Japan experimenteert met multiculturalisme

Asahi Shimbun / 360  | 19 december 2018 - 16:5719 dec - 16:57

Japan heeft arbeidskrachten nodig. Met een nieuw visumsysteem wil het land buitenlandse werknemers aantrekken voor sectoren waar Japanners hun neus voor optrekken. Maar integratie gaat niet vanzelf in een samenleving die zichzelf als homogeen beschouwt.

Tokio heeft op 2 november een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in twee nieuwe visumtypes. Het visum voor ‘specifieke competentie 1’ staat een verblijf van vijf jaar toe voor een laag gekwalificeerde aanstelling in veertien sectoren (landbouw, ouderenverzorging etc.). Het visum voor ‘specifieke competentie 2’ staat gespecialiseerde werknemers toe samen met hun gezin langer te blijven. Volgens de krant Mainichi Shimbun 
‘gaat het om een historisch keerpunt in het Japanse vreemdelingenbeleid’. Inderdaad opent het land momenteel alleen zijn deuren voor hoog gekwalificeerde werknemers, zoals artsen en hoogleraren. Desondanks worden er talrijke buitenlandse studenten en leerlingen te werk gesteld, soms onder illegale en erbarmelijke omstandigheden. 7089 van hen zijn volgens het ministerie van Justitie in 2017 hun werkgever ontvlucht.

Tien jaar geleden is Tao Cheng, 
een 36-jarige Chinees, met zijn start-up popIn begonnen in het kantorencomplex Roppongi Hills in het centrum van Tokio. In 2012, toen ondernemingen en laboratoria overal op de wereld vochten om nieuw talent, heeft Japan een puntensysteem ingesteld om hoog gekwalificeerde vakmensen aan te trekken: buitenlanders met een goede opleiding en een goed inkomen kregen punten toebedeeld waarmee ze gemakkelijker in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning. Dankzij dit systeem kreeg Cheng in maart 2017 ook een 
vergunning.

Na een studie informatica aan het Technologisch Instituut in Tokio vervolgde 
de jonge Chinees zijn studie aan de 
Universiteit van Tokio. Daarna ontwierp hij software waarmee je, wanneer je een woord intypt op internet, onmiddellijk de betekenis plus de betreffende connotaties te zien krijgt. Baidu, de grootste Chinese zoekmachine, heeft het programma voor meer dan een miljard yen (8 miljoen euro) van hem gekocht.

Dankzij zijn talent en zijn inspanningen heeft Cheng zijn ‘Japanse droom’ gerealiseerd. Je kunt met recht spreken van een succesverhaal. Maar de Chinese ondernemer, die nog altijd een spijkerbroek draagt, weerlegt deze indruk met een bittere glimlach. ‘In Japan is de concurrentie niet zo moordend. In China of de Verenigde Staten zouden ze niets van me hebben overgelaten.’

Cheng kwam naar Japan nadat hij was gezakt voor 
de toelatingsexamens van de Chinese universiteit. De provincie Henan in Centraal-China, waar hij vandaan komt, telt meer dan honderd miljoen inwoners. Hoewel hij zich op een uitstekende middelbare school op de examens had voorbereid, realiseerde 
hij zich dat het erg moeilijk was om in zijn land op een topuniversiteit te komen; de concurrentie was te groot.

Op aanraden van zijn oom besloot hij in Japan te gaan studeren. Gezien de grote concurrentie tussen de Verenigde Staten en China in de informaticasector was het realistisch om voor Japan te kiezen als vestiging voor een onderneming. ‘De slagingskans is er betrekkelijk hoog en als je eenmaal succes hebt, is het makkelijk om relaties aan te knopen. 
Dat ik Chinees ben is nooit een probleem geweest, 
in elk geval niet op commercieel vlak,’ zegt hij. Het 
is inmiddels achttien jaar geleden dat Cheng zich in Japan heeft gevestigd, net zo lang als hij in China heeft gewoond.

» Lees verder

» Lees verder op Blendle (Gratis voor leden)

Plaats een reactie