De straat mort, de macht beeft

Novosti / 360  |  1 juli 2019 - 10:00 1 jul - 10:00

Terwijl de oppositie premier Rama van corruptie en het uitblijven van hervormingen beschuldigt, verwijten de studenten hem zijn ongebreidelde liberalisme.

» Lees dit artikel in de Reader

Op de weg van Shkodër en Krujë naar Tirana wemelt het van de politiemensen in verschillende uniformen. Ze bezetten om de vijf kilometer een controlepost. Een in een zwart uniform gestoken agent die op zijn buik in de wegberm ligt heeft de auto’s in het vizier van zijn machinepistool. Maar als je de buitenwijk van Tirana binnenrijdt, heerst er chaos: geen enkele vorm van verkeersregeling, vervallen infrastructuur, gaten in het wegdek, bundels elektriciteitskabels die uit het lood boven de straten hangen, waterreservoirs op de daken van huizen.

Er zijn maar weinig plekken, althans in Europa, waar het contrast tussen het centrum en de periferie van een stad zo duidelijk is. Hoe meer je het hart van de hoofdstad nadert, des te ordelijker de straten, des te verzorgder de groenvoorzieningen, des te schoner de gevels, om nog maar te zwijgen van de winkels en restaurants die elkaar naar de kroon steken qua glitter en glamour. Opvallend is het aantal wisselkantoren en bruidswinkels. De Albanese bevolking is jong en trouw aan het huwelijk. Maar we zijn niet naar Tirana gekomen voor de winkels of een bruiloft, maar om de protesten te peilen die het land op zijn grondvesten doen schudden.

Al maandenlang wordt Edi Rama, de huidige socialistische premier en voormalige burgemeester van Tirana, op de korrel genomen door de oppositie, na eerst de kop-van-jut van de studenten en arbeiders te zijn geweest. Hij wordt beschuldigd van corruptie en krijgt het verwijt dat hij geen hervormingen doorvoert. Eind 2018 hebben de studenten de grootste betoging uit de geschiedenis van het land georganiseerd. Sindsdien gaan de mensen regelmatig de straat op.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Stopt automatisch.
Bedankt

Rama zit nog vrij stevig in het zadel, maar zijn positie wordt er niet beter op. ‘We kennen het scenario, de Socialistische Partij (PS) is een typische neoliberale partij die officieel het stempel sociaaldemocratisch draagt. De partij wordt bestreden door de conservatieve PDS, de Democratische Partij van Albanië,’ legt Arlind Qori uit, hoogleraar politieke filosofie aan de faculteit Sociale Wetenschappen van Tirana.

Enkele maanden geleden heeft de PDS met veel stampij het parlement verlaten, met in haar kielzog een andere kleine partij, de LSI (Socialistische Beweging voor Integratie). Volgens Arlind Qori was het pure bluf van een oppositie die geloofwaardigheid mist. De PS was duidelijk niet onder de indruk van deze manoeuvre, al duurt de strijd voort.

Elite en oligarchie

Rama weigert de macht uit handen te geven en vervroegde verkiezingen uit te schrijven, waarbij hij rekent op steun van de internationale diplomatie. Sinds enkele jaren geldt Albanië als een stabiele factor in de Balkan. ‘De spanningen tussen de partijen en de politieke elite zijn maar schijn, want in werkelijkheid kan iedereen het met elkaar op een akkoordje gooien, wat iedere grote politieke verandering in de weg staat,’ legt de professor uit.

‘Zo kan de oppositie voor iedereen een vlaktaks van 9 procent beloven plus openbare financiering van het universitair onderwijs, twee zaken die volstrekt met elkaar in tegenspraak zijn! Ze doet een stap naar links om daarna, als ze weer aan de macht is, een stap naar rechts te zetten. Maar de mensen trappen er niet zo makkelijk meer in.’

Volgens Arlind Qori laat de weinig enthousiaste reactie van de bevolking op oproepen om mee te betogen met de oppositie zich verklaren door de overtuiging dat de politieke elite samenspant met de oligarchen en de gegoede burgerij. ‘De retoriek van de oppositie tegen het systeem is alleen maar bedoeld om de studenten voor zich te winnen. Maar de premier die ter discussie staat betuigt de studenten zelf ook zijn onvoorwaardelijke steun.’

Studentenprotest

Het begon allemaal met de studentenbetogingen enkele jaren geleden. Het protest tegen de verhoging van het collegegeld en andere neoliberale maatregelen kreeg een sneeuwbaleffect. Volgens onze gesprekspartner biedt de weinig gediversifieerde economie de studenten maar weinig perspectief. De publieke sector is corrupt, de machthebbers dingen naar de gunsten van de grote ondernemers en de vakbonden zijn machteloos. In deze context zijn de jongeren ofwel gedwongen bij callcenters of in cafés te werken, ofwel te emigreren.

Bora Mema, lid van de organisatie Organizata Politike (OP) en student aan de faculteit Sociale Wetenschappen, het broeinest van de protestbeweging, vertelt over de banden van deze organisatie met de studenten: ‘De OP is een soort avant-garde, ze heeft de studenten gemobiliseerd tegen de verhoging van het collegegeld, de vermarkting van de wetenschap en de privatisering van het onderwijs. De burgers sluiten zich bij ons aan, ook al worden de politieke partijen door ambtenaren in de gaten gehouden.

Bij de betogingen van de oppositie zie je maar weinig jongeren en vrouwen. Het talrijkst zijn degenen die op plaatselijk niveau van de partijen afhankelijk zijn. Hun wordt gedreigd dat ze hun baan verliezen als ze met ons meebetogen. De werkgelegenheid neemt zienderogen af en als je al werk hebt wordt het salaris niet regelmatig gestort. Dat was het geval bij de arbeiders van de raffinaderij die we hebben geholpen de straat op te gaan. Zij voelen zich door geen enkele politieke partij vertegenwoordigd. Dat verklaart volgens mij waarom onze betogingen zo veel weerklank vinden en omvangrijker zijn dan die van de oppositie.’

“Jongeren zijn gedwongen om ofwel bij callcenters of in cafés te werken, ofwel te emigreren”

In het centrum van de stad wisselen de luxueuze winkels elkaar af: designmeubels, kleding, biologische voeding, reisbureaus. In de bars, op westerse leest geschoeid, is het bier duurder dan in Zagreb, hoewel de prijzen in Albanië over het algemeen lager zijn dan in Kroatië.

Tienduizenden mensen uit de opkomende middenklasse, die voornamelijk in Tirana is gevestigd, proberen te pronken met hun nieuwe sociale status. De restaurants – Italiaans, vis, Aziatisch, fusion of traditioneel – hebben niet over gebrek aan klanten te klagen. Er zijn fietspaden aangelegd waarvan de inwoners van Zagreb alleen maar kunnen dromen.

De gebouwen in het centrum zijn altijd in verfijnde tinten roze, geel, paars en groen geschilderd, ook wel ‘Edi Rama-kleuren’ genoemd. Toen hij burgemeester van Tirana was raakte hij bekend doordat hij de vervallen gevels van de hoofdstad in frisse tinten liet overschilderen. De kleuren mogen dan inmiddels een beetje verschoten zijn, op de gebouwen prijken de verlichte logo’s van grote merken.

Maffia

De onzichtbare aanwezigheid van de Albanese maffia is sinds enkele decennia onmiskenbaar. Europa betrekt net zoveel marihuana uit Albanië als cocaïne uit Colombia of frambozen uit Servië. SUV’s met geblindeerde ruiten passeren waar je maar kijkt. De banden met het naburige Italië zijn sterk, om niet te zeggen hartstochtelijk. De meeste restaurateurs hebben er hun vak geleerd. Met een pizzaiolo genaamd Pietro praten we in een mengeling van Engels en Italiaans.

We vragen hem waar die fascinatie voor Amerika toch vandaan komt, gezien de opzichtige liefde voor buurland Italië. Overal in Tirana zie je verwijzingen naar de Verenigde Staten: in de etalages, in graffiti, in de media, in de politiek en zelfs in de straatnamen. ‘Amerika, signore mio,’ zegt hij, ‘staat voor vrijheid en democratie, plus business.’ Grappend maar op zachtere toon voegt hij eraan toe: ‘Albanië, een zwak land met veel onrust, è piccola [het is maar klein].’ Hij heeft zes jaar in Italië gewoond, in Perugia en Milaan, en weet nog niet of hij in Albanië zal blijven. In de pizzeria horen we waarom er zo veel politie op de been was toen we in Tirana arriveerden.

Diezelfde middag hebben drie gewapende, als soldaten vermomde mannen ‘tussen de twee en tien miljoen euro aan contanten buitgemaakt op de luchthaven van Tirana’. Het ging om geld dat buitenlandse banken die in Tirana gevestigd zijn regelmatig overmaken naar Wenen, omdat de Albanese centrale bank dat weigert. Nu begin je ook te begrijpen waarom er ontelbare wisselkantoren in Tirana zijn: om de deviezen die door de Albanese diaspora worden gestuurd om te wisselen in plaatselijke valuta. Met een werkloosheid die de officiële 14 procent ruimschoots overstijgt, worden deviezen omgewisseld om te kopen wat men nodig heeft.

De meeste producten worden uit het Westen geïmporteerd. De banken boeken de aldus ingekochte deviezen vervolgens terug zodat het Westen opnieuw winst maakt op de wisselkoers. En zo is de cirkel weer rond. Maar af en toe gooien overvallers roet in het eten van de bankiers. In die mate dat de staat zelfs overweegt politie en leger in te zetten voor de beveiliging van de luchthaven, die tot dusver nog in handen is van particuliere bewakingsdiensten.

Onvoorwaardelijke steun aan de EU

Op 29 mei jongstleden heeft de Europese Commissie bepleit om toetredingsonderhandelingen te beginnen met Albanië en Noord-Macedonië. Dat moet een opluchting zijn voor de Albanese premier Edi Rama, die al zes maanden onder druk van studenten en de oppositie staat. Want ‘in de krachtmeting tussen de regering en de oppositie doet de een zich nog Europeser voor dan de ander’, aldus de regionale nieuwssite Bilten.

‘Al decennialang dient het idee van Europa voor de opeenvolgende Albanese machthebbers als een soort tegengif tegen het communisme en het Oosten.’ Om zijn trouw aan de EU te tonen heeft Albanië eind mei toestemming gegeven aan Frontex, het Europese grens- en kustwachtagentschap, om voor de eerste keer operaties uit te voeren bij zijn grens met Griekenland teneinde immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden.

‘De Albanese bevolking staat vrijwel kritiekloos tegenover de grenscontroles door Frontex omdat ze denkt dat toetreding tot de EU daarmee dichterbij komt,’ schrijft Bilten. Maar een op de drie Albanezen (op een bevolking van drie miljoen) woont en werkt al in Europa of de VS. Sinds 1990 hebben 600.000 Albanezen zich in Italië gevestigd, en een half miljoen in Griekenland.

Auteur: Igor Lasic

Novosti
Kroatië | weekblad | oplage 8000

Het Nieuws staat bekend om degelijke politieke en maatschappelijke analyses. Novosti nam daarnaast verschillende journalisten over van het satirische weekblad _Feral Tribune_.

Plaats een reactie