Goede wijn behoeft geen krans

360 Magazine/New York Magazine  |  9 januari 2018 - 16:00 9 jan - 16:00

Verzamelaars van zeldzame wijnen vormen een groep gewiekste en doorgaans gefortuneerde lieden, die elkaar vliegen proberen af te vangen en geacht worden een zeer goede neus hebben. Ze stonden er met diezelfde neus bovenop toen ze jarenlang kolossaal en voor ettelijke fortuinen in de maling werden genomen.

Al op de avond dat Rudy Kurniawan zijn debuut maakte, in september 2003, stonden er dubieuze flessen wijn op tafel. Het was op een vrijdag, en het puikje van de Zuid-Californische wijnliefhebbers was bijeengekomen in restaurant Melisse in Santa Monica, waar 4800 dollar per persoon werd neergeteld voor een proeverij van onweerstaanbare zeldzaamheden die Kurniawan op de kop had weten te tikken: Château Pétrus uit verschillende jaren, zelfs uit 1921, in magnums.
Hoewel Pétrus tegenwoordig tot de beroemdste wijnen ter wereld wordt gerekend, neemt het die toppositie nog niet zo heel lang in. Vóór de Tweede Wereldoorlog had vrijwel niemand ervan gehoord en het mocht dan ook bijna een wonder heten, die magnums uit de jaren twintig. Van Paul Wasserman – de zoon van Becky Wasserman, een vooraanstaand Amerikaanse importeur van bourgognes – zou je kunnen zeggen dat hij tot een wijndynastie behoort. Maar de oudste Pétrus die hij ooit had gedronken, vóór die bewuste vrijdag, stamde uit 1975. (…)

Gratis voor 360 abonnees


Plaats een reactie