Gimson, 2006_

Dat was niet anders op Oxford, waar Johnson lid werd van de Bullingdon Club, de zeer exclusieve all-male dining club van de universiteit. Hij wilde voorzitter worden van de Oxford Union, de debatingclub. Johnson was briljant als hij kon improviseren. Hij stak overal de draak mee.

Johnson werd voorzitter door te doen alsof hij achter de Social Democratic Party stond, die destijds erg in zwang was, en toen hij eenmaal was benoemd, stapte hij over naar de Conservatieven. Frank Luntz, een Amerikaanse opiniepeiler en een leeftijdgenoot van Johnson, had hem dat afgeraden. ‘Dit is een klein land en het is niet verstandig,’ had Luntz gezegd. ‘Er komt een moment dat het zich tegen je keert.’

Maar dat was niet het geval – omdat het iedereen koud liet. In 1988 schreef Johnson een hoofdstuk over politiek aan de universiteit voor The Oxford Myth, een essaybundel geredigeerd door zijn zus. Hij benadrukt daarin hoe belangrijk het is om een achterban te creëren, een groep trouwe volgelingen die je bewonderen. ‘Het vermaledijde talent van de kandidaat is om het zelfbedrog van de marionet te faciliteren’, schreef hij. In 2003 verwierp Johnson, inmiddels uitgegroeid tot een echte politicus, dit inzicht in het handelen van zijn jongere zelf: ‘In mijn ogen is en blijft mijn essay de locus classicus van het Engelse genre van valse zelfverachting.’

Dit is typisch Johnson. De leugens, het performatieve taalgebruik, de verschillende persona – er worden verschillende lagen over elkaar heen gelegd, her en der doorspekt met Latijn, zodat iedereen uiteindelijk is vergeten waar het nu eigenlijk om ging. In Brussel had Johnson zich beperkt tot het bedrijven van een twijfelachtig soort journalistiek. Maar toen hij terugkeerde naar Londen, paste hij diezelfde tactiek toe in zijn werk, zijn buitenechtelijke affaires en politieke kwesties. In 1999 werd Johnson hoofdredacteur van The Spectator, een scherpzinnig, rechts tijdschrift dat van oudsher nauwe banden onderhoudt met de Conservatieven. Het tijdschrift was in handen van nieuwsmagnaat Conrad Black, die Johnson geregeld belde om te vragen hoe het ging. Dan zei Johnson dat hij het blad wilde omtoveren in een koekje. ‘Een keiharde opening die onverwacht wordt gevolgd door een overrompelende chocoladesmaak,’ vertelt Black aan Gimson. ‘Het is allemaal onzin, maar lekker gepresenteerd.’

In 2001, toen Johnson 36 was, werd hij gekozen tot parlementslid voor het kiesdistrict Henley, een veilige zetel voor de Conservatieven. Toen hij vervolgens onder druk werd gezet om ontslag te nemen bij The Spectator, vanwege belangenverstrengeling, maakte hij daar bezwaar tegen. Uit die tijd stamt zijn bekendste politieke aforisme: ‘I want to have my cake and eat it.’ (‘Ik wil van beide walletjes eten.’) Johnson heeft er een hekel aan om te moeten kiezen, zelfs tussen goed en kwaad. In 2003 vroeg Lynn Barber van The Observer aan Johnson welke principes hij bereid zou zijn op te geven. ‘Ik ben vrij optimistisch van aard, dus het komt niet bij me op om wat dan ook op te geven,’ luidde zijn antwoord. ‘Meestal verzin ik een manier om alles aan elkaar te plakken en overal stilletjes tussendoor te manoeuvreren.’

Deze eigenschap leidt ertoe dat Johnson zijn eigen rol in politieke kwesties behoorlijk opblaast. Hij is niet bepaald geïnteresseerd in de publieke zaak. Zijn helden zijn Benjamin Disraeli en Winston Churchill, twee andere voormalige journalisten en enigszins eigenzinnige buitenstaanders, die premier werden namens de Conservatieven. ‘Ik ben tot bovenaan de greasy pole geklommen,’ zei Disraeli toen hij Downing Street had bereikt.

Ook Johnson ziet de politiek als een noodzakelijke stap naar de top, en als een strijd met alleen winnaars en verliezers, waaraan hij vanzelfsprekend meedoet. In het eerder genoemde Desert Island Discs-interview vroeg Sue Lawley naar Johnsons ambitie. ‘Mijn siliciumchip, mijn ambitiechip, is geprogrammeerd om te proberen steeds weer wat hoger te klauteren op deze cursus honorum, deze ladder van alles… Volgens mij steekt de Britse samenleving zo in elkaar.’

Het gaat allemaal om de jacht. In 1987, toen Johnson in het huwelijk trad met Mostyn-Owen, die algemeen werd beschouwd als de mooiste vrouw van Oxford, moest hij voor de kerkdienst een pantalon en manchetknopen lenen van een vriend, en tijdens de receptie raakte hij zijn trouwring kwijt. (Stanley had nooit een trouwring gedragen.) Tijdens zijn speech citeerde Johnson P.G. Wodehouse, maar niet correct, en werd hij uitgejouwd door een gast die per helikopter was gearriveerd. ‘Heel goed, brave borst!’ riep Johnson terug. ‘Geef die man een kokosnoot.’ Mostyn-Owen zou haar huwelijk later omschrijven als ‘het einde van een relatie in plaats van het begin’.

In 2008 werd Johnson burgemeester van Londen, na zeer gedisciplineerd campagne te hebben gevoerd tegen Ken Livingstone, de Labour-kandidaat. Johnson had nauwelijks standpunten en al helemaal geen medewerkers. ‘Boris is een vreemde snuiter,’ zei Nick Boles, een voormalig parlementslid van de Conservatieven, die Johnson destijds van advies diende. ‘Ik ken niemand zoals hij.’ Als het merk gelijkstaat aan een persoonlijkheid, is het lastig om een ondersteunende rol te vervullen.

Tijdens zijn eerste maanden in functie zag Johnson wel iets in het idee van een ‘voorzitter-burgemeester’, met een rechterhand die in feite al het werk zou doen. Hij stelde Tim Parker, gespecialiseerd in bedrijfstransformaties, aan om de boel te bestieren. (Johnson bleef zijn wekelijkse column voor The Telegraph schrijven, wat hem 250.000 pond per jaar opleverde.) Maar het experiment strandde al na enkele maanden. In het gemeentehuis zwaaide Johnson de scepter op min of meer dezelfde wijze als hij dat bij The Spectator had gedaan – op een chaotische, karakteristieke manier, waarbij hij eigenlijk alles maar zo’n beetje liet gebeuren. ‘Boris heeft allemaal mensen om zich heen verzameld die meer ophebben met hun eigen carrière dan met zijn visie, maar dat lijkt hij geen probleem te vinden. En bovendien heeft niemand een helder beeld van zijn visie,’ zei een ambtenaar tegen Purnell.

Anderzijds moet worden gezegd dat er geen rampen zijn gebeurd tijdens zijn acht jaar als burgemeester. In augustus 2011, toen er rellen uitbraken die dagen aanhielden nadat de politie iemand had doodgeschoten in Noord-Londen, was Johnson met zijn gezin op vakantie in Canada en keerde pas na drie dagen terug. Maar toen hij door een mensenmenigte werd uitgejouwd omdat er in Clapham werd geplunderd, wist hij de situatie te redden door een bezem te pakken, alsof hij wilde helpen met de opruimacties. Het gejoel sloeg om in applaus.

_“Ik ben vrij optimistisch van aard, dus het komt niet bij me op om wat dan ook op te geven”
- Johnson, The Observer_

Vergeleken met Livingstone heeft Johnson echter nauwelijks een stempel op de stad gedrukt. Livingstone, de eerste gekozen burgemeester van Londen, voerde de congestion charge in, een stedelijk tolsysteem, en de Oyster card (een ov-chipkaart), regelde zesduizend extra agenten en wist overheidssteun los te krijgen voor Crossrail, een systeem van metrolijnen van in totaal 18 miljard pond dat in 2021 zal opengaan. Johnsons nalatenschap is een handvol leuke dingen: het populaire fietsenplan, dat al voor zijn aantreden in gang was gezet, een kabelbaan over de Theems, de ArcelorMittal Orbit – een toren/kunstwerk/glijbaan in het Olympic Park in het oosten van Londen, en retrodubbel-dekkers waarin je zomers sterft van de hitte. Hij heeft meer affiniteit met fantastische objecten dan met uitvoerbaar beleid. Als burgemeester heeft Johnson jaren gedroomd van een nieuw vliegveld in de monding van de Theems, ‘Boris Island’. Sinds de Brexit heeft hij het steeds vaker over de bouw van een 35 kilometer lange brug over het Kanaal, naar Frankrijk.

Het beeld van Johnson dat ons altijd zal bijblijven, is dat van de Olympische Spelen in 2012, die al aan Londen waren toegekend tijdens de ambtsperiode van Livingstone. Toen Johnson met een zipline naar Victoria Park ging, bij wijze van promotiestunt, kwam hij langzaam tot stilstand. Hij bleef in de lucht hangen, met twee Engelse vlaggetjes in zijn handen. Dit ongelukje pakte goed voor hem uit. In Political Sport and the Sport of Politics: A Psycho-Cultural Study of Play, the Antics of Boris Johnson and the London 2012 Olympic Games (2014) noemt Candida Yates, hoogleraar cultuur en communicatie aan de Bournemouth-universiteit, Johnson een politicus die geregeld de gevestigde orde onderuit lijkt te halen, maar wiens persona – door en door Brits, amateuristisch, een eeuwige paljas – de gevestigde orde alleen maar lijkt te versterken.

‘Johnsons politieke identiteit is glibberig’, schrijft Yates. Hij doet alsof hij de draak steekt met de mensen met macht, onder wie hijzelf, maar ondertussen piekert hij er niet over de macht uit handen te geven. Hij maakt in alle opzichten deel uit van de inner circle. Voor Britse kiezers, betoogt Yates, beschikt Johnson over het talent om ‘zichzelf te verbinden aan het ideaalbeeld van “thuis”, maar dan gelokaliseerd in een eerder, minder complex en veilig tijdperk van vóór de globalisering, een wereld van straatfeesten met veel vlagvertoon, door de gemeente gesponsorde sportclubs en klassenverschillen’.

Vote Leave

De Brexit is de ultieme fantasie van dat thuis. Op 21 februari 2016 liet Johnson weten dat hij er zich sterk voor zou maken dat het Verenigd Koninkrijk uit de EU zou stappen. Destijds – vier maanden voor het referendum – had de Brexit-campagne nog geen formele, eensgezinde organisatiestructuur en kon ze niet tippen aan ‘Stronger In’, de door de regering gesteunde Remain-campagne. Volgens All Out War, het eerste deel van Tim Shipmans adembenemende, uitvoerige overzicht van de Britse politiek sinds 2016, schreef Johnson drie opiniestukken – twee pro-Brexit, één anti-Brexit – om zijn eigen standpunt te bepalen. In zijn eerste versie had hij zeshonderd woorden gewijd aan verkeersregels. Een paar uur voordat hij zijn standpunt bekendmaakte, stuurde hij een berichtje aan David Cameron, de premier, die samen met hem aan Eton had gestudeerd (zij het twee jaar onder hem). Johnson parafraseerde Rudyard Kipling door te voorspellen dat ‘de Brexit zal worden vermorzeld als een pad onder de eg’. Er stonden tientallen verslaggevers voor zijn deur. ‘Na hier dertig jaar over te hebben geschreven, heb ik nu eindelijk de kans iets te dóén,’ zei Johnson tegen de menigte. ‘Ik zal me sterk maken voor Vote Leave – of hoe het team ook heet, ik begrijp dat er meerdere zijn – omdat ik een betere deal wil voor de inwoners van dit land.’ Hij omschreef zijn chaotische aankondiging later als an imperial goatfuck (een kolossale blunder).

Aanvankelijk beloofde Johnson nog dat hij geen prominente rol zou spelen in de Brexit-campagne – en dat hij geen kritiek zou leveren op Conservatieven die zich achter ‘Remain’ zouden scharen – maar die belofte hield maar een paar dagen stand. Het referendumdebat was een kolfje naar zijn hand. De regering – saai, behoedzaam en zich bewust van de gevoelige kwesties binnen de relatie met de EU – werd scherp afgezet tegen de brexiteers, van wie alleen al de naam een beeld opriep van scherts en heldenmoed. Cameron en zijn loyale ministers brachten rapporten met feiten naar buiten om te waarschuwen voor de economische en politieke gevolgen van een Brexit, terwijl Johnson en zijn makkers in een felrode bus door het land reden en met asperges zwaaiden (om de Britse landbouw te promoten) en beloofden dat er wekelijks 350 miljoen pond zou terugvloeien naar de gezondheidszorg, wat een leugen was.

De Remain-campagne had geen antwoord op Johnson, net zomin als de EEG-ambtenaren in Brussel dat 25 jaar eerder hadden gehad. ‘Boris Johnson is Mr Teflon’, schreef een medewerker in een memo, een maand voor het referendum. ‘Vrijwel alle respondenten vinden hem grappig en onderhoudend. Sommige nemen hem serieus, andere niet; maar iedereen doet zijn blunders en grappen af met een “Ach ja, zo is Boris nu eenmaal.” Hij wordt gezien als een schertsfiguur, maar dan wel eentje die het goed speelt.’

Door de lollige sfeer die om Johnson heen hangt, kan hij onheilspellende meningen spuien en zich onder de consequenties uit draaien. Toen Barack Obama tegen journalisten zei dat de Brexit de handelsbelangen van het Verenigd Koninkrijk zou schaden, schreef Johnson een column waarin hij het had over de ‘afkeer van het Britse Rijk die de deels Keniaanse president van zijn voorouders had meegekregen’. (Johnson heeft ook geschreven over ‘groepen negerkindertjes die met vlaggetjes staan te zwaaien’ in Afrika, ‘met een grijns als een watermeloen’. Ook noemde hij moslimvrouwen die een nikab dragen ‘brievenbussen’.) Tijdens een enerverend tv-debat tussen hoofdrolspelers van de Leave- en de Remain-campagne, op de laatste dag voor het referendum, gebruikte Johnson een slogan – afkomstig van Nigel Farage, leider van de UK Independence Party en nu van de Brexit Party – waarin de dag van het referendum de Britse Onafhankelijkheidsdag wordt genoemd, een nationalistische slogan die een staande ovatie oogstte.

Op de ochtend van 24 juni 2016, toen de uitslag bekend werd, stapte Cameron op. Toen Johnson en Gove, de twee bekendste brexiteers van de Conservatieve Partij, hun opwachting maakten op een persconferentie, wekten ze de indruk dat de angst hun om het hart was geslagen. Naar verwachting zou Johnson binnen enkele weken worden geïnstalleerd in Downing Street. Maar net als eerdere keren dat hij op het punt had gestaan de buit binnen te halen waar hij zo op aasde, was Johnson er met zijn gedachten niet meer bij. De dag na de ingrijpendste politieke gebeurtenis in tientallen jaren, verliet Johnson de stad om cricket te gaan spelen met de negende Earl Spencer. De dag erna gaf hij een barbecue.

Johnson en Gove sloegen de handen ineen en vormden wat gedurende zeer korte tijd het dreamteam zou worden genoemd en dat leiding moest geven aan een nieuwe, pro-Brexit-regering. Het pact hield zes dagen stand. De middag voordat Johnson de aftrap zou geven van zijn campagne om premier te worden, had hij nog altijd zijn speech niet geschreven. Boles, het parlementslid dat Johnson had geadviseerd toen hij in 2008 burgemeester was geworden, herinnert zich dat hij hem aantrof te midden van allerlei stukjes papier met wat losse krabbels. ‘Johnson ging er prat op dat hij zo goed kon schrijven, dat hij kon goochelen met woorden’, schrijft Shipman. ‘Maar op het ultieme moment, het moment dat het er echt op aankwam, leek hij niet de juiste woorden te kunnen vinden.’ Johnson zei tegen Boles: ‘Ik heb niets.’ Gove deed zelf een gooi naar het premierschap. Johnson trok zich terug, nog voor de strijd was losgebarsten.

_“My policy on cake is pro having it and pro eating it”
(‘Mijn standpunt over walletjes is dat je van beide moet kunnen eten’)_

Het uiteenvallen van het dreamteam maakte de weg vrij voor Theresa May om premier te worden. Tot grote verbazing van Johnson – en niet alleen van hem – koos May hem als minister van Buitenlandse Zaken. (‘Wat staat ons verder nog te wachten? Dracula als minister van Gezondheidszorg?’ vroeg een woordvoerder van de Duitse sociaaldemocraten.) Op zijn tweeënvijftigste werd Johnson benoemd op een van de hoogste posten binnen de Britse politiek. Hoewel dit Johnson de kans bood overtuigend uiteen te zetten waarom het VK de EU zou moeten verlaten, en de banden met de buurlanden in Europa en de rest van de wereld te verstevigen, heeft hij dat allemaal nagelaten. Natuurlijk is het zo dat hij werd gehinderd doordat May vanuit Downing Street de regie over de Brexit strak in handen hield. Maar het is ook zo dat Johnsons enige bijdrage aan het gesprek over de moeizame onderhandelingen met betrekking tot Engelands grootste politieke uitdaging sinds de Tweede Wereldoorlog erin bestond dat hij kwam aanzetten met zijn twee decennia oude adagium: ‘My policy on cake is pro having it and pro eating it.’ (‘Mijn standpunt over walletjes is dat je van beide moet kunnen eten.’)

Johnsons periode als minister van Buitenlandse Zaken kende enkele momenten van idiotie. In januari 2017 bezocht hij de Shwedagon-pagode, een boeddhistisch heiligdom in Myanmar. Er stond per ongeluk een microfoon open, die registreerde dat hij een gedicht uit de koloniale tijd prevelde (opnieuw Kipling), totdat de Britse ambassadeur hem het zwijgen oplegde. Datzelfde jaar in november zei Johnson dat Nazanin Zaghari-Ratcliffe, een Brits-Iraanse vrouw die al sinds 2016 in Teheran wordt vastgehouden op verdenking van spionage, colleges journalistiek had gegeven in Iran, terwijl haar familie er heel stellig over was dat ze er alleen op vakantie was. Johnsons vergissing werd opgepikt door de Iraanse autoriteiten. Zaghari-Ratcliffe zit nog altijd vast.

Inside the Foreign Office, een BBC-documentaire die vorig jaar november uitkwam, schetst een portret van Johnson als een verstrooide lolbroek zonder duidelijk plan.

‘Waarom proberen ze ons te naaien?’ vraagt hij tijdens de Brexit-onderhandelingen, doelend op de Fransen. ‘Willen ze meer geld?’ In juli 2018, nadat May in grote lijnen haar voor-genomen compromis met de EU uit de doeken heeft gedaan, stapt Johnson uit de regering. ‘De droom van de Brexit’, schrijft hij in zijn ontslagbrief, ‘is ten dode opgeschreven, gesmoord in een nodeloos gebrek aan zelfvertrouwen.’

Vorige maand was Johnson de eerste die liet weten May te willen opvolgen. Wie haar ook zal vervangen als leider van de Conservatieven, diegene wordt automatisch premier. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn er tien Tory-parlementsleden die zich in de strijd hebben geworpen. Hun medeparlementsleden zullen de uiteindelijke twee kandidaten kiezen, die vervolgens zullen dingen naar de gunsten van de 160.000 overwegend witte, overwegend oudere, fervente pro-Brexit-leden van de Conservatieven, verspreid over het hele land. Johnson, die heeft beloofd te zorgen dat het Verenigd Koninkrijk op 31 oktober van dit jaar uit de EU zal stappen, met of zonder deal, is de onbetwiste favoriet. Hij heeft zijn haar laten knippen en staat helemaal in de campagnestand: hij houdt zich gedeisd en hij houdt zich aan zijn script.

Natuurlijk kan het premierschap hem nog altijd ontgaan. Zijn neiging zichzelf in de voet te schieten is haast even prominent aanwezig als zijn geloof in zijn eigen kunnen. Tot op dit moment zijn Johnsons leven en carrière haast een schoolvoorbeeld van wishful thinking – krankzinnige verwachtingen die op onvoorstelbare wijze worden ingelost. Voor de Brexit geldt min of meer hetzelfde. ‘Ik heb niets,’ heeft Johnson gezegd. Engeland zal er binnenkort achter komen wat niets betekent.  

Auteur:“Sam Knight”:https://twitter.com/samknightwrites?lang=nl

The New Yorker
Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.043.000

Sinds 1925 hét New Yorkse tijdschrift met als handelsmerk de satirische karikaturen en cartoons en geïllustreerde covers. Is met zijn parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie en essayistiek, rigoureuze factchecking en brede belangstelling voor cultuur favoriet onder liefhebbers van het journalistieke ambacht.

Plaats een reactie