Datacenters in zee

Quartz  |  8 juni 2018 - 07:30 8 jun - 07:30

In een poging de planeet te redden en toch geld te blijven verdienen, zonk Microsoft onlangs een van zijn nieuwste datacenters af in de Noordzee.

Het datacenter, onderdeel van Project Natick van Microsoft, draait nu op ongeveer 30 meter diepte in de Noordzee nabij de Britse Orkney eilanden, volledig aangedreven door duurzame energie. Als het experiment succesvol is, kan het een blauwdruk vormen voor cloud computing.

De logica is simpel: breng datacenters dicht bij knooppunten en steden. Dat vindt de klant fijn, want surfen of gamen gaat zo een stuk sneller dan wanneer er heen en weer moet worden geschakeld tussen gebruikers en servers.

Volgens Microsoft woont bijna de helft van de wereldbevolking in een strook van 150 kilometer van de oceaan. Daarom zijn datacenters in zee een interessante optie. Niet alleen vanwege de snelheid, maar ook wat betreft duurzaamheid. Oceanen zijn koel vanaf een bepaalde diepte en dat betekent dat de enorme kosten voor koeling van datacenters significant kan worden beperkt.

De Orkney eilanden halen meer dan 100 procent van hun energie uit wind- en zonne-energie en getijdenbronnen. Dat betekent dat het datacenter van Microsoft, dat draait op Orkney-energie die wordt geleverd via een onderzeese kabel, dus niet bijdraagt aan de steeds groter wordende CO2-uitstoot die de klimaatverandering stimuleert.

Over de kosten van het Natick-project wil Microsoft niets kwijt, maar het bedrijf is van mening dat dit ontwerp op commerciële schaal goedkoper zal zijn dan de gebruikelijke datacenters op het vasteland. ‘Het is onze overtuiging dat dit type datacenter zou kunnen leiden tot lagere kosten en eenvoudiger structuren met minder materialen, waardoor minder onderhoud en elektriciteit nodig zijn,’ aldus een woordvoerder.

Plaats een reactie