Macht is (beschikken over andermans) vrijheid

Wereldwijd | Dossier | New York Times  |  5 May 2020 - 16:00 5 May - 16:00

Aan het streven naar openlijke vormen van macht – politiek, financieel – kleven vaak nare kanten: armoede, slavenarbeid, pogroms en territoriale conflicten. Maar in feite werkt iedere vorm van ambitie een verraderlijk dictatoriaal verlangen in de hand: de manier veranderen waarop mensen denken en doen.

» Lees dit artikel in de Reader.

Het verlangen om macht uit te oefenen over anderen is me volkomen vreemd, ik kan me er gewoon niets bij voorstellen, zoals ik me ook niet kan voorstellen waarom mensen kinderen willen, of waarom iemand Kolonisten van Catan wil spelen. Zelfs seksuele fantasieën waarin machtsverhoudingen een rol spelen doen me weinig. Waarom zou ik anderen willen commanderen? Wat zou ik ze willen laten doen? Mijn belastingaangifte invullen misschien?

Het lijkt me allemaal erg ongemakkelijk, en ook veel gedoe. Ik vind het al onprettig om bediend te worden door iemand met wie ik liever een biertje zou gaan drinken; ik vind het al vervelend dat ik een povere (en vaak denkbeeldige) macht uitoefen over mijn leerlingen omdat ik degene ben die de cijfers uitdeelt.

BESTE LEZER
Mogen we even je aandacht?
We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. En dat lijkt in deze tijd nog harder nodig dan anders. Daarom bieden we een deel van onze context gratis aan. Steun je onze missie? Deel dan dit artikel, en, nog beter: sluit je bij ons aan! Voor 30 euro ontvang je 3 maanden 360 thuis. Duurt enkele minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Maar: doen wat ík wil, en niet gedwongen worden dingen te doen die ik niet wil, is het belangrijkste streven geweest in mijn volwassen bestaan, en ik heb mijn hele leven daarop ingericht.

» Ik droom van een koninkrijk ter grootte van mijn appartement

Ik zou macht willen definiëren als het vermogen anderen te laten doen wat jij wilt, en vrijheid als het vermogen om te doen wat je zelf wilt. Net als met zwaartekracht en versnelling gaat het om twee krachten die verschillend lijken, maar in feite één zijn. Vrijheid is de defensieve, of proactieve, vorm van macht: de macht die nodig is om weerstand te bieden aan macht die de wereld op allerlei manieren over ons wil uitoefenen, vanaf het moment dat we worden geboren.

Die kracht is zo immens en zo alomtegenwoordig dat er een aanzienlijke tegenkracht nodig is om alleen al de autonomie te herstellen en vervolgens in stand te houden. Wie was uiteindelijk sterker: Alexander de Veroveraar, die heerste over de wereld die men kende, of de filosoof Diogenes, aan wie Alexander niets had te bieden en die hij ook nergens mee kon bedreigen? (Naar verluidt heeft Alexander gezegd dat als hij niet al Alexander was geweest, hij Diogenes had willen zijn. Diogenes heeft gezegd dat als hij niet al Diogenes was geweest, hij ook Diogenes had willen zijn.)

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selectie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

Dictatoriaal verlangen
Streven naar meer openlijke en saaiere vormen van macht – politiek, financieel – is misschien niet altijd per se slecht, maar er kleven wel vaak nare kanten aan, in de vorm van armoede, slavenarbeid, pogroms en ongewenste territoriale conflicten. Mijn eigen streven heeft de betrekkelijk onschuldige vorm aangenomen van een artistieke ambitie (onvermijdelijk aangelengd met enkele onzuivere elementen – een verlangen naar erkenning, status, voldoende geld om van rond te komen en om bij vrouwen in de smaak te vallen).

Maar om eerlijk te zijn werkt ook deze schijnbaar onschuldige vorm van ambitie al een verraderlijk dictatoriaal verlangen in de hand: de manier veranderen waarop mensen denken, waarop ze kijken.

Zoals voor de meeste kunstenaars geldt, is het ook mijn diepste aardse verlangen om met rust te worden gelaten: ik droom van een koninkrijk ter grootte van mijn appartement. En dat is al lastig genoeg.

Al sinds mijn tienerjaren is mijn belangrijkste artistieke rolmodel de filmregisseur Stanley Kubrick, die over een zeldzaam artistiek talent beschikte en die er als geen ander in slaagde een ruimte af te schermen waarin dat talent volledig tot zijn recht kon komen. Dat deed hij door te zorgen voor financiële onafhankelijkheid en een mate van controle die ongekend is in het meedogenloze ecosysteem van Hollywood. Autonomie en controle: onontbeerlijk voor iedere kunstenaar. Omdat ik zowel het meedogenloze zakelijke instinct ontbeer als het napoleontische charisma van iemand als Stanley Kubrick, probeer ik bij mijn eigen artistieke inspanningen de overheadkosten beperkt te houden, niet met anderen samen te werken en redactionele inmenging tot een minimum te beperken.

Natuurlijk hangt er een prijskaartje aan vrijheid: ik heb lang geleden besloten dat de vrijheid om over je eigen tijd te beschikken de hoogste vorm van vrijheid is, en daarom heb ik afgezien van een vaste baan, een hypotheek, een pensioenplan of een andersoortige regeling met de bank, en van de knusse ketenen van het gezinsleven. Het merendeel van de tijd is dat het zonder meer waard.

Vrijheid is dus een vorm van macht, maar een bepaald soort vrijheid brengt ook machteloosheid met zich mee. Als kunstenaar ben ik nooit zo vrij geweest als in de tijd dat ik cartoons maakte voor een alternatief weekblad, waarmee ik hooguit 20 dollar per week verdiende. Omdat niemand aandacht aan mijn werk besteedde, kon ik onomwonden de waarheid verkondigen, terwijl alle anderen voorzichtig om de hete brij heen draaiden.

Ik kon een man tekenen die een burrito als een seksspeeltje gebruikte. Zodra ik stukken ging schrijven voor een van de meest gelezen en gerespecteerde kranten ter wereld, kon ik allerlei overduidelijke waarheden ineens niet langer benoemen. En uiteraard waren die burrito’s al helemaal uitgesloten.

Hoe meer macht je krijgt, hoe meer die macht aan banden wordt gelegd. Ik heb vaak gedacht dat niemand zo onvrij is als de president van de Verenigde Staten. Het gaat hier om een baan waarvoor je pas in aanmerking komt nadat je bent gekeurd en goed bevonden door geldschieters, lobbyisten, partijleiders en vele anderen die achter de schermen aan de touwtjes trekken. In praktische zin wordt elke vorm van bewegingsvrijheid van de president gefilterd door de trechter van het Amerikaanse politieke spectrum, terwijl elke taxichauffeur, kapper of internettrol de krankzinnigste meningen kan spuwen.

Donald Trump moet zich inmiddels een geketende King Kong voelen, gedwarsboomd door trouweloze rechters, afvallige medewerkers en een verraderlijke grondwet. Voor zover hij nog beschikt over iets van de macht die hem de overwinning heeft bezorgd, bestaat zijn vrijheid erin dat hij als een gefrustreerde involuntary celibate [verongelijkte jonge man die online vrouwenhaat cultiveert omdat hij geen seks heeft] tekeer kan gaan over elk onbenullig theorietje dat bij hem postvat.

Verpletterend gewicht
Maar de meest elementaire vorm van vrijheid is het zeker stellen van de macht om je vrij te bewegen binnen de begrenzing van je eigen schedel. Doen wat je wilt kan alleen als je weet wat je wilt. De geniepigst denkbare macht is de macht die je hoofd binnendringt, die bepaalt en vertekent wat je mag denken.

Het is vrijwel onmogelijk om het verpletterende gewicht van culturele consensus, ideologie, propaganda en conventionele wijsheid van je af te schudden, het oorverdovende gekwetter van de mening van anderen te negeren en je eigen samizdatgedachten te koesteren – zoals de kunstenares in Virginia Woolfs Naar de vuurtoren, die een zware strijd levert om niet de moed te verliezen: ‘“Maar dit is wat ik zie; dit is wat ik zie,” en ze drukte het armetierige overblijfsel van haar visioen aan de borst, terwijl honderden krachten het haar probeerden te ontfutselen.’

» De verstandigste mensen zijn, denk ik, de gelukkigen die niet streven naar macht, geld of status

De pathetische zucht naar macht komt altijd voort uit angst: angst voor de dood. Sommige miljardairs laten luxe survivalcompounds bouwen en steken geld in Frankenstein-achtige onderzoeksprogramma’s in de hoop zo de genetische aftakeling en de dood te kunnen verslaan. Vrijwel alles wat kan worden gezegd over een dergelijke vorm van ijdelheid – die zowel narcistisch als vruchteloos is – is al gezegd door Percy Shelley in zijn gedicht ‘Ozymandias’ (1818).

De hoop te worden herinnerd doordat je naam op een boek of een gedenkteken prijkt, of doordat er een ziekte of organisme naar je wordt vernoemd, of misschien zelfs een wiskundige vergelijking of een ster, is al even onbenullig en meelijwekkend als alle andere pogingen om de dood te slim af te zijn, van het krijgen van kinderen tot het binnenvallen van andere landen. Om Woody Allen te citeren: ‘Ik wil niet voortleven in het hart van mijn landgenoten; ik wil voortleven in mijn eigen huis.’

De verstandigste mensen zijn, denk ik, de gelukkigen die niet streven – naar macht, geld of status – maar die werk willen doen dat nuttig is, die van iemand willen houden en in een prettig huis willen wonen, misschien wel met een windgong op de veranda. En misschien een voederbak voor de vogels.

Een vriendin van me, ook auteur, heeft een hallucinogene openbaring gehad waarin haar duidelijk werd dat haar eigen ambitie een misplaatst verlangen was naar affectie en goedkeuring, naar de liefde van onbekenden – toen ze eenmaal een liefdevol gezin had, was die behoefte verdwenen. Maar door dat verwrongen verlangen is ze wel geworden wie ze is, een schrijfster, en dat zal ze blijven, ook nu haar oorspronkelijke beweegreden is achterhaald – zoals ook het Parthenon het geloof waaruit het is ontstaan heeft overleefd.

Ambitie heeft mij ertoe gedreven twintig jaar van mijn leven door te brengen in een lawaaierige, smerige stad die ik me niet kan veroorloven, en veel te veel energie te steken in zelfpromotie, iets waarvoor mijn ziel een steeds hogere prijs betaalt. Zoals zoveel kunstenaars in New York houd ik mezelf voor dat dit mijn laatste jaar in deze stad zal zijn. Ik droom ervan het allemaal achter me te laten: terug naar het platteland, veel lezen, schrijven als mijn hoofd ernaar staat. Ik streef ernaar om – op een dag, als ik er de moed voor heb – mijn ambities te laten varen.

Auteur: Tim Kreider

is essayist en cartoonist. Hij is de auteur van de boeken We Learn Nothing and I Wrote This Book Because I Love You. Kreider schrijft regelmatig een column op het onlineplatform Medium.

Dit is het zesde en laatste artikel uit de serie The Big Ideas van The New York Times over macht: ‘What is power?’ In de hoop dat inzicht tot verandering kan leiden, selecteerden wij zes afleveringen die laten zien dat macht meer is dan politieke manoeuvres of geweld. Macht is overal en bepaalt in grote mate hoe wij, de mensheid, met elkaar omgaan. 

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selectie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

Plaats een reactie

Tim Kreider: ‘Ik zou macht willen definiëren als het vermogen anderen te laten doen wat jij wilt, en vrijheid als het vermogen om te doen wat je zelf wilt. Net als met zwaartekracht en versnelling gaat het om twee krachten die verschillend lijken, maar in feite één zijn. Vrijheid is de defensieve, of proactieve, vorm van macht.’ – © Unsplash