De manipulerende macht van taal

The New York Times / 360  |  6 October 2019 - 10:00 6 Oct - 10:00

Retorische macht heeft iets weg van magie. Zonder dat mensen het doorhebben worden ze in hun gedrag beïnvloed door bepaalde woorden. En juist die verhulling maakt deze vorm van macht zo gevaarlijk.

In de afgelopen jaren hebben extreemrechtse, nationalistische politieke leiders over de hele wereld zich in grove bewoordingen gekeerd tegen minderheidsgroepen, met name tegen immigranten. De geschiedenis heeft ons geleerd dat genocide, etnische zuiveringen en terrorisme vaak worden voorafgegaan door perioden waarin politieke en sociale bewegingen zich bedienen van een vergelijkbare retoriek.

In nazi-Duitsland werden Joden uitgemaakt voor ongedierte en in de nazipropagandakanalen werd beweerd dat Joden ziekten verspreidden. Onlangs zagen we hoe de etnische zuivering van de Rohingya in Myanmar werd voorafgegaan door een propagandaoffensief waarin Rohingya-mannen in verband werden gebracht met verkrachtingen.

In de Verenigde Staten ontstond de theorie van de ‘superpredator’, een soort monstermisdadiger. In 1993 zette in de VS een daling in van het aantal gewelddadige misdrijven, een daling die een decennium lang heeft doorgezet. Toch zaaiden criminologen volkomen ongefundeerd paniek over die zogeheten superpredators – ‘geharde, gewetenloze jongeren’, in de woorden van politiek wetenschapper John Dilulio.

Dat resulteerde in het uitvaardigen van een hele reeks nieuwe wetten met zware straffen voor minderjarigen. Politici die in de jaren negentig jonge zwarte mannen ‘tuig’ noemden of ze uitmaakten voor ‘bendeleden’, hebben eraan bijgedragen dat de VS inmiddels wereldwijd het grootste aantal gevangenen per inwoneraantal hebben. 40 procent van de Amerikaanse gevangen is zwart, terwijl zwarten slechts 13 procent uitmaken van de bevolking van de Verenigde Staten.

» Lees verder in de Reader / op Blendle

Plaats een reactie