Geluk per decreet

Courrier Japan/360 Magazine  | 30 maart 2016 - 07:0030 mrt - 07:00

Bhutan verving het bruto nationaal produkt officieel door de index van het bruto nationaal geluk. Toch rust er een smet op het koninkrijkje door de armoede en de onderdrukking van de Nepalese minderheid.

Als wij, u en ik, al het eten voor ons zouden moeten uitstallen dat we in een jaar consumeren, hoeveel zou dat dan zijn? Voor Pema Yangzom, een vrouw van 28 jaar uit Bhutan, die daar in een afgelegen dorpje in het zuidelijke district Dagana woont, is het antwoord zo simpel als wat: ‘Al mijn eten is daar,’ zegt ze, wijzend op de maiskolven die aan het plafond hangen. ‘Een of twee keer per dag maal ik wat mais en dat eet ik gekookt of in een andere vorm.’ In het begin van 
het jaar hingen de talrijke kolven die 
ze in haar tuin had geoogst aan drie bamboestengels. Nu is een daarvan praktisch kaal. ‘We zullen zuinig aan moeten doen tot de volgende oogst,’ zegt ze.

Pema woont met haar drie kinderen 
in een soort hut van amper twintig vierkante meter. In haar armen heeft ze Ugyen, haar baby van 6 maanden, die rustig ligt te slapen. Karma van 11 jaar, net terug uit school, en Sonam van 8, zitten naast haar op de grond met opgetrokken benen en kaarsrechte rug. Het uniform van de twee meisjes is vies en verkleurd. De jonge vrouw voedt haar drie kinderen in haar 
eentje op. Haar man komt haar af en toe opzoeken, maar dan wordt hij gewelddadig en pikt al het geld in dat ze heeft verdiend.

Haar huidige man is trouwens haar derde. Over de twee eerdere wil Pema niet praten. Haar inkomsten zijn zeer beperkt: elke keer als ze als huishoudelijke hulp bij de buren werkt, in de weekeinden, krijgt ze een paar munten, nooit veel meer dan zo’n 85 eurocent. Op mijn vraag: ‘Wat is op dit moment je grootste plezier?’ antwoordt ze met gebogen hoofd: ‘Dat heb ik niet.’

Pema is nooit naar school geweest en ze kan niet lezen. Ze vraagt zich elke dag af hoe ze de eindjes aan elkaar moet knopen. Van het beroemde ‘bruto nationaal geluk’ (BNG), een concept dat door de regering is verzonnen, heeft ze nog nooit gehoord.

Toch staat dit kleine landje wereldwijd bekend als ‘het koninkrijk van het geluk’. Het bruto nationaal product (BNP) is officieel vervangen door de index van het bruto nationaal geluk, die geacht wordt zowel de economische ontwikkeling als de mate van geluk van de bevolking weer te geven.

In werkelijkheid leeft een op de vier Bhutanezen in armoede, met minder dan anderhalve euro per dag. Vier op de tien kinderen beneden de vijf jaar zijn ondervoed. Het jaarinkomen per inwoner komt niet boven de 1460 euro uit. Als we ons tot deze gegevens beperken, komt Bhutan als een van de armste landen ter wereld uit de bus. Waarom wordt het dan toch ‘het gelukkige land’ genoemd?

Vaak wordt geciteerd uit een nationale peiling uit 2005 waarin 97 procent van de inwoners zichzelf als ‘gelukkig’ bestempelde. Toch zijn in deze peiling diverse problematische punten naar voren gekomen. Wanneer er methodes worden gebruikt die met meer criteria rekening houden, zo heeft een onderzoek uit 2010 uitgewezen, dan beperkt het percentage ‘gelukkige’ inwoners zich uiteindelijk tot 41 procent.

Tabaksverbod
Desondanks heeft deze kwestie heel wat losgemaakt bij zowel de autoriteiten als de bevolking. Het idee van het BNG, in 1972 gelanceerd door de voormalige koning Jigme Singye Wangchuk, heeft tot verschillende politieke maatregelen geleid. Zo zijn er doelstellingen geformuleerd om op 60 procent van het nationale grondgebied het natuurlijke milieu te beschermen. En om de gezondheid van de inwoners te bevorderen heeft de Bhutanese regering in 2004 als eerste ter wereld een algemeen tabaksverbod uitgevaardigd. Iedereen die tabak het land binnenbrengt riskeert een gevangenisstraf van drie tot vijf jaar. ‘Dat is een bijna even zware straf als voor verkrachting,’ merkt een Bhutanees lachend op.

Het BNG is ook zeer aanwezig in het onderwijs. Zo geeft de basisschool in Pema’s dorpje, met 235 leerlingen onder wie haar twee dochtertjes, bij elk vak les in de waarde van geluk, van Dzongkha, de officiële taal van het land, tot rekenen. In een Engels leerboek worden bijvoorbeeld de treurige lotgevallen gevolgd van een jongetje dat zijn bal verliest en niet kan gaan buitenspelen omdat het regent maar dat, gelukkig omdat hij de dag zonder kleerscheuren is doorgekomen, de les besluit met de woorden: ‘I am happy.’ En terwijl tijdens de rekenles vroeger sommen werden opgegeven als: ‘Een man heeft vier koeien. Er worden er twee gestolen. Hoeveel houdt hij er 
nog over?’ luidt de tekst tegenwoordig: ‘Een man heeft vier koeien, maar omdat hij een goed hart heeft geeft hij er twee aan zijn dochter. Hoeveel houdt hij er nog over?’

Het BNG is meer dan een eenvoudige index die men probeert te verbeteren. Er is de regering zoveel aan dit thema gelegen dat elk wetsvoorstel van een ministerie wordt voorgelegd aan de Commissie van het bruto nationaal geluk, waarvan de eerste minister in eigen persoon deel uitmaakt. In 2008 overwoog de regering van Bhutan 
aansluiting te zoeken bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO), maar de uiteindelijke beslissing daarover werd uitgesteld door de commissie. ‘Het BNG is een manier van denken die het midden houdt tussen het materiële en het spirituele. De Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld het beste land ter wereld op het materiële vlak, maar hoe is het op het spirituele vlak gesteld? Het is van wezenlijk belang dat men zich tevreden weet te stellen met wat men heeft [zoals het boeddhisme voorschrijft],’ aldus Rinchen Wangdi, programma-coördinator van de commissie.

Hoe het ook zij, het BNG-concept is 
de afgelopen jaren heel wat keren ter discussie gesteld. Sinds de regering in 1999 satelliettelevisie en internettoegang heeft toegestaan, is Bhutan, dat tot dan toe voornamelijk genoeg had aan zichzelf, overspoeld door een moderniseringsgolf. Hoewel er nog geen verkeerslichten in het land zijn geïntroduceerd, ziet men de laatste 
tijd tijdens het spitsuur steeds meer verkeersopstoppingen in de straten van de hoofdstad Thimbu, een gevolg van het snel groeiende wagenpark.

De consumptiekoorts slaat steeds meer toe bij de inwoners, die in groten getale overgaan tot de aanschaf van een auto, een woning of de nieuwste elektrische huishoudapparatuur, waarvoor ze zich zwaar in de schulden moeten steken. De regering, beducht voor overconsumptie, heeft vorig jaar april een bevriezing van de kredieten afgekondigd en in juni de belasting op de aankoop van auto’s verhoogd. De jongeren die ervan dromen in een grote stad te wonen, verlaten hun provincie en stromen naar de hoofdstad op zoek naar werk. De straten wemelen van de werklozen en er is een klimaat van onveiligheid ontstaan. In 2011 heeft de politie 327 drugszaken geteld in Thimbu, waarbij in 80 procent van de gevallen jongeren van onder de 25 betrokken waren.

Zelfs in de provincies, waar de traditionele manier van leven nog bestaat, begint de verandering zichtbaar te worden. In Pema’s dorpje Tsangkha is in januari 2012 elektriciteit aangelegd. Tsering Choki, een jonge buurvrouw van Pema, zegt: ‘Vóór die tijd ging 
ik tussen zeven en acht uur naar bed. 
Nu ik licht heb, blijf ik wakker tot 
half twaalf.’

Minuscuul
Waarom is Bhutan zo gehecht aan het concept van het bruto nationaal geluk? De diepere oorzaken daarvoor lijken in de geringe omvang van het land te liggen. ‘Bhutan heeft altijd alles in het werk gesteld om niet te worden opgeslokt door zijn buurlanden. We hebben ons best gedaan om als een onafhankelijke staat te worden beschouwd, met een eigen identiteit,’ legt een hoge ambtenaar van het ministerie van Onderwijs uit.

Ingeklemd tussen de twee grootmachten India en China lijkt Bhutan inderdaad minuscuul. Het land heeft in het verleden dan ook menige invasie meegemaakt. Om hun situatie ten volle te beseffen, hoeven de inwoners alleen maar naar het noorden te kijken, waar Tibet – ook een boeddhistisch land – in 1950 werd bezet door China, of naar het westen, waar het oude koninkrijk Sikkim in 1975 door India is geannexeerd.

Om niet door een vreemde mogendheid te worden ingelijfd zijn de leiders van het land op het idee gekomen hun land het imago van een koninkrijk met sterke tradities en een geheel eigen cultuur te geven. Dit beleid van cultuurbescherming is het instrument geworden om de identiteit van Bhutan veilig te stellen. Dat beleid komt in de eerste plaats tot uitdrukking in een verbetering van het BNG – een nationale doelstelling – en voorts de verspreiding van de officiële taal, het Dzongkha, het dragen van de traditionele klederdracht, maar ook in het respect voor riten en ceremonies.

Op de vraag naar de relatie van zijn land met India en China antwoordt Daw Penjo, de staatssecretaris van 
Buitenlandse Zaken: ‘Vindt u het niet verwonderlijk dat een klein land als het onze, dat over maar zo weinig natuurlijke hulpbronnen beschikt, zijn onafhankelijkheid heeft weten te bewaren? Dat kun je een topprestatie noemen. En die hebben we te danken aan onze koningen, die blijk hebben gegeven van een grote helderheid van geest en goede relaties met onze buren hebben onderhouden.’

Desondanks bevindt Bhutan zich 
nog altijd in een netelige positie. 
Het onderhoudt momenteel officiële diplomatieke betrekkingen met slechts 41 landen, waarvan er niet één permanent lid is van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. En het beleid om de Bhutanese cultuur te beschermen heeft ook tot de uitsluiting van andere culturen geleid. Indachtig het principe ‘één land, één volk’, dat in de jaren tachtig door de koning werd geproclameerd, heeft Bhutan voortvarend werk gemaakt van een etnisch en cultureel integratieproces.

Dzongkha
Alles wat als Bhutanees wordt beschouwd – het Dzongkha, het Tibetaanse boeddhisme, de traditionele klederdracht zoals de go [voor mannen] of de kira [voor vrouwen] – is verbonden met de cultuur van de bevolking van Tibetaanse origine die in het westen van het land woont, met name in Thimbu. Voor de andere bevolkingsgroepen is het dus een opgelegde cultuur.

Het wantrouwen jegens de regering heerst vooral onder de hindoes van Nepalese origine die in het zuiden wonen. Hoewel exacte statistieken ontbreken, zouden zij 20 tot 50 procent van de bevolking uitmaken. Aan het eind van de jaren tachtig verbood de regering het onderwijs in de Nepalese taal op scholen en stelde ze gedrags-lessen verplicht waarin de Tibetaanse traditie wordt bijgebracht. Veel inwoners van Nepalese origine uitten hun onvrede over deze maatregelen en overal in het land werd tegen de regering gedemonstreerd.

Het conflict liep steeds hoger op en eindigde na 1990 in de ballingschap van meer dan honderdduizend inwoners van Nepalese afkomst. Ook nu nog bevindt zich in het oosten van Nepal het grootste vluchtelingenkamp van Azië. Maar de Bhutanese regering is nooit afgeweken van haar standpunt dat deze vluchtelingen ‘illegale immigranten’ zijn. En ondanks veel kritiek van de internationale gemeenschap zijn ze nog steeds niet gerepatrieerd.

Verschillende groepen van gewapende dissidenten hebben dit kamp als domicilie gekozen en pleegden vorig jaar oktober bomaanslagen in het zuiden van het land. Vandaar dat toeristen nog steeds maar zeer beperkt tot deze regio worden toegelaten. Ook de basisschool van Pema’s dochtertjes verbiedt het gebruik van een andere taal dan het Dzongkha. Een leraar bevestigt: ‘Er staat geen specifieke straf op, maar als ik leerlingen Nepalees zie praten, moet ik ze een standje geven.’

Zo blijft het vluchtelingenprobleem een taboeonderwerp. Wanneer ik het aanstip, betrekt het doorgaans vrolijke gezicht van een jongeman van Nepalese origine onmiddellijk: ‘Daar wil ik het niet over hebben. Als u er meer over wilt weten, hoeft u maar op internet 
te kijken.’

Gratis bouwland
Om de leegte in het zuiden van het land op te vullen nadat de bevolking van Nepalese afkomst was verdreven, heeft de regering een ‘herhuisvestingsprogramma’ gelanceerd ter ondersteuning van Bhutanezen die zich in deze regio willen vestigen. Mensen die niets hebben krijgen gratis bouwland toebedeeld. Voor deze straatarme inwoners is dit herhuisvestingsprogramma een barmhartig gebaar van de koning.

Een vijftiger van Tibetaanse origine is bereid met ons te praten mits hij anoniem kan blijven. Volgens hem is het herhuisvestingsprogramma bedoeld om de dreiging vanuit het zuiden in te dammen. ‘Een te grote bevolking van Nepalese origine zou op termijn een lastig probleem kunnen worden. 
Door de plaatselijke bevolking te vermengen met andere etnische groepen, kan iedere neiging tot onafhankelijkheid in de kiem worden gesmoord,’ 
legt hij uit.

Inderdaad vertegenwoordigen de 
kinderen die dankzij het herhuisvestingsprogramma naar de regio zijn geëmigreerd eenderde van de leerlingen van de basisschool in het dorp van Pema. Zij behoort overigens zelf ook tot de nieuwe inwoners die zich tien jaar geleden in het kader van het programma in het dorp hebben gevestigd. Haar familie behoorde tot een nomadenstam in de oostelijke provincie Sakten die al generaties lang leefde van het fokken van koeien en yaks.

Pema herinnert zich dat ze moeite had om aan haar nieuwe leven te wennen. Je treft onder de immigranten maar al te vaak mensen aan die, net zoals zij, in de grootste armoede leven. Sommige van deze vroegere nomaden weten niet eens hoe ze het land moeten bebouwen dat hun is toegewezen. Pema verstaat geen Nepalees, de voertaal in de regio. Toch vindt ze dat ze erop vooruit is gegaan omdat ze nu een huis en grond bezit. 
Met hulp van haar buren bewerkt ze haar akkers eenmaal per jaar. Haar dochters kunnen op school twee gratis maaltijden krijgen, ’s morgens en ’s middags.

Onderwijs
Pema heeft al haar hoop op haar kinderen gevestigd. Ze krijgen gratis onderwijs waarvan ze zelf niet heeft kunnen profiteren. Ze hoopt dat haar kinderen dankzij dit onderwijs beter af zullen zijn dan zijzelf. ‘Mijn dochter is nu nog te klein, maar ik weet zeker dat ze me over een paar jaar 
zal kunnen uitleggen wat er in het Dzongkha in de officiële papieren staat die de overheid me stuurt,’ 
vertrouwt ze me toe. Op mijn vraag naar haar toekomstdromen staat Karma, het oudste dochtertje van Pema, op en antwoordt: ‘Ik wil dokter worden. Ik wil geld verdienen zodat mijn moeder niet zoveel zorgen heeft.’

Uit de blik van Karma blijkt dat ze vastbesloten is zich die kans niet te laten ontnemen.

Yasushi Masutani

Dit artikel uit editie 27 van 360 Magazine wordt u gratis aangeboden. VPRO Tegenlicht gaat zondag 3 april a.s. over het rendement van het geluk.

Elke twee weken het beste uit de internationale pers lezen? Neem dan een abonnement op 360 Magazine. Ontvang 5 nummers voor 15 euro (het proefabonnement stopt automatisch).

Tags: geluk Bhutan

Plaats een reactie

Geluk per decreet (Courrier Japan/360 Magazine)