Het onmogelijke is al gebeurd: wat de coronacrisis ons kan leren over hoop

Horizon | The Guardian  |  3 May 2020 - 12:00 3 May - 12:00

Op zoek naar stemmen die houvast bieden of een ander perspectief dan alleen de dagelijkse onheilsvoorspellingen, komen we terecht bij de Amerikaanse schrijver Rebecca Solnit, die zegt dat een diepgaande, positieve verandering mogelijk is.

» Lees dit artikel in de reader / op Blendle

Rampen komen onverwacht en gaan nooit helemaal weg. De toekomst zal er op cruciale punten anders uitzien dan het verleden, zelfs het recente verleden van een maand of twee geleden. Onze economie, onze prioriteiten, onze denkbeelden zullen anders zijn dan begin dit jaar. De concrete feiten zijn verbluffend: autofabrikanten als General Motors en Ford die ineens beademingsapparatuur gaan maken, de jacht op beschermingsmiddelen, uitgestorven straten in ooit zo drukke steden, de economie in vrije val.

Dingen waarvan het ooit ondenkbaar leek om ze stil te leggen zijn nu toch stilgelegd. Dingen die onmogelijk leken – verruiming van het recht op ziekteverlof en uitkeringen, de vrijlating van gedetineerden, een Amerikaanse overheidsinjectie van een paar biljoen dollar – hebben al plaatsgevonden.

Het woord ‘crisis’ slaat in de geneeskunde op het kantelpunt van een ziekte, de tweesprong waarop een patiënt de weg kan inslaan naar herstel of sterven. Het woord emergency [noodsituatie] komt van emerge [tevoorschijn komen] – alsof je uit je vertrouwde wereld wordt geduwd en je moet oriënteren op een volstrekt nieuwe omgeving.

BESTE LEZER
Mogen we even je aandacht?
We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. En dat lijkt in deze tijd nog harder nodig dan anders. Daarom bieden we een deel van onze context gratis aan. Steun je onze missie? Deel dan dit artikel, en, nog beter: sluit je bij ons aan! Voor 30 euro ontvang je nu 3 maanden 360 thuis. Duurt heel even, stopt automatisch. U zit nergens aan vast.
Bedankt

Het woord ‘catastrofe’ gaat terug op het oud-Griekse woord voor een plotse ommekeer of omverwerping. We zijn bij een tweesprong aanbeland, we zijn weggeduwd uit wat wij de normale situatie waanden, alles is ineens omvergeworpen. Wat ons nu vooral te doen staat, met name diegenen onder ons die niet ziek zijn, niet in de frontlinie werken en niet met economische of huisvestingsproblemen kampen, is deze tijd doorgronden, begrijpen wat hij van ons vergt en welke nieuwe mogelijkheden hij biedt.

Een ramp verandert de wereld en onze kijk daarop. Er vindt een verschuiving plaats in waar we ons op richten, wat ertoe doet. Wat zwak is bezwijkt onder druk, wat sterk is houdt stand en wat verborgen was komt aan het licht. Ineens blijkt verandering niet alleen mogelijk, we worden er zelfs door weggevaagd. We veranderen zelf ook, naarmate onze prioriteiten verschuiven en een intenser besef van onze sterfelijkheid ons aan het denken zet over wat wij met ons leven doen en hoe kostbaar het leven is. Zelfs de betekenis van ‘wij’ kan voor ons veranderen, nu we ineens gescheiden zijn van klasgenoten en collega’s en deze nieuwe werkelijkheid delen met talloze onbekenden. We ontlenen onze identiteit doorgaans aan de wereld om ons heen, en zo ontdekken we nu een nieuwe versie van wie wij zijn.

Toen de pandemie ons leven op zijn kop zette, maakten mensen om me heen zich druk dat ze zich niet konden concentreren, dat er niets meer uit hun handen kwam. Ik denk dat het kwam doordat we allemaal bezig waren met ander werk, dat belangrijker was. Als je herstelt van een ziekte, als je zwanger bent of als je jong bent en een groeispurt maakt, ben je continu aan het werk, ook als je lijkt te niksen. Zonder dat je je ervan bewust bent, is je lichaam hard bezig met groeien, herstellen, cellen aanmaken. En terwijl wij probeerden wijs te worden uit de wetenschappelijke en statistische inzichten over deze verschrikkelijke plaag, vond er in ons hoofd ook zo’n onbewust herstelproces plaats. Daar waren we ons mentaal aan het instellen op de ingrijpende economische en maatschappelijke veranderingen, aan het onderzoeken wat je van rampen kunt leren, onszelf aan het voorbereiden op een wereld die we nooit hadden voorzien.

Alles is verbonden

De eerste les die je van een ramp leert, is dat alles met elkaar verbonden is. Sterker nog, bij de middelgrote ramp die ik zelf heb meegemaakt (de aardbeving van 1989 in San Francisco) en de verschillende grote rampen waarover ik later heb geschreven (waaronder 11 september, de orkaan Katrina en de aardbeving bij Sendai in 2011, die leidde tot de kernramp in Fukushima), zag ik dat een ramp je met de neus op die verbanden drukt. In tijden van grote verandering hebben we ineens een scherper oog voor de politieke, economische, sociale en ecologische systemen waarin we normaal zijn ondergedompeld. We zien de sterke en zwakke punten, wat deugt en wat niet, wat ertoe doet en wat niet.

Ik moet in deze tijd vaak denken aan de voorjaarsdooi: het is alsof het pakijs in stukken breekt, het water weer begint te stromen en schepen weer routes kunnen kiezen die in de winter onbevaarbaar waren. Het ijs, dat waren de machtsverhoudingen van wat wij de status quo noemen: die lijkt stabiel en de mensen die ervan profiteren, pretenderen vaak dat er niet aan te tornen valt. Dan doet zich ineens een snelle en drastische verandering voor, en die kan stimulerend zijn, of angstaanjagend, of allebei tegelijk.

» Funest zou zijn: terugvallen op de overtuiging dat alles beter was voor deze ramp

Voor degenen die het meeste garen sponnen bij die status quo, weegt behoud of herstel daarvan vaak zwaarder dan behoud van mensenlevens. Dat bleek toen een aantal Amerikaanse conservatieven en topmannen van grote bedrijven in koor riepen dat iedereen weer aan het werk moest om de aandelenbeurs te redden en dat het resulterende dodental een aanvaardbare tol was. Machthebbers proberen in een crisis vaak meer macht naar zich toe te trekken – Trumps ministerie van Justitie onderzoekt bijvoorbeeld of grondwettelijke rechten kunnen worden opgeschort – en rijken proberen nog rijker te worden: twee Republikeinse senatoren liggen onder vuur omdat ze hun voorkennis over de op handen zijnde pandemie hebben verzilverd op de aandelenmarkt (al beweren zij dat ze niets hebben misdaan).

Rampendeskundigen gebruiken de term ‘elitepaniek’ voor de reactie van de elite die bang is dat gewone burgers zich zullen misdragen. Als mensen uit de elite het hebben over ‘paniek’ en ‘plundering’, is dat meestal een tendentieuze omschrijving voor gewone mensen die doen wat ze moeten doen om te overleven of voor anderen te zorgen. Soms is het verstandig om snel te vluchten voor een gevaar; soms is het altruïstisch om spullen te verzamelen en met anderen te delen.

De elite stelt profijt en privé-eigendom vaak boven mensenlevens en saamhorigheid. Nadat San Francisco op 18 april 1906 door een zware aardbeving was getroffen, nam het leger al snel bezit van de stad, vanuit de overtuiging dat de burgers een bedreiging vormden voor de maatschappelijke orde. De burgemeester gaf met een noodverordening toestemming om met scherp te schieten op plunderaars en de militairen dachten dat zij de orde herstelden. Wat ze in werkelijkheid deden, was het vuur helpen verspreiden door de ondeskundige aanleg van brandgangen, en burgers afranselen of neerschieten die hun bevelen negeerden (al kwamen die er soms op neer dat ze hun eigen huis of wijk moesten laten afbranden). 99 jaar later zag je in New Orleans na de orkaan Katrina de politie en witte burgerwachten precies hetzelfde doen: op zwarte burgers schieten in naam van het gezag of de bescherming van privé-eigendom. Zowel door de nationale als de lokale overheden werden de ontheemde, overwegend armlastige en zwarte bewoners van de stad niet tegemoet getreden als slachtoffers van een ramp die hulp nodig hadden, maar als een gevaarlijke vijand die in bedwang moest worden gehouden.

De media deden driftig mee aan die obsessie met plunderingen. Men leek zich het lot van de winkelvoorraden in filialen van grote bedrijven meer aan te trekken dan dat van mensen die voedsel en drinkwater nodig hadden en grootmoeders die op daken zaten. Bijna vijftienhonderd mensen kwamen om door een ramp die meer te maken had met slecht bestuur dan met slecht weer. De door Amerikaanse genietroepen aangelegde dijken hadden het niet gehouden, de stad had geen evacuatieplan voor arme wijken en de regering-Bush slaagde er niet in snelle en effectieve hulp te leveren. Hetzelfde zie je nu gebeuren. In Brazilië zei een lid van de oppositie over de rechtse president Jair Bolsonaro: ‘Hij staat voor de perverse economische belangen van mensen die niets om mensenlevens geven. Die maken zich alleen zorgen om hun winsten.’ (Bolsonaro zegt dat hij de werkgelegenheid en de economie wil beschermen.)

De miljardair en evangelist aan het hoofd van de winkelketen Hobby Lobby zei dat God hem had ingefluisterd dat zijn personeel moest doorwerken toen de overheid wilde dat winkeliers de deuren sloten. (Inmiddels heeft het bedrijf alle vestigingen gesloten.) De Uline Corporation van de schatrijke Trump-aanhangers Richard en Liz Uihlein instrueerde haar werknemers in Wisconsin: ‘Vertel collega’s NIETS over de symptomen en wat je ervan denkt. Dat leidt alleen maar tot onnodige paniek op het werk.’ Miljardair Tom Golisano, oprichter en topman van het verloningsbedrijf Paycheck, zei: ‘De schade van het stilleggen van de economie kan weleens groter zijn dan die van het verlies van nog een paar
mensenlevens.’ (Hij verontschuldigde zich later en zei dat zijn opmerkingen uit hun verband waren gerukt.)

Er zijn in de geschiedenis altijd grootindustriëlen geweest die levenloze winst boven levende mensen stelden, die steekpenningen betaalden om ongehinderd hun gang te kunnen gaan, die ervoor verantwoordelijk waren dat kinderen zich dood werkten en arbeiders hun leven niet zeker waren in fabriekshallen of kolenmijnen. Die ondanks alles wat ze over klimaatverandering wisten, of niet wilden weten, gewoon doorgingen met de winning en verbranding van fossiele brandstoffen. Een van de grootste voordelen van rijk zijn is altijd geweest dat je daarmee het lot van de gewone man kunt ontlopen – rijkdom sterkt je althans in de overtuiging dat je je niets hoeft aan te trekken van de samenleving. Rijke mensen zijn vaak conservatief, en conservatieve mensen nemen het, ongeacht hun eigen economische situatie, vaak op voor de rijken.

Ieder voor zich en God voor ons allen

De gedachte dat alles met elkaar verbonden is, is een doorn in het oog van conservatieven die hechten aan hun machistische cowboyfantasieën van ieder voor zich en God voor ons allen. Zij vinden de hele klimaatdiscussie een gotspe – al die wetenschappers die beweren dat de uitstoot van auto’s en fabrieken op de lange termijn het lot van de wereld bepaalt en gevolgen heeft voor de oogsten, de zeespiegel, bosbranden en wat al niet meer. Als alles met elkaar verbonden is, moet je alles wat je zegt en doet op een goudschaaltje wegen. Wij zien dat als een blijk van liefde, zij als een beknotting van hun absolute vrijheid – waarbij vrijheid een ander woord is voor het zonder enige hinder nastreven van eigenbelang. Veel conservatieven en topmannen in het bedrijfsleven beschouwen de wetenschap als een stoorzender die ze gewoon kunnen negeren.

Sommigen beweren dat ze zelf wel zullen bepalen aan welke feiten en regels ze zich willen houden, alsof het om producten op een vrije markt gaat die je naar eigen smaak kunt boetseren of selecteren. ‘Deze afkeer van wetenschap en kritisch denken onder gelovige ultraconservatieven speelt de Amerikaanse reactie op de coronacrisis nu danig parten,’ schreef journalist Katherine Stewart in The New York Times.

Onze leiders in de VS, Groot-Brittannië, Brazilië en tal van andere landen lijken weinig zin te hebben om de onheilspellende mogelijkheden van de pandemie te erkennen. Ze hebben gefaald in hun voornaamste taak en zullen hun aandacht vooral gaan richten op het ontkennen van dat falen. En het is misschien onvermijdelijk dat deze pandemie tot een economische crisis zal leiden, maar het staat in ieder geval vast dat de situatie nu wordt aangegrepen voor een versteviging van de autoritaire macht in de Filipijnen, Hongarije, Israël en de Verenigde Staten. Een teken dat de grootste problemen in de wereld, evenals de oplossingen daarvoor, nog altijd politiek zijn.

Als een storm eenmaal gaat liggen, is de lucht daarna weer vrij van alles wat het zicht belemmerde en kun je vaak veel verder en scherper zien dan normaal. Ook als na deze storm de lucht is geklaard, kunnen we misschien, net als mensen die een ernstige ziekte of een zwaar ongeval hebben overleefd, met nieuwe ogen zien waar we stonden en waar we naartoe moeten. Misschien voelen we ons dan vrij om verandering na te streven op manieren die onmogelijk leken toen alles nog vastgevroren zat in het ijs van de status quo. Misschien hebben we dan wel een heel ander beeld van onszelf, onze samenleving, onze productiesystemen en onze toekomst.

Ruimtelijke verandering

De verandering die velen van ons in de ontwikkelde wereld nu meteen aan den lijve ondervinden, is vooral ruimtelijk. We blijven thuis, als we een huis hebben, en mijden contact met anderen. Even geen school, kantoor of congres, geen sportschool, feestjes, vakanties, geen boodschappen doen, geen bezoek aan dansclub, kroeg, kerk, moskee of synagoge, even niet de drukte en hectiek van het dagelijks leven. Filosoof en mystica Simone Weil schreef ooit aan een verre vriend: ‘Laten we houden van deze afstand die zo doorregen is met vriendschap, want mensen die niet van elkaar houden zijn ook niet van elkaar gescheiden.’ We mijden elkaar om elkaar te beschermen. En mensen vinden toch manieren om kwetsbare lotgenoten te helpen, ondanks de noodzaak om afstand te houden.

» Het woord ‘crisis’ slaat in de geneeskunde op het kantelpunt van een ziekte

Mijn vriend de klimaatactivist Renato Redentor Constantino schreef me vanuit de Filipijnen: ‘We zien dagelijks voorbeelden van naastenliefde waaruit blijkt waarom de mens het zo lang heeft volgehouden op deze aarde. Elke dag zien we zowel bij ons in de buurt als in andere steden en landen onwaarschijnlijke staaltjes moed en burgerzin die duidelijk maken dat de roofzucht van de enkeling het uiteindelijk moet afleggen tegen de massa’s mensen die koppig weigeren toe te geven aan de wanhoop, agressie, onverschilligheid en arrogantie die zogenaamde leiders nu lijken te willen aanwakkeren.’

Als het eenmaal zover is dat we ons niet meer hoeven te isoleren om de verspreiding van het virus tegen te gaan, vraag ik me af of we anders zullen denken over hoe we vroeger met elkaar verbonden waren, hoe we ons door de wereld bewogen en hoe de goederen die we nodig hebben zich daardoor bewogen. Misschien dat we persoonlijk contact hoger gaan aanslaan.

Misschien dat de Europeanen die met zijn allen op hun balkons hebben gezongen of geapplaudisseerd voor de mensen in de zorg, en de Amerikaanse buren die samen dansten en zongen, er een ander gemeenschapsgevoel aan overhouden. Misschien krijgen we meer respect voor de mensen dankzij wie er voedsel op onze tafel komt. En al is het moeilijk om binnen te blijven, misschien staan we straks ook niet te trappelen om weer als een gek te gaan rondrennen en houden we iets van deze rust vast.

Wellicht gaan we heroverwegen of het wel verstandig is dat zo veel goederen die van levensbelang zijn – medicijnen, medische apparatuur – aan de andere kant van de wereld worden gemaakt. Of kwetsbare ‘just in time’-productieketens wel zo verstandig zijn. Ik heb vaak gedacht dat de privatiseringsgolf die onze neoliberale tijd kenmerkt, begonnen is met de privatisering van het menselijk hart, het afzweren van een gevoel van maatschappelijke verbondenheid.

Het valt te hopen dat deze gezamenlijk ondergane ramp dat proces kan terugdraaien. Een hernieuwd bewustzijn van hoe wij allemaal verbonden zijn met en afhankelijk zijn van het geheel kan het pleidooi voor reële klimaatmaatregelen kracht bijzetten, omdat we zien dat plotse en ingrijpende veranderingen wel degelijk mogelijk zijn.

Bewustwording

‘Ons verdienen en besteden put ons uit’, schreef Wordsworth iets meer dan tweehonderd jaar geleden. Misschien wordt dit het moment waarop we inzien dat er genoeg voedsel, kleding, onderdak, gezondheidszorg en onderwijs voor alle mensen is – en dat de beschikbaarheid daarvan niet afhankelijk moet zijn van het werk dat je doet en het inkomen dat je hebt. Misschien kan de pandemie ook, voor wie daar nog twijfels over had, een argument worden voor een basisinkomen en goede gezondheidszorg voor iedereen. Rampen veroorzaken soms een bewustwording die veel in gang kan zetten.

Voor A Paradise Built in Hell, mijn boek over rampen en hun nasleep, interviewde ik meer dan tien jaar geleden de Nicaraguaanse dichter en Sandinistische revolutionair Gioconda Belli. Zij vertelde me een onvergetelijk verhaal over de nasleep van de aardbeving van 1972 in Managua – over hoe het keiharde optreden van de dictatuur niet kon voorkomen dat die ramp de eerste aanzet gaf tot het uitbreken van de revolutie. ‘Je had ineens het gevoel dat je wist wat er werkelijk toe deed,’ zei ze. ‘De mensen realiseerden zich dat het enige wat echt telde je vrijheid was, zeggenschap over je eigen leven. De dictator stelde twee dagen later een avondklok in en kondigde de noodtoestand af. Dat gevoel van onderdrukking boven op de gevolgen van de ramp was echt ondraaglijk. Als je eenmaal besefte dat je hele leven van de ene op de andere dag overhoop gegooid kon worden omdat de aarde beefde, dacht je: wat kan het mij ook schelen? Ik wil een goed leven en daar wil ik mijn leven voor riskeren, want ik kan het ook zomaar van de ene op de andere dag verliezen.

Je beseft dat het leven alleen de moeite waard is als je een goed leven kunt leiden. Dat is een diepgaande verandering die zo’n ramp teweegbrengt.’ Keer op keer zag ik dat mensen na een ramp, doordat de dood zo dichtbij was gekomen, een groter gevoel van urgentie in hun leven hadden, minder belang aan kleinigheden hechtten en meer aan grote zaken, waaronder vaak het maatschappelijk welzijn en de publieke zaak.

» Tal van zaken waarvan ons altijd was bezworen dat ze onmogelijk waren – zoals daklozen onderdak bieden – zijn nu op verschillende plaatsen gerealiseerd

Ik heb vooral geschreven over rampen in de twintigste eeuw, maar je kunt ook denken aan een plaag van iets langer geleden: de Zwarte Dood, die eenderde van de Europese bevolking wegvaagde en in Engeland leidde tot boerenopstanden tegen oorlogsheffingen en maximumlonen. Officieel werd dat oproer de kop ingedrukt, maar het leidde toch tot een verbetering van de positie van boeren en arbeiders. De noodwetgeving die de VS afgelopen maart aannamen, geeft veel werknemers meer recht op ziekteverlof. Tal van zaken waarvan ons altijd was bezworen dat ze onmogelijk waren – zoals daklozen onderdak bieden – zijn nu op verschillende plaatsen gerealiseerd.

Ierland heeft zijn ziekenhuizen genationaliseerd, iets ‘waarvan men altijd zei dat het niet kon en dat het nooit zou gebeuren’, schreef een Ierse journalist. In Canada kreeg iedereen die zijn baan verloor vier maanden basisinkomen. In Duitsland nog meer.

Portugal besloot immigranten en asielzoekers tijdens de pandemie als volwaardige burgers te behandelen. In de VS hebben de vakbonden krachtig actie gevoerd, en met succes. De werknemers van Whole Foods, Instacart en Amazon protesteerden tegen het feit dat ze tijdens de pandemie onder onveilige omstandigheden moesten doorwerken. (Whole Foods biedt werknemers die positief zijn getest op corona  inmiddels twee weken betaald verlof, Instacart zegt maatregelen te hebben genomen ter bescherming van het personeel en winkelend publiek, en Amazon zegt zich aan de ‘veiligheidsrichtlijnen’ te houden.) Sommige werknemers hebben meer rechten en meer loon gekregen, onder wie bijna een half miljoen werknemers van supermarktketen Kroger, en Amazon moet op last van vijftien verschillende staten zijn regeling voor betaald ziekteverlof verruimen. Al die concrete stappen maken wel duidelijk hoe goed het mogelijk is om de financiële verhoudingen in al onze samenlevingen te veranderen.

Op de lange termijn

Maar de belangrijkste gevolgen van een ramp zijn vaak indirect en openbaren zich pas na enige tijd. De financiële crisis van 2008 leidde tot de protesten van Occupy Wall Street in 2011, waarin hernieuwde aandacht werd gevraagd voor economische ongelijkheid en de menselijke tol van woekerhypotheken, studieleningen, geprivatiseerd onderwijs, het zorgstelsel en nog veel meer. Dat protest was goed voor de bekendheid van Elizabeth Warren en Bernie Sanders, die de Democratische partij verder naar links trokken, met een programma dat moet leiden tot een betere welvaartsverdeling en meer gelijke rechten. Het door Occupy en haar zusterbewegingen aangezwengelde debat heeft ertoe geleid dat er overal ter wereld kritischer naar de zittende macht wordt gekeken en dat de roep om economische gelijkheid is versterkt. Veranderingen in de samenleving beginnen bij het individu, maar veranderingen in de wereld hebben ook invloed op ons zelfbeeld, op onze prioriteiten en op ons idee van wat maakbaar is.

» Het is een conflict dat uitbreekt omdat zaken die muurvast zaten, stijf ingevroren, ineens openbreken en vloeibaar worden

We zitten nog maar in de beginfase van deze ramp en we bevinden ons in een vreemd soort stilstand. Het lijkt op het kerstbestand van 1914, toen de Duitsers en de Engelsen de strijd even staakten, de kanonnen verstomden en de soldaten uit de loop-graven klommen. De hele oorlog stond even stil. Met ons ‘verdienen en besteden’ voeren wij in zekere zin een oorlog tegen de aarde. Sinds de uitbraak van de pandemie is de CO₂-uitstoot gekelderd. Dat heeft wonderen gedaan voor de luchtkwaliteit van Los Angeles, Beijing en New Delhi. Overal in de VS zijn nationale parken voor bezoekers gesloten, wat heel goed kan uitpakken voor de dieren.

Tijdens de laatste shutdown van de Amerikaanse overheid, in 2018-2019, namen zeeolifanten bezit van een nieuw strand bij Point Reyes National Seashore, ten noorden van San Francisco. In de bronst- en draagtijd is dat nu hun vaste domicilie.

Er is nog een andere vergelijking die zich opdringt. Een rups die verpopt, lost in de cocon letterlijk op tot een vloeistof. Wat ooit een rups was en straks een vlinder zal worden is in die toestand nog geen van beide, het is een soort levende soep. In die levende soep drijven imaginale cellen die de metamorfose tot vliegende vlinder katalyseren. Laten we hopen dat de besten onder ons, de visionairs, de meest inclusieve mensen, onze imaginale cellen zijn – want wij drijven nu in de soep. De resultaten van een ramp liggen nooit vast.

Het is een conflict dat uitbreekt omdat zaken die muurvast zaten, stijf ingevroren, ineens openbreken en vloeibaar worden – vol met de beste en de ergste mogelijkheden. We bevinden ons in een tijd van grote kalmte en immense verandering.

Maar ook in een tijd van verdieping voor wie nu veel meer thuis zit, meer tijd alleen doorbrengt en uitkijkt op deze onverwachte nieuwe wereld. We hebben de neiging om emoties in te delen in goed of slecht, blij of verdrietig, maar ik denk dat je ze ook kunt verdelen in diepgaand en oppervlakkig. De jacht op wat voor geluk doorgaat, is vaak een vlucht voor diepgang, een vlucht voor onze eigen zielenroerselen en het lijden om ons heen – en niet gelukkig zijn wordt vaak gezien als een vorm van falen. Maar ook in pijn, verdriet en rouw schuilt betekenis, in de emoties die voortkomen uit inleving en solidariteit.

Ben je bang en verdrietig, dan is dat een teken dat je ergens om geeft, dat je verbondenheid voelt. Ben je overdonderd – nou, het is ook overdonderend, en het zal nog tientallen jaren van onderzoek, analyse, debat en bezinning vergen om te doorgronden waarom en hoe 2020 ons allemaal ineens naar zulk drassig nieuw terrein voerde.

Visie en dromen

Patrisse Cullors probeerde zeven jaar geleden de missie van Black Lives Matter te verwoorden: ‘Hoop en inspiratie bieden voor collectieve actie om te komen tot collectieve transformatie. Geworteld in woede en verdriet, maar gericht op visie en dromen.’ Dat is prachtig. Niet alleen omdat er hoop uit spreekt, en niet alleen omdat Black Lives Matter de daad bij het woord voegde en werkelijk veel heeft veranderd. Maar omdat daarin wordt erkend dat hoop kan samengaan met pijn en lijden. Het verdriet diep vanbinnen en de woede die daaruit oplaait zijn niet onverenigbaar met hoop, omdat we complexe wezens zijn, omdat hoop iets anders is dan het zonnige geloof dat alles vanzelf wel goedkomt.

Hoop biedt ons het heldere inzicht dat er, met alle onzekerheid die ons wacht, ook conflicten zullen komen die het aangaan waard zijn en die we soms kunnen winnen. En wat voor deze hoop funest zou zijn, is terugvallen op de overtuiging dat alles beter was voordat deze ramp ons overkwam, dat we alleen maar moeten terugkeren naar hoe het was. Voor veel te veel mensen was ook het leven voor de pandemie allang een ramp van uitzichtloosheid en uitsluiting, een milieu- en een klimaatramp, een ramp van obscene ongelijkheid. Het is te vroeg om nu al te weten wat deze crisis ons allemaal zal brengen, maar niet te vroeg om op zoek te gaan naar mogelijkheden om dat mede te bepalen. Dat is volgens mij iets waarvoor velen van ons zich nu opmaken.

Rebecca Solnit

Rebecca Solnit is een Amerikaanse essayist en schrijver. Ze brak door met het boek Men Explain Things to Me (2014), in het Nederlands uitgegeven door Uitgeverij Podium als Mannen leggen me altijd alles uit, in vertaling van Hester Tollenaar. Solnits recentste boek is Whose Story Is This? Old Conflicts, New Chapters.

The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 134.000

Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

Plaats een reactie